De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE DORDTSE LEERREGELS

10 minuten leestijd

HOOFDSTUK V, ARTIKEL I

Van de volharding der Heiligen.

Die God naar Zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus, roept en door de Heilige Geest wederbaart, die verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde, doch Hij verlost hen in dit leven niet ganselijk van het vlees en het lichaam der zonde.

De leer der volharding

Prof. K. Barth heeft eens geschreven met het oog op alle mensen, die het evangelie horen, (of geldt het misschien voor alle mensen van alle tijden en plaatsen? ) dat het eenvoudig onmogelijk is, dat zij verloren gaan, hoewel deze onmogelijkheid toch mogelijk is.

We krijgen dan een mogelijke onmogelijkheid. Het komt mij voor, dat dit in geen geval schriftuurlijke taal is. In Gods heilig Woord is de mogelijkheid, ja het gevaar van het verloren gaan, zeer groot. Men verdoezele dit niet met een filosofische spitsvondigheid. Nog altijd staat er in de Schrift: „want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die dezelve vinden". (Matth. 7 : 14).

Het is meer in de lijn van de uitspraken van de Heere Jezus om te spreken van een onmogelijke mogelijkheid om zalig te worden, hoewel ik geen behoefte heb aan deze spitse formulering. Men zal echter toe moeten geven, dat de Zaligmaker Zelf heeft gezegd, dat zalig worden bij de mensen onmogelijk is. De discipelen vroegen, volgens Marcus 10 : 26: „Wie kan dan zalig worden? Doch Jezus hen aanziende, zeide: Bij de mensen is het onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God". Zo staat het, volgens de Schrift, met de onwedergeboren mens. Maar nu de wedergeborene? Voor hem, zo onderwijzen ons de Leerregels, is het onmogelijk om verloren te gaan. De onwedergeborene kan zich niet in de zaligheid inwerken. De wedergeborene kan er niet uitvallen. Met deze leer staat de gereformeerde belijder weer eens apart. Hij vindt remonstrant en rooms en nog veel meer tegen zich. Het bevreemde de lezer niet, dat ik rooms en remonstrant hier in één adem noem. De Leerregels doen dit ook. In Canon V bij de Verwerping der dwalingen en dan weer V lezen we een bestrijding van hen, „die leren dat men geen zekerheid van de toekomende volharding in dit leven hebben kan zonder bijzondere openbaring. Want door deze leer wordt de vaste troost der ware gelovigen in dit leven weggenomen en de twijfeling der Pausgezinden in de Kerk weder ingevoerd". Het is opmerkelijk hoe vaak de gereformeerde belijder alleen staat in de hele Christenheid.

Het is bij de leer der Schrift, bij de leer van de totale bedorvenheid en onmacht van de mens, bij de belijdenis der uitverkiezing, bij de leer der volharding enz. De hele overige christenwereld neemt een tamelijk overeenstemmend standpunt in, de Calvinist staat alleen. Neem het Schriftgezag. De gereformeerde belijder erkent geen gezag naast de Schrift. Maar de roomse zet boven het Woord de Kerk en de nieuw-protestant zet boven het Woord de kritische bijbelwetenschap en andere wetenschappen.

Zij hebben andere heersers en koningen aan wie zij zich onderwerpen. Dit geldt ook andere leerstukken en grondstukken der belijdenis. Bij nader toezien blijkt, dat het bij alle stukken uit éénzelfde beginsel voortkomt: men wil de mens wat laten zijn. Hij is wat, kan wat, weet wat, deugt wat en heeft wat. Met de 5 nieten pleegt men dan ook danig de spot te drijven. Het is zo'n wonder niet, dat het grootste deel van de christenwereld naar een uiterlijke eenheid streeft en dat men daar Rome bij op wil nemen. Zelfs Rome gaat ontdekken dat de nieuw-protestanten vlees van zijn vlees zijn. Dat kan hij niet zeggen van de oude reformatoren. Het nieuw-protestantisme staat dan ook dichter bij Rome dan bij Calvijn. Wat leerde Rome dan omtrent de volharding der heiligen?

De leer der medewerking

Berkouwer schrijft: „Het is onmogelijk om Rome en het Remonstrantisme te bestuderen zonder door allerlei punten van overeenstemming te worden getroffen. Beiden wijzen of wezen dan ook de gereformeerde leer van de volharding der heiligen af. Het staat niet vast, volgens hem dat de gelovige, de wedergeborene zalig wordt. Men kan een sterk geloof in Christus ontvangen hebben en dat ook weer verliezen. Dat is ook wel te begrijpen als men het geheel van het roomse leersysteem in het oog vat. De mens krijgt de zaligheid daar immers mede door zijn medewerking. Het spreekt vanzelf, dat de genade verloren gaat als deze medewerking ophoudt. Volgens de onderzoekers van het Concilie van Trente was de grondslag van de uitspraken van dit Concilie een bepaalde theologische centrale gedachte nl. deze, dat er voor de zaligheid een medewerking van de mens met God vereist is. Daarom kan de rooms-gelovige nimmer van zijn zaligheid zeker zijn. De zwakheden en gebroken van zijn persoonlijke medewerking geven sterke grond voor een zeer rechtvaardige twijfel aan de vastheid van de staat zijner genade als vertrouwt hij op een bepaald ogenblik nog zo sterk op het heilswerk van de Christus. De gereformeerd gelovige belijdt echter, dat hij nimmer iets tot zijn zaligheid toebracht, dat ook zijn geloof een gave Gods is zonder enige medewerking van hemzelf en dat er een belofte ligt, dat niemand een zwak of sterk gelovige uit de hand van Christus zal rukken. Hier is in 't minst niet van medewerking sprake. Als iemand — zeggen wij — een zucht tot zijn zaligheid moest toedoen, was het verloren. In die leer van de medewerking zit de kern van het verschil met Rome. Deze medewerking nu vindt men buiten de kring der gereformeerde belijders, zo goed als overal gepredikt. Men zou ook kunnen zeggen, dat het zelfs onder de zo geheten gereformeerde belijders slechts een kleine groep is, want daarbuiten heeft men met het probleem van de onmogelijkheid aan des mensen kant weinig last. Men kan ook in theorie de gereformeerde belijdenis aanhangen en in de praktijk er vervreemd van zijn. Dan komt onmiddellijk de medewerking van de mens tot de zaligheid soms op de subtielste wijze en in de verfijnste vorm, hoe bedekt ook naar voren. De Leerregels zijn nog zuiver gereformeerd en dus bijbels. Daar is geen medewerking bij de mens. Hij kan zich niet bekeren, hij wil zich niet bekeren en hij wil zich niet laten bekeren. Maar de gelovige wordt van het eeuwige leven verzekerd. Het geloof vloeit voort uit God, die het willen en het werken werkte naar Zijn welbehagen en dat geloof houdt God in stand. Die door de Heilige Geest mag zien dat hij gelooft, met daarin de vastigheid van zijn staat. Voor Rome staat het zo, dat er voor sommige hoogbevoorrechte gelovigen zekerheid over hun staat te verkrijgen is. Paulus b.v. had, volgens de beroemde Thomas van Aquino zo'n speciale openbaring ontvangen. Deze zekerheid rust dan niet in het geloof zelf, maar in een bijzondere openbaring buiten het Woord om. Thomas voelt veel voor de gedachte, dat Paulus bij de gebeurtenis, die staat beschreven in 2 Cor. 12 de zekerheid heeft ontvangen, die de apostel in Rom. 8 betuigt. De gelovige kan alleen maar hopen, dat hij trouw zal blijven, tenzij hem een bijzonder licht over deze zaak is opgegaan. Wel staat er in Fil. 2, dat God het goede werk en de goede wil begint, maar Hij voltooit dat willen en werken alleen onder één voorwaarde: dat de gelovige zichzelf niet van de genade afwendt. Het is altijd die mens, die het met zijn niet-medewerken bederven kan en het met zijn wel medewerken beslist. God is bij Rome evenals bij de meeste nieuw-protestanten afhankelijk van de mens, diens wil en diens beslissing.

Zo predikt ook Rome in de grond een machteloze God. Omdat echter de roomse Kerk tegelijk leert, dat de mens nog zoveel goeds kan, heeft de Almachtige het aan die goede mens te danken, dat de Christus niet voor niets en niemand gestorven is. We zijn hier wel ver van de waarheid, dat bij God alle dingen mogelijk zijn. Bij Rome kan de Heere geen mensen werkelijk zalig maken tenzij zij hun medewerking geven. Dat zij die geven is geen gave van God, maar een deugd van henzelf. De mens is mede-verlosser. Maria is daar het grote voorbeeld van. Zij is de grote Mede- Verlossers. Wat ligt er tussen de Reformatie enerzijds en Rome met de Remonstrantse leer anderzijds? De medewerking van de mens, het synergisme. Tot in de hoogste kringen toe wordt het ook nog in onze dagen voorgesteld alsof de remonstranten zulke goede bedoelingen hadden. Zij waren tegen het fatalisme en zo. Laat men het niet opzettelijk moeilijker maken dan het is. De remonstranten zijn maar tegen een ding: zij zijn maar tegen een ding: zij zijn tegen de opperhoogheid van God en tegen de totale vernedering van de mens. Zij willen de mens op een voetstuk houden. Zij moeten zelf ook wat zijn en wat kunnen. Berkouwer schrijft: „Men make de problemen niet ingewikkelder dan ze metterdaad zijn. Zowel in het Remonstrantisme als in de Rooms-Katholieke Kerkleer is het met volkomen evidentie (duidelijkheid) het synergisme (de medewerking van de mens met God), dat de kern vormt van het verzet tegen de volharding der heiligen. Uiteindelijk kan het niet geweest zijn de angst, dat de „militia Christiana" in het gedrang kwam (de angst voor de lijdelijkheid dus). Het is in de reformatische tijd genoegzaam duidelijk geworden, dat de belijdenis van de zekerheid des heils allerminst tot lijdelijkheid aanleiding gaf. Neen, de kern van het verzet schuilt in de synergistische interpretatie der heilscorrelatie, (In de zaligheid is dan de verbinding van God en mens zo, dat de mens medewerkt. God is gebonden aan deze medewerking) geflankeerd door de leer van de verdienstelijkheid der goede werken en een meritoriale (van verdienste vervuld zijnde) boeteleer".

Ik hoop dat het halve Nederlands en het halve Latijn van prof. Berkouwer de eenvoudige lezer niet te veel verdriet. Men is tenslotte een knap geleerde of men is het niet. Maar de bedoeling is wel duidelijk voor de ongeleerde. Het is alles de mens, de mens en nog eens de mens. De mens moet willen, moet zich openstellen, moet z'n hand uitsteken.

De mens, dat ook, verdient en verdient nog eens. De roomse genadeleer is tenslotte de leer dat de genade de mens in staat stelt om heel de zaligheid te verdienen. Wij geref. hebben de werken wel, maar niet de verdienste. Die hebben we ook niet nodig. De gereformeerde gelovige werkt en dient God uit dankbaarheid. De roomse om te verdienen. Daar zullen nog heel wat Concilieweken voorbij moeten gaan, denk ik, eer Rome de goede werken leert zonder het motief van het verdienen. Wanneer zal het tussen Rome en de Reformatie goed zijn? Als de paus Luther heilig verklaart en de heiligverklaring dan weer opheft omdat de H. Schrift zulke heiligen niet kent, die het in de paus zijn. Dus zover zijn we nu, dat, volgens Rome, onze zaligheid afhangt van de genadewil en verlossingsdaad van Christus enerzijds en van onze medewerking anderzijds. Omdat dus pas aan het einde van ons leven blijken kan of wij het goed doen, weten wij nooit, wat we terecht zullen brengen van onze medewerking. De ware gelovige heeft alles in Christus en heeft dus van de aanvang alles. De rooms gelovige moet zijn eigen deel bijdragen en moet tot het einde toe afwachten of hem dat lukt. De ernstige roomsen zoals Luther, lopen hiermee vast. De minder ernstige geloven wel, dat alles terecht zal komen. Maar als God begint iemand te bekeren dan komt hij er achter, dat de weg van Rome voor hem totaal onbegaanbaar is. Wij werken alleen maar tegen. Dat is de gereformeerde belijdenis. Bij ons is echter Christus niet veel, doch alles. Weg met de leer der medewerking.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

DE DORDTSE LEERREGELS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's