De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

11 minuten leestijd

Bijzondere gebeurtenissen — Uit de zomerzitting der Generale Synode der Herv. Kerk — „lopen voor eigen huis" — Herdenkingen: Heidelberg — Amsterdam — Paramaribo.

Sinds ik de vorige Kroniek schreef, is er op allerlei terrein weer veel gepasseerd, dat uitgaat boven het gewone.

President Kennedy heeft een triomftocht door Europa gehouden. Vooral zijn bezoek aan de Bondsrepubliek en West-Berlijn schijnt van grote betekenis te zijn. „Epoche machend" noemen de Duitsers een dergelijk gebeuren, omdat het een nieuw tijdperk in kan luiden.

Kennedy heeft onomwonden Amerika's trouw aan zijn belofte, het Westen in nood te hulp te komen, bevestigd, maar ook op de eenheid van Europa aangedrongen, en daarmee op een verenigd Westen, de samensnoering van West-Europa met de V.S. Hij heeft zich op deze tocht door het Westen als „produits", zo schreef iemand, gepresenteerd. Zal Duitsland in het vervolg zich meer op Amerika dan op Frankrijk oriënteren? Chroesjtsjow heeft als tegenprestatie een bezoek aan Oost-Berlijn gebradht. En daar zijn getrouwen uit verschillende staten rondom zich verzameld. Alles ter ere van Ulbricht, de leider van Oost- Duitsland, die 70 jaar werd. Roemenië, dat ook uitgenodigd was, ontbrak op de „verjaringsvisite". Het wil, in tegenstelling van Moskou, een meer Stalinistische koers varen. Een verliespunt voor Chroesjtsjow, die in de ontmoeting met Peking van verleden week zeker ook Roemenië's steun wel bitter gaarne zou gehad hebben.

En dan is er — om ook dit niet voorbij te gaan — de pauskeuze door het conclaaf van 20—22 juni geweest. De aartsbisschop van Milaan, kardinaal Montini, werd tot opvolger van Johannes XXIII gekozen, en is zondag 30 juni ll. op het St. Pietersplein gekroond door kardinaal Ottaviani. De kroning juist door die kardinaal — ze was natuurlijk naar de orde daarvoor gesteld — verdient een onderstreping. Indertijd is Montini — het was onder Paus Pius XII — ontslagen uit zijn hoge functie in het Vaticaan, omdat hij — naar men zegt — 't intrigeren der Curie moede was. Nu werd hij gekozen, omdat hij de lijn van Johannes XXIII wil voortzetten — dus ook de invloed van de Curie gaat trusteren — en gekroond door een der invloedrijkste kardinalen in dat college.

Montini, die optrad met de naam Paulus VI, is naar men zegt, meer diplomaat dan zijn voorganger. Men verwacht, zoals gezegd, voortzetting van de koers van Johanmes XXIII: de kerk „vensters" geven op de wereld. Men is binnen en buiten de r.k. kerk vol hoop. De groten der aarde hebben de nieuwe Paus hun felicitaties met en vele goede wensen voor zijn pontificaat gezonden. Daaronder waren ook die van Madrid en Moskou.

Ik vermeld dit, omdat verluidt, dat de voormalige „herder" van Milaan — hij verwierf zich daar de naam „bisschop der arbeiders" — noch voor de politiek van Franco, noch voor die van Chroesjtsjow, bijzonder geporteerd is.

Zal Montini zo het hart van het volk kunnen grijpen als zijn grote voorganger in Milaan, Ambrosius? Die was herder en prediker van het onvervalste evan­gelie van Christus. Augustinus is er door gebracht tot bekering, de „eeuwige beweging", gelijk hij meermalen van dat wonder spreekt.

Na het voorafgaande iets uit de „zomerzitting" onzer Generale Synode, 24, 25 en 26 juni ll. „Uw eigenlijke terrein", zal misschien deze en gene van uit de verte mij toevoegen. Ik ontken dat natuurlijk niet. Maar heeft het voorafgaande in deze rubriek in een blad als het onze geen zin? Is het buiten de orde? Ik dacht, dat de kerk zo af en toe wel mag geconfronteerd worden met de wereld, waarin zij leeft, waarin zij door haar Koning is gesteld, om onder Zijn regiment Zijn werk te doen.

De Generale Synode heeft — dat is het eerste wat ik vermeld — het gehele diaconale werk, kerkelijk ondergebracht door de instituering van de Diaconale Raad. Er waren tot nu toe wel nauwe contacten tussen de kerk en de federatie van Diaconieën, doch zij waren niet officieel. Nu zijn de verhoudingen, formeel althans, gewijzigd. Het zij de diaconale arbeid tot zegen.

Verder is gesproken over het werk van de G.Z.B, in Kenya. Ds. De Lange zei, dat dit werk nog „in het stadium van het experiment verkeert", maar dat „er perspectieven zijn. Veel zal afhangen van het regeringsbeleid ten aanzien van de gebieden waar gewerkt wordt". Er werken thans in Kenya „vijf personen, door de GZB uitgezonden: twee predikanten, een arts en twee verpleegsters, op een terrein dat sinds 1961 aan de GZB werd overgedragen door de Bwana Loubster Zending. In september 1961 keerden de laatste zendinigsarbeiders van de GZB uit Toradjaland terug". Uit de Synode werd nog geïnformeerd naar "de verhouding tussen de GZB en de Raad voor de Zending" en ook hoe het is „met het rassenprobleem staat in Kenya". In het verslag dat „Trouw" van 27 juni jl. gaf, staat daarover het volgende:

„Ds. De Lange antwoordde: de GZB wil voluit een hervormde instantie zijn. De gescheidenheid komt niet uit de zendingssituatie, maar- de binnenlandse situatie, waar de nood van de gescheidenheid een zorg van de gehele kerk is en niet in de eerste plaats van de zendingsorganien. Inderdaad zijn er in Kenya rassenproblemen. De GZB volgt daarin baar eigen weg, los van de overtuiging van de Zuidafrikaanse zending die daar tevoren werkte. Wat de opleiding betreft: het gaat er bij de opleiding van de ambtsdragers in Kenya om het Woord Gods te doen verkondigen op een wijze die daar verstaan wordt."

Ook het synodaal rapport over de kernbewapening kwam in deze synodezitting weer ter sprake, toen de reacties daarop aan de orde waren. Betreffende het rapport werd opgemerkt, dat het in sommige opzichten verduidelijking en aanvulling behoefde. Ds. de Ru (classis Haarlem) wees daarbij op ihet misverstand dat gewekt is, als zou het schrijven opwekken tot dienstweigering. Vooral op dit punt is z.i. nadere en duidelijker formulering gewenst. Ter Synode is door ds. Landsman verklaard: 

„Wij staan voor de noodzaak duidelijk te zijn over het belijdeniskarakter van het herderlijk schrijven. Het geschrift wil een gewetenskreet zijn en mag niet als wet worden opgelegd". „Ds. Landsman adviseerde tot een nadere verklaring over het gezag van de Synode te komen. Het is geen directe taak van de synode om meer over politiek en militaire vraagstukken te zeggen. Toch zal er permanente begeleiding moeten zijn. Een kleine commissie zal daarmee bezig moeten zijn".

Verder werd medegedeeld, dat het moderamen een commissie heeft benoemd „tot pastorale hulp en advies voor hen die betreffende dit rapport in gewetensmoeilijkheden verkeren".

In de najaarsvergadering zal het moderamen met concrete voorstellen komen hoe nu verder met het rapport te gaan. Dit alles is ontleend aan het verslag van „Trouw" dd. 26 juni jl.

We kunnen alvast de Synode dankbaar zijn voor de uitspraak, dat „de kerk de gewetens niet bindt". Of prof. Berkhof, wiens gevoelen wij in onze vorige Kroniek weergaven, het hiermede eens is? In „Hervormd Nederland" dd. 22 juni jl. heeft hij precies aangegeven, waarop hij zijn uitspraak, dat de Kerk hier belijdend sprak „status confessionis", grondt. Het is, wat staat op blz. 44 van het rapport en luidt als volgt: „dat christenen het niet voor hun aan het Woord en de belofte God gebonden geweten kunnen verantwoorden om mee te werken aan een oorlog met kernwapens en dat de wereld dat nu reeds zeker moet weten". Hij noemt dit „de harde kern" waar het verdere rapport omheen ligt. Het wil mij voorkomen, dat prof. Berkhof, ondanks zijn stellig betoog, toch met de nadere verklaring der Synode in strijd is. De Synode moet zelf beslissen. Wellicht krijgen we haar nader antwoord in het najaar.

In „Hervormd Nederland" dd. 22-6- 1963, schrijft ds. G. Spilt uit Utrecht over de jaarvergadering van de Vereniging van Kerkvoogdijen, welke 14 en 15 juni jl. te Utrecht werd gehouden.

Naar ik meen behoren tot deze „Vereniging" voornamelijk „aangepaste kerkvoogdijen", d.w.z. kerkvoogdijen van die gemeenten, welke zich aansloten bij de bepalingen, daarvoor in de K.O. opgesteld. Bedoelde colleges hebben dan ook de dusgenaamde „ouderling-kerkvoogd. Er zijn ook nog altijd vele kerkvoogdijen, welker gemeenten zich niet "aanpasten" en dus „vrij beheer" hebben. Of van deze gemeenten er ook lid zijn van genoemde „Vereniging", is mij niet bekend.

De bovenvermelde „algemene" vergadering werd gepresideerd door prof. v. Beusekom, die dit jaar werd herkozen.

Hij hield een rede over: „de kerk in een welvaartstijd". Hij ving aan met de welvaartssituatie van ons huidige economisch leven te tekenen en verklaarde, gezien de nog immer voortgaande stijging van de inkomsten, dat, wat geschreven werd in een boekje, met als titel: „Naar een nieuwe gouden eeuw", wel schijnt in vervulling te gaan. De stijging duurt voort. Helaas, de kerkvoogdijen, zo deelde hij verder mede, konden van die stijging in haar inkomsten weinig merken. De uitgaven vertonen wel een beduidend accres, doch daartegenover ontbreekt de zo nodige vermeerdering harer inkomsten. Wat prof. v. Beusekom daar verder over zei laat zich denken. Bij deze stand van zaken kan de kerk zich niet ontplooien, gelijk nodig is. Er moeten meerdere gebouwen zijn, meer „mankracht", ja wat niet al. Hij deed ook mededeling van de plannen voor een nieuwe kerkbouwactie. De kerkvoogdijen willen dus niet bij de pakken nederzitten, maar de gemeente op allerlei wijze activeren tot vernieuwde actie en trouw.

Het is wel diep te betreuren, dat moest gerept worden van die achterstand in het geven voor de kerk, om niet te spreken van ontbreken van het offer. Laat het ons gezegd zijn, die, meer of minder, allen profiteren van de welvaart. Dat is een zegen des Heeren. Maar die zegen kan een vloek worden. God beware ons er voor. Men verdiepe zich maar eens in de profeet Haggai. Hij leefde en profeteerde in andere tijden dan de onze maar waarschuwde tegen dezelfde zonde als ons nu bedreigt of beheerst, met name wat hij noemt het „lopen voor eigen huis" en het huis des Heeren woest laten liggen (Haggai 1 : 9 en 10).

Op zondag 9 juni jl. is in Heidelberg nog weer uit de oude Catechismus gepreekt. Dat is iets heel  bijzonders. Kerkelijk Heidelberg heeft, gelijk iemand het uitdrukte „een streep gehaald door het werk van Ursiraus en Olevianus". Deze catechismusprediking — ze behandelde zondag 1 — werd gehouden tijdens de feestelijke herdenking van het verschijnen van het leerboek, 400 jaar geleden. Ze was georganiseerd door de „Landes Kirche van Baden, een kerk, waarin Lutheranen en Gereformeerden verenigd zijn — zij heet „Unierte Kirche" — en de Reformierte Bund in Duitsland. Dit was dus, in tegenstelling van de herdenking in januari jl., een strikt kerkelijke en vond plaats van 8—10 juni jl. De preek over Zondag 1 werd gehouden in de „Heilige Geistkirche", waarin ook Ursinus en Olevianus geregeld in hun dagen preekten.

Het was een indrukwekkende dienst, naar ik las, evenals de herdenking zelve, die bijgewoond werd door talrijke afgevaardigden uit het buitenland. Jammer dat er uit de kerken achter het ijzeren gordijn geen afvaardiging was. Ze hadden wel een uitreisvergunning, doch geen inreisvergunning kunnen bekomen.

Redenen daarvoor zijn niet bekend. Er zijn ook bij deze herdenking vele loffelijke woorden gesproken over het werk waartoe de keurvorst Frederik de Vrome het initiatief nam. De vraag klemt, hoeveel van de sprekers, die de Heidelberger roemden om „zijn eeuwige jeugd" hem nog prediken. Niet dat daaraan ons zieleheil hangt; dat hangt aan het waarachtig geloof in het Evangelie Gods. Maar de geregelde onderwijzingen uit 't oude leerboek kan wel zeker ons geestelijk welzijn en de fundering der kerk dienen.

Op 19 juni had de jaarvergadering van het Ned. Bijbelgenootsdhap plaats in Amsterdam.

In het verslag, door ds. J. Noltes geplaatst in „Kerkblad Ned. Herv. Kerk" van de ring Ridderkerk, las ik, dat men zich opmaakt om in 1964 D.V. het 150jarig bestaan van het Bijbelgenootschap te herdenken. Het verslag spreekt van grote voortgang van het werk. Bij de herdenking van ben, die werden opgeroepen van hun post, werd ook Koningin Wilhelmina genoemd. De voorzitter, ds. Sillivis Smit, knoopte aan zijn woord van nagedachtenis van haar, die erelid was, een ervaring vast, die wel treffend is. Hij, ds. S., had in Londen tijdens de bezetting haar door bevriende relatie laten vragen om haar handtekening in de Bijbels, die aan onze militairen werden uitgereikt. Zulks hadden ook de Engelse Koning en de president der V.S. voor hun militairen gedaan. Toen na enige tijd ds. Sillivis Smit aan jhr. Beelaarts van Blokland — „de bevriende relatie" — het antwoord vroeg, zei deze, dat H.M. had gezegd: „Zeg aan die dominee, dat Gods Woord mijn aanbeveling niet nodig heeft". Een treffend woord, dat dS. Sillevis een les noemde om nooit te vergeten. Ook wij kunnen er onze winst mee doen. 

Suriname heeft op 1 juli feestelijk en dankbaar herdacht, dat een eeuw geleden Koning Willem III de wet op de opheffing van de slavernij uitvaardigde.

Op 30 juni is in de protestantse kerken gepreekt over Joh. 8 : 36: „indien dan de Zoon u zal vrijgemaakt hebben, zo zult gij waarlijk viij zijn". Dat was ook de tekst, waaruit een eeuw tevoren in de kerkdiensten in Paramaribo het Woord was bediend. De afschaffing der slavernij is ook een vrucht van het Evangelie. Maar genoemde tekst stelt meer in uitzicht. Hij spreekt van de eeuwige bevrijding uit de grote slavernij van zonde en satan.

Het was ter voorbereiding van de herdenking een rijke boodschap. Ze grijpe ons allen om te genieten de echte vrijheid, die alleen de Zoon ons geeft. Dan zijn wij waarlijk vrij!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's