De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

AFVAL EN REBELLIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

AFVAL EN REBELLIE

5 minuten leestijd

Overzien we de geschiedenis van het volk Israël, dan is het een toneel van voortdurende overtreding, afval en rebellie. Jozua zet ze voor de beslissing: „Kiest u heden, wie gij dienen zult; hetzij de goden, welke uw vaders, die aan de andere zijde der rivier waren, gediend hebben, of de goden der Amorieten, in welker land gij woont; maar aangaande mij, en mijn huis, wij zullen de Heere dienen". (Jozua 24:15) Hij sprak deze woorden na de bezetting van het beloofde land, toen hij het volk vermaande tot onderhouding van de wet en het verbond vernieuwde, (vgl. Jozua 23 en 24)

Wat al afval en verwarring gaf de tijd der richteren te zien. Was er in de dagen van David en Salomo opleving en verkreeg met name het openbare leven de stempel van de Israëlitische godsdienst, dit alles werd ontsierd en ontwijd door 'de afgoderijen, die zelfs Salomo ter wille van zijn vrouwen bevorderde en die hij ook zelf op zijn ouden dag toegedaan was. (vgl. 1 Koningen 11) Jerobeam, die na zijn dood het rijk der tien stammen aan zich wist te trekken, richtte zijn gouden kalveren op te Dan en Bethel om zijn onderdanen van Jeruzalem verwijderd te houden.

We noemen slechts de naam van Elia om zijn strijd tegen de Baaipriesters onder koning Achab in herinnering te roepen. En het is waarlijk onder de profeten niet beter geworden. Menigvuldig zijn de vermaningen en veroordelingen en het is zelfs gebruikelijk geworden Jeremia een oordeelsprofeet te noemen, die de doodsklok luidt over zijn volk. In zijn dagen was de maat vol geworden: God wierp het volk tot een teken voor de gehele wereld uit het land hunner erfenis, wegens de ergernis verwekkende verbondsbreuk, waaraan ze zich schuldig maakten met de hardnekkigheid van onverbeterlijke zondaren.

Zover moest het komen. Het zou openbaar worden, dat door de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd wordt. Tegenover alle tekenen van Gods goedertierenheid en trouw, heeft het volk Israël slechts weerspannigheid en ontrouw gesteld. Dat is niet alleen maar zo, omdat het volk der Joden toch zo bij uitstek hardnekkig, eigenzinnig en goddeloos is, alsof alles anders ware uitgekomen, als God nu eens een ander volk had verkoren. Dat zou de grootste vergissing zijn, die men in dit verband kon begaan en een blijk van volkomen gemis aan zelfkennis.

Gehoorzaamheid is de grondwet van het universum en alle schepsel gehoorzaamt op Gods wenken, maar de mens weigert de gehoorzaamheid aan zijn Schepper te brengen, welke hij schuldig is. Gehoorzaamheid is de uitgesproken voorwaarde voor het verbond aan de Sinaï. Aan de gehoorzaamheid hangt het goddelijk formulier van het verbond: „zo zult gij Mijn eigendom zijn uit alle volken; want de ganse aarde is Mijne. En gij zult Mij een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk zijn". (Exodus 19 : 5 v.) De mens wil wel Gods partner in een verbond zijn, maar het enigste, wat hij tot zijn nut kan leren, als hij ernst maakt met Gods verbond, is zijn algehele onbekwaamheid om Gods verbondspartner te zijn. Dat is de les van Israël en dit is de les van allen, omdat het de les is van de Wet Gods: onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. (Psalm 14 : 3, 53:4)

Israël heeft het verbond van de Sinaï met voeten getreden, vernietigd. Dat is de conclusie, als we de geschiedenis van Israël overzien. Ze hebben het vernietigd. Dat is ook de uitspraak van Jehovah, de God des verbonds zelf. Sprekende over een nieuw verbond zegt Hij: „Niet naar het verbond, dat Ik met hun vaderen gemaakt heb ten dage, als Ik hun hand aangreep om hen uit Egypteland uit te voeren, welk Mijn verbond zij nietigd hebben hoewel Ik hen getrouwd had." (Jeremia 31 : 32)

Van 's mensen zijde is het verbond verbroken en ieder verbond, dat de Heere God met de mens als zijn partner sluit of zou sluiten, zou tot dezelfde uitkomst leiden: van 's mensen zijde vernietigd, want hij is een zondaar en al het gedichtsel van de gedachten zijns harten zijn te allen dage alleenlijk boos. (Genesis 6 : 5)

DE DOODSKLOK GELUID

De afgoderijen zijn wel hemeltergend geweest, zelfs tot in de tempel te Jeruzalem hebben ze de afgoden der heidenen gediend, kinderen aan Moloch geof­ferd, „onder allen groenen boom" (Jesaja 57 : 5, Ezechiël 6 : 13) werden offers gebracht aan de drekgoden. Overal kwam men de gruwelen tegen.

Heeft dat dan op zijn beurt geen afschuw gewekt? De profeten hebben er tegen geprofeteerd. Ze hebben de oordelen Gods gepredikt, de doodsklok geluid over het volk.

Of dat nog iets heeft uitgewerkt?

Ongetwijfeld. Het verbond Gods is maar niet een probeersel. De geschiedenis van Israël is niet een experiment, dat bovendien op een ongelukkige échec is uitgelopen. Het is geschiedenis der Godsopenbaring, neen, het is èèn stuk Godsopenbaring. Voor het front van alle geslachten der aarde voert God de gevallen mens ten tonele in zijn vijandschap tegen God, ongerechtigheid en goddeloosheid.

En dat onder welke omstandigheden. God daalt neer van de hemel en maakt hem tot partner in Zijn verbond. Hij openbaart Zich voor een geheel geslacht, zodat zij weten, dat ze met de levende God van doen hebben. Hij zet ze in een land. Hij strekt Zijn zorgende hand over hen uit en wil hun Koning zijn. Hij zendt Zijn profeten onder het volk, Zijn priesters en Zijn levieten om het volk te onderwijzen. Met recht kan men zeggen; „Zo heeft Hij aan geen volk gedaan." (Psalm 147 : 20)

Beschaamd moeten ze staan, als God zegt: „O, Mijn volk, wat heb Ik u gedaan? en waarmede heb Ik u vermoeid? betuig tegen Mij." (Mich 6 : 3) Of om een ander voorbeeld te noemen: „Wat is er meer te doen aan Mijn wijngaard, hetwelk Ik aan hem niet gedaan heb? Waarom heb Ik verwacht, dat hij goede druiven voortbrengen zou, en hij heeft stinkende druiven voortgebracht? " (Jes. 5:4)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

AFVAL EN REBELLIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's