De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

KRONIEK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KRONIEK

6 minuten leestijd

Bij de 80ste verjaardag van prof. dr. J. Severijn.

Ditmaal mag ik aanvangen met een gelukwens, een gelukwens voor prof. Severijn — en hij geldt ook de zijnen — die 8 mei zijn 80ste verjaardag hoopt te vieren. Het is mij een bijzonder voorrecht hier van mijn vreugde te gewagen, dat de Heere God onze Bondsvoorzitter deze bijzondere zegen gunt. Natuurlijk zal een speciaal artikel — misschien meerdere — dit feit in zijn uitzonderlijke betekenis in het licht stellen. Maar dat houdt, dacht ik, niet in, dat de Kroniek er zwijgend aan zou moeten voorbijgaan. Ik zou dat als kroniekschrijver moeilijk kunnen. Temeer niet, omdat ik een der weinigen ben, die de loopbaan van de jubilaris van zijn studententijd af, in zekere zin, — nu eens van meer nabij, dan een tijd op een afstand — heb meegemaakt.

In 1910 was de eerste ontmoeting. Ze was in de grote collegezaal — nu is ze receptiezaal bij academische plechtigheden — waarin toen voornamelijk de theologische colleges werden gegeven. Severijn viel direct op, want hij was in officiersuniform, omdat hij nog korte tijd als reservist in het leger moest zijn. Dat verhinderde hem geenszins om alvast het begin der colleges mee te maken. Het was in stijl met wat hij aan het einde van zijn theologische opleiding presteerde, toen hij, gemobiliseerd in Limburg, in die provincie zijn proponentsexamen aflegde midden in de besognes, die de dienst in de eerste tijd der mobilisatie meebrachten. Hij was toen wel al doctorandus, doch niet elke doctorandus in de theologie zou dit zonder noemenswaardige voorbereiding hebben gepresteerd. Het laat wel zien, dat God hem met bijzondere gaven heeft toegerust. Maar dat wisten we nog niet, toen hij als reserve-officier onder de in civiel geklede theologanten verscheen. Dat bleek in zijn snelle studiegang, die voor het afkondigen der mobilisatie — 1 aug. 1914 — met het doctoraal examen was bekroond.

Veel contacten hadden wij buiten de collegezaal niet. Severijn was lid van een ander theologisch gezdschap dan ik. Tets meer contact viel er, toen we — in kleiner kring — het privatissimum volgden, dat prof. Hugo Visscher gaf over de Institutie van Calvijn. Vriendschap viel er toen niet direct, al werd er een basis gelegd.

Bij de promotie van Severijn, 7-5-1919, — ik had wel een uitnodiging — kon ik jammer genoeg niet aanwezig zijn. Ze was de kroon op 't werk; cum laude. Niemand minder dan dr. Abraham Kuyper was met dit proefschrift — „Spinoza en de gereformeerde theologie zijner dagen" — zozeer ingenomen, dat hij onze jubilaris — hij stond toen in Leerdam — een bijzonder loffelijk schrijven zond. Begrijpelijk als men zich realiseert, dat in dit proefschrift het verschil tussen predestinatie en determinisme — Calvijn en Spinoza, — treffend in het licht werd gesteld.

In zijn Dordtse tijd — dr. Severijn was daar predikant van 1920—1929 — valt zijn strijd tegen het reglement op de predikantstraktementen. Als hij in een interview eens gezegd heeft: „In Dordt had ik de mooiste jaren van mijn ambtelijk leven" (Trouw d.d. 20 april 1963), dan heeft de „Conventsactie" daartoe zeker mede bijgedragen. Omdat er in de Bond nogal bezwaren tegen genoemd reglement rezen had 't Hoofdbestuur een „commissie van advies" in het leven geroepen om de Bond en zijn hoofdbestuur voor te lichten inzake de aan te nemen houding. Als voorzitter was benoemd wijlen prof. dr. J. A. C. van Leeuwen en als secretaris dr. J. Severijn. Onder de leden waren o.a. ds. L. Kievit, ds. H. van Schuppen, ds. J. G Woelderink, de heer Joh. Weenes, om maar die vier met name te noemen.

De vergadering in Utrecht zal ik niet licht vergeten. Het waren vergaderingen waar theologie werd bedreven. Het accent viel voornamelijk op de geref. dogmatiek en het daaruit oplichtend kerkrecht.

We waren het de eerste tijd inzake de grondlijnen, de toepassing der principia, niet altijd met elkander eens. Doch al studerend kwam er tekening, vormde zich een communis opinio en konden we met een eenstemmig rapport voor de vergadering komen, die zich daarmede in grote meerderheid verenigde. Het hoofdbestuur heeft al spoedig daarna aan de commissie voorgesteld zelfstandig de actie voort te zetten, met het recht van — in overleg met het hoofdbestuur — de bondsvergadering bijeen te roepen tot de verdere uitwerking der richtlijnen en het voeren van de actie. De commissie heeft de voorslag aanvaard. Of het gediend heeft ter bevordering van het beoogde doel?

Zo is de Conventsbeweging ontstaan onder de bezielende leiding van prof. v. Leeuwen en dr. Severijn. Deze heeft er veel werk voor verzet; en dat met enthousiasme. Men kan daarvan het getuigenis horen doorklinken in het maandblad „Het Convent", dat compleet hier en daar wellicht in een theologische bibliotheek nog is te vinden. Ook heeft dr. Severijn in die tijd de artikelen over „Kerk en Staat" in „de Waarheidsvriend" doen verschijnen welke later gebundeld zijn met daarachter de voorstellen, die de „Commissie" inzake het „kerkelijk vraagstuk" — inclusief de traktementskwestie — bij de Algemene Synode der Ned. Herv. heeft ingediend. Het werd verworpen.

De Conventsactie heeft zich niet kunnen doorzetten, mede doordat — ten onrechte! — met het doleantiespook werd gewerkt. Hoe dan ook, het was een episode in ons kerkelijk leven, waarin met geestdrift en elan werd gewerkt. De bekende „oudejaarscommissie" en haar arbeid herinnert er nog altoos aan.

Die arbeid toen ontstaan, wordt nog door vele onzer kerkeraden gestemd. Dat is prof. Severijn immer tot vreugde.

In die tijd is de vriendschap tussen Severijn en mij gegroeid en verdiept. Zo heb ik, op velerlei wijze met hem in contact, de hoogtepunten in zijn leven, van nabij of op een afstand, mogen meemaken en mij in dank aan God, verblijd over zijn arbeid, die niet zonder vrucht is gebleven. In een tijd waarin het professorengenus nog niet zo talrijk was als thans, heeft hij dit hoge ambt vervuld met ere en overtuiging. Zijn omvangrijke arbeid voor de wetenschap, verhinderde hem niet op ander terrein te werken. Dat daaronder ook de politiek zich bevond laat zich begrijpen, gezien het feit, dat hij twee jaren lid der Tweede Kamer was. Het heeft mij — en meerderen — altijd leed gedaan, dat hij door de A.R.P. niet geëerd is met een lidmaatschap van de Eerste Kamer. In de kring der senatoren had hij zeer zeker gepast. Wij zijn dankbaar, dat hij allengs in onze G.B. de leiding kreeg, voorzitter werd en dat nog is. Hij is van de „oude garde", en die „geeft zich niet over". Hoe lang hij nog de leider zal zijn en het bijzonder hoogleraarschap voor de Bond zal kunnen vervullen? Dat geven we in 's Heeren hand. Die hem tot nu toe daartoe lust en kracht gaf. „Rude donatüs", „in otio cum dignitate", zoals de klassieke titulatuur luidt: voor een emeritushoogleraar, is hij nog „in het harnas", werkend voor Gods zaak. Daarover zijn wij verblijd. We bidden hem een gezegend herdenken toe. Het zij een dag, waarin én uit de mond der huldigingscommissie zijner leerlingen, én uit ons hart de danktoon rijze voor de goedertierenheid Gods aan prof. Severijn bewezen. Onze hartelijke gelukwens voor de jubilaris en de zijnen. Aan prof. Severijn zij rijkelijk vervuld: „De blijdschap des Heeren, die is uw sterkte". (Neh. 8 : 11 slot).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1963

De Waarheidsvriend | 17 Pagina's

KRONIEK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1963

De Waarheidsvriend | 17 Pagina's