KERKNIEUWS
Beroepen:
te Tholen, K. Schipper te Ederveen —te Randwijk (toez.), J. Bakker te Giessendam- Hardinxveld.
Aangenomen:
naar Leeuwarden (vak. Ph. Loggers), W. Koole te Wïssenkerke; — naar Middelburg (wijkgem. 3.) J. E. L. Brummelkamp te Kethel-Spaland.
Bedankt:
voor Zuilichem-Nieuwaal, J. van de Haar te St. Maartensdijk; — voor Maarssen, C. v. d. Bergh te Polsbroek.
CATECHETENCURSUS
De eerstvolgende catechetencursus zal D.V. gehouden worden op zaterdag de 6e juli Wijkgebouw Croesestraat, Utrecht. Aanvang om 10.15 uur.
INTREDE DS. C. VAN BART TE PUTTEN
Het was zondag een blijde dag voor de Herv. Gem. van Putten. In de morgendienst in de Oude Kerk werd ds. C. van Bart, als vierde predikant, gekomen van Ter Aa, door de plaatselijke predikant ds. J. van Wier in het ambt bevestigd. Na psalmgezang, wet en schriftlezing en gebed, sprak ds. Van Wier naar aanleiding van Matth. 28 : 18-20: „En Jezus bij hen komende sprak tot hen, zeggende: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Gaat dan henen, onderwijst alle volkeren, dezelve dopende in de naam des Vaders en des Zoons en des Heilige Geestes, lerende hen onderhouden alles wat ik u geboden heb. En ziet, ik ben met ulieden alle dagen tot de voleinding der wereld. Amen."
Na een duidelijke uiteenzetting van dit schriftgedeelte, waarin hij vooral de nadruk legde op de opdracht, die Jezus Zijn discipelen gaf en hen bemoedigde met Zijn toezegging, altijd bij hen te zijn en hen te ondersteunen, werd het bevestigingsformulier gelezen, waarop ds. Van Bart het „Ja, ik, van ganser harte" antwoordde.
Ds. Van Wier wenste de nieuwe predikant geluk en zegde hem alle steun toe, hopende op een goede samenwerking.
In de middagdienst deed ds. Van Bart zijn intrede. Als tekst had de nieuwe herder gekozen Galaten 1 : 2—5: „Genade zij u en vrede van God den Vader en onze Heere Jezus Christus; die zichzelve gegeven heeft voor onze zonden, opdat hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil onzes Gods en Vaders, dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen."
Ds. Van Bart wees er op, hoe Paulus de gemeente van Galatië genade en vrede toebad en dat hij dit mocht doen omdat God Zijn Zoon gegeven had, die zichzelf had gegeven voor onze zonden om zo een gemeente te trekken uit deze tegenwoordige boze wereld tot Zijn wonderbaarlijk licht en dat alles tot eeuwige heerlijkheid.
Hierna volgden enkele toespraken. Allereerst sprak hij ds. van Wier toe, die hem bevestigd had; daarna richtte hij het woord tot ds. Abma als ambtsbroeder, vervolgens de kerkeraad, de kerkvoogdij en de heer Konings. Voorts werden toegesproken het gemeentebestuur, dat (b en w) volledig aanwezig was. Ook de afgevaardigden van de Geref. en de Chr. Geref. Kerk, kosters, de organisten, hoofden van scholen en onderwijzers en de gehele gemeente. Ook velen uit zijn vorige gemeente werden toegesproken. Daarna sprak burgemeester Quarles van Ufford namens de burgerlijke gemeente, ds. Ykema namens de Geref. Kerü en ds. Abma namens de kerkeraad en gemeente.
BROOD VOOR HET HART
De opbrengst van de actie „Brood voor het hart", waarvan het doel — zoals bekend — is de met de Nederlandse Protestantse kerken verbonden kerken in Afrika, Azië en Zuid-Amerika de middelen te verschaffen, die 't hen mogelijk moeten maken voor hun leden en volkeren goede lectuur te produceren, heeft heden een bedrag van ƒ 1.25O.00O, — bereikt.
Dit bedrag is samengesteld uit vele duizenden particuliere giften en de collecte-resultaten van ongeveer 1850 Gemeenten of Kerken.
Nog steeds komen op igiro 500100 Amsterdam giften en collecten binnen.
VELDWINNENDE VRIJZINNIGHEID IN DE NED. HERVORMDE KERK?
Op 8 mei j.l. vond in het „Domhotel" te Utrecht de lente-vergadering voor leden en begunstigers plaats van het „Verband van Herv.-Geref. Ambtsdragers".
Na het huishoudelijk gedeelte, waarin o.a. door de Secr. verslag werd gedaan van de activiteiten van het „Verband" in Friesland en door de Penningmeester over het beheer van de Algemene Kas, ontving de inleider, ds. L. J. Bloemsma van Ommen gelegenheid, te spreken over bovenstaand onderwerp.
Inleider merkt op, dat wij, bij de beantwoording van de vraag, door het onderwerp gesteld, te onderscheiden zullen hebben tussen symptomen enerzijds en de vraag, wat er achter ligt anderzijds. Hij zal zich hebben te beperken tot randopmerkingen.
Wat is de Vrijzinnigheid? In Vrijzinnige kringen is zelfs geen overeenstemming. Er liggen spanningen. Reeds eerder gingen stemmen op, om de gelederen te zuiveren. (Heering in 1948). Men beweert, dat er grenzen zijn aan de vrijzinnigheid. Die grens wil men vooral naar rechts strenger afgebakend zien. Een belangrijke stroming wenst geen concessies aan de zogenaamde middenorthodoxie. Men wil een waarheid, die niet in strijd komt met wetenschap en wijsbegeerte. Hier ligt een duidelijke scheidslijn. Er moet een keuze gedaan worden.
Van diezelfde kant uit is men hoogst verbolgen, als de kerk ook maar een vinger uitsteekt naar prof. Smits. Wat binnen de grenzen der vrijzinnigheid wordt getolereerd, moet de Kerk aanvaarden. Er moge verschil zijn tussen rechts- en linksmodernisme (Sperna Weiland en Smits), maar beiden eisen een legitieme plaats op binnen de ruimte der Kerk. De ibesliste ontkenning van de Middelaar behoort de Kerk als consequent-vrijzinnige visie te blijven verdragen.
De Synode kan weten, dat Smits' theologie met de belijdenis der Kerk in strijd is en zeker ook met Art. X van de Kerkorde. En het ligt zeker niet aan onduidelijkheid bij de ivrijzinnigen, als de vrijzinnigheid veld wint. Als het aankomt op een keuze, kiezen allen voor Smits en tegen de belijdenis der Kerk, al heeft men misschien enig bezwaar tegen de scherpte van 's mans uitingen. De Kerk kan zich niet verontschuldigen met te zeggen: „Wij hebben het niet geweten".
Nu liggen de dingen in de zaak Smits wel erg duidelijk. Maar er zijn symptomen over de hele Unie. Spreker denkt aan Den Haag, vroeger orthodox bolwerk, waar 3 vrijezinnige dominee's geaccepteerd zijn. Doch dit staat niet alleen. Men wil de vrijzinnigen overal in het Hervormd kerkelijk leven integreren, vooral de zogenaamde „rechts"vrijzinnigen, maar men vergisse zich niet. Als dezen kiezen moeten, kiezen ze links. Ze mogen dan weinig in tel zijn in eigen kring, omdat de anderen vinden, dat ze met hun „Christus de Heer" de waarheidsvraag verdringen, zodat er zelfs geëist wordt van zuiver-moderne zijde, dat het front maar verkort moet worden, ergens blijven ze toch wel puur-vrijzinnig.
Het geval Smits is een uitdaging aan de Kerk. Niet om de manier waarop (krenkend, onheus, enz.) maar aan de Kerk zelf, die in Art. X duidelijk belijdenis aflegt aangaande de zelfopenbaring van een Drieënig God. Smits is ongetwijfeld oprecht. Hij wil de moderne mens aanspreken vanuit datgene, wat hij het „Evangelie" acht. Maar hier worden èn de Schrift èn de Belijdenis op wezenlijke punten weersproken. Dat had de Prov. Kerkvergadering van Zuid-Holland goed verstaan, al waren ze dan misschien fout in de hantering van de Kerkorde. Tenslotte kwam niet de waarheid, maar de waardigheid der Kerk in het geding, toen prof. Smits het gesprek staakte en tóén werden aan prof. Smits de toevoegdheiden van emeritus ontnomen.
Hier kwam de verwarring. Naar buiten leek het dat de Synode Smits om zijn leer ontoette; maar de waardigheid van de Kerk was gefrusteerd. Dit is het tweeslachtige. Er had — nu na 1961! — een leertuchtproces moeten beginnen, als het goed was. Leertucht? Men spreekt van ketterjacht, alsof die de belijdenis voorstaan, alle vrijzinnigen zonder meer willen afsnijden. Wie wil daaraan denken? Bovendien is de leertucht door zoveel zekeringen omgeven, dat iemand toerekende, dat een leertuchtproces wel over tien jaren zich kan uitstrekken.
Kennelijk wil de Synode de weg van de leertucht niet op. Zelfs van de judiciële leertucht kan geen sprake zijn. Met een zucht van verlichting werd de beslissing aangaande Smits ontvangen: gelukkig geen leertuchtproces! Zelfs dr. Buskes is doodsbenauwd voor de praktijk van de leertucht, waarbij eigen ervaringen in de Gereformeerde Kerk wel van invloed zijn. In de Hervormde Kerk liggen voor prof. Smits heel wat meer zekeringen overigens, dan vroeger voor ds. Buskes m de Gereformeerde Kerk.
Maar waarom dan Artikel X? Is dit een ornament? Om het geweten te sussen? Of als gebaar naar de Gereformeerde Kerken? Betekent het, dat wij er nooit aan moeten beginnen? Wat bedoelt de leertuchtparagraaf dan? Leertucht is toch in de eerste plaats terechtbrengen? Zij raakt toch het hart der Kerk? Juist daarin moet de kerk toch Kerk zijn?
Zo eenvoudig ligt het niet. Het gaat niet alleen om Smits en de leer der verzoening. Er komt meer bij: De leer van de mens, van de zonde, van de persoon van Christus, de Visie op andere godsdiensten. Dit alles is in het geding. Waarom gebeurt dat dan niet? Waarom wordt de weg van de Kerkorde niet bewandeld? Uitgemaakt moet worden, of de belijdenis herzien moet worden en de vrijzinnigen dus met hun leer een legitieme plaats in onze Kerk innemen.
Ds. Groenewoud schreef in de „Geref. Kerk" (conf.), dat het hier gaat om een andere religie, een ander geloof. Is het niet de weg van de tucht, Smits terug te brengen tot de waarheid van de Heilige Schrift? Dan vallen er beslissingen. Geen bijltjesdag. Maar wèl zal met droefheid door een belendende kerk een halt aan een valse leer moeten toegeroepen.
Ds. De Jonge schreef in het orgaan „Woord en Dienst" een opzienbarend artikel. Dat de Synode een ongelukkige beslissing nam is juist, maar om andere redenen dan ds. de Jonge het stelt. De waarheid der Kerk is in 't vergeetboek gekomen. Waarom zijn deze zaken zo in de Hervormde Kerk? Veldwinnende vrijzinnigheid? Ja. Hoe komt dat? Waarom hebben de vrijzinnigen rondom Smits zulk een plaats in de kerk? Er zijn vele oorzaken. Enkele noemen wij:
1. Er is in de laatste 40 jaren onnoemelijk veel gebeurd, sinds Karl Barth zijn „Römerbrief" publiceerde. Veel daarvan is onrijp, onverteerd, verwrongen en vertekend de Kerk binnengekomen. In onze Kerkorde Is op menige plaats de vrucht te zien. Daar is een mentaliteit, waarta letterlijk alles discutabel gesteld wordt. Alle gezag schijnt soms verschraald tot iets louter formeels.
In 1938 schreef wijlen dr. Koopmans in een nog altijd actuele brochure: , Het verzet tegen een bindende belijdenis gaat uit van een begrip volkskerk, waarbij ieder vrij mag leren wat zijn geweten hem te kennen geeft".
Deze uitspraak geldt al lang de vrijzinnigen niet meer alleen. Er is duidelijk een steeds verder gaande relativering van de waarheidsvraag op te merken. Ook bij de heersende midden-orthodoxie is een relativisme aan het groeien, waarbij men de opvatting van Smits, hoewel deze afwijzende, toch tolereert (vanwege het ruime kerkbegrip). Er moet dus ook ruimte zijn voor Smits. Ds. Groenewoud is meer bezorgd over de midden-orthodoxie dan vanwege het optreden van prof. Smits. Relativisme en dan toch een belijdeniskerk is het onmogelijkste wat er is. —
2. Het Schriftgezag. Waar is dit te vinden? Ds. Meijers spr. enige jaren geleden over: „Verschuivingen in de Schriftwaardering". Telkens vielen er beslissingen, waarbij men de Schrift losliet, (denk aan „de vrouw in het amibt" en zoveel meer). Een veeg teken was al, dat men in de Kerkorde het apostolaat (Art. VIII) liet voorafgaan aan de belijdenis (Art. X). Wat zegt de Schrift? Dat is de centrale vraag. Maar deze vraag wordt vaak zo verschillend beantwoord, dat er van een gezag geen sprake meer is. Hoewel sommige classes als Gouda en Hilversum hun „onaanvaardbaar" lieten horen inzake „de vrouw in het ambt", — men sprak er niet over, men gaf geen antwoord op het protest. Zodra er consequenties aan vastzitten in het „gesprek", geeft men geen antwoord meer. Kan er van een gezond kerkelijk leven nog sprake zijn? Waar blijft de „dankbare gehoorzaamheid" aan de Heilige Schrift, waarvan de Kerkorde zo hoog opgeeft? De autonomie van de Christelijke mens heeft de leiding. Het lijkt soms wel, of de Schrift zich verantwoorden moet voor het forum van het „moderne levensgevoel"! Terwijl de "Raad voor Kerk en Theologie" nog lang niet klaar was met het vraagstuk van het „ambt", móést het besluit er door! En deze beslissing stelde de Kerk voor een goed deel buiten de Oecumene. De nood van het ogenblik ging boven de uitspraak van de schrift. Men was bevreesd, dat de verwarring nog groter zou worden. De kan sen voor de vrijzinnigen stegen ook daardoor steeds meer —
3. De Belijdenis. Eerst won het apostolaat het van de belijdenis. Toen werd het „in overeenstemming met" verzwakt tot „in gemeenschap met" de belijdenis.
Het was een teken aan de wand. Wij kunnen niet hoopvol zijn. Het is niet opwekkend, te constateren, dat de hoge verwachtingen, eerst gekoesterd, niet zijn vervuld. Terwijl de Kerk zich met letterlijk alles bezighoudt, niet met de vragen, die in de eerste plaats aan de orde zouden behoren te zijn. De Kerk beloofde veel, maar gaf weinig.
Dr. Koopmans stelde de vraag: Zal de belijdenis der Kerk ter tafel komen? Maar, zo vroeg hij verder, waarover zou in onze Kerk anders gestreden moeten worden?
Wat is er van terecht gekomen? Al onze herdenkingen, van Ned. Geloofsbelijdenis (1962) en Heidelbergse Catechismus (1963), nemen niet weg, dat voor velen deze confessie's slechts eerbiedwaardige stukken uit het verleden zijn. Want wij zijn bezig te ontgroeien aan de religie der belijdenis. Maar zó komt de weg open voor b.v. prof. Smits c.s.
4. Daar is ook de eenheidsgedachte. Vooral na de oorlog! In de Kerk moest het grote teleurstellingen geven, dat men zo verdeeld was. Het driemanschap Gravemeyer - Kraemer - Banning, riep allen „om de open Bijbel" heen. Later waren velen gedesillusioneerd (dr. Gravemeijer). Men kwam al te oncritisch onder bekoring van de eenheid. De waarheidsvraag werd daarbij uiteraard secundair. Men moest elkaar vasthouden en aanvaarden, sprak men. En zeker spreekt de Schrift van een. éénheid, maar van welke? Nooit ten koste van de waarheid. Links-vrijzinnig heeft dat op haar manier ook gezien; daar juist komt de sterkste bedenking tegen de Oecumene.
5. Tenslotte de Volkskerk-gedachte. Op gevaarlijke wijze geïnterpreteerd. Zo wint de vrijzinnigheid langzaam, maar zeker en soms ook snel terrein. Wij hebben eigenlijk geen verwijt te doen aan de vrijzinnigen. De midden-orthodoxie is de hoofdschuldige.
In gemeenten en classes moet steeds geprotesteerd worden. Niet despereren. Blijven vasthouden „het pand ons toebetrouwd". Daarvoor de strijd niet schuwen!
Het blijft gaan om de heerschappij van Gods Woord dn de Ned. Hervormde Kerk!
Na een uitermate levendige bespreking, waaraan door velen werd deelgenomen, werd de vergadering besloten onder hartelijke dank aan de referent voor zijn uitstekend en boeiend referaat.
Verscheidene nieuwe leden traden toe.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juni 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's