De Catechismusprediking
II
De catechismusprediking hoort thuis in de leerdienst. Zij is leerend van aard, en mag die aard niet verloochenen. Zij hangt nauw samen met de catechisatie. Oorspronkelijk leek ze daarop als twee druppels water. De predikant kwam van de kansel, en liep tussen de hoorders, om hen met voorgeschreven voorzichtigheid te toetsen op hun kennis van dat gedeelte der christelijke leer, dat onderwerp van de prediking was geweest. Dat zou vandaag menig hoorder ongelegen komen, denkt u niet? Maar de dienst werd er levendiger door! Later krijgen de volwassenen vrijstelling en de ondervraging door de predikant beperkt zich tot de kinderen, zij hebben de vorige, soms de volgende zondag op school geleerd, en enkelen van hen, door de meester uitgezocht worden in de samenkomst der gemeente verhoord. Ook dat is langzamerhand in onbruik geraakt. De dienst is daardoor doodser geworden, en de kinderen worden er minder bij betrokken. Andere tijden, andere vormen. Maar er is wel wat voor te zeggen, ook vanuit het liturgisch gezichtspunt, dat prof. dr. H. Jonker onlangs aan de orde stelde.
Het onderscheid tussen catechisatie en catechismusprediking wordt scherper; er voltrekt zich een scheiding. Toch blijven beiden op elkaar aangelegd, en het verdient aanbeveling, dat de catechismus behandeling op catechisatie — die alleen daarom reeds voorkeur verdient boven andere leerboekjes — te doen aansluiten, zoveel mogelijk, bij de catechismusprediking. In ieder geval zal de laatste beter worden begrepen, door onze jeugd, indien de eerste met de nodige zorg geschiedt. Betekent dit, dat de volwassenen geen nader onderricht nodig hebben? De catechismusprediking bedoelt dat nadere onderricht. Zij mag geen stichtelijk betoog worden, maar moet, meer nog dan de ochtendpreek, een leerstellig karakter dragen. Wil de gemeente niet vergaan omdat de kennis ontbreekt, dan moet de leer het volle pond krijgen. Daartoe is de catechismusprediking hét aangewezen middel. De gemeente heeft er recht op, dat de hoofdsom van de heilige leer haar duidelijk wordt uitgelegd en toegeëigend, opdat zij de dwalingen kan wederstaan. Wanneer in het huis der gemeente, de wind van de rechte leer niet meer waait, en er alleen maar een gemoedelijk en genoegelijk woord klinkt, dan waaien er weldra andere winden, allerlei wind van leer. Gemeente, let op uw zaak. Predikanten: de catechismusprediking behoude haar eigen aard! Haar doel is immers: Onderricht in de leer. En wie durft beweren, dat deze leer, althans in hoofdzaken wel bekend is onder de gemeentenaren. Neemt u de proef op de som, dan valt dat bitter tegen. Overschat de kennis niet, zij is in het algemeen zo gering. Waar de catechismus gepredikt wordt, daar is tenminste de mogelijkheid om deze kennis te vermeerderen, en zodoende de gemeente te bouwen in het allerheiligst geloof. Of deze mogelijkheid werkelijkheid wordt, hangt mede af van de predikant, die zich heeft te oefenen in de leer. Juist voor hem is de catechismusprediking een oefening!
Tot de catechismusprediking is immers besloten, omdat het bij nader onderzoek bleek, dat de gemeenten, die uit het diensthuis van Rome waren uitgeleid, ternauwernood wisten, wat de hervormde leer inhield. Men make zich daarvan geen mooie voorstelling in die tijd van overgang. En is mede besloten, opdat de predikanten, vroegere pastoors, of lieden die slechts een povere opleiding hadden genoten, zich nauwgezet met deze leer zouden bezig houden. Wij leven veel later, de omstandigheden zijn gewijzigd. Maar we beleven weer een overgangstijd, daarom is het nodig op de catechismusprediking aan te dringen.
Men praat tegenwoordig vaak over mondige mensen, en een mondige gemeente. Welnu, daar gaat het ons ook om. De catechismusprediking vindt plaats in de vorm van een gesprek! Die vorm worde zo veel mogelijk bewaard. Daarin ligt ook een onderscheid met de ochtenddienst. Preken is altijd met de gemeente spreken, al krijgt deze weinig kans wat terug te zeggen. Neemt de gelegenheid 's middags te baat, om met de gemeente het gesprek over de leer te voeren! Mondig! Betekent dit, dat iedereen er, in het wilde weg, het zijne van zegt. Soms lijkt dat zo in gesprekken van jongeren en ouderen, in het kerkelijk kringwerk, en het kerkelijk gesprek. Dat is in hoge mate verwarrend, niemand wordt daar wijzer van. Een mondige gemeente leert luisteren. Stelt vragen, ontvangt antwoorden. En zodoende kan ze zich verantwoorden, tegenover dwalenden en onwetenden. In een wereld die overal wat van weet, maar die op de diepste vragen niet ingaat, omdat wij in onze mondigheid, door ons verduisterd verstand, worden misleid, en onze wijsheid, dwaasheid is. Het gesprek, wel zeker. Maar dan het gesprek, waarin de leer meespreekt, dat is, waarin 't Woord meespreekt. En waar het meespreekt, daar spreekt het met gezag. Daar vertoont de gemeente de gestalte van Samuel: Spreek, want Uw knecht hoort. Eerst dan wordt ze bekwaam gemaakt, om te getuigen. Dat mogen wij én op de catechisatie én bij de catechismusprediking bedenken!
Telkens hadden wij het over de „leer". Velen zijn vooringenomen tegen de leer, en tegen het leerstellige. Zij huiveren voor de dorheid, de geleerdheid, de levensvreemdheid daarvan. En wie zal niet toegeven, dat vele leerredenen, 's morgens en 's middags aan dit euvel lijden. De leer, dat is een slap of pittig aftreksel van 't Woord, maar er is geen smaak aan. Inderdaad zo is het vaak. Helaas. Want hoewel in zulke prediking, het gehalte aan echte leer bij nader onderzoek, bedroevend gering is, de dorheid van de prediking wordt op rekening van de leer geschreven. De leer raakt daardoor in discrediet bij oud en bij jong. Wat verstaan wi] eigenlijk onder de leer. En waarom durven we vandaag op te komen voor een eerherstel van de leer? Uitgerekend vandaag. Hadden de Remonstranten gelijk toen ze zeiden: De leer treedt in de plaats van het Woord. Ja en nee. Wij dienen dit verwijt ter harte te nemen, zeker binnen de gereformeerde gezindheid. De ontwikkeling van de prediking in de eeuwen na de hervorming, leren ons dat dit gevaar niet denkbeeldig is, en dat 't Woord geperst wordt in het kader van de leer, en daarin dood gedrukt. Dat kader van de leer blijkt dan meer naar de wijsbegeerte dezer eeuw, dan naar het Woord Gods te zijn gevormd. Dat geldt reeds voor de zeventiende en in nog sterker mate van de achttiende eeuw. En hoe is dat heden? Verkapte filosofie en psychologie voeren de boventoon.
De catechismusprediking betekent eerherstel voor de leer. Want die catechismus toont ons dat die leer een zeer hoog Woordgehalte heeft. Het is de leer naar en uit het Woord. Sterker nog: Het Woord wordt geleerd. De prediking is lering! De leer is geen gegeven grootheid los van de bediening des woords. Hebben we daar voldoende erg in? Is niet veel onheil veroorzaakt, doordat wij los maken, wat onlosmakelijk met elkaar verbonden is. Catechismusprediking is daarom voluit prediking, omdat ze lering is. En in de lering en de vermaning des Heeren moet de gemeente, jong en oud, worden opgevoed. De leer des Woords, in de school van de H. Geest. De inhoud van de Catechismus is eenvoudigweg: het Woord. Zij komt er uit op en grijpt er naar terug. Het is geen prediking ex catechismo sed ex scriptura. Alleen zo wordt het veel gehoorde verwijt ontzenuwd. En indien niet, dan is dit verwijt terecht. De school des Geestes duldt geen scholastiek!
En de Catechismus is het tegendeel van scholastisch, zij is sohriftuurlijk. Dat is de hoogste onderscheiding die men haar kan geven, en daar maakt zij zelve aanspraak op. Herinner u slechts de 673 verwijzingen naar de H. Schrift! Dat zijn geen bewijzen om de leer te staven. Zo wordt het Woord wel gebruikt, misbruikt, en oiok onze vaderen hebben zich daar in hun leerstelige beschouwingen en verhandelingen soms schuldig aan gemaakt. De loca probantia! Maar in de Catechismus wordt het Woord aangehaald, omdat het Woord daarm wordt samengevat! Een repetitie sacrae scripturae. Zij dringt het Woord niet terzijde, maar ze draagt het in zijn samenhang voor, ze legt het uit. Ze eigent het toe in de leering en de vermaning gaan explicatio en applicatio hand in hand. Ze leert de gemeente bij en uit 't Woord te leven en daarom zijn haar woorden zo ontroerend dicht bij die van de Schrift gebleven. De leer des Woords; dat is 't Woord in zijn samenhang. Wij leren 't lezen zoals we 'n zin leren lezen. De summa, dat is het overzicht. Wie de zin wat overziet, die kan lezen! Daarmee bewijst de catechismus ons een onschatbare dienst. En zo wil ze gepredikt worden. Of wij dan aan die prediking een tekst doen voorafgaan of niet, is van geen belang. Bijna zou ik zeggen liever niet; omdat het Woord, in vraag en antwoord aan het woord is. Wij behoeven de Catechismus niet naar het Woord om te buigen, wij mogen het Woord er betuigd vinden. De inhoud is het Woord! Catechismusprediking is Woordverkondiging. En zij heeft dit voordeel: De hoofdzaken van het Woord, komen in hun onderling verband, en met de hun eigen nadruk, aan de orde. Wat we anders zouden overslaan, wat we ook wel eens overtrekken, zodat 't Woord uiteenvalt in waarheden, die elkaar verdringen, of in eenzijdigheden die meer zeggen over ons, dan over de waarheid. Van hieruit is de catechismusprediking zelfs dringend geboden. Want wie is niet eenzijdig in tekstkeuze en denkwijze? Zij dwingt dienaar en gemeente van de tekst geen stokpaard te maken, maar Christus op het Woord te laten binnenrijden in haar midden. En hoe heilzaam is 't, ons door de Catechismus te laten leiden. Als we dat dan ook maar doen in de catechismusprediking, en als de gemeente daar maar op let.
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 30 mei 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's