Jaarvergadering VAN DE GEREFORMEERDE BOND
op 1 mei 1963 in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen te Utrecht
Om 10.30 uur opende de voorzitter de goedbezochte vergadering.
Met kennisgeving was afwezig dr. H. Bout.
De voorzitter opende de vergadering en ging voor in gebed.
Men zong Ps. 118 : 8.
De voorzitter betuigde zijn blijdschap over het feit, dat hij van een oogongesteldheid in zo verre was hersteld, dat hij deze vergadering weer mocht presideren.
Hij hoopte, dat de Heere hem die genade zou schenken om de jaarvergadering nog enkele malen te mogen leiden, tenzij de Heere anders zou beschikken.
Als naar gewoonte sprak de voorzitter het openingswoord.
Daarna kreeg de secretaris de gelegenheid voor het houden van zijn jaarverslag. Hij sprak als volgt:
Zeer geachte Voorzitter en leden van onze Gereformeerde Bond,
Het is mij een genoegen om ook in deze jaarvergadering mijn jaarverslag te mogen houden over de werkzaamheden van het hoofdbestuur over het jaar 1962.
In de samenstelling van het bestuur kwam enige verandering. Dr. J. J. J. Goslinga bedankte als lid van het hoofdbestuur. Zijn drukke bezigheden als schoolarts in het district Ommen maakten het hem bijna onmogelijk om de vergaderingen van het hoofdbestuur bij te wonen. Slechts korte tijd heeft hij zitting in ons bestuur gehad. We zeggen hem dank, voor al hetgeen hij in zijn zittingstijd voor de Gereformeerde Bond gedaan heeft.
In zijn plaats is op de vorige jaarvergadering gekozen de heer ds. L. Kievit te Putten, die tot onze blijdschap de benoeming aangenomen heeft.
Ons medebestuurshd ds. W. L. Tukker is wegens ziekte enkele malen niet op onze vergaderingen geweest. Gelukkig heeft de Heere hem nog weer geleid op de weg van herstel. Het was ons een vreugde hem 5 april jl. weer enkele uren op onze gewone vergadering te hebben mogen zien.
Onze krasse voorzitter was steeds op het appèl.
Een lichte oogongesteldheid is gelukkig weer op de aftocht.
Ik heb wel geen permissie van hem gekregen om het te mogen doen, maar ik kan toch niet nalaten om u te vertellen, dat onze voorzitter, prof. Severijn, woensdag 8 mei a.s. tachtig jaar hoopt te worden.
Wat heeft de Gereformeerde Bond veel aan hem te danken. Reeds vele jaren is hij lid van het hoofdbestuur. In de vergadering van het hoofdbestuur van 25 april 1940 werd hij tot voorzitter gekozen.
De tijd, die hieraan vooraf ging was niet zo gemakkelijk. Ik behoef maar de namen van ds. M. van Grieken, dr. J. Woelderink en prof. dr. H. Visscher te noemen en de ouderen in ons midden weten, dat er van eensgezindheid in het het optrekken geen sprake meer was. Waarheidsvriend en Geref. Weekblad voerden een felle perscampagne.
Vanaf 25 april 1940 kwam er echter langzamerhand verandering. De strijdbijl werd begraven. Er kwam weer eensgezindheid tot openbaring in de gelederen van de Geref. Bond. Dat hebben we aan de genade Gods te danken. In de weg der middelen gebruikte de Heere daartoe prof. Severijn. Hij genoot 't vertrouwen, van beide stromingen in de Geref. Bond. Hij had ook het vertrouwen van de gemeenten. Grote tact is door hem telkens aan de dag gelegd.
Rekenden we in 1940 plm. 200 gemeenten tot de Gereformeerde Bond, thans meer dan 300.
Waarheidsvriend en Geref. Weekblad trekken weer samen op. De arbeid wordt gezegend.
Het is vandaag nog wel geen 8 mei, maar op die datum zijn we niet samen in Utrecht. Nu wel. Daarom neem ik dan ook nu de gelegenheid te baat om u te danken, hooggeachte prof. dr. J. Severijn, voor al wat u voor de Gereformeerde Bond hebt gedaan en nog doet tot op de, huidige dag.
Het is mij een eer van zulk een voorzitter de secretaris te mogen wezen.
Wat is het prettig onder uw leiding te mogen vergaderen. Geen van de leden van het hoofdbestuur mist graag een vergadering.
Het zijn wel vergaderingen met overladen agenda's maar altijd zijn het aangename vergaderingen.
Een voorzitter van tachtig jaar is echter een angstig bezit. Hoe lang zal het nog mogen duren?
Dan mag onze bede wel opklimmen naar Omhoog „Heere spaar prof. Severijn nog menig jaar". Make de Heere de 8ste mei 1963 tot een onvergetelijke voor hem, voor zijn vrouw en zijn zoon.
Ik ga verder.
Er kwam nog een verandering in het hoofdbestuur. Ir. G. B. Smit te Arnhem had te kennen gegeven, dat hij voor een herbenoeming niet meer in aanmerking wenste te komen.
Al kon ir. Smit lang niet alle vergaderingen bijwonen, toch nam hij steeds levendig deel aan de werkzaamheden van het hoofdbestuur.
Hij verzorgde de verschijning van het tijdschrift: Theologia Reformata en belegde de vergaderingen met de intellectuelen uit de bondskringen. Nog steeds zit hij in de commissie van advies, steeds bekend als de commissie-Smit.
We zeggen ir. Smit bij deze hartelijk dank voor al hetgeen hij voor onze Gereformeerde Bond heeft gedaan, en we spreken de wens uit, dat hij nog vele jaren met ons zal blijven optrekken.
In zijn plaats werd ir. L. v. d. Waal tot lid van het hoofdbestuur gekozen.
Met de afdelingen hield ik als secretaris veel contact. We mochten een aanwinst van 8 nieuwe afdelingen boeken.
Vele afdelingen vroegen ons om advies.
Moeizaam werd er door afdelingsbesturen vergaderd met de betrokken kerkeraden.
Ds. Boer en de secretaris hadden enkele malen een onderhoud met drs. v. Dis te Hilversum om hem te verzoeken in de week meer spreekbeurten voor de radio te laten vervullen door Hervormd- Gereformeerde predikanten.
Ook met het moderamen van de Generale Synode had het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond een samenspreking over het minderheidsvraagstuk.
De tijd nadert, dat er over de overgangsbepalingen 235 en 238 opnieuw zal gehandeld moeten worden.
Ook in dit verenigingsjaar hadden we vele malen samensprekingen met kerkeraden en afdelingsbesturen, die ons advies vroegen om oplossing van hun moeilijkheden.
Velen vonden ook de weg naar Oostsingel 12 te Woerden, waar ze steeds een geopende deur hebben gevonden.
Ook verscheidene predikanten konden we met raad en daad bijstaan.
Vorig jaar vergaderden we tweemaal in Utrecht met de Hervormd Gereformeerde studenten.
In de eerste samenkomst werden de studenten in de gelegenheid gesteld om eens hun bezwaren uit te spreken, die ze hadden tegen de leiding van het hoofdbestuur.
In de tweede samenkomst kreeg ds. G. Boer de gelegenheid om al die bezwaren in den brede onder de ogen te zien. Dit alles heeft zeer verhelderend gewerkt. Dat blijkt ook wel hieruit, dat de studenten weer om een nieuwe contactvergadering hebben verzocht.
Ook de gezinszorg had de aandacht van het hoofdbestuur.
Onze voorzitter nodigde een viertal doktoren uit tot een samenspreking over dit belangrijke onderwerp. Het waren de doktoren v. d. Gruyter, Hagen, Oosthoek en Zanddijk.
Deze gevormde commissie zet haar werkzaamheden voort.
Dr. Bout gaf ook vorig jaar enige weken college aan de Theologische Hogeschool te Aix-en-Provence.
De Theologische Faculteit te Aix betoonde grote dank voor dit werk.
Het hoofdbestuur stelde zich in verbinding met het moderamen van de classis Harderwijk met verzoek om de aandacht te vestigen op de stichting van predikantsplaatsen in Flevoland.
Na de stichting van de predikantsplaatsen in de Noord-Oostpolder bleek, dat er voor alle modaliteiten plaats was in de N.O.-polder, behalve voor de gereformeerde. Men wilde zelfs gaarne collecteren in de bondsgemeenten voor de bouw van nieuwe kerken in Flevoland, maar men wilde geen Hervormd-Geref. predikanten.
Het deed ons genoegen van het moderamen van de classis te hebben vernomen, dat men in deze zaak diligent is.
Het hoofdbestuur heeft zich in verbinding gesteld met prof. dr. S. v. d. Linde om hem te verzoeken een herdruk en verklaring van de Geneefse catechismus te willen verzorgen. Tot onze blijdschap heeft prof. v. d. Linde zich hiertoe bereid verklaard.
„Theologia Reformata" had steeds onze aandacht. Het aantal lezers blijft stationair. We hopen, dat dit echter zal blijven toenemen. Alle predikanten en studenten moesten lezer wezen van dit tijdschrift.
Dr. H. Bout stelde een commissie samen, bestaande uit ds. W. Vroegindewey, ds. J. de Lange, ds. Cuperus, ds. Hensbergen en ds. H. Goedhart, die de nieuwe psalmberijming zullen bestuderen.
Vele rapporten zijn binnengekomen. Inmiddels heeft dr. Bout al enkele artikelen in de Waarheidsvriend geschreven over deze materie.
Op 8 en 9 januari 1962, vergaderden de hervormd-gereformeerde predikanten op Woudschoten.
Ds. Exalto refereerde over „Rome, Reformatie, Concilie. Ds. Noordegraaf over „de Kerk in het Nieuwe Testament", Ds. V. d. Heuvel over „de Binding aan de belijdenis" naar aanleiding van het boek van ds. Volten.
Deze predikantenconferentie was zeer goed bezocht. Het aantal predikanten, dat niet gaarne de samenkomsten op Woudschoten zou willen missen, wordt hoe langer hoe groter.
Het hoofdbestuur heeft aan de kerkeraden van de Hervormd-Gereformeerde Gemeenten enige „Richtlijnen" doen toekomen in verband met de vragen, die de huidige kerkehjke situatie in verschillend opzicht doet rijzen, en de taak en de roeping, welke daaruit voor de pastorale en geestelijke verzorging voortvloeien.
Deze „Richtlijnen" zijn de neerslag van de besprekingen die in de commissie-Smit werden gehouden.
Deze commissie bestaat uit de heren: ds. J. V. Drenth, dr. G. Graafland, ds. A. J. Jorissen, ds. L. Kievit, ds. G. Samson, ir. G. B. Smit, ds. J. v. d. Velden en de heer Gundlach. Deze vergaderingen stonden onder voorzitterschap van prof. dr. J. Severijn.
We danken de commissie voor de arbeid, die ze verricht heeft.
Inmiddels zijn de „Richtlijnen" uitverkocht. Een herdruk zal spoedig ter perse gaan. We hopen, dat de „Richtlijnen" in alle kerkeraden in behandeling zullen worden genomen.
Het ligt in het voornemen van het hoofdbestuur om binnen weinige weken te vergaderen met een twaalftal kerkeraden over de voor- en nadelen, die ze hebben ondervonden van de toepassing van art. 238 van de overgangsbepalingen.
Op 13 april van het vorige jaar vergaderde een aantal stadspredikanten om met elkaar te spreken over de moeilijkheden, die het gevolg zijn van de toelating van de vrouw tot de ambten. De moeilijkheden worden in vele stadsgemeenten groter.
Reeds verscheidene jaren achtereen hielden we contact met vertegenwoordigers van de Gereformeerde Gezindte.
Vier vertegenwoordigers van de Herv. Gereformeerden, de Christelijk Gereformeerden, de Gereformeerde Gemeenten, de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) en de Gereformeerde Kerken kwamen tweemaal per jaar bijeen in Utrecht. Daar werd in den brede besproken, wat ons verenigt en wat ons verdeelt.
Vorig jaar werd er een Congres van de Gereformeerde gezindte gehouden op Woudschoten. Tastbare resultaten werden nog niet bereikt. Er werd besloten om in de toekomst tot het houden van een tweede congres te komen.
Het inzamelen van gelden tot hulp van onze studenten werd voortgezet. Het is verblijdend, dat we mogen getuigen van steeds toenemende offervaardigheid. De stroom van collecten en giften houdt aan.
Van deze plaats zeggen we alle gevers en geefsters hartelijk dank.
Het aantal studenten vermindert. Dit baart zorg voor de toekomst. We hebben predikanten nodig. Steeds meerdere gemeenten vragen om hervormd-gereformeerde prediking.
Bij de gehouden Paascollecten maakten de evangelisaties geen slecht figuur. In de evangelisatie van Noordwijk aan Zee, waar deze maanden ongeveer 80 mensen opgaan naar een dienst, werd ƒ 174, — gecollecteerd. Als in al onze kerken eens ƒ 174, — per 80 mensen was gecollecteerd!
Van ons boekenfonds heb ik niet zo veel te vermelden. Er komen de laatste maanden niet zo veel boeken meer binnen. Zijn al de zolders afgezocht en zijn al de kasten al nagekeken?
De studenten hebben schreeuwend gebrek aan boeken. Het verheugt mij, dat ik zo nu en dan eens een gift ontvang voor het boekenfonds. Elk jaar kreeg ik (al verscheidene jaren achtereen) van een geefster een gift van f 40, — en van een gever ƒ 50, —. Dat zet nog eens zoden aan de dijk. Voor alle grote en kleine giften mijn hartelijke dank.
Het predikbedrtenbureau voorziet in een dringende behoefte. Vele honderden beurten heb ik in het afgelopen jaar mogen regelen voor predikanten en godsdienstonderwijzers. Dat is verblijdend. Toch hapert er nog wel een en ander aan de functionering van dit werk.
Ik begin met een vriendelijk verzoek: Men belle mij 's avonds na 10 uur niet meer op! Men krijgt een wonderlijke gewaarwording, als de telefoon op het nachtkastje om 11.30 uur begint te rinkelen. Men schrikt wakker. „Met wie"? En dan blijkt het, dat er aan het andere eind van de telefoon iemand staat, die mij wil vragen of er voor de eerstvolgende weken nog predikanten beschikbaar zijn. Van slapen komt er de eerstvolgende uren meestal niet veel meer terecht.
Ik heb nog een tweede bezwaar. Het is voor u geen nieuws. Het spijt mij het te moeten herhalen. Vele Kerkeraden, evangelisatiebesturen, predikanten en godsdienstonderwijzers verzuimen vaak mij mee te delen, dat ze een beurt hebben aangenomen. Ik blijf ze dan aldoor maar noemen. Verstoorde nieuwe oproepers delen mij ten slotte bij het noemen van een naam mee, dat de persoon in kwestie allang bezet is. Mag ik voor de toekomst op aller hulp en medewerking rekenen.
Zo ligt dan weer een verenigingsjaar achter ons. Zullen we roemen op het werk, wat gedaan is. Verre van dat.
Wat is het tekort ontzettend groot. Wat is onze schuld groot; wat een grote smet kleeft al dit werk aan. Het is alles met zonde bevlekt. Met het oog op die schuld past ons allen de bede van de tollenaar": o God, wees mij zondaar genadig.
Zullen we de schuld alleen maar zoeken bij die modaliteiten in onze kerk, die van de belijdenis der vaderen zijn afgeweken. Of kennen we iets van dat schuldbelijden van Daniel, die het heeft uitgeroepen: wij en onze vaderen hebben tegen u gezondigd en gedaan, wat kwaad was in Uwe ogen.
Leeft er iets van dat schuldgevoel wat Ezra deed zeggen: Ik ben beschaamd en schaamrood om mijn aangezicht tot U op te heffen. Alleen in die weg is er nog redding mogelijk voor onze kerk, die zo ver van de belijdenis is afgeweken.
We leven in een tijd van grote afval. De kerk staat in het midden van de kokende branding.
Zullen we maar bij de pakken nederzitten en Gods water over Gods akker laten lopen. Neen er ligt een grote taak te wachten voor het gereformeerde volksdeel. Dat gereformeerde volksdeel moet verzameld worden. Dat gereformeerde volksdeel moet samen optrekken, moet samen in de bres staan.
Weg met alle laksheid en lauwheid! Weg met alles, wat zou kunnen verdelen. Eendracht maakt immers macht, maar tweedracht verstrooit. En als dan anderen in den lande de schouders op halen bij het horen van onze plannen, en ons vergelijken met die amechtige Joden, die na de ballingschap aan de tempel hebben gebouwd, laat dan ook ons antwoord mogen wezen: God van de hemel zal het ons doen gelukken, en wij Zijn knechten zullen bouwen.
J. J. Timmer, secr.
De voorzitter bracht de secretaris dank voor zijn verslag.
Daarna hield de penningmeester verslag van zijn financieel beleid over '62. Het bleek, dat ook in het afgelopen jaar de collecten, contributies en giften aanzienlijk zijn gestegen.
De voorzitter dankte ds. Vermaas voor zijn nauwkeurig financieel beleid.
Het accountantsrapport was aanwezig, Bovendien hebben ds. Cirkel en de heer J. Schaap de boeken van de penningmeester nagezien en in orde bevonden. De penningmeester kan nu worden gedechargeerd. In de commissie voor het nazien van de boeken van de penningmeester voor het jaar '64 worden benoemd ds. D. v. Lokhorst en de heer J. Schaap.
D.V. 8 mei hoopt onze voorzitter prof. dr. Severijn zijn tachtigste verjaardag te vieren. De tweede voorzitter ds. J. Vermaas sprak hem hartelijk toe. Hij schetste de grote verdiensten van prof. Severijn voor het werk van de Gereformeerde Bond en sprak de wens uit, dat hij nog enige jaren voor zijn vrouw en zoon, en ook voor onze Gereformeerde Bond mag worden gespaard. Op verzoek van ds. Vermaas zong de vergadering hem Ps. 134 : 3 toe.
Zeer bewogen dankte de voorzitter de vergadering en gaf Gode de eer voor al hetgeen hij voor de Gereformeerde Bond mocht doen.
Inmiddels waren de stembriefjes uitgereikt. In de middagvergadering kon de uitslag worden bekend gemaakt. Herkozen werden ds. L. Kievit, de heer Verbeek Wolthuys en ds. J. J. Timmer.
Deze namen hun benoeming aan.
Bij de rondvraag werden vragen gesteld door de heer Bastmeyer en de heer Bakker.
Om kwart over een werd de vergadering geschorst en om kwart over twee weer heropend. Toen werd gezongen
Ds. L. Kievit kreeg toen de gelegenheid om zijn referaat te houden over „de Catechismusprediking". Dit referaat werd met grote belangstelling aangehoord.
Aan de besprekingen werd deelgenomen door de heren Harryveld, ds. Baas, Koerts, ds. G. Boer, Knook, ds. Bouw en Bastmeyer.
De voorzitter bracht ds. Kievit zijn dank voor dit referaat en voor de wijze, waarop hij de vragen had beantwoord.
Ook het afdelingsbestuur van Utrecht kreeg een woord van dank voor de hulp, die het deze dag aan het hoofdbestuur heeft bewezen.
Na het zingen van Ps. 86 : 6 sloot de voorzitter de vergadering, waarna ds. Kievit voorging in dankgebed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1963
De Waarheidsvriend | 7 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 mei 1963
De Waarheidsvriend | 7 Pagina's