SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (V)
Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden en die doen zult, .. . .zal lk vrede geven in den lande, dat gij zult te slapen liggen en er niemand zij die verschrikke. Lev. 26 : 3 en 6a
§ 3. Een achttiende eeuwse droom
Eén van de vele herinneringen, die ik bewaar aan de leerschool van mijn leven - Buchenwald, 1942-1945 - is, dat daar geen pacifisten waren (de Jehova's Getuigen buiten beschouwing gelaten). Ik kan me zelfs niet herinneren, dat het pacifisme als zodanig er ooit thema van gesprek is geweest, als wij daar zo stonden, op de plaats der offeranden (appèlplaats) ....
Was het ook niet in die kampen, dat de gevangenen — het zingen van de schare der „verdoemden" behoorde er tot de liturgie — het refrein van het laatste couplet van het lied van Ernst Busch veranderden in „Dann zieh'n die Moorsoldaten, Gewehre statt der Spaten . . . . " (Eugen Kogon)?
Wat zegt ons dit? Wel, dat zoveel pacifisme als sneeuw voor de zon verdwijnt in de smeltkroes van een totale oorlog, op het altaar van Mars!
Wat merkten wij hier in de jaren '40 - '45 van dat pacifisme?
Is het ooit voorgekomen, wat onlangs in Zwolle is geschied, dat defilerende soldaten werden gemolesteerd, doordat hun stokken tussen de benen werden gedreven en helmen van het hoofd geslagen? Ik heb er nooit van gehoord.
Hoe snel schaarden zich ook niet in de V.S. de kerngeleerden weer in het gelid o.l.v. de „vader van de H-bom" (Teller), toen het in Korea ernst werd (1950)! Ook dat pacifisme ten halve (het z.g. atoompacifisme) spatte als een zeepbel uit elkaar....
Veel pacifisme moet als een weeldeartikel worden aangemerkt; de marktwaarde ervan in oorlogstijd is nihil.
Dat het een weeldeartikel is, blijkt ook uit de reclame, die daarvoor in vredestijd wordt gemaakt: grof op de toekomst speculerende affiches, ostentatieve marsen op feestdagen, enz.
Het staat overigens m.i. vast, dat datzelfde pacifisme er verstandig aan deed een toontje lager te zingen. Moedigde niet het luidruchtige optreden der pacifisten in Engeland en Frankrijk, zegge omstreeks 1935, de agréssiviteit van Hitler CS. aan?
De lezer versta mij wel: te bewijzen valt zuks nimmer, zo min als het tegendeel.
Wat zijn er b.v. al niet een theorieën in omloop gebracht ter verklaring van de catastrofe van 1914, het jaar van de grote caesuur... .
De laatste jaren vooral is op dat gebeuren van verschillende kant nieuw licht geworpen. Hoe blijkt achteraf niet vaak een klein voorval de aanleiding te zijn geweest van niet te voorziene ontwikkelingen met dramatische afloop! De beelden mogen wisselen, de tragiek is gemeenlijk dezelfde: zich in het slijk der zonde wentelende mensen, ten prooi aan de demonen En dat heus niet alleen op de slagvelden of in de concentratiekampen maar ook in de kanselarijen en de handelshuizen.
Zo en niet anders is onze wereld.
Prof. van Stempvoort schreef eens: „Eerlijk gezegd, hebben wij van het rationalisme van dit vraagstuk — het vraagstuk van oorlog en vrede, vR. — schoon genoeg gekregen. De rationaliteit is een doodlopend slop. De feiten beslissen: schuld en dood, demonen en ongeesten, martelaren die niet ontwijken wilden, tot offer bereide zielen wier bloed een zaad was. De mensheid gaat baar kruisgang. Deze feiten zijn onvermijdelijk als de dood. En tevens overwonnen door de opstanding ten leven. Ouders hebben zich opgeofferd, opdat kinderen zouden leven".
Ziehier de „missing link" in het denken van de naar brood en spelen hunkerende mens in het getente van de moderne verzorgingsstaat.
Bedwelmd door het geloof, dat hij het stadium van de met „vooroordelen" behepte mens te boven is, bouwt hij verder aan wat hem een „leefbaar" bestaan toeschijnt.
God en de duivel zijn uit zijn gezichtsveld verdwenen.
Het is in dit klimaat dat het pacifisme het weligst tiert.
Heeft onze Synode voor dit alles wel voldoende oog?
Ik betwijfel dit ten zeerste.
Naar links maakt onze Synode een minzame buiging (het standpunt van de pacifisten wordt gebillijkt), naar rechts heft zij waarschuwend de vinger op (op het standpunt der niet-pacifisten vindt duchtig aftrek plaats).... Ik laat het aan de lezer over, zich hiervan te overtuigen (hoofdstuk VII, blz. 51-53).
In 1952 reeds bevorderde onze Synode de dienstweigeraar tot 'n mogelijk teken voor de kerk en de wereld {blz. 92).... Maar is de verschijning van een burger in 's konings rok dat dan niet, anderszins weliswaar?
Ds. Landsman zinspeelt er reeds op, dat de kerk aanstonds zegt: „Nu kunt u niet meer onder het weigeren uit". Loopt hier een politicus of een militair het risico van excommunicatie? ....
Is soms al die z.g. vredelievendheid uit ongekorven hout? Had onze Synode geen reden, ter plaatse de schapen van de bokken te scheiden?
Welk een vooroordeel spreekt hier uit haar geschrift!
Ten rechte schreef m.i. dan ook prof. van Niftrik: „Het lijkt mij nauwelijks voor bestrijding vatbaar, als ik beweer, dat er in de Hervormde Kerk een verholen antimilitairisme heerst".
Is dan alle pacifisme verwerpelijk?
Neen, geenszins.
Daar zijn vormen van pacifisme, die aanspraak maken op een legitieme plaats in de kerk. Dit is immers het criterium!
De kerk handhave t.a.v. pacifisten en niet-pacifisten enerlei tucht, conform de befaamde formule: zij were uit haar midden wat haar belijden weerspreekt.
Alsdan is er ook een basis, waarop pacifisten en niet-pacifisten met elkander van gedachten zouden kunnen wisselen over een vraagstuk als dat van de kernbewapening.
Dan mag er van zon discussie vnicht worden verwacht: „Wir mussen versuchen, die verschiedenen im Dilemma der Atomwaffen getroffenen Gewissensentscheidungen als komplementares Handelui zu verstöhen" (stelling no. 6 van de Commissie-Gollwitzer c.s., 1959). Is deze stelling niet alleszins acceptabel voor pacifisten en niet-pacifisten? Wie durft haar ethisch indifferent noemen... . ?
Twee dingen geef ik het hedendaagse pacifisme altijd toe; ik accentueer:
1. Heilzaam is de verontrusting, die de kernbewapening vergezelt, haar draagt en verdraagt.
„Vele mensen leven met de Bom als met de dood; zij weten, dat hij er is, maar denken er zelden aan en piekeren er nog minder over" (Eykelboom).
Het perspectief, dat de kernbewapening opent, brenge ons toch vooral op de knieën voor de God van Hemel en Aarde!
2. Wij leven in een „kleiner" wordende wereld met groter wordende problemen.
Wij hebben nog steeds onvoldoende oog voor wat er in de wereld rondom ons gebeurt. Iets daarvan zit ons misschien ook wel in het bloed. Zijn wij Nederlanders, niet wat huiselijk aangelegd. . . . ?
Doch wat algemeen geldt, geldt ook hier: steriel denken betaamt een christen niet . . . (Rom. 12 : 2).
Tal van vormen van pacifisme wijs ik echter radicaal af, als zijnde geen legitiem gezelschap.
Wat 't binnenkerkelijke pacifisme aangaat: alle pacifisme van niet-orthodoxe signatuur verwerp ik, en dat niet zozeer vanwege het uiteindelijke doel, dat zulk een pacifisme nastreeft — niet het monopolie der pacifisten overigens — als wel vanwege de wortels van dat pacifisme en de weg, die het aanprijst, inbegrepen ook de strijdmethoden, die het toepast.
Het loont de moeite deze vormen van pacifisme van dichterbij te bezien.
1. Pacifisme in een „oude" samenleving doet mij altijd weer denken aan schimmel op oud brood. Is niet ons oude werelddeel sedert de 18e eeuw van die spectaculaire vonnen hét toneel? Hieruit is m.i. maar één gevolgtrekking mogelijk: dit pacifisme is een geesteskind van de Aufklarung (Verlichting).
2. Wat dit bovenmatig politiek geinteresseerde pacifisme kenmerkt is zijn uiterst gereserveerde houding jegens de status-quo met inbegrip van die verworvenheden, die men de waarden van het Westen pleegt te noemen. Wat ook maar naar het verleden riekt, is in de ogen van dit pacifisme verdacht. Het is dit pacifisme, dat keer op keer tot schaamteloze zelfverguizing vervalt, de gezindheid van „de Derde Weg" manifesteert en.. de mentaliteit van „de Vijfde Colonne" (het gilde van de „spionnen voor de vrede"). Dit pacifisme schijnt zelfs permanent overhoop te moeten liggen met het wettige gezag, al dan niet onder het motto „nieuwe weerbaarheid" (Heering)!
3. De houding der hier bedoelde pacifisten verraadt 'n innerlijke gespletenheid, die het spiegelbeeld schijnt van de huns inziens te genezen patient (de verdeelde wereld). Enerzijds predikt dit pacifisme de uiterlijke vrede van de daken — uit pure weelde overigens, dank zij de miljarden die de Westerse defensie jaarlijks verslindt en de toeslag daarbovenop van miljoenen niet-pacifisten (militairen) — anderzijds zijn de gangmakers van dit pacifisme vaak het toonbeeld van krenkende onverdraagzaamheid..
Welk een bejegening viel onlangs staatssecretaris Calmeyer niet ten deel (mr. Fockema Andreae e.a.)! Ligt dit ook niet in de lijn van de pacifistische traditie? Het overkwam toch generaal Snijders, door prof. van Embden aangezocht voor een debat ia de Haagse Dierentuin, dat hij niet eens aan het woord kwam. ...! Ook heb ik al dikwijls opgemerkt, dat aan de onverdraagzaamheid van de pacifisten de internationale politieke toestand kan worden afgelezen. Hoe moest niet in ons land de B.B. het ontgelden ten tijde, dat Chroestsjef al zwaardere bommen deed ontploffen (herfst 1961)!
4. Als het gaat om de toekomst van land en volk of over de wereld van morgen, zoals het dan wel heet, toont ieder pacifist ons het recept, doch over het verleden zwijgt hij liefst categorisch. Het is alsof die geschiedenis hem in verlegenheid brengt. Zou hij haar willen afsluiten als gold het een proces-verbaal van niet meer te innen vorderingen? Was al dat bloedvergieten — „de geschiedenis is het lange proces-verbaal van de marteling der mensheid" zei eens iemand — vergeefs. . . .? Het geloof, dat ons niets bij geval overkomt en dat het God is, Die alles bestuurt, moge ons ervoor bewaren enig belang te hechten aan zo'n recept; het bijbelse „gedenkt" (Hebreeën 13!) brengt ons verder: de mens, die zich rekenschap geeft van de zegeningen Gods en die telt, komt niets te kort.
Het behoeft na het bovenstaande wel geen betoog, waar de wieg van dit pacifisme moet worden gezocht: dit pacifisme is een vrucht uit de schoot van de Revolutie.
Karakteristiek immers zijn: het geloof in „de goede mens", de onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden, de aankanting tegen het van God ingestelde, wettige gezag, het dédain tegenover de geschiedenis en... . zijn pretenties met betrekking tot de toekomst!
(wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's