De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

10 minuten leestijd

Paus Johannes XXIII afgelost van zijn post — Een merkwaardig proces — Naar aanleiding van 'een verdrietige zaak'.

In de avond van de tweede Pinksterdag is Paus Johannes XXIII overleden. Dat sterven kwam niet onverwacht. Schier een week lang werd telkens al gemeld dat de toestand kritieik was. „Trouw" — ik meen in het nr. van 29 mei jl. — gaf voortijdig reeds het doodsbericht. Ik heb zeer betreurd, dat dit in de christelijke pers geschiedde en ook, dat het, voorzover ik heb kunnen nagaan, zelfs niet is gerectificeerd met betuiging van leed. Het was alles in strijd met de piëteit.

Toen op 28 oktober 1958 de nu overleden Paus de keuze tot opvolger van Pius XII aanvaardde, sprak hij tot de kardinalen: „Johannes vocatur". „Ik zal Johannes heten, o.a. omdat dat ook de naam was van de Doper, die niet het licht was, maar van licht getuigenis gaf en de naam van die andere Johannes, die bij het avondmaal rustte aan het hart van Christus en daar vervuld werd met liefde". Ik ontleende dit aan 't 2e artikel dat prof. Berkouwer gaf onder het opsdhrift: „De veel besproken paus" (G.W. d.d. 24 mei jl. uitgave Kok).

Bij de keuze van Johannes XXIII heeft men gesproken van een „interim-paus".

Zijn optreden en regering der r.k.kerk heeft hem wel anders doen kennen. Hij die niet anders wilde zijn dan „een nederige herder", heeft met vaste hand de r.k.-kerk geleid en al heel spoedig na zijn optreden het besluit tot het bijeenroepen van het 2e Vaticaanse Concilie uitgevaardigd. Er zit iets weemoedigs in, dat hij slechts de 1e zittingsperiode van dit 2e Vaticanum heeft mogen meemaken en de afsluiting hem niet is gegund. Of het voortgezet zal worden hangt al van de beslissing van zijn opvolger. En indien wel, dan is het de vraag of deze het spoor, dat Johannes XXIII trok, zal volgen en zijn kerk zal leiden naar de „vernieuwing", waarop velen, in en buiten de r.k.-kerk hoopten.

Johannes XXIII heeft zeer het accent gelegd op „de terugkeer van de gescheiden broeders" in de ene catholica, en de vrede der volken. Zijn laatste encycliek: „Pacem in terris" getuigde daarvan. Zo gaat Johannes XXIII de geschiedenis in als een paus, die in zijn korte pontificaat geijverd heeft voor de vrede der volkeren en de eenheid der christenen en zulks in pastorale bewogenheid. Het Vaticaan had in de jaren, dat hij er zetelde „vensters naar de Wereld".

Gelijk onze lezers bekend kan zijn, is het vorig jaar prof. dr. A. S. Geyser, hoogleraar in de theologische faculteit van de universiteit te Pretoria, veroordeeld wegens afwijking in de leer. Dat geschiedde in een besloten verhoor door een commissie van de Ned. Geref. Kerk van Zuid-Afrika. Aan prof. Geyser zijn toen de emeritaatsrechten van predikant ontnomen. Gevolg daarvan zou zijn — krachtens de verhouding van overheid en „grote kerk" in Zuid-Afrika — dat prof. Geyser ook zou ontslagen worden als hoogleraar. Hij heeft dat ontslag niet afgewacht, doch het zelf genomen, om een benoeming tot hoogleraar aan de universiteit in Johannesburg aan te nemen. Deze universiteit is „vrij" van de staat.

Niettemin heeft prof. Geyser niet berust in de beroving van zijn rechten als em.-predikant. Hij heeft zijn zaak gebracht voor het „Hooggerechtshof, dus voor de „wereldlijke redhter". Dat schijnt ons misschien een vreemde, zo niet verboden weg. Doch in Zuid-Afrika is zo iets vaker voorgekomen. In een artikel in de N.R.Crt. dd. 27 mei jl. dat uit Pretoria stamt, werd dit vermeld. Enkele van die processen werden met name genoemd. En het stuk vermeldt, dat het „Hooggerechtshof" in zulk een geval uit de aard der zaak niet heeft te oordelen over de theologische gronden, waarop een veroordeling is gebaseerd, doch „aan de hand van getuigenissen heeft na te gaan of de Kerk bij haar uitspraak zich aan haar eigen regels heeft gehouden" (N.R.Crt.)

Prof. Geyser had nu een advocaat en had als „Kroongetuige" verzocht de Groningse hoogleraar in de uitlegging van het N.T. prof. dr. P. A. van Stempvoort. Deze heeft echter zijn betoog ten gunste van prof. Geyser niet behoeven te houden. Na acht dagen van verhoor en kruisverhoor werd prof. Geyser gevraagd onder ede te verklaren of hij al de belijdenisgeschriften zijner kerk onderschreef. Hij antwoordde, evenals meermalen in het kerkelijk proces, bevestigend.

Daarop vroeg de woordvoerder van de kerkelijke advocaten verdaging van het proces, opdat beide partijen tot een broederlijk overleg zouden kunnen komen. Alzo is daarna geschied. Dat overleg heeft 5 dagen geduurd. Resultaat was, dat de kerkelijke commissie verklaarde, ten overstaan van het „Hooggerechtshof", dat onder de kerkelijke rechters een misverstand heerste, toen zij prof. Geyser schuldig achtten aan ketterij. Prof. Geyser's predikantsrechten werden onaangetast verklaard, en de kerk nam op zich alle kosten van beide partijen te dragen" (N.R.Crt.). Die kosten belopen, volgens de schrijver van het artikel in de N.R.Crt. ongev. ƒ 200.000, -. „Trouw", dat in zijn nr. van 21 mei ook over deze zaak schreef begrootte de kosten op een half miljoen.

Zo is dus prof. Geyser, die in de voorgestelde overeenkomst bewilligde, vooral met het oog op het welzijn der kerk, gerehabiliteerd.

Een procedure als de bovenvermelde kennen wij hier zo niet. Wel is er iets dergelijks ook, naar ik me herinner, hij ons indertijd voorgekomen. Er zijn er geweest, die, in twijfel of de kerkorde van 1951, wel naar de regelen daarvoor gesteld, was tot stand gekomen, daarover een rechterlijke uitspraak hebben gevraagd. Dat is toen door meerderen onder ons afgekeurd en wel met een verwijzing naar 1 Kor. 6, waar Paulus handelt ovet het te recht gaan niet bij de heiligen doch bij de „onrechtvaardigen". Ik heb dat bezwaar niet kunnen delen, omdat ik meen, dat 1 Kor. 6 niet op dergelijke kwesties slaat. En dus kan ik ook het niet eens zijn, met wie prof. Geyser's stap in dezen: op grond van genoemd hoofdstuk uit 1 Kor, zouden veroordelen. Trouwens, die 2aillen er in dit geval niet zovelen zijn, omdat het gevoelen wel overheerst, dat in de zaak-Geyser het „rassenprobleem", waarin hij een van de kerkleiding afwijkende mening heeft, de ware oorzaak van de kerkelijke procedure was. Ik zal dat niet betwisten. De dingen staan in het kerkelijk leven in Zuid-Afrika helaas zeer scherp. En dan is de objectiviteit vaak verre te zoeken. In dit verband is wel opmerkelijk een uitspraak van prof. v. Stempvoort over dr. Verwoerd, de minister-president van Zuid-Afrika. Ik las die in het boven reeds vermelde artikel van „Trouw" en ze luidt:

„Overigens wil prof. Van Stempvoort nog zeggen, dat hij heus niet a priori een tegenstander van Verwoerd is. „Sommige dingen doet hij lang niet gek". Prof. Van Stempvoort vindt dat men in ons land - wel eens uit het oog verliest dat de situatie, zoals die in Zuid-Afrika ligt, uniek is en dat wij hier vaak te gauw en onbillijk oordelen'.

Hoe dit ook zij, het resultaat van dit proces, dat zonder de overeengekomen schikking wel enkele maanden zou geduurd hebben, zal zijn vrucht wel afwerpen. In het artikel uit de N.R.Crt. lees ik nl. — en het is ook wel een gevolg van het proces-Geyser — dat „de Zuidtransvaalse synode besloot, dat in haar kerkdiensten alle ernstige gelovigen van andere rassen ook welkom waren". De schrijver noemt het „een stap in de goede richting van de universaliteit van het christendom". Daarmede zijn de moeilijkheden niet weggenomen. Maar het zou kunnen zijn, dat men op weg is, en dat zou een winstpunt zijn. En voorts, men herinnere zich bij alle beoordelen van de kerkelijke situatie in Zuid-Afrika, het slot van wat prof. Van Stempvoort over de hele toestand opmerkte.

Gelijk men kan weten heeft onlangs dr. De Jonge uit Driebergen een suggestie gedaan, dat het gesprek met prof. P. Smits weer op gang zou komen. Dr. De Jonge deed dit in een artikel op de voorpagina van „Woord en Dienst" geplaatst, dat de titel droeg: „Een verdrietige zaak". Dat dit artikel zo in 't oog lopend in het officiële orgaan van de Herv. Kerk versoheen, deed de eindredacteur van „Hervormd Weekblad" ds. H. G. Groenewoud en in een volgend nr. van het blad prof. v. Itterzon in de pen klimmen om aan hun verwondering, zo niet hun misnoegen, daarover uiting te geven. Zij veronderstelden, dat deze verschijning op zulk een wijze in het officiële orgaan onzer Kerk, van redactiewege niet zonder bedoeling zou zijn.

Ze hadden dus hun kritiek op de redactie van „Woord en Dienst", betref­ fende de opname van het artikel.

In een „ingezonden" in „Hervormd Weekblad" d.d. 11-4-'63 geeft ds. J. T. Wiersma uit Wassenaar „een kijkje in de keuken" van „Woord en Dienst, gelijk H.G.G. het in zijn antwoord aan ds. Wiersma uitdrukt. Door dit „kijkje" weten we er iets van wie de redactie-leden van het „officiële orgaan" zijn, hoe de samenwerking is, en zo maar meer. Dat is uiteraard wel interessant.

Wij weten nu, dat ds. Landsman geen deel uitmaakt van de redactie, doch dr. Ëmmen, de secretaris-generaal der Synode wel. Doch nu ter zake. Dr. De Jonge nam zelf het initiatief tot het schrijven van het bewuste stuk. Hij stelde het ds. Wiersma ter hand. Deze bepleitte in de redactievergadering opname en de redactie ging ermede akkoord. Ds. W. vertelt dan verder, dat hij voor plaatsing pleitte „omdat ... zeer velen in onze kerk, waar zij ook staan, met de oplossing van de zaak-prof. Smits geen vrede hebben en mijns inziens ook geen vrede kunnen hebben". In het slot van zijn antwoord aan ds. W. zegt H.G.G., na nog eens onderstreept te hebben, waarom z.i. het artikel van dr. De Jonge niet had mogen opgenomen worden, zonder bijschrift, of begeleidend woord der redactie van „Woord en Dienst": „En dan gaat het in wezen om niets anders dan dat prof. Smits een totaal andere godsdienst voorstaat dan die welke de Hervormde Kerk behjdt. Het gaat niet alleen om enkele krenkende uitdrukkingen, hoezeer die symptomatisch zijn; het gaat niet slechts om een andere opvatting van de schepping; noch om een erkennen van de resultaten van de moderne natuurwetenschappen; evenmin alleen om de vraag, hoe het evangelie moet gebracht aan de mens van deze tijd; het gaat om het geheel van het bijbels evangelie zelf. Het is een andere God, een andere Ghristus, een ander verlossingswerk, een ander geloof, wat prof. Smits predikt. Tussen zijn opvattingen en de belijdenis der kerk gaapt een afgronddiepe kloof; meer: hier is een onverzoenlijke tegenstelling. Hij mag dan echt modern mens willen zijn, gehjk dr. De Jonge beweert, voor de kerk is het de vraag of prof. Smits een christen wil zijn, wiens geloof op de Heilige Schrift is afgestemd.

Dit nu kwam in het artikel van dr. De Jonge volstrekt niet tot uiting. Ik acht het een ernstige fout, niet een beleidsfout, maar een vergrijp tegenover de kerk, dat de redactie van „Woord en Dienst" dit niet terstond heeft gezegd. En ik ben er van overtuigd, dat zo de kerk de weg zou gaan, die dr. De Jonge wijst, we beter kunnen doen, maar meteen alles wat betrekking heeft op de leertucht, uit de kerkorde te schrappen. Want prof. Smits is de enige niet die zo radicaal „links" is; en als ik me niet vergis, zijn de vrijzinnigen er nog niet aan toe, op deze predikanten de leertucht te willen zien toegepast.

Ook mij bevredigt de oplossing van de zaak Smits niet. Zij is, naar de aard der kerkelijke tucht ook nog niet „af". Er moet een vervolg op komen. Doch dat kan alleen maar zijn, dat prof. Smits zijn dwalingen erkent en het bijbels evange­lie belijdt".

Ik heb aan dit stuk van ds. Groenewoud niets toe te voegen. Ik ben hem alleen maar dankbaar, dat hij de zaak, de „oplossing" en wat daar nog op moet volgen, zo klaar en duidelijk heeft gesteld. Daar staat „geen woord frans" in.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's