DE DOOP MET DE HEILIGE GEEST
door ds. D.G. Molenaar
De verschijning van dit boek bij uitgeverij Kok te Kampen, 1963, 272 bk. prijs f 7, 90, heeft vele aspecten.
In de eerste plaats een persoonlijke zijde. De schrijver — een voor mij onbekend predikant uit de Geref. Kerken — overleed toen hij de kopij voor dit boek naar de uitgever had gebracht. Hij heeft zijn taak mogen volbrengen, maar de uitgave van zijn boek niet meer beleefd.
In de tweede plaats is de verschijning van dit boek opmerkelijk, omdat het stamt uit het hart en de pen van een predikant uit de Geref. Kerken. Wij worden niet verwend met boeken over de Heilige Geest uit de gereformeerde gezindheid en uit de Gereformeerde Kerken. Dit leert minder generaliserend te spreken over de gang van zaken in de Gereformeerde Kerken, omdat uit dit werk blijkt, dat sommigen zich diepgaand bezig houden met de Heilige Geest en Zijn werk. Daarmee is tegelijk een verootmoediging gegeven voor hervormdgereformeerden, omdat uit „onze" hoek zo weinig over de Heilige Geest en Zijn werk is gepubliceerd. Behalve het mooie proefschrift van prof. dr. S. v. d. Linde: De leer van de Heilige Geest bij Calvijn en behalve artikelen en vooral preken, ligt hier een geheel terrein braak.
Bij de bespreking van: „Roeping en Belofte" door prof. dr. A. A. van Ruler voor de radio, merkte deze op, dat hij vooral uit de hoek van de Hervormd- Gereformeerden een bredere aanvat en een diepere bespreking van de Heilige Geest en Zijn werk verwachtte.
Een bijdrage daartoe ligt voor ons in het werk van ds. Molenaar, voorzien van een voorwoord van ds. Bonda uit Dordrecht.
De verschijning van dit boek heeft een oorzaak. Het is ingegeven door het besef van een manco in het geestelijk leven van de gemeente, waardoor de gemeente niet beantwoordt aan het doel van haar Meester. Het uitgangspunt is dus, dat èn in de theologie, èn in de praktijk van de zielszorg, prediking en catichese iets verwaarloosd wordt, dat normaal is voor de Bijbel.
Ds. Molenaar bespreekt het boek: De Heilige Geest, dat in 1949 verscheen onder de redactie van dr. J. H. Bavinck, dr. G. Brillenburg Wurth en dr. P. Prins. Dit boek wilde een vervanging zijn van het grote werk van dr. A. Kuyper: Het werk van de Heilige Geest. Dit werk beleefde nooit een herdruk. Zo gaat het meestal, wanneer het werk van de Heilige Geest aan de orde gesteld wordt. Dat is een aanklacht ook tegen ons! Een preek wordt gelezen en overdacht. Waar is de belangstelling voor het diepingrijpende werk van de Heilige Geest?
In het verzamelwerk van dr. J. H. Bavinck wordt een diepgaande critiek gegeven op het geestelijk leven van de gemeente. Dr. J. H. Bavinck constateert in 1949 reeds een gebrek aan heilszekerheid en onrustbarend terugschrijden van het zondebesef. Hij signaleert verstopte bronnen bij onszelf en anderen.
Niet minder diep is de critiek van ds. J. Overduin. De unio mystica is teveel verdwenen. De angst voor het mysticisme (ontspoorde mystiek) heeft velen gedreven naar de hoek van het intellectualisme (stelsel, waarin het intellect alleen de leiding heeft) en 't objectivisme (voorwerpelijkheid).
Hoezeer ds. Molenaar met deze critiek instemt, zijns inziens gaat deze nog niet diep genoeg. De uiteenzetting van de volle rijkdom van de Pinkstergeest wordt gemist. Zijn critiek is niet alleen gericht op de gereformeerde vroomheid, maar vooral op de gereformeerde theologie, omdat deze — uitzonderingen daargelaten — niet heeft gezien de betekenis van de doop met de Heilige Geest. Letterlijk schrijft ds. Molenaar: „Wie zelf nieuwe vergezichten mocht ontdekken, staat er verbaasd over, dat gereformeerde theologen op dit punt soms als met blindheid geslagen zijn geweest. Het zou aan de prediking ten goede komen als aan de betekenis van de doop en de vervulling met de Heilige Geest in de theologie ten volle recht werd gedaan en het zou een reveil, waaraan de kerk zozeer behoefte heeft, in belangrijke mate bevorderen".
Ziehier de hartader van het boek. De grote vraag, die de schrijver bezig houdt is: Is Pinksteren herhaalbaar of niet? Het bevestigend antwoord op deze vraag is volgens de schrijver de sleutel voor allerlei oplossingen.
Hij wil aantonen, dat de doop met de Heilige Geest een bepaalde geestelijke ervaring is, die uitgaat boven de werking van de Heilige Geest bij de wedergeboorte en de bekering, en die het christelijk leven op hoger niveau brengt.
Om dit aan te tonen geeft hij een brede exegetische fundering. Daarna signaleert hij een kentering in de gereformeerde theologie en wijst op steunpunten in de wijsbegeerte der wetsidee en in de psychologie. Tenslotte komen er historische illustraties van de doop met de Heilige Geest. Dit hoofstuk beslaat meer dan de helft van dit boek (plm. 160 blz.).
Dit laatste deel zal veler aandacht trekken. Zendelingen, oosterse christenen, enkele Rooms-Katholieken, Luthersen, Piëtisten, Methodisten, Baptisten, mensen uit de Pinkstergemeenten én uit de kringen van de gebedsgenezing, Ned. Hervormden, trekken aan u voorbij. Zij allen beschrijven op hun wijze de doop met de Heilige Geest. Daaronder vindt ge mensen, die ge gekend hebt of die u uit hun geschriften bekend zijn. Daaronder vindt ge de naamlozen, die niet hun naam, maar wel hun geestelijke erfenis hebben nagelaten. Ge krijgt een indruk aan de opwekkingen in bepaalde landen, streken en plaatsen. Ontroerend is het stuk over Calvijn, waarin enkele passages uit zijn preken, commentaren en Institutie zijn samengebracht. Jammer is het, dat Kohlbrügge in deze rij wordt gemist. En zou uit het proefsdhrift van dr. van Lonkhuyzen alsook uit zijn eigen werken sprekende getuigenissen zijn aan te voeren.
Jammer is het ook, dat de schrijver Kohlbrügge plaatst in de hoek van het inperfectionisme (blz. 38). Daarmee bedoelt hij de stroming in de gereformeerde gezindte, die alleen aandacht heeft voor „het stuk der ellende". Ook Kohlbrügge heeft neigingen in deze richting, schrijft hij. Hoewel wij goed begrijpen wat de schrijver bedoelt, n.l. dat onze viool meer snaren moet hebben dan de snaar van de ellende en daartegen metterdaad gezondigd wordt, is het toch niet te plaatsen, dat Kohlbrügge neigingen heeft in deze richting. Als er één gesproken heeft uit het perfectum — de voltooide verlossing, dan is het Kohlbrügge geweest. Bezag de schrijver dr. Kohlbrügge niet teveel door de bril van dr. A. Kuyper?
Is het niveau van Paulus niet altijd samengegaan met het niveau van Romeinen 7?
Wat is nu het doel van de schrijver? Naar mijn mening is zijn bedoeling de theologische staketsels uit de weg te ruimen, als zouden wij van de Heilige Geest nu aleen de vruchten hebben te verwachten, maar niet meer de gaven. Hoewel hij critisch staat tegenover de Pinkstergemeenten, voorzover deze de gaven van de Geest bijzonder op de voorgrond zetten, erkent hij, dat de Bijbel niets in de weg zet, dat de Geest ook vandaag deze gaven geeft. Dit betekent, dat de onderscheiding buitengewone en gewone werkingen van de Geest onhoudbaar is. Daarin moeten wij de schrijver bijvallen. Onmiddellijk laat hij er op volgen, dat de het aan de Heilige Geest staat ons die gaven al of niet te verlenen naar aantal en diepte.
In de tweede plaats is dit boek een ontroerend pleidooi voor de vervulling met de Heilige Geest van de gemeente van vandaag.
Daarom maakt de schrijver een ondersdheid tussen't werk van de Heilige Geest bij de wedergeboorte en de bekering èn de doop met de Heilige Geest. Met veel schriftplaatsen toont hij aan, dat er sprake kan zijn van wedergdboorte, geloof en bekering zonder de doop of vervulling met de Heilige Geest. Dat kan niemand ds. Molenaar betwisten. Hij zegt daarover treffende dingen. Alleen: het gebruik van het woord wedergeboorte werkt hier verwarrend, omdat 't bijna uitsluitend gebruikt wordt als het begin van het geestelijk leven in de zondaar, de verandering van het hart. Zou het niet beter zijn van de wederbarende werking van Gods Geest te spreken en het woord wedergdboorte zijn ruimere betekenis te laten behouden, zoals het dit heeft in de Ned. Gel. Bel.? Dit betekent niet dat het woord wedergeboorte niet in de door de schrijver bedoelde zin kan en mag gebruikt worden, maar wel, dat door het uitsluitend gebruik in deze zin, de schrijver zichzelf de weg verspert om meer christocentrisch en meer trinitarisch over dit tere onderwerp te schrijven.
Daarmee is bedoeld dat de vervulling met de Heilige Geest in de zin van Handelingen 2 e.a. plaatsen onmiddellijk verbonden is met de verheerlijking van Christus. Het heilshistorische en het heilsordelijke hebben veel met elkander te maken, merkt de schrijver op. En terecht. Maar zou dat nog niet veel krasser tot uiting komen, wanneer het met Christus gekruisigd, gestorven, begraven, opgestaan en in de hemel gezet zijn nauwer aan 't geloofsleven of liever aan de voortgang van 't geloofsleven verbonden was? Met andere woorden: Zou de kennis van Christus in Zijn dood en opstanding niet centraler moeten staan?
Bij het lezen van dit boek moest ik voortdurend denken aan de persoon en arbeid van wijlen ds. I. Kievit van Baarn. Wanneer er één helder was in de speciale betekenis van Pinksteren voor het leven van de kinderen Gods, dan was hij het. Men zie er zijn preken en meditaties op na. Dit was geen piëtistische onderbouw, maar een diepe verwantschap met Calvijn, die precies dezelfde geestelijke noties had, al was dit alles bij Calvijn zeer gebundeld.
Ds. Kievit was de stem van een roepende in een woestijn. Hij heeft het pinksterniveau van de eerste gemeente onderkend en de gemeente van nu voorgehouden. Maar dit pinksterniveau was en is er alleen door de bevindelijke geloofskennis van een gekruisigde en opgestane Christus. De Geest maakt plaats voor Christus en Christus maakt plaats voor de Geest der inwoning, verzegeling enz.
Daarom is wat ds. Molenaar bedoelt niet zo onbekend in kringen, waar het werk en de persoon van de Heilige Geest aan de orde is gebleven. Ds. Molenaar merkt dit ook op, wanneer hij zegt, dat velen in de loop der eeuwen de doop met de Heilige Geest hebben ontvangen zonder dit zelf zo te noemen. En dat is waar. Wat in onze kringen vaak doorleiding genoemd wordt, of een verzoend zijn het een drieënige God, waarbij een onderscheiden kennis is van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest in de meest levende gemeenschap, dat is het normale niveau van de gemeente na Pinksteren. Dit behoeft niet tot een onderscheiding van christenen in bepaalde soorten te leiden, mits het geloof in Ohristus centraal blijft staan en mits de met de Geest vervulden de anderen bearbeiden op de manier van Paulus en de andere apostelen.
Wanneer de door ds. Overduin gesignaleerde unio mystica met Christus door de schrijver meer was vastgehouden, had hij ook in zijn illustratiemateriaal meer schiftend kunnen werken. Wat hier en daar voor doop met de Heilige Geest wordt gehouden, is het met altijd, hoewel dit werkingen van de Heilige Geest kunnen zijn.
Intussen: laat de vrucht van dit boek ons niet ontgaan. Het is één strak exegetisch pleidooi voor de vervulling van de gemeente met de Heilige Geest. Dat exegetisch pleidooi is bijbels! Daarvoor zijn gereformeerden gevoelig!
Gaarne wensen wij dit boek in de handen van onze studenten en predikanten. Het is rondom Pinksteren een bijzondere weldaad in kort bestek de volheid van de Persoon en het werk van de Heilige Geest voor zich en — God geve — in zich te hebben.
Het is een rijk boek, dat ook gemeenteleden met veel vrucht zullen lezen. Het moge opnieuw drijven tot de worsteling in de Geest om de Geest. Dan zullen de vruchten en gaven van de geest ook onder ons niet ontbreken. Aan de schrijver van dit boek kunnen wij de dank niet meer overbrengen. Ds. Bonda vertelt in het voorwoord, dat ds. Molenaar tijdens een wandeling hem ontroerd vertelde, dat hij zelf ook ontvangen had, waarnaar hij had gezocht. Er was geen - sprake van opzienbare geestesuitingen. Zijn hart was ontsloten voor een krachtige en verrukkende beleving van de aanwezigheid van de Geest — de Geest van God, die Liefde is en die gekomen was, niet voor een ogenblik, maar om te blijven.
Hij ruste in vrede en God geve Zijn Geest op dit pleidooi voor de doorwerking van de Geest.
B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's