Om te doen gedenken
Daarom ook, terwijl de ouderdom en grijsheid daar is, verlaat mij niet, o God, totdat ik dezen geslachte verkondige Uw arm, aller nakomelingen Uw macht. Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte; Gij, die grote dingen gedaan hebt; o God, wie is U gelijk. Ps. 71 : 18 en 19.
Bij deze gedenkdag een overdenking over de psalm van de ouderdom. Psalm 71. De onbekende dichter is oud geworden, de krachten vergaan hem, maar zijn geest is helder en zijn geestelijke krachten zijn onverzwakt. Hier is een man, die in zijn grijsheid roemt in zijn Rotssteen, op een wel heel bijzondere wijze. Het is of zijn harp voor de Heilige Israels nog weer opnieuw gespannen is en daar is nog geen snaar van gesprongen. De veelvoudige lof des Heeren klinkt van vers 14 tot vers vierentwintig. Over zichzelf heeft de dichter niet te roemen: hij is oud geworden en grijs en daar is in dat lange leven reden genoeg geweest, dat God hem wel verlaten zou. Maar er is te roemen in de gerechtigheid van God, die Hij met Zijn arm beschikt heeft, die Hij met Zijn macht heeft voortgebracht.
Dat is altijd iets anders dan eigengerechtigheid; het is Uw gerechtigheid (die des Vaders), door Zijn arm bereid (die des Zoons), door Uw macht (die des Geestes) voortgeplant in de geslachten. De gerechtigheid is een gerechtigheid Gods. Bij ons is ze niet. Bij ons komt ze ook niet bij het klimmen der jaren. De gerechtigheid is een gerechtigheid van de genade. Zij eist niets, zij geeft alles. Zij is het eigendom en de gift van de drieenige God. God kan dat soms al in de prille jeugd leren, gelijk bij onze dichter. Doorgaans begint Hij al vroeg met Zijn onderwijs, en Hij laat daarvan niet af tot in de ouderdom. Het maakt wel heel ootmoedig, als men bij het oud worden is gaan verstaan, dat bij ons de gerechtigheid niet is, ook helemaal niet is. In al die lange jaren de schuld meer gemaakt, maar met even zovele jaren de genade verkregen als een zeker zo grote schat. Dit doet vragen om bijblijvende genade: „Verlaat mij niet, o God". Die zo vroeg bewezen genade, in onze kinderjaren, bewijst zo de vrijmacht van die genade.
Toen men ze nauwelijks door onderwijs, kon kennen, onderrichtte God er reeds van. Toen men er nog niet naar vragen kon, gaf Hij de genade reeds. En als de Heere ze nu zo vroeg gegeven heeft en als Hij er zo trouw door de jaren mee doorgegaan is ze te geven, dan mag men toch verwachten, dat Hij er in het laatst onzer dagen niet mee ophouden zal ze te bewijzen. Men mag uit vroeger bewezen gunst reden nemen om nieuwe gunstbewijzen te vragen. Zelfs als onze krachten en onze vermogens zouden verzwakken, dan behoeft de kracht der genade niet te verzwakken. Integendeel: „als ik zwak ben, dan ben ik machtig, door Hem die ons heeft liefgehad."
Totdat ik verkondige. De dichter heeft zelfs in zijn levensavond een doel, waar hij voor leeft. Dat doel valt voor een christen niet weg als de katheder van een universiteit voor hem gesloten wordt, als de kansel niet meer betreden kan worden, ja zelfs als hij op het ziekbed zou komen. Van wat professie iemand ook mag wezen, dit is het levensdoel van elk christen: verkondigen Zijn arm en Zijn macht! Nu begeert de Godsman dit geslacht èn de nakomelingen Gods machtige heilsdaden te verkondigen. Een christen die voelt voor zijn geslacht, dat is altijd iemand, die het eerste grote gebod door het tweede en daaraan gelijke heen betracht: God en Zijn daden bekend maken aan zijn naasten. Hoe hoger iemand staat door positie en ontwikkeling, hoe groter de kring van zijn naasten wordt. Dit geslacht en de nakomelingen, dat wijst ook op verbondenheid, verwantschap, bloedverwantschap. God zet Zijn profeten doorgaans te midden van het volk, waarvan zij één zijn en waarmee zij ook één zijn. Een trouwe leraar, ook een trouwe hoogleraar, kijkt ver vooruit naar de nakomelingen. Naarmate iemands boodschap meer gevuld wordt door de Goddelijke gerechtigheid, naar die mate zal zijn woord langer en verder doorklinken.
Het woord van ketters heeft al weinig weerklank onder het eigen geslacht, laat staan onder latere geslachten. Het woord van trouwe gezanten vindt een trouw gehoor. In de verkondiging van de arm des Heeren en van de macht des Heeren openbaart zich èn de arm en de macht van God onze Zaligmaker. Daar maakt men niet slechts „school", maar daar maakt men „kerk", daar wint men onder de geslachten toegewijde zonen voor Jezus, voor de Heere onze Gerechtigheid.
Verlaat mij niet, totdat ik verkondige.
Niet dit is het belangiijke, dat wij verkondigen, ook niet hoé wij verkondigen, ook niet eens wie er verkondigt, maar wel is van belang wat er verkondigd wordt. Vers 19 zegt dat.
„Ook is Uw gerechtigheid, o God, tot in de hoogte." „Verheven tot in de hoogte", vertaalt Calvijn. Gods gerechtigheid, Gods genade is hoog, ze is van boven en ze gaat ook naar boven. Ze is in elk geval niet van deze aarde, ze is zeker niet aards. Wij hebben een verheven, een hemelse leer en daar hebben wij het bij te houden. Het Evangelie is voor mensen, maar het is voor ons geen vraag of de mensen dit vatten kunnen, of de mensen dit vatten willen! Het Evangelie is nooit in de mode geweest en het zal dat , ook nooit zijn. Het gaat ook alle wetenschappelijkheid verre te boven. Het is van een andere orde. Met deze hoge pretentie, dat het Evangelie van God is en dat het vóór God werkt onder de mensen, staan de dienaren. Daarom kunnen deze dienaren ook alléén staan in elketijd, kunnen zij alle tegenstand en tegenspraak verduren. Men leze het begin van Psalm 71. Het dragen van de waarheid, het spreken van de waarheid op de katheder en op de kansel verleent autoriteit. Groot is de waarheid en zij zal zegevieren, zij zal zich verheffen ver boven 's hemels kringen. Al zou heel de aarde er niet naar luisteren, dan moet het ons nog genoeg zijn, dat de hemel er naar luistert. Maar als de hemel luistert naar Gods knechten, dan zal de aarde meeluisteren.
„Gij, die grote dingen gedaan hebt, o God, wie is U gelijk". Waar de gerechtigheid verkondigd wordt, al is het onder veel tegenspraak, daar doet God wat met dat woord. Dat gebruikt Hij op een grote wijze, al is het vaak voor onze ogen niet zichtbaar. Elke oprechte getuige mag rekenen op de grote dingen, die God met elk getuigenis doet. De gerechtigheid, de genade is dat zo waard, niet wij, niet ons getuigenis. En naar mate iemand hoger plaats bekleedt in de kerk, hoger ambt bekleedt, zal God Zijn daden ook groter maken. Elke tijd heeft zijn mannen, maar niet elke tijd heeft even grote mannen. In roerige en moeilijke tijden verwekt God doorgaans getuigen, die èn hun tijd èn die tot in de hoogte verheven gerechtigheid Gods verstaan.
Hun eer ligt meer in de grote dingen, die God doet, dan in het woord, dat zij spreken, hoe waar en diep gemeend dat woord ook geweest is. Het woord, dat zij droegen, was toch ook uit de hemel. 't Moet dan ook voor de hemel zijn en God moet er al de eer van hebben. Als iemand oud wordt en nabij de eeuwigheid komt te staan, dan zal het hem al minder moeite kosten, om van het ganse Evangelie en van de Evangeliedienst God de eer te geven.
O God, wie is U gelijk? Daarmee eindigt de tekst van deze gedenk-meditatie voor en over hem, die wij liefhebben om des Evangelies wil. „O God", zo luidde het in de bede uit vers 18: „Verlaat mij niet." En wederom: „o God", zo luidt het in de doxologie van vers 19: „Wie is U gelijk? "
In Psalm 71 heeft de dichter zijn naam verzwegen. Men neemt aan, dat dit lied van David is. 'k Kan mij indenken, dat men bij het ouder worden de anonimiteit gaat beminnen. Zeker zal men dat doen, als men drager is van de gerechtigheid, van het Evangelie. Zeker zal men dat doen, als men dicht bij God gaat komen en terug mag zien op lange jaren, waarop men in Zijn dienst van nabij mocht zien Zijn Woord en Zijn grote daden. O God! wie, wie is U gelijk?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1963
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 mei 1963
De Waarheidsvriend | 17 Pagina's