UIT DE PERS
In de dagbladpers heerst in de laatste tijd min of meer een devaluatiestemming. Niet de devaluatie van het geld, want die gaat regelmatig door, zodat men er niet over aan het schrijven kan blijven. Maar een devaluatie van geestelijke en zedelijke waarden. Het is vooral Engeland dat de laatste tijd zijn bijdrage van copie in de wereldpers levert speciaal in de vorm van spioniage-processen en spionage-schandalen. En ook andere landen blijven daarbij niet ten achter.
In de kerkelijke pers kunnen we een soortgelijke stemming waarnemen. Naast andere dingen wordt er in de kerkelijke pers nog al gescheven over de devaluatie van het ambt en met name het ambt van predikant. Er komen te weinig studenten in de theologie aan en binnen afzienbare tijd zal er in verschillende kerken een tekort aan predikanten ontstaan.
Het spreekt vanzelf dat men in de pers de achtergronden van dit bedenkelijk verschijnsel probeert te peilen en men komt tot de conclusie dat de waardering voor het ambt van predikant sterk aan het devalueren is.
In Waarheid en Eenheid schrijft ds. Schelhaas een artikel onder het opschrift: Waar blijven de a.s. dominees? Hij schrijft daarin o.a.:
Maar intussen zitten we met de gebakken peren. Straks geen dominees meer en allemaal preeklezende ouderlingen. De paar dominees die er nog zijn zullen, moeten 's zondags viermaal en verder in de week elke avond preken, precies als onze Gereformeerde Gemeente-collega's. Als tenminste de mensen een avonddienst in de week appreciëren, maar dat zal wel, want 's zondagsmiddags kwamen ze bij de dominees ook al niet, laat staan bij een preeklezende ouderling. Zijn we meteen van het probleem van de zondag af en kunnen we het weekend - rustig met de caravan er op uit. Alleen die continu-arbeiders en zo lopen vast met zo'n avonddienst. Enfin, die dan maar om de veertien dagen: Groeit het volgende geslacht toch al naar toe.
We zijn natuurlijk fijn aan het doordraven, maar één ding is zeker: Het antwoord op bovenstaande vraag is: Overal, waar de geest van de tijd ze brengt, behalve in de kerk. Het gezegde toestaat, dat de kerk die dominees krijgt, die ze verdient. Dan zal het ook wel zo zijn bij een tekort aan dominees, dat de kerk dat verdient. En nu zijn we er: Als men niet meer tweemaal naar de kerk wil, ais die zondag een uitgaangsdag wordt, als geldelijk alles voor gaat bij de kerk, als niemand meer een kerkelijk baantje wil hebben, enz., enz., dan is het geen wonder dat er geen idealistische jongelui meer zijn, die predikant willen worden. Wel zendeling, want dat is nog een ideaal. En ook iets speciaals als b.v. godsdienstleraar, want dan heb je weinig kritiek en een goed salaris.
In dit verband willen we graag een gedeelte overnemen van een artikel van ds. Vellenga, dat prof. Ridderbos overnam in de rubriek Van Week tot Week van het geref. Weekblad. Ds. Vellenga schrijft in dat artikel over zogenaamde „drive-in" diensten, dat zijn dus diensten voor automobilisten die langs komende even een geestelijk frisse neus kunmen komen halen. Men zou kunnen denken aan een geestelijke automatiek. Ds. Vellenga schrijft dan:
Maar het is wel de vraag of zij (de kerk) deze kant (drive-in-diensten) nu op moet gaan.
Je maag vullen kan snel, afgedacht van de vraag of het goed ds het snel te doen. Maar het kan. Maar om tot de rechte aanbidding te komen, heeft men altij'd enige bezinning nodig. Er rijden elke zondag duizenden kerkgangers met auto's naar de kerk. Die willen daar dan heen. Die zien het verblijf in de kerk niet als een onderbreking van hun tocht, maar als het doel er van.
Die zijn niet op weg naar elders om zich onderweg ook nog even te laten stichten, maar die gaan welbewust naar de kerk om te bidden, te zingen en te luisteren in de hoop en verwachting, dat ze in hun geloof gesterkt zullen worden. Auto en kerk zijn beslist geen vijanden van elkaar, zoals een halve eeuw geleden de fiets en de kerk het nog schenen te zijn. Maar het is moeilijk te geloven, dat mensen, die de zondag voor zichzelf willen hebben, en een ogenblik terzijde genodigd worden om een goed woord te horen, daarmee op de goede weg geleid worden. Het is natuurlijk niet uitgesloten, dat het gebeurt. Maar het lijkt niet waarschijnlijk.
We moeten beseffen, dat niet maar de dominees ons des zondags in de kerk willen zien, maar dat de Heere ons daar wil zien, dat het naar Zijn wil is, dat de gemeente van Christus op zondag bijeen komt om Hem groot te maken en zich te sterken in de gemeenschapsoefening met Hem.
Daarvan moeten we elkaar blijven doordringen en daartoe moeten we elkaar blijven opwekken. Die samenkomsten worden bedreigd. Die liggen in de branding van deze tijd. De middag- en avonddiensten zijn al aan het afkalven. Het wordt hoog tijd elkaar wakker te maken, dat we ons de samenkomsten niet mogen laten ontnemen. We moeten ophouden met het onbenullige zeggen, dat het niet in het kerkgaan zit. „Het" zit er inderdaad niet in. Nee, maar „het" komt er in uit.
Ik zou niet weten waarin „het" beter, krachtiger en glanzender uitkomt dan hierin. En wanneer „het" niet meer in de kerkgang uitkomt, komt het gewoonlijk nergens meer in uit.
De viering van de zondag ligt in die kerkgang. In niets landers. De kerkgang kome er niet zo even bij als de kop koffie en de croquet onderweg in de automatiek. Het blijve de hoofdzaak van de zondag, het brandpunt er van. En de gemeente moge door houding en gedrag laten blijken dat het haar menens is met haar eredienst, al gonst en zoemt ook de hele wereld van „week-enders" aan de kerkdeur voorbij.
Als we de kerkelijke samenkomsten kwijtraken, lopen we groot gevaar de gemeenschap met de Heere kwijt te raken. En als we die kwijt zijn, hebben we aan de wereld met veel meer te vertellen, al zouden wie onze stalletjes ook langs de heirbanen van het leven plaatsen. Alleen dan is de kerk in staat tot de mensen te komen, niet als vriendelijke en brave medeburgers, maar als echte kinderen van God, als ze zelf in haar eredienst telkens en telkens weer tot haar Here blijft komen.
Ook prof. Oosterhoff schrijft in de Wekker over het tekort aan predikanten. In zijn artikel stelt hij eerst de vraag of de lage predikantstractementen soms de doorslaggevende oorzaak zijn van het predikantentekort. Maar prof. Oosterhoff ziet daar toch niet de voornaamste oorzaak in. Er zijn tegenwoordig ook nog wel jonge mensen me een offer willen brengen voor de dienst des Heeren, en bovendien zit het geluk ook stellig niet alleen maar in het geld. Hij ziet vooral ook andere oorzaken:
Maar velen zien op tegen het ambt van predikant vanwege het veelomvattende werk, dat daaraan verbonden is. Predikant-zijn houdt in onze tijd ook nog al heel wat in. Er wordt vandaag van een dominee veel gevraagd. Misschien te veel.
Hij moet een goed organisator en een goed pastor zijn. Een goed catecheet en een goede prediker. En van de preek wordt veel geëist. Deze moet altijd pakkend, actueel en goed verzorgd zijn. En dan tweemaal op een zondag. De dominee moet kunnen omgaan met ouden en jongen. Hij moet een steun zijn voor zieken en mensen in nood. Hij moet wijkavonden organiseren en bijbelkringen leiden. Hij moet altijd klaar staan voor zijn mensen. Hij is maar weinig in zijn gezin, bijna nooit een avond thuis. Zelfs zondags is hij vaak nog druk. Drie keer preken is geen uitzondering. Het is echter zeer de vraag of vandaag de dag van een dominee niet teveel gevraagd wordt. Kan hij dit uiteindelijk lichamelijk en vooral geestelijk volhouden? Ik geloof dat een dominee zich vooral moet wijden aan de verkondiging van het Woord, de pastorale zorg en de catechese. Vele andere dingen in het gemeentelijk leven kunnen ook door gemeenteleden worden verricht of door de kerkeraadsleden. Er moet in de gemeente een grotere werkverdeling zijn. We spreken over de activering van de gemeente. Die kant moet het op.
We moeten van de dominee geen schaap met duizend poten maken. Die bestaat niet. Zo maken we van het ambt van predikant een caricatuur. En wat vooral dit ambt in discrediet gebracht heeft, dat is de onbarmhartige kritiek, die er veelal op uitgeoefend wordt. Het schijnt soms dat men op een dominee net zoveel kritiek kan uitbrengen als men wil. Wordt er in onze gezinnen wel met waardering over het ambt gesproken? De dominee is geen heilige en elke predikant heeft zijn grote fouten. Maar hoe wordt daarover gesproken? Wordt er voor de predikant gebeden? Hoe kan er waardering, achting en liefde voor het ambt zijn, wanneer wij als ouderen daarin niet onze kinderen voorgaan? Wordt over het ambt wel voldoende gesproken als een wondere gave van God, waardoor hij zich wil bedienen tot ons behoud?
Het ligt voor de hand dat in verband met het hierboven gesignaleerde predikantentekort een besluit van de regering de aandacht getrokken heeft van verschillende schrijvers in de kerkelijke pers. We bedoelen het besluit dat de Tweede Kamer onlangs nam om belangrijke wijzigingen te brengen in de toegang tot de theologische examens. We zullen gelezen hebben dat volgens dit besluit nu ook bezitters van het einddiploma gymnasium B en van HBS A en B via een voortentamen kunnen toegelaten worden tot de theologische examens. En via een colloquium wordt dit nu ook mogelijk voor degenen die de HTS en de kweekschool (3e leerkring) afgelopen hebben.
Het schijnt dat deze bepalingen al sinds 1960 in de wet stonden maar dat men nu pas met die uitvoering een begin wil maken. De theologische faculteiten hebben een toelatingsprogramma geprojecteerd dat neerkomt op een voorbereiding op het voortentamen en het colloquium die twee jaar zal duren. De waardering voor dit besluit van de regening loopt erg uiteen. De directeur van Nieuw Ruimzicht te Doorn, de heer W. Dekker is nogal enthousiast. In een artikel in Woord en Dienst spreekt hij zijn voldoening uit over het genomen besluit en heeft hij alle vertrouwen in de komende gang van zaken. Hij kondigt al aan, dat op Nieuw Ruimzicht de opleidingscursus aanvullend staatsexamen gymnasium A omgezet zal worden in een opleiding voor het voortentamen of colloquium dat toegang geeft tot de examens in de theologische faculteit.
Gans anders denkt daarover een zekere R. die in het Geref. Weekblad (Kok) in Vrijmoedige Kanttekeningen zijn hart lucht aan het adres van de hoogmogende meneer die in de Tweede Kamer het amendement indiende waardoor langs allerlei sluipgangetjes en achterdeurtjes men de theologische faculteiten kan binnenkomen. In deze Kanttekeningen schrijft hij o.a.:
Wij lappen in onze technische eeuw al wat op geesteswetenschap lijkt aan onze democratische laars. Wie doet je wat? Tot zelfs minister Cals, die op dit gebied toch niet kinderachtig mag heten, was dit nog wat te gortig. Kan dat eigenlijk wel, vroeg hij, zonder de faculteiten en de curatoria erin te kennen? Inderdaad! En wat dacht men wel, dat deze gezegd zouden hebben?
De beleefdheid en de verschuldigde eerbied verhinderen natuurlijk bepaalde veronderstellingen. Zo bv. dat die hoogmogende meneer niet zou weten, dat één kwart van onze Bijbel geschreven is in Nieuwtestamentisch Grieks, dat zich eenvoudig niet bestuderen laat zonder gedegen kennis van het klassieke. Of dat de kerkvaders, en zelfs Calvijn, zich niet waarlijk wetenschappelijk laten benaderen zónder goed Latijn te kennen. Of dat de andere driekwart van de Bijbel geschreven is in het Hebreeuws, dat heel moeilijk te doceren is, tenzij dan voor mensen, die gewend zijn andere oude grammatica's te hanteren
En nu maar afwachten wat de volgende stap is. Maar schokken kan het ons al niet meer. Straks huppelen we vrolijk met het kappersvakdiploma naar de Academie voor beeldende kunsten of naar de Landbouw Hogeschool te Wageningen. En mochten we „de vrouw in het ambt" nog beleven, dan zal de weg van de vroedvrouwenschool naar de theologische faculteit toch niet al te moeilijk meer zijn! Na een colloquium doctum dan, wel te verstaan!
Arme theologische wetenschap! De tijd dat zij de „regina omnium scientiarum", de koningin der wetenschappen was, is voorgoed voorbij. Tenminste in de Tweede Kamer . . . . .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's