WAT VERHINDERT ONS...?
F. TROOST
II.
Vr. 70 luidt immers: „Wat is dat, met het Bloed en de Geest van Christus gewassen te zijn? "
Waarop als antwoord volgt: „Het is vergeving der zonde van God uit genade te hebben om des Bloeds van Christus wil, hetwelk Hij in Zijn offerande aan het kruis voor ons uitgestort heeft; daarna ook, door de Heilige Geest vernieuwd en tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn, opdat wij hoe langer hoe meer der zonde afsterven en in een Godzalig, onstraffelijk leven wandelen."
Welk een verlossing volgt er op het stuk der ellende. Van de rijkdom daarvan kan slechts gestameld worden. In beginsel kan er iets van doorleefd worden. In beginsel, want de diepte en de hoogte, de lengte en de breedte hiervan is niet te peilen of te meten. Daarvoor zal de eeuwigheid nodig zijn. Een mens die dit doorleeft, gevoelt zich als overgeplaatst in een andere wereld, ja werd van dood levend. Er blijft dan maar voor één ding plaats over, nl. voor aanbidding van een Drieënig God, Die uit souvereine genade zondaren verzoent, vijanden tot kinderen maakt, goddelozen rechtvaardigt, aan ongelovigen het zaligmakend geloof schenkt en Die van nature eigengerechtigden de toevlucht leert nemen tot de gerechtigheid van Christus.
Zo opgetrokken uit de kuil van modderig slijk, de voeten gezet op de Steenrots Christus, daar zal het niet anders ervaren worden, dan dat een nieuw hed in de mond gegeven worden. Zo worden ze zangers bij de gratie Gods.
Daar, op die Steenrots, daar leert men iets verstaan van hetgeen een dichter eens zong:
Nu ken ik die waarheid, zo diep als gewis,
Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is.
Nu tart ik de dood, nu verwin ik het graf,
Nu neemt mij geen satan de zegekroon af,
Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis
Naar 't erfgoed daarboven, in 't Vaderlijk huis.
Mijn Jezus geleid mij door d'aardse woestijn,
Gestorven voor mij, zal mijn zwanenzang zijn.
De pelgrimsreis blijft een woestijnreis, doch onder Goddelijk geleide. Een woestijnreis, waarin gekend worden tijden van opgewekt geestelijk leven naast perioden van dorheid en ingezonkenheid tijden van strijden in het geloof, aangedaan hebbende de wapenrusting Gods, doch ook tijden van verachtering in de genade.
Maar juist, waar God weet, wat van Zijn maaksel is te wachten,
Hoe zwak van moed en 'hoe klein zij zijn van krachten,
ja, dat zij stof van jongsaf zijn geweest,
daar komt Hij in Zijn overbuigende liefde en trouw, niet alleen met Zijn Woord, maar ook met Zijn Sacrament de Zijnen, voor wie de weg soms te veel zou zijn, te versterken en te bemoedigen, Ook met het Sacrament van de Heilige Doop.
Want die Heilige Doop is voor Gods kind, is voor de oprecht gelovige, maar niet iets dat eenmaal geschiedde en waarvan verder geen sprake meer uit zou gaan. Die Heilige Doop spreekt nog, ook al is zij misschien 20, 40, 60 of meer jaren geleden. Die Heilige Doop spreekt telkens, wanneer er maar een oor is om te horen, wanneer zij in het midden der gemeente bediend wordt.
En van die Heilige Doop gaat een vermaning uit en een verzekering. Lees het maar in vraag 69. Een vermaning, nl. deze: om het alleen, maar dan ook alleen van die enige offerande van Christus, aan het kruis geschied te verwachten. Die vermaning is niet overbodig. Want hoe kunnen ook Gods kinderen hun geestelijk vertrouwen vaak nog op zoveel buiten Christus stellen. Op hun bekering, op hun weg, op hun geloof.
Die vermaning is ook hierom niet overbodig, omdat Gods kind ook vaak zo mismoedig kan zijn, doordat het nog zoveel in zich bevindt dat nog zo onvolkomen en met zonde bevlekt is. In plaats van heiliger, ook al doet hij misschien minder zonden, gevoelt hij zidh onheiliger en wordt de klacht bij hem geboren: ik ellendig mens.
Maar nu is dit de rijke vermaning van de Heilige Doop: stel uw vertrouwen nergens op, dan alleen op de Borggerechtigheid van Jezus Christus. En weet, dat indien ge, ook na ontvangen genade, geen steun en geen roem in uzelf kunt vinden, dat dit, hoe smartelijk het ook moge zijn, toch uw zaligheid niet in de weg zal staan. Want die met het Bloed en de Geest van Christus gewassen is, die is rein. In Christus ziet God geen zonde meer in Zijn Jacob en geen overtreding in Zijn Israël.
Als Gods kind deze goddelijke vermaning door de Heere in de Heilige Doop tot Zijn gemeente gesproken, ter harte mag nemen, dan zal die Heilige Doop, de sprake die daarvan uitgaat, ook de geloofszekerheid werken, nl. deze „dat ik zo zekerlijk met Zijn Bloed en Geest van de onreinigheid mijner ziel, d.i. van al mijn zonden gewassen ben, als ik uitwendig door het Doopwater gewassen ben, hetwelk de onzuiverheid des lichaams pleegt weg te nemen". Met Christus Bloed en Geest gewassen, dat betekent:
vergeving der zonden te hebben,
een nieuw schepsel te zijn,
tot lidmaten van Christus geheiligd te zijn.
Méér is niet nodig, maar ook: met minder kan het niet.
Met Christus Bloed en Geest gewassen te zijn, dat betekent ook geen vreemdeling te zijn van de goddelijke roeping, geloof, wedergeboorte, vereniging met Christus, rechtvaardigmaking en heiligmaking.
We hebben de Heere vrij te laten wat betreft de trap en de mate waarin dit doorleefd wordt, doch het zijn de schakels in de keten des heils, waarvan er niet een gemist kan worden. En de vrucht van dit alles zal toch zeker zijn, zoals ik reeds aanhaalde uit de Dordtse Leerregels, dat wij weten en gevoelen, dat wij door de genade Gods met het hart geloven en onze Zaligmaker liefhebben. De Heilige Doop is een heenwijzing naar de eeuwige offerande eenmaal op Golgotha geschied, door welke de gelovigen in eeuwigheid volmaakt worden, Deze offerande is een verborgenheid voor de natuurlijke mens. Vandaar ook dat art. 27 van onze Nederl. Geloofsbelijdenis getuigt: „Wij geloven, dat, om ware kennis dezer grote verborgenheid te bekomen, de Heilige Geest in onze harten ontsteekt een oprecht geloof, hetwelk Jezus Christus, met al Zijn verdiensten omhelst, Hem eigen maakt en niets anders meer buiten Hem zoekt. Want het moet noodzakelijk volgen óf, dat niet al wat tot onze zaligheid van node is, in Jezus Christus zij; óf, zo het alles in Hem is, dat degene die Jezus Christus door het geloof bezit, zijn gehele zaligheid heeft." Zondag 26 èn het aangehaalde uit de Nederl. Geloofsbelijdenis, stellen ons de dingen wel klaar, duidelijk en bovenal Schriftuurlijk voor ogen. Wat we tot onze zaligheid van node hebben? Jezus Christus door het geloof te bezitten. De Heilige Schrift en evenmin onze Vaderen lieten het aankomen op een misschien. Drie stukken zijn er nodig gekend te worden. Het stuk der ellende, dit allereerst en telkens weer. Maar bij dit stuk der ellende zal het niet kunnen blijven. Ook de 2 andere zullen gekend moeten worden, nl. het stuk der verlossing en dat der dankbaarheid. Dit zijn inderdaad grote dingen, doch die de allerkleinste in de genade te enenmale niet zal kunnen missen. Jezus Christus door het geloof te bezitten. Laten we onszelf onderzoeken of we in dat geloof zijn. Nog is het het heden der genade, nog staat die psalm in onze Bijbel en nog is zij onverkort van kracht:
Opent uwe mond, eist van Mij vrijmoedig, op Mijn trouwverbond. Al wat u ontbreekt, schenk Ik, zo Gij 't smeekt, mild en overvloedig.
Hoe zalig is het volk dat het geklank kent. Het volk dat Christus kent, dat een God heeft. Die hen telkens weer vermaand en verzekert van de eeuwig reinigende kracht van Christus Bloed en Geest. Dat volk zingt: Zo ik niet had geloofd.. en het leert wachten op de Heere, de Getrouwe, de Bron van alle goed, Wiens kracht in zwakheid wordt volbracht. Zij kennen Christus als de volkomen verzoening, voor alle hunne zonden. Zo vallen Heilige Doop en H. Avondmaal in elkanders verlengde en bij Brood en Beker mag er aan de Dis des Heeren weleens in zieleweelde getuigd worden: Mijn beker is overvloeiende. Woord en Sacrament, Goddelijk voedsel, vertroosting en versterking voor Gods pelgrim naar Sion. God zal Zijn Waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's