De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET VERGETEN AMBT IN DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VERGETEN AMBT IN DE KERK

7 minuten leestijd

Dr. H. Kraemer, Het vergeten ambt in de kerk: plaats en roeping van het gewone gemeentelid. 188 blz. Boekencentrum. 's-Gravenhage. Prijs ƒ 3, 90 ing.

Dr. Kraemer heeft in dit boek een theologische fundering willen geven van het vergeten ambt in de kerk: plaats en roeping van het gewone gemeentelid.

Hij laat zien dat de leek (afgeleid van laïcos: tot het volk Gods behorende) voomamelijk voorwerp is geweest van de kerk, weinig onderwerp. In een hoofdstuk wordt gewezen op de „leken", die grote invloed op de kerk hebben uitgeoefend. Van lieverlede werden zij — al of niet theoretisch gefundeerd — teruggedrukt door het opkomen van de klerus. Ook in de reformatorische kerken is het ondanks het algemene priesterschap van de gelovigen — niet tot het rechte zicht op het gemeentelid gekomen — volgens de schrijver.

In deze kerken zou wel een hoge greep gedaan zijn in het drievoudig ambt profeet-priester-koning, maar het is overschaduwd door het ambt (ministerium) met al de gedachten daaraan verbonden. Ook is volgens de schrijver dit drievoudig ambt te individualistisch gekleurd en te weinig in verband gebracht met het priesterschap van de gehele kerk.

Bovendien is het te weinig doorlicht met het centrale van de Heilige Schrift: de dienst (diakonia) van Christus.

Daarom wil prof. dr. Kraemer een nauwe verbinding of nuancering aanbrengen in de diensten van de „geestelijke" en die van de gemeenteleden. De kerkelijke instituten — o.a. de presbyteriale structuur van onze kerkorde — zijn de weerbarstige instrumenten en moeten worden herzien. De leer der kerk (ecclesiologie) moet op de helling.

Dit alles heeft alleen zin, wanneer dit gepaard gaat met bekering en vernieuwing van de kerk. De kerk moet verlost worden van haar zelfbeschouwing en, onder de directe aanspraak van het Woord Gods, kerk-zijn voor de wereld. Dat houdt in, dat zij zending is en dus zending bedrijft; dienstbetoon is en dus dienstbetoon verricht, dienst is en dus dienst verricht enz.

In de slotbeschouwingen wordt gesproken van het onvervreemdbaar „ambt" van het gemeentelid. Nieuwe wegen worden gewezen.

Wat hiervan te zeggen?

Prof. dr. Kraemer is iemand, die wat te zeggen heeft en het ook weet te zeggen. Het is allerminst zijn bedoeling om bij de bestaande theorieën voor het gemeentelid nog één toe te voegen. Het is wel de bedoeling om de plaats van het gemeentelid zo aan de orde te stellen, dat een totale herziening van de theologie, inzonderheid van de leer der kerk voorbereid wordt. Dit alles moet de gemeente bezielen om waarlijk gemeente te zijn in deze wereld. De kerk is geen doel, maar middel.

Behalve het dynamische in de persoonlijkheid van prof. dr. Kraemer ligt hier de fundering in de bewogenheid Gods met het gehele menselijke geslacht. Bijna zou ik schrijven: alles wordt hier dynamisch, 'k Herinner mij een discussie tussen dr. Kraemer en dr. Van Nifterik over de wezens- en openbaringstriniteit. 'k Meen, dat de wortelen van de theologie van prof. dr. Kraemer reiken tot in de vraag: Is er alleen openbaringstriniteit of is er in de openbaringstriniteit ook een wezentriniteit?

Met deze vraag hangt samen een volgende vraag: Is de kerk er alleen voor de wereld of in de eerste plaats voor God? Is er alleen de beweging van God uit naar de wereld toe, of is er een heen en weer van God drieënig naar Zijn Kerk en omgekeerd? Dat dit het staan in deze wereld niet opheft maar dit onderstreept, behoeft toch geen betoog.

Waar bljft hier het-zijn-in-Christus als grondvoorwaarde van de Kerk?

Zou daarom de confrontatie van de kerk met Christus niet diep insnijdender aan de orde moeten komen? De indicatief van Gods genade en de imperatief van de roeping hangen ongetwijfeld samen. Daarom is het zo jammer, dat prof. dr. Kraemer alleen maar spreekt over de foutieve zelfbespiegeling van de kerk en zo weinig over de geloofswerkelijkheid en de omgang met God.

Bovendien valt het op, dat de dienst, geworteld in de dienende Christus, en het gezonden zijn door Christus zo weinig genuanceerd aan de orde komt, dat de ambten hun eigen plaats dreigen te verliezen. Met droefheid moet prof. dr. Kraemer worden toegegeven, dat de ambten in de praktijk sommige gemeenteleden onberoerd laten en de kerk zo vaak verwordt tot een domineeskerk. De ze afdwalingen in de praktijk zullen toch moeilijk worden opgeheven door de verwaarlozing van het gegeven zijn van apostelen, evangelisten, herders en leraars enz. Het eigene van het ambt is ongetwijfeld dienst aan de dienende Christus. Maar is daarmee alles gezegd? Is aan het ambt niet eigen om met gezag in de Naam van Christus het Woord Gods te verkondigen? Zijn deze ambten niet gericht op de volmaking van de heiligen enz.? Zou o.a. hier de bekering niet moeten inzetten, dat de ambten het ambt aller gelovigen veel meer moet inspireren in de bediening van het Woord?

Bepaald onprettig is het hoofdstukje: De vrouw, volwaardig gemeentelid. Over het opschrift is geen verschil van mening. Over het gebruik van de tekst: De letter doodt, maar de Geest maakt levend, inzake de toelating van de vrouw in het ambt op blz. 68, is wel verschil. Hoe voorzichtig prof. dr. Kraemer ook over dit vraagstuk schrijft, zijn bedoeling in deze passage is duidelijk.

Ten slotte komt m.i. het eigene van de plaats van Gods kerk niet tot zijn recht. Er is een onderscheidend welbehagen Gods. Dat dit geen rem op, maar een krachtige stimulans is tot de apostolaire arbeid, behoeft m.i. met Calvijn als voorbeeld geen verduidelijking.

Alle onderscheidingen worden opgeruimd door prof. dr. Kraemer. Zij zijn sta-in-de-wegs voor de roeping der kerk. Dat laatste is alleen waar bij misbruik, niet bij het rechte gebruik.

Met deze zwaar wegende bezwaren zijn wij met dit boek niet klaar. Want er komt een dringend appèl uit dit boek tot ons allen: Klopt de beleden leer met het leven van onszelf en van de gemeente.'' Is de gemeente in de overgave aan God een zoutend zout voor de wereld? Is er in ons de missionaire drift als bij de eerste christelijke gemeente? Zijn wij tot een zegen voor de geslachten der aarde? Of blijven de binnen-kerkelijke vragen plus de vragen van het geestelijk leven in de innerlijke zin ons zo gevangen houden, dat de gang in de wereled en tot de wereld daardoor vertraagd, zo al niet nagelaten wordt?

Dit boek geeft ons voorlichting van een bekwaam man, die op een vooruitgeschoven post in de oecumene staat. Dat merkt ge op elke bladzijde. Daarom is het doorvorsen van dit boek een aangelegen zaak.

Vergeet niet, dat wanneer deze gedachtengangen doorwerken, wij er onherroepelijk mee te maken krijgen ook in de vragen van de functie van de belijdenis, de presbyteriale structuur van de kerkorde, de ambten en zoveel meer.

Het beste antwoord op dit boek zal niet alleen bezinning moeten zijn op de „theologie van de leek", maar vooral een indringende en appellerende prediking op de manier van de magistrale greep van de reformatie, nl. het drievoudig ambt van Christus en — in de gemeenschap met Christus door de Heilige Geest — van het drievoudig ambt van de Christen.

Prof. dr. Kraemer spreekt van een radicale hervorming. Radicaal heeft te maken met radix = wortel. Wanneer zo uit deze wortelverwevenheid met Christus de ambten functioneren, zet het de gemeente in beweging. Dat hebben wij — met erkenning van de drijfkracht van de Heilige Geest ook nu in gemeenteleden — altijd en steeds meer hard nodig, 'k Hoop, dat dit boek daartoe medewerke.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET VERGETEN AMBT IN DE KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's