DE DORDTSE LEERREGELS
HOOFDSTUK V, ARTIKEL. 1
Die God naar zijn voornemen tot de gemeenschap van Zijn Zoon, onze Heere Jezus Christus roept, en door de Heilige Geest wederbaart, die verlost Hij wel van de heerschappij en slavernij der zonde, doch Hij verlost hen in dit leven niet ganselijk van het vlees en het lichaam der zonde.
Oude en nieuwe bestrijders
Men zou kunnen denken, dat de beHjdenisigeschriften in 'het algemeen of de Leerregels in het bijzonder, verouderd zijn en dat wij nu nieuwe formuleringen voor een nieuw geloof nodig hebben. Sommigen menen zelfs, dat we nu lang zamerhand een nieuw geloof buiten Christus en christendom moeten gaan zoeken.
Ik meen, dat de schepping en de val onveranderlijk het mensdom blijven beheersen en dat Christus Jezus nog de enige Weg, Waarhedd en Leven is, dat de Heilige Schrift een onbedriegelijk licht geeft en dat de gereformeerde leer volkomen naar de Schrift is. Ook veranderen de bestrijders niet veel. Dat laat zich aantonen door een voorbeeld.
„Sommige wederdopers", schrijft Calvijn, „van deze tijd hebben ik en weet niet wat voor een uitzinnigheid in plaats van de geestelijke wedergeboorte uitgedacht te weten, dat de kinderen Gods, die in de staat van onschuld hersteld zijn, nu niet moeten bekommerd zijn om de lusten van het vlees te bedwingen: maar dat men de leiding van de Geest moet volgen, onder wiens beleid en drijving men nimmermeer van de rechte weg afdwaalt". Dit soort gevoelen, waarin m.i. te weinig gerekend wordlt met de kracht der zonde en met de bijbelse gegevens daarover, komt vandaag aan de dag ook nog wel voor en dan juist weer in de kringen der wederdopers. Hieruit blijkt m.i., dat de ene dwaling de andere meebrengt.
Ik bedoel niet, dat ik niet graag wil leren van anderen. Het is onder ons een vast gevoelen, dat de kinderen Gods de volmaaktheid bij lange na niet bereiken hier op aarde. Onze kroongetuige is hierin wel de Apostel Paulus, maar voorts alle bijbelheiligen. De Heidelbergse Catechismus heeft het gevoelen van de Reformatie, die een heel sterke strijd heeft moeten voeren met de wederdopers, samengevat in vraag 114: „Maar kunnen degenen, die tot God bekeerd zijn, deze geboden volkomenlijk houden? " Het antwoord luidt: „Neen zij; maar ook de allerheiligsten, zolang als zij in dit leven zijn, hebben maar een klein beginsel dezer gehoorzaamheid; doch alzo, dat zij met een ernstig voornemen niet alleen naar sommige, maar naar alle de geboden Gods beginnen te leven". Over deze vraag uit zondag 44 las ik nu het volgende: „Volgens zondag 44 van de Catechismus hebben zelfs de allerheiligsten(!) zolang zij in dit leven zijn, slechts een klein beginsel der gehoorzaamheid. Met alle respect voor onze oude, eerbiedwaardige Heidelberger: daarvan lezen we niets in de bijbel". Voor mij is dit laatste een merkwaardige uitspraak. Hij wordt ook niet nader toegelicht, want de teksten, die verder worden aangehaald hebben geen betrekking op de waarheid van vraag 114. De schrijver van het bedoelde artikel springt met de bijbel ongeveer om, zoals de Jehova- Getuigen dat plegen te doen. Maar goed, ik lees in de bijbel het woord van Paulus, geschreven toen hij reeds vele jaren als volwassene gedoopt was: „Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde". De apostel schrijft niet, dat hij tevoren vleselijk was, maar dat hij dit op het ogenblik van het schrijven is. Dan is er ook Jacobus, die zegt: „Wij struikelen allen in vele". Jacobus 3:2.
Uit Paulus hart vloeide ook de woorden: „Ik weet, dat in mij, dat is in mijn vlees, geen goed woont, want het willen is wel bij mij, maar het goede te volbrengen, vind ik niet". Ook hier in Rom. 7 : 18 spreekt Paulus niet over het verleden. Voorts legt het gehele Oude Testament getuigenis af van de waarheid der woorden van de Catechismus. Daar voegt zich bij, het leven der christenen van alle eeuwen en juist diegenen, die roemden in hun volmaaktheid, vervielen vaak in de grootste zonden. Wat te begrijpen is. Maar onze man, die zoveel respect heeft voor de Heidelberger vindt in de Schrift of in de ervaring of in zichzelf niets van de zondigheid van Gods volk ook na ontvangen genade. Hij spreekt tenminste helemaal niet over een mogelijkheid, dat vraag 114 nog wel enigszins gelijk zou kunnen hebben. Wel schrijft hij verder: „Zodra een arm zondaar de toevlucht neemt tot de rijke Heiland gaan er wonderen gebeuren". Dat geloof ik wel of liever, dat weet ik zeker, maar welke wonderen? De dingen lopen hier allemaal zo vlot, alsof een mens het in zijn hand heeft. Met zulke woorden moet men de sprake van Gods kinderen eens vergelijken, zoals zij door de Geest Gods gedreven, hun hart openbaren in de psalmen. Ik vraag: gaat er nu dit wonder gebeuren, dat de allerheiligste tenminste zondeloos is? Of is het allemaal een kwestie van graden? Dan hoeven we er niet over te twisten.
Zoals het artikel geschreven is, lijkt het op de verheerlijking van de (bijna) volmaakte mens. Hoor maar: „Zondag 44 is een typisch menselijke gedachte. O ja, een heel vrome gedachte, maar toch van puur menselijke oorsprong". Gelukkig, zeg ik, dat er tegenwoordig een groep mensen is, die heeft te beschikken over goddelijke gedachten. Hun gedachten zijn niet meer puur menselijk. Waar gaat deze hoogmoed op uitlopen? Want als zij zeggen, dat zij ze uit Gods Woord hebben, vraag ik, waarom men dan de bijbelgedeelten, waarop de Catechismusuitspraak rust, laat liggen? Niet verder over deze smartelijke dingen. Het is de oude strijd uit de dagen der Reformatie en het is de oude verwerpnig van de reformatoren en hun prediking, die er toen al was. Wil ik hiermee zeggen, dat Gods kinderen niet opgewekt mogen worden om meer dan ooit in onze dagen te jagen naar heiligmaking? Volstrekt niet. Ik zal iedere beweging toejuichen, die het werk van Gods Geest niet beknot, maar juist in al zijn volheid, diepte en hoogte zoekt te prediken en te verwerkelijken. Men kan echter ook in de prediking als een dwaze bouwer werken, die het fundament vergeet. Dan is men wel gauw klaar, maar het houdt geen stand in het gericht Gods. Daarentegen het kleinste afdakje, dat waarlijk op de rots Christus is gegrond, houdt wel stand. Ik hoop met het voorgaande aangetoond te hebben, dat het goed is om aandacht te geven aan de vraag in hoever de gelovige door Gods Geest op aarde vernieuwd wordt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's