De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

NIET ZIEN, TOCH GELOVEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

NIET ZIEN, TOCH GELOVEN

6 minuten leestijd

Joh. 20:29 b.Zalig zijn zij die niet zullen gezien hebbenen nochtans zullen geloofd hebben. 

II

Niet zien en nochtans geloven. En .. . zien is hier op aarde ons hoogste en zekerste zintuig. Wat je hoort of wat men u vertelt is lang zo zeker niet, als wat je gezien hebt, gezien met eigen ogen. Hoe kan er nu een zékerheid zijn, die boven zien uitgaat, ja die zelfs tegen het zien kan ingaan?

Velen willen alleen geloven, als zij gezien hebben. In de levensbeschrijving van ds. L. Boone komt een gesprek voor, dat hij eens had met een ongelovige arts. De dokter had beweerd, dat hij alleen kon geloven, wat hij gezien had, „Nu, dokter, mag ik u dan eens een vraag stellen? Gelooft u dat u een maag hebt"? „Ja natuurlijk". „Maar u hebt uw maag toch ook nooit gezien"? „Neen, maar die voel ik wel". Daarop gaf ds. Boone ten antwoord: „Dan hoop ik, dokter, dat u ook uw ziel eens gaat voelen".

Wanneer zou een mens zijn ziel gaan gevoelen? Als hij pijn gaat doen. We kunnen het ook nog vollediger bezien. Wanneer voel je je maag? In drie gevallen: als hij pijn doet, als hij leeg is en als hij een keer overvol is.

Zo is het eigenlijk ook met de ziel. Wanneer gevoel je je ziel? Als hij pijn gaat doen vanwege het besef van onze zonde; wanneer hij leeg is en wij ons Godsgemis gaan gevoelen en als onze ziel eens een keer overstelpt wordt met de ervaring van Gods genade en liefde.

Als een mens zijn ziel gevoelt, dan eist hij geen zien meer, dan vraagt hij om genade. Dan wordt zijn hart geopend voor de prediking van de misschien reeds lang gekende weg der Verlossing. Reeds lang gekend, maar niet recht verstaan en nooit recht begeerd.

Andere mensen willen zien met hun verstand. Zij willen de dingen begrijpen. Daar tobben vele jongeren mee in de overgangsjaren. Hun kinderlijk, ondiep aanvaarden van het steeds gehoorde Evangelie valt weg; de vragen, naar wat werkelijk waar is, komen op en men struikelt over vele problemen. Vele geleerden — of moet ik zeggen: waanwijzen, hoogmoedigen? — hebben het geloof ook afgeschreven, want het past niet meer in hun denksysteem; sommigen, die niet geleerd zijn, maar scherp intellectueel zijn ingesteld — een kritische geest, maar meermalen een koud hart — zitten ook aan hetzelfde vast. Hun ziel is niet tot ootmoed herboren. Als zij zichzelf leerden kennen in hun betrekkelijkheid en ellende, zouden zij hun hoogmoedig denken ook wel kwijt raken en oog krijgen voor het Ene nodige.

Het is absoluut niet waar, dat wij voor het geloof ons verstand maar moeten uitschakelen, integendeel. God schakelt het juist in. Het verstand is een van de hoogste eigenschappen van de mens, die naar Gods beeld geschapen is en deze hoge gave gooit God niet als waardeloos opzij. Ons verstand wordt juist verlicht om de dingen des Geestes te gaan verstaan. Wie kent niet de schone Psalmregel: „Geef mij verstand met Goddelijk licht bestraald"? Wie moet niet denken aan het woord van de Heere Jezus: „Gij zult liefhebben de Heere uw God met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw verstand"? Met geheel uw verstand! Uw verstand moet onderworpen en dienstbaar worden aan het kennen van de Heere.

Als wij de dingen des Geestes zo maar konden begrijpen, dan zou dat willen zeggen: wij zijn de meerdere. Iets wat je kunt begrijpen, heb je „onder de knie". Dat is gecapituleerd voor je denken. Zo is het met het Woord Gods niet. Daar is het juist andersom. Dat Woord overwint ons hart en denken, dat legt beslag op ons en neemt ons als het ware gevangen, om „alle gedachten gevangen te leiden tot de gehoorzaamheid van Christus", 1 Corinthe 10 : 5. Je ziet het als het ware voor je ogen gebeuren, wat Paulus hier schrijft: onze gedachten gaan als een hele rij geboeide gevangenen achter Ghristus en Zijn Evangelie aan. Wij hebben onze weerstanden, onze hoogmoed, onze lust tot uitstel, onze uitvluchten en leugen moeten opgeven en het is geworden een levend besef: „Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal? " Dan wij ook verstaan, dat onze gedachten dwaas en ijdel zijn. De natuurlijke mens verstaat niet de dingen, die des Geestes Gods zijn, want zij zijn hem een dwaasheid. De hoogste wijsheid, de ware levenswijsheid is hem dwaasheid!

De Heilige Geest gaat dus ons verstand verlichten, opdat wij zouden verstaan, de dingen die des Geestes Gods zijn. Bijzonder treffend heeft Jezus dit geleerd in de gelijkenis van de zaaier, Mattheüs 13. Degenen, die op de weg bezaaid zijn en waar de vogelen het straks wegpikken, zijn degenen „die het Woord horen en niet verstaan". Degenen, waar het zaad in de goede aarde valt en ook vrucht draagt, zijn degenen „die het Woord horen en ook verstaan".

Het waarachtige horen is dus horen en verstaan. Doorgaans onder en door de prediking — let op dit: onder en door! — gaat God het hart openen. De werkelijkheid van het Woord bestraalt ons, zodat wij acht gaan geven op hetgeen van Godswege gesproken wordt. De Heere opent het hart dat gesloten was. Hij verbrijzelt wat verhard was en maakt gewillig wat ongewillig was. Hij trekt en buigt en verlicht ons hart, zodat wij de doemwaardigheid van onze zonden, de lankmoedige verdraagzaamheid des Heeren over ons, de onmisbaarheid en de uitnemendheid van Christus gaan zien en deze kennis overreedt ons hart, zodat wij een zekerheid ontvangen, die boven alle zien uitgaat. Je zou, om iets te noemen, nog eer geloven dat een rode roos groen was, dan dat je zou geloven, dat er buiten Christus leven en verzoening te vinden is. Daarom wordt ons hart afgetrokken van de zichtbare schijn van deze wereld tot de onzichtbare werkelijkheden van God en de verzoening met Hem. De zichtbare netheid van uw leven gaat er aan en u gaat zien de onzichtbare verdorvenheden van uw bestaan. Niet zien en toch geloven! Niet kunnen bewijzen en toch zekerheid!

Zo staat het ook met de kennis van de Heere Jezus Christus als enige en volkomen Middelaar. God verlicht ons hart in en door het Woord tot de kennis van de Heere Jezus en die kennis legt zulk een beslag op ons, dat wij mogen en moeten geloven. De wereld zou God onteren, als zij nu op staande voet zou geloven: mijn zonden zijn mij vergeven; Gods kinderen zouden de Heere beledigen, als zij niet zouden geloven. Zijn waarheid heeft ons overmocht!

Is Thomas dan te verontschuldigen, dat hij het Woord niet geloofde, maar eerst een bijzondere openbaring begeerde? Neen, Thomas staat schuldig, want in dat Woord komt Chirstus waarachtig tot ons. Niet eerst zien en dan geloven of eerst gevoelen en dan bijvallen- neen, wie de waarheid van Gods beloften niet gelooft, zal de kracht ervan ook niet gewaarworden.

God eist geloof en ... wil het schenken aan die het van Hem begeren en verwachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

NIET ZIEN, TOCH GELOVEN

Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's