De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHULDIG ONGELOOF

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHULDIG ONGELOOF

6 minuten leestijd

Zalig zijn zij, die niet gezien hebben en nochthans zullen geloofd hebben. Johannes 20 : 29 b

Wanneer je verhalen leest van Roomse heiligen, sta je meermalen versteld over de hoge graad van heiligheid en zelfverloochening, die deze mensen bereikt hebben, maar wanneer je zulk een dwepende heiligen-verering legt naast de Bijbelse verhalen over Gods heihgen, dan komt de gedachte toch wel eens op, of Rome niet al te hoog opgeeft van die heiligheid. De Bijbelheiligen hebben geen aureool van heiligheid om hun hoofd, denk maar aan de levens van Jakob, David, Salomo, Petrus ... een Thomas. Gods Woord laat juist zo extra duidelijk zien, dat het mensen van vlees en bloed waren. In de Bijbel krijgen niet de heiligen, maar Gods genade, Gods enige Zoon, de aureool, de erekroon en niet de mens.

Thomas is vaak neergehaald tot „een ongelovige Thomas". Nu was Thomas wel extra diep in donker ongeloof verzonken en hardnekkig verzonken, maar ondanks alles was hij toch een gelovige, een levendgemaakte discipel des Heeren!

Het is heel treffend, dat alleen de evangelist Johannes enigszins uitvoerig over Thomas schrijft. De andere evangelisten noemen hem alleen in de lijst van de namen der discipelen, maar Johannes laat tot driemaal toe bijzonder licht op deze man in de schaduw vallen, namelijk in Johannes 11 : 16; 14 : 5 en hier in hoofdstuk 20.

Waarom doet juist Johannes dit? Begreep Johannes, die diepe denker, deze zwaarmoedige peinzer het best? Zag Johannes in Thomas' twijfel eigen verborgen strijd? Dit is wel eens gedacht, maar niemand die het weet. In elk geval maakt Johannes ook hierin de naam: „apostel der liefde" waar. Juist omdat hij zo sterk de liefde Gods in Christus kende, heeft hij ook liefgehad degenen, die uit Hem geboren waren; liefgehad gelijk het een herder betaamde: liefgehad met al hun zwakheden.

Deze liefde van Johannes voor zijn zwakke broeder was ontstoken door de liefde van de Meester zelf. Had Johannes het niet heel diep verstaan: „Alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad heeft, zo heeft Hij ze liefgehad tot het einde". Joh. 13 : 1? Aan die getrouwe liefde hadden immers alle discipelen hun leven te danken! Ook in de dagen van zijn duisternis was Thomas in Zijn beide handen gegraveerd; zijn redding bleef het voorwerp van Zijn zorg. Na Zijn opstanding heeft Christus Zijn verstrooide en weggevluchte schapen weer vergaderd en Hij vergat er niet één. Ook Thomas niet.

Wij mogen Thomas niet verachten, maar ook niet verheerlijken. Dit laatste gebeurt en is zelfs meermalen gebeurd. In bepaalde kringen wordt Thomas wel eens ten voorbeeld gesteld. Thomas was volgens hen niet zo'n licht mannetje, die het zo gemakkelijk maar kon geloven, Het moest hem gegeven worden. Deze woorden zijn op zichzélf wel waar, maar zijn doortrokken van de geest van ongeloof en vergoelijking van ongeloof. Zo deed de Heere niet. In Zijn woorden ligt duidelijk de bestraffing: „Wees niet ongelovig, maar gelovig".

Ongeloof is en blijft zonde, hoeveel woorden men ook gebruikt om het te verklaren. Ja, het is juist een kenmerk van de verlichting door de Heilige Geest, als wij ongeloof als zonde zien en ervaren.

Dit blijkt overduidelijk uit het woord van Christus in Johannes 16 : 9. Daar wordt gezegd, dat de Heilige Geest zal komen en die „zal de wereld overtuigen van zonde, gerechtigheid en oordeel. Van zonde, omdat zij in Mij niet geloven". Let op dit laatste regeltje. Dat vloeken zonde is, dat kan ons geweten krachtens onze opvoeding wel leren; dat stelen zonde is, dat kan tot u wel doordringen als u in de gevangenis zit en uw geweten gaat spreken, maar de diepe zelfkennis dat ongeloof zonde is, dat kan alleen de Heilige Geest u leren. En die leert het ook. Ongeloof kan gezien worden als een stuk van onze ellende, , als een onderdeel van onze onbekwaamheid ten goede, maar ook die ellende wordt als schuld voor God doorleefd. Ongeloof wil de schuld wegredeneren; de oprechte beleeft het als schuldige ellende.

Wat is ongeloof eigenlijk? Het wil zeggen: innerlijk gesloten zijn, innerlijk afgestompt zijn voor het Woord des levens, voor het Woord van de waarachtige God. Laten wij dat eens even bezien uit wat we over Thomas lezen in Johannes 11. Christus zegt daar tot de discipelen, dat hij opgaat naar Bethanië om Lazarus uit de doden op te wekken. De discipelen hebben toen tegengeworpen, dat dit gevaarlijk was, omdat de Joden Hem onlangs zochten te stenigen en gaat Hij nu weer daarheen? Toen heeft Jezus gezegd, dat als wij in het licht wandelen, dat is: in de weg Gods gaan, dat wij dan niet behoeven te vrezen. Dan kunnen wij de uitkomst aan God overgeven. Maar Thomas ziet geen licht, ziet geen uitweg en moedeloos khnkt het uit zijn mond: „Laat ons ook gaan, opdat wij met Hem sterven". Thomas had liefde genoeg om met Jezus te willen sterven, maar geen geloof genoeg, geen licht genoeg, om Zijn Woord in zich op te nemen.

Daar hebben wij nu duidelijk wat ongeloof is. Ongeloof wil zeggen, dat wij gevangen, verstrikt zitten in onze eigen gedachten. Geloof wil zeggen: uitgetild worden uit eigen gedachten, verlicht en bezield zijn door de gedachten, dus de waarheid Gods. Wat heeft ons te pakken: onze eigen redenering of de waarheid Gods, de gewisse beloften in Jezus Christus?

Thomas staat schuldig, evenals alle discipelen. Christus' woorden, gesproken voor Zijn sterven, waren hun vreemd gebleven en wat Thomas betreft, alle getuigenissen over de opstanding des Heeren: van de vrouwen, van Maria Magdalena; van Petrus; van de Emmaüsgangers; van de tien discipelen heeft hij niet geloofd. En die getuigenissen waren toch niets minder dan Gods Woord zelf. Christus Zelf had gezegd; „Ga heen en zeg Mijne discipelen, dat Ik ben opgestaan uit de doden". Dit Woord Gods heeft Thomas niet aangenomen.

Kunnen wij onszelf dan daaruit helpen? Neen, maar schuil niet weg met uw kwalen in een beredenering van onmacht of iets dergelijks. Gij zondigt tegen Gods Woord. Gij onteert er de Heere door; gij laat met u spelen door de vorst der duisternis. U moet het leren zien als schuld en . . . worstelen met de waarheid van Zijn Woord. Worstelen als Jakob aan de Jabbok: „Heere, ik laat U niet gaan, tenzij Gij mij zegent".

En de predikers? Die moeten met klem de waarheid Gods verkondigen: wet en evangelie, oordeel en genade, want door de prediking deelt God genade mee. Niet de ontleding van zieletoestanden; niet de beschrijving van wat God doet in de harten, maar de verkondiging van Gods boodschap. In wet en evangelie klinkt Gods stem en die stem maakt doden levend. Die stem roept de dingen, die niet zijn, alsof zij waren.

Naar die stem dan ook geluisterd, want daarin spreekt God zelf tot ons.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SCHULDIG ONGELOOF

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's