De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VI)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VI)

9 minuten leestijd

Indien gij in Mijn inzettingen wandelen, en Mijn geboden houden en die doen zult, ... zal Ik vrede geven in den lande, dat gij zult te slapen liggen en er niemand zij die verschrikkeLev. 26 : 3 en 6a(Vervolg)

§ 3. Een achttiende eeuwse droom

Het was in de 18e eeuw, dat in toonaangevende kringen van wat nu het Avondland heet het vooruitgangsgeloof het geloof in de Voorzienigheid verdrong. De kerk vooral, door-en-door vermolmd reeds in een land als Frankrijk, kreeg het zwaar te verduren. Was het niet telkenmale de kerk, die op opkomende natuurwetenschap voor de voeten liep? Praatte zij niet steeds weer recht wat krom was (het machtsmisbruik van kerkelijke en wereldlijke zijde, de erbarmelijke toestanden ten platte lande, enz.)?

De beweging der Verlichting was van dat vooruitgangsgeloof de ziel.

En daarmede vermenigvuldigde zich het kwaad der secularisering in ons oude werelddeel.

„De mens zal pas werkelijk vrij zijn, als de laatste koning met de ingewanden van de laatste priester zal zijn gewurgd", snoefde Diderot, één der voormannen van de beweging der Encyclopedisten (Franse versie van de beweging der Aufklarung).

Het was bovenal de „Koning van Fertney", die met zijn niets en niemand ontziende spot te lijf ging wat in zijn oog vooroordeel en bijgeloof was. Nog slechts honderd jaar en de Bijbel zal een vergeten boek zijn, aldus Voltaire.

Met het klimmen der jaren werd die kritiek, die uit zijn pen vloeide, venijniger. Hij was al niet zo jong meer, toen hij het parool uitgaf: „Ecrasez l'infame" (verpletter het laaghartige, het eerloze, al wat stompzinnig is). Hiermede dacht Voltaire ook te bereiken, dat die igedachtenis van de Nazarener zou worden uitgewist.

Wat zijn biografen meestal verzwijgen — ,,Voltaire noemen is de achttiende eeuw karakteriseren" zei Aniafcole France later — is zijn levenseinde. Het was nog vóór zijn dood, dat de Waarheid, die hij tegen beter weten in had bestreden, tot hem doordrong. Zijn geschreeuw was zo groot, dat niemand het aan zijn sterfbed uithield...

Voltaire en zijn tijdgenoten waren bezield door de kalros-idee (het seculaire equivalent van het morgenrood der genade; een uitvloeisel hiervan was de republikeinse kalender van 1792 ...) en de idee van de progressie: Profeteerde niet Rosseau, dat tot Rijk van het Geweld — de Revolutie stond immers voor de deur — zou worden afgelost door het nimmer eindigende Rijk van de Deugd.. ?

Allen droomden van een eeuwige vrede op aarde.

Volgende generaties van denkers hielden de lamp brandende: tot diep in de 19e eeuw geloofde men algemeen in een toekomst zonder zorg. „Zum ewigen Frieden": onder deze titel verscheen er omstreeks de eeuwwisseling (1795) een boek van Kant, waarin wij lezen:  De zedelijkpraktische rede in ons spreekt haar onherroepelijk veto uit: er mag geen oorlog zijn".

Wij weten nu waar dat cultuuroptimisme op uitgelopen is. Twee wereldoorlogen haalden de laatste bolwerken van dat vooruitgangsgeloof omver, nadat reeds in de tweede helft van de 19e eeuw de voortekenen van het naderende gericht konden worden opgemerkt (Jakob Burckhardt e.a.).

De losser wordende zeden in de hoogste kringen van Europa zo omstreeks de jaren negentig („the gay nineties") deden de oordelen Gods snel naderbij komen. Zeiden niet de oude Romeinen reeds: „De goden slaan hen, die verderven willen, met blindheid. . .?

Wat heeft ons dit alles te zeggen?

Was het streven van die achttiendeeeuwse denkers niet groots en edel? Waren zij hun tijd niet ver vooruit, zoals dat heet? Had Voltaire dan ongelijk, toen hij zei: „ledere Europese oorlog is een burgeroorlog"?

Ach, het kwaad schuilde niet in het doel, dat hun voor de geest zweefde, maar in de weg, die zij meenden te kunnen gaan.

Voltaire en zijn tijdgenoten bouwden op de mens. Daarom liep hun vredescampagne uit op een bloedbad zó groot, dat het m.i. een raadsel moet beten, dat er thans nog vredesapostelen rondlopen met de gedachte, dat achttiende-eeuwse recept te kunnen gebruiken.

Laten wij toch nooit vergeten, dat het die achttiende-eeuwse denkers vóór alles te doen was om de uitroeiing van de godsdienst, zijnde die godsdienst h.i. het obstakel in de weg naar het doel (de vrijmaking van de mens). De mens, eenmaal innerlijk vrij, zou dan vanzelf wel het klemmende juk van de kerkelijke en wereldlijke machthebbers van zich af schudden. . . Zo ontstond ook de formule „Ni Dieu — ni maitre"!

Het is altijd weer bij de autoriteit van Gods woord, dat de aankanting tegen het gezag begint. Is dit ook niet het startpunt van alle humanisme?

Schriftkritiek is het begin van alle afval. Aanranding van het overheidsgezag is een station, dat een ieder passeert, die zich daaraan bezondigt.

Alle gezag immers is één en ondeelbaar, afgeleid als het is van God, de bron maar ook de maatstaf van het gezag.

Het optreden van zoveel pacifisten van vandaag moet daarom een vrucht uit de schoot van de Revolutie heten, omdat dat pacifisme het gezag als zodanig aantast.

Tot op 1789 was zoiets in ons werelddeel nauwelijks denkbaar. Men leze er Groen van Prinsterer maar op na: Het was er de Prins van Oranje en onze Edelen in de aanvang van onze nationale vrijheidsstrijd geenszins om te doen, zich los te maken van de Spaanse troon. Zozeer waren zij ervan overtuiigd, dat de wettige overheid niet mocht worden verjaagd!

Het is sedert de Franse Revolutie — dit maakt mede de historische betekenis uit van het gebeuren in 1789 —, dat de omwentelingen in onze wereld elkaar opvolgen met de regelmaat van de klok.

Zijn wij er langzamerhand niet zo vertrouwd mee geraakt, dat wij niet eens meer in staat zijn de geesten te onderscheiden? Hoe ver afgedwaald is niet een kerk, die slechts toekijkt, als symbolen uit haar midden zich beschikbaar stellen voor een politieke demonstratie tegen het beleid van de hoge overheid. . .!

Men denke toch vooral niet, dat de beweging der Verlichting zichzelf reeds lang zou hebben overleefd. Een wezenskenmerk toch van alle Europese bewegingen — de kerkelijke zowel als de seculaire — is, dat zij een repeterend karakter dragen. Spreken wij in kerkelijk Nederland ook niet van de Nadere Reformatie?

Het binnenkerkelijke pacifisme van niet-orthodoxe signatuur liegt er niet om.

Als één der prominente figuren uit dat kamp fulmineert tegen het gezag als zodanig — prof. De Graaf in een toespraak voor de microfoon van de V.P.R.O. op 18 februari jl. — dan tast hij niet enkel het overheidsgezag aan, doch ook het gezag van Hem, die koningen aanstelt en afzet (Dan. 2 : 21), de koning der koningen (Ps. 95 : 3; Spr. 8 : 15; enz.).

Wat verwacht nu eigenlijk onze Synode van de atoom-discussie in Hervormd Nederland? Zullen vrijzinnige en rechtzinnige figuren het ooit eens worden over een vraagstuk als dat van de kernbewapening?

Enfin, dat blijkt nu al wel: „Hervormd Nederland zit nu midden in de antithese" constateerde in het begin van deze maand prof. Berkhof!

Waarmee overigens niet gezegd wil zijn, dat de demarcatielijnen precies zouden samenvallen...

Er is meer.

De kwantierstaat van het niet-othodox georiënteerd zijnde, binnenkerkelijke pacifisme — de politieke kleur en de modaliteit van de pacifisten i.e. wijzen ons hier de weg — vermeldt twee namen, die in dit verband niet onbesproken mogen blijven: Karl Marx, de grondlegger van het wetenschappelijke socialisme, en Karl Barth, de grondlegger van de relativistische theologie.

Karl Marx — hij moge thans algemeen tot de klassieke denkers worden gerekend, en dat niet zonder reden — was niet zo origineel als veelal verondersteld.

Het was in het klimaat van de Aufklarung, dat Marx zich oriënteerde aan de vroeg-kapitalistische maatschappij van zijn dagen en een duik nam in de geschiedenis om te kunnen verklaren hetgeen hij zag. Zo kwam hij dan tot het postulaat, dat de hogere bewustzijnsvormen van de mens, w.o. zijn religie, zouden zijn gegeven met de plaats van die mens in het maatschappelijke voortbrengingsproces. Het wie, wat en hoe van dat proces was zi. de determinerende factor. Of, zoals hij het zelf uitdrukte: 's Mensen zijn bepaalt 's mensen bewustzijn. Dat to.v. ook het landschap op dat bewustzijn van invloed is, zag Marx niet in. Hij meende met die éne factor de wetenschappelijke verklaring te hebben gevonden van de structuur dier kapitalistische maatschappij. Niet ten onrechte is hij later wel genoemd „de grootmeester van het infrastructurele denken" (prof. Kwant).

Zijn epigonen nu vervallen gemeenlijk in dezelfde fout: zij verklaren op de totale werkelijkheid van toepassing wat wetenschappelijk slechts houdbaar is gebleken voor een deel van die werkelijkheid. Het jargon weerspiegelt die „pars-pro- 'toto"-techniek...

Vorenbedoeld pacifisme laboreert aan dezelfde kwaal: een bepaald facet van de werkelijkhedd wordt overbelicht en in rationalistische verpakking gepresenteerd. Het is ook in deze trant, dat onze Synode de inzichten van het Westen op de korrel neemt: de theorie van het machtsevenwicht (blz. 19—22: hoofdstuk III, 5 en 6), óe zwaard en schildtheorie (blz. 22 en 25), enz.

Dat er aan de atoomdiscussie grenzen zouden kunnen zijn gesteld, gegeven met de axioma's van het geloof, zien die pacifisten onvoldoende in met als gevolg, dat menigeen zich vertilt aan de werkelijkheid. Dat is m.i. ook met onze Synode het geval: zij schijnt „gebiologeerd" (prof. Van Riessen) door die kernwapenen...

Wat die axioma's aangaat: de dualistische Schriftbeschouwing van Karl Barth, die aan het rapport ten grondslag ligt, is er m.i. de oorzaak van, dat de tekening, die onze Synode geeft van de situatie, waarin wij ons op dit ogenblik bevinden, gemitigeerd moet heten. Wij komen daarin de volgende paragraaf uitvoerig op terug, naar ik hoop, doch wij stellen hier reeds vast, dat de theologie onvoldoende recht doet wedervaren aan de autoriteit van de Schrift. Tenrechte merkte ir. Smit onlangs op, dat niet de situatie het spreken van de kerk mag bepalen, maar dat die situatie zelf voorwerp behoort te wezen van het judicium van de Schrift. Reeds in 1936 waarschuwde dr. Berkhouwer: „Dit is de vraag, die hier beslist, of men ethiek en politiek nog zien wil in 't licht van het gegeven Woord Gods. Zo lang men deze vraag niet onvoorwaardelijk bevestigend beantwoordt, kan geen antwoord worden gevonden, dat rekent met de wil van God èn de werkelijkheid van het politieke leven. De concrete situaitie — het kan zijn, dat in deze aanduiding bedoeld wordt het gewaar te bestrijden van een onzuivere casuïstiek, maar het valt niet te ontkennen, dat in de tegenwoordige tijd het spreken over de concrete situatie de „concrete" woorden der Schrift bedreigt".

Nog in ander opzicht proeven wij uit het rapport van onze Synode de geest van Karl Barth. Onze Synode staat er onvoldoende bij stil, dat er een orde des heils is en dat het derhalve uitgesloten moet worden geacht, dat het Koninkrijk Gods in dit bestel naderbij zou kunnen komen anders dan in de gestalte van de enkele zondaar, die zich bekeert (Luc. 15 : 7). Haar verwachtingen zijn te hoog gespannen. Aardse hervormers mikken op het volk of de massa, Jezus echter houdt afzonderlijke mensen aan... Van de mensen moet de kerk het hebben, in die weg verbreidt zich het Evangelie over onze wereld (effect der „Unterwanderung", Thielicke), Weer zo'n punt, dat wij vasthouden voor later (§ 6).

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VI)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 juli 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's