De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

BINNEN GEBRACHT OF BUITEN BLIJVEN (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

BINNEN GEBRACHT OF BUITEN BLIJVEN (1)

6 minuten leestijd

En opstaande ging hij naar zijn vader. En als hij nog ver van hem was, zag zijn vader hem, en hij werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende viel hij hem om zijn hals en kuste hem. Maar hij werd toornig en wilde niet ingaan. Zo ging dan zijn vader uit en bad hem. Lucas 15 : 20, 28

De verloren zoon wordt gevonden. Daarom jubelt de vader over hem. Daarom is er in het huis van de vader vrolijkheid. Daarom wordt bet gemeste kalf geslacht. Het is wel een overgang voor deze door eigen schuld in de grootste ellende terecht gekomen jongen. Hij staat op bij de varkenstrog en komt te zitten aan de feestdis, die zijn vader bij zijn thuiskomst laat aanrichten. Hij was verloren! Hij is gevonden! De verloren zoon wordt door zijn vader gekust en binnen gebracht. Ja, dan behoort men vrolijk en blij te zijn.

Een zeker mens had twee zonen. Richt dat niet onze aandacht op de hemelse Vader, die „zonen" heeft; mensen, die Zijn beeld dragen en van Zijn geslacht zijn? Hier ontdekt Christus ons het geheim van het mens-zijn. Eens was de mens kind bij zijn Vader. Hij was thuis. Daarin lag zijn bestemming. Dat was de zin van zijn leven: niet eigen heer en meester te zijn, maar kind te zijn, en als kind te leven in liefderijke onderworpenheid aan zijn Vader. Daarin lag de blijde vreugde voor dit kind.

Dwaas kind, dat het huis van de vader verlaat, en . . . de deur achter zich dichttrekt. Dat is vreselijk: de zoon loopt bij de vader weg. Hij veracht de liefde van zijn vader, want hij wil op eigen benen staan. Hij, de vrije zoon, acht zich gebonden en zoekt de naar zijn inzicht echte vrijheid, maar hij vervalt daarmee tot slavernij. Vanzelf: waar zal een kind ooit waarlijk vrij kunnen zijn, dan alleen ... thuis? Wanneer de zoon met zijn drang naar deze valse vrijheid zijn vader berooft van diens vaderschap, berooft hij daarmee zichzelf van het kindschap. Hij is buiten het huis van zijn vader geen kind meer, maar slaaf. Hij valt in de hand van. machten, die sterker zijn, dan hij, en hij komt uiteindelijk in duldeloze honger bij de varkens terecht.

Daar komt de verloren zoon tot zidhzelf, als hij de noodsituatie, waarin hij zich bevindt, werkelijk inziet. Hij staat voor de dood, die hem treffen zal, en waaraan geen ontkomen mogelijk schijnt. Hij kan zichzelf niet meer in leven houden, al poogt hij — de Jood! — bij de varkens(!) de hongerdood te ontvluchten. Wanneer hij vergaat van honger, gaan zijn ogen open. Hij keert in tot het zoonschap, als hij denkt aan zijns vaders huis, waar de dagloners het beter hebben, dan hij. En ja . . . dan ziet deze verloren zoon ook de weg, die hij ging uit zijns vaders huis naar het vergelegen land. Hij heeft zélf deze weg, die naar de dood leidde, gekozen. Zijn vader heeft hem niet weggestuurd, maar hij is weggegaan. Daar is de oorzaak te zoeken van al zijn ellende. Niet de omstandigheden, niet zijn vrienden, maar hij zélf!

De verloren zoon ligt op zijn knieën, en ... de engelen in de hemel zingen. Zij zijn blij over deze zondaar, die tot inkeer komt en terugkeert. Zij weten dat voor deze verslagen zondaar de deur openstaat, ook al heeft hij zelf de deur achter zich in het slot gegooid. Ja, zij weten dat, maar de verloren zoon zélf weet dat nog niet. Want het geweld van de slavernij laat zich nog gelden. Hij was immers wel vrij om weg te gaan. De vader hield hem niet tegen, al werd zijn vaderhart erdoor gebroken. Maar hij is niet vrij om weer bij zijn vader aan te komen. Hij is immers geen kind meer. Het kinderrecht heeft hij verspeeld. Hij heeft zijn kinderdeel doorgebracht en alles verteerd. Hij komt niet meer boven een dagloner uit.

Zal hij dan maar niet op weg gaan? Maar dat betekent de dood! Het leven buiten zijn vader is onhoudbaar geworden. Het is dan altijd nog beter te sterven voor de gesloten deur van het vaderhuis, dan bij de zwijnentrog.

En opstaande ging hij naar zijn vader! Het is een moeilijke weg. Het is een lange weg. De verloren zoon heeft nooit gedacht, dat hij zo ver was weggegaan. Nu ontdekt hij echter, hoe lang die weg is van het verre land naar het vaderhuis. De heenweg scheen veel korter, maar de terugkeer blijkt lang te zijn. Hoe verder hij gaat in hoop en vrees, hoe meer gebogen hij loopt. Hoe dichter hij bij huis komt, des te meer stormt het in zijn hart: „ik heb gezondigd; ik ben het niet waard door mijn vader ontvangen te worden". Hoe zal het gaan?

De verloren zoon slaat op zijn borst, en . . . de engelen zingen. Ja, dat gaat samen, omdat de deur allang door de vader zelf geopend is, terwijl deze zoon nog ver van huis is. Als hij nog ver van hem was, zag zijn vader hem, en hij werd met innerlijke ontferming bewogen; en toelopende viel hij hem om zijn hals en kuste hem. Hier kunnen wij alleen maar stil zijn van verwondering en ontroering. Het kind had zijn hart voor zijn vader gesloten, maar het hart van de vader was voor zijn kind niet gesloten. De zoon heeft zijn vader vaarwel gezegd, maar de vader heeft zijn kind niet vergeten. De broer dacht niet meer aan de vertrokken zoon, maar de vader wel. Hij blijft uitzien naar zijn verloren kind. Ja, zó tekent Christus ons het vaderhart van God! Hij ziet uit naar verloren mensen, en wacht, of zij tot inkeer komen. God wacht op de terugkeer van mensen, die Hem op het hart hebben getrapt, en die in oprecht berouw opstaan en naar hun Vader gaan En er is een heilige vreugde in 't hart van de Vader, als Hij Zijn verloren kind ziet naderen. Terwijl de zoon zijn vader nog niet heeft ontdekt, heeft de vader zijn kind allang gezien. De vader herkent zijn kind! Al ziet het er nog zo gebroken uit, al is het het toonbeeld van zijn eigen schuld. Als hij nog ver van zijn vader was, zag zijn vader hem! De vader ziet zijn kind, want, al was er dan geen kinderhart meer, er was nog wel een vadterhart, dat zich niet verloochent, en dat voor zijn verloren kind open bleef staan.

De vader stuurt niet een knecht naar buiten om te zeggen, dat zijn zoon zich eerst maar moet opknappen, want . .. God ontvangt geen opgeknapte zondaars. De vader verwijt zijn schuldig kind ook niets, want de schuld wordt beleden. Waar de zoon voor zijn vader op de knieën ligt en zegt: „Vader, ik ben uw kind niet meer", daar wordt hij opgevangen in de armen van zijn vader, hoe verlopen hij er ook uitziet; daar kust de vader dit kind. Er wordt niet meer over het verleden gesproken. Ja, straks wel door de andere zoon van deze vader; die rakelt de schuld van zijn broer op om zichzelf vrij te pleiten, maar de vader gedenkt de beleden zonde van zijn thuisgekomen kind niet meer. De vreugde over de terugkeer bant het verdriet over het heengaan uit. Daar is blijdschap in het hart van de vader. Daar is ook blijdschap in het hart van deze zoon. En zij begonnen vrolijk te zijn.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

BINNEN GEBRACHT OF BUITEN BLIJVEN (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 juni 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's