De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (III)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (III)

9 minuten leestijd

Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben; maar hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen. (Joh. 17 : 33)

§ 2. De vrede die wij begeren.

In het middelpunt van alle discussies met betrekking tot het vraagstuk van de kernbewapening staat de vraag: Is het gebruik van kernwapenen zedelijk geoorloofd, inbegrepen ook het het doen van proefnemingen, het plegen van „atoomchantage" (schoolvoorbeeld: Berlijn!), enz.? Of, anders gezegd: Is er enig doel, dat deze middelen heiligt?

Dit is ook de kern van het synodale betoog, als wij het omhulsel een ogenblik wegdenken.

Onze Synode stelt zich op het standpunt.

a) dat kernwapenen oneigenlijke wapenen moeten heten, „machteloos" en ongeloofwaardig (blz.. 23, 24, 25, 28 en 63);

b) dat in een eventueel te voeren kernoorlog geen redelijke verhouding bestaanbaar moet worden geacht van de aan te wenden middelen enerzijds tot het te bereiken doel anderzijds (bLz. 33) en

c) dat een kernoorlog min of meer het einde van alles betekent; orde, vrijheid en gerechtigheid zouden aan het einde van zon oorlog geen betekenis meer hebben ... (blz. 18/19).

Haar conclusie is ons bekend: „Op grond van wat wij over de vredestaak van de kerk en over de aard van de kernwapenen hebben gezegd, mag de kerk dan ook niet anders doen dan een radicaal neen tegen de kernwapenen uitspreken" (blz. 24).

Velen, ook buiten Hervormd Nederland, zijn het met deze radicale uitspraak eens; zij vrezen, al zou niet één machthebber het ooit zover willen laten komen, dat toch vroeg of laat de hel losbarst, hetzij door een menselijke vergissing of een technische fout (prof. Röhling), hetzij ook door de werking van automatismen, ons ondanks (zgn. fatale spiraal of duivelskring).

De pacifisten in ons midden hameren nog op een ander aambeeld: reeds de kernbewapening als zodanig schaadt de geestelijke volksgezondheid.

Ik zou hier op voorhand enig misverstand willen wegnemen:

1. Omtrent de uitwerking van welke vorm van atoomgeweld dan ook bestaat onder pacifisten en niet-pacifisten geen verschil van opvatting; niemand, die zich daaromtrent illusies maakt.

2. Geen onzer kan in ernst volhouden, dat hem het onderhavige rapport niets zegt.

3. Wie onzer is klaar met het vraagstuk, dat ons hier bezig houdt? Wel niemand, dacht ik.

Ik wil het bij deze inleidende opmerkingen laten op dit moment; later hoop ik er nog iets aan toe te voegen, gezien de omstandigheid, dat de zgn. atoomdiscussie niet zelden ontaardt doordat zij van bepaalde kant wordt opgezweept.

Wij gaan thans verder.

Aan de orde is hier de filosofie van het doel en de middelen.

Nu kan ik mij niet onttrekken aan de indruk, dat onze Synode zich in dezen zeer verkijkt op de kernwapenen als zodanig.

Dat blijkt, om mede te beginnen, uit de titel van haar geschrift. Juister ware geweest de titel „Het vraagstuk van de kembewapening". Dingen kunnen niet ter verantwoording worden geroepen, mensen wel.

Het blijkt ook uit de eigenlijke inhoud. Aan de biologische en chemische strijdmiddelen schenkt onze Synode weinig aandacht, terwijl ik het geenszins voor onmogelijk houd — zeker niet in het atoomtijdperk, waarin wij ons thans bevinden —, dat nog andere strijdmiddelen zouden kunnen worden bedacht, ten minste zo effectief als het gevreesde kernwapen.

Uit heel het geschrift stijgt a.h.w. de klaagzang op:

Eén druk op de knop en ons aller leven houdt op. Nog slechts één schrede en het zal gedaan zijn met de vrede... Doet dan weg dat vervaarlijke zwaard! Hebben wij niet wat beters te doen op aard'?

De humanist in ons — de oude mens is krachtens zijn natuur humanist — weet zich opgenomen in het koor. Wie onzer zingt niet mee. . .?

Onze Synode constateert voorts,

a) dat het kernwapen een fundamenteel dubbelzinnig wapen moet heten (blz. 23, 28 en 63);

Ik teken aan, dat deze uitspraak in beginsel voor elk wapen geldt, hoezeer ook van toepassing op het kernwapen.

Was niet de eeuwen door de normale houding van een krijgsmacht die met „het geweer bij de voet"? Wijzen ook niet de grondnoties van het krijgswezen — „ultima ratio regum" (vrij vertaald: het laatste argument van de machthebbers) en „si vis pacem para bellum" (bereid u voor op de oorlog, als ge de vrede wilt) — in dezelfde richting?

Overigens onderschrijf ik het scharnierpunt van de discussie: „Het dilemma van de zware atoomwapenen is, dat men ze niet kan missen, maar ze ook niet kan gebruiken" (prof. Bennett). Zelfs mag, wat mij betreft, het woordje „zwaar" in deze formule worden geschrapt . . .

b) dat een kernoorlog genocide betekent (blz. 18);

Ik teken aan, dat genocide aan de orde van de dag is in onze wereld (extreem voorbeeld: hersenspoelingspraktijken bij wijze van kadertraining in Rood-China).

c) dat een kernoorlog Gods schepping aanrandt (blz. 24);

Ik teken aan, dat iedere oorlog dat doet.

d) dat een kernoorlog zich wreekt, generaties lang... {blz. 19).

Ik teken aan, dat oorlogen altijd mede "betaald" zijn geworden door het kroost van de belligerenten (Duitsland na 1918!).

Ik zou hier willen stoppen; het is alles dezelfde zang.

Uit bovenstaande aantekeningen moge blijken, dat het perspectief van een kernoorlog weliswaar een nieuwe stand van zaken betekent, mits wij aan dat woordje „nieuw" maar niet de betekenis hechten van „in elk opzicht zonder precedent".

Zou niet de uitvinding van het buskruit zoveel eeuwen geleden — gegeven het verschil in schaal, wat de verhoudingen betreft — de toenmalige wereld hebben geschokt op een wijze, die te vergelijken is met het effect van de bom op Hiroshima (6 augustus 1945)?

Ik zie niet in, dat wij thans met een fundamenteel nieuw wapen te doen zouden hebben; fundamenteel nieuw is veeleer de situatie, waarin wij ons nu bevinden, en dat niet zozeer vanwege de nieuwe verhoudingen in onze wereld als wel vanwege de omstandigheid, dat geen expansie van betekenis meer mag worden verwacht in het proces van wat men wel schaalvergroting belieft te noemen, althans niet wat orde van grootte betreft.

Centraal staat derhalve de vraag: Kan er in het atoomtijdperk nog wel sprake zijn van een te voeren „bellum justum" (rechtvaardige oorlog), of dient daarvoor in de plaats te worden gesteld, dat het alternatief van de „koude oorlog" thans een anachronisme, of juister gesteld, een onmogelijke zaak moet heten?

Welnu, dan is het ook duidelijk, dat de beoordeling van het vraagstuk van de kernbewapening niet anders kan plaats vinden dan

a) in zijn natuurlijke contekst!

b) binnen het raam van de situatie, waarin wij ons bevinden en

c) in het licht ener bijbels gefungeerde theologie.

Een korte toelichting moge hieronder volgen; een bredere behandeling volgt later.

ad a (contekst)

De contekst is een kwestie van accolades.

Het vraagstuk van de kernbewapening maakt deel uit van het zoveel meer omvattende vraagstuk van oorlog en vrede.

Annex daaraan is het krijgswezen, en verschijnselen als het pacifisme en het militairisme.

Als wij het over het krijgswezen hebben, hebben wij het ook over de machten, die daarbij betrokken zijn en de wijze waarop zich die machten van het zwaard plegen te bedienen.

Thema's, die hierop volgen, zijn dan: het overheidsambt, resp. de bestaansgrond der overheden in onze wereld.

De gebrokenheid van onze wereld is het laatste thema van deze reeks.

Merkwaardig is nu de selectie, die onze Synode toepast: aan eerstgenoemd onderwerp (het vraagstuk van de kernbewapening) schenkt zij veel meer aandacht dan aan laatstgenoemd onderwerp, dat toch wel van doorslaggevende betekenis moet worden geacht bij de beoordehng van het doel en de middelen. Rechtlijnig denken komt daar zo niet aan te pas en wat baat ons dan al dat gefilosofeer?

Aan een beoordeling van het hedendaagse pacifisme — een ander thema uit voornoemde reeks — komt onze Synode zelfs niet toe. Schuilt daar geen kaf onder het koren? Pacifisme schijnt edeler bedrijf dan het krijgsbedrijf, maar is het dat ook?

ad b (situatie)

Aan de concrete situatie, zoals het in het jargon heet, zouden twee aspecten kunnen worden onderscheiden, een horizontaal en een verticaal.

Eerst iets over onze horizont, gegeven met het nieuws van de dag.

Daar is dan het panorama ener van God afgevallen wereld, met als op de voorgrond tredende factoren de z.g. koude oorlog en de dekmantel daarvan, Chroestsjefs „vreedzame coëxistentie". de „onmogelijke noodzakelijkheid (prof. Banning).

Hier nu derailleert onze Synode: zij ziet onvoldoende in, dat de termen „koude oorlog" en „vreedzame coëxistentie" betrekking hebben op één en dezelfde werkelijkheid. Hoe komt onze Synode ertoe dat begrip „vreedzame coëxistentie" te vullen met pacifistische denkbeelden? Alsof die werkelijkheid daardoor verandert ...

Onze Synode heeft gelijk, als zij meent te moeten stellen, dat wij niet met een tweepolig wereldbeeld te doen hebben („Ie tiers monde" is in dit verband een zinvol begrip), maar beseft zij wel hoe nauw ook die derde wereld bij die oorlogstoestand betrokken is?

Onze Synode ziet blijkbaar niet in, dat het niet zozeer de kernbewapening is, die onze situatie tekent (blz. 27) als wel de „koude oorlog", want het is vanwege de tegenstelling Oost-West, dat het kernzwaard boven ons hoofd hangt. Oorzaak en gevolg dienen hier wel uit elkander gehouden te worden!

Daarnaast is er het verticaal aspect.

De beide wereldoorlogen — een comparatief (ca. 12 millioen doden), resp. een superlatief (ca. 58 miljoen doden) van bloedvergieten aan de weg der mensheid — waren de geboorteweeën van het atoomtijdperk. Als datum van ontsluiting van dit tijdperk zou de 6e augustus 1945 (Hiroshima) kunnen worden aangehouden, of ook de 30e oktober 1961 (Chroestsjefs superbom).

Ons wereldbeeld werd in een korte spanne tijds een dimensie rijker; er ontstond als gevolg van die beide immense slachtingen een fundamenteel nieuwe situatie, als ook door onze Synode goeddeels onderkend.

De Bijbel noemt de tijd, waarin wij nu met elkander zijn gearriveerd, de eindtijd. Het is alsof de mens thans de hoogste sport van de ladder van zijn kunnen heeft bereikt. . .

De kernbewapening is van het atoomtijdperk een uitloper niet omgekeerd.

Onze Synode geeft zich hiervan onvoldoende rekenschap; zij staart zich a.h.w. blind op die kernwapenen.

Wie onzer koestert de illusie, dat in het atoomtijdperk nog — ik overtrek — knots of roer zouden worden gebruikt, als het ergens tot een krachtmeting komt?

Er is nu eenmaal geen terug. Wij zullen met de bom moeten leren leven (Vogt).

Kortom, onze Synode getroostte zich niet de moeite de situatie, waarin thans onze wereld verkeert, voldoende transparant te maken. Zij stelt de kenibewapening centraal, terwijl ik van oordeel ben, dat die kernbewapening de resultante is van een complex van factoren, aan die situatie eigen.

Daarom ook kan het niet juist zijn zich te verliezen in een filosofie, los van die situatie.

Onze Synode heeft met betrekking tot dit punt veel kritiek geoogst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (III)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 april 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's