AUDIO-VISUELE HULPMIDDELEN BIJ HET ONDERWIJS
Sommige lezers zullen misschien geneigd zijn terug te schrikken voor de vreemde woorden in de titel van dit artikel. Toch is dit niet nodig. We gaan slechts een praatje maken over enige hulpmiddelen bij het onderwijs, die of wel gericht zijn, op het gehoor, of wel op het gezicht, of wel op beide. Dit is niets bijzonders, want ieder zat op school wel met een schoolbord voor zijn neus, waarop de docent het nodige schreef. De docent onderwijst met woorden al sprekend, hoewel er sinds de dagen der peripatetici, die rondwandelend op de binnenplaats luisterden naar de wijsgerige lessen van Aristoteles, wel iets veranderd is.
De docent kan de over te dragen kennis op verschillende manieren waarneembaar maken: door een omschrijving met woorden, door de zaak zelf te laten zien, of door een beeld van die zaak te tonen. Het woord is wel het voornaamste middel om iets duidelijk te maken, maar de andere hulpmiddelen zijn toch niet te versmaden. Enkele jaren geleden is in Noorwegen een proef genomen met drie groepen studerenden, die in vier maanden tijd een zelfde leerprogramma te verwerken kregen. De groepen waren wat intelligentieniveau betreft zoveel mogelijk gelijk, met dien verstande, dat iedere groep een paar zeer intelligente, een aantal middelmatige en enkele minder begaafde leerlingen telde.
In de eerste groep werd de stof verwerkt aan de hand van leerboeken annex een mondelinge behandeling door de docent. In de tweede groep werd behalve van de boeken ook gebruik gemaakt van een schoolbord en de derde groep toog aan het werk met boeken en bord en had bovendien de beschikking over alle mogelijke audio-visuele hulpmiddelen.
De laatste groep bleek na afloop van het experiment sneller de stof te hebben doorgewerkt dan de beide andere groepen.
Wat de hoeveelheid opgedane kennis betreft, hadden de zeer intelligente leerlingen uit de drie groepen na de studieperiode hetzelfde niveau bereikt, maar degenen met een lager I.Q. hadden zozeer geprofiteerd van het aanschouwelijk onderwijs, dat het gemiddeld niveau van de laatste groep 30 % hoger lag dan van de beide andere groepen.
In de eerste plaats valt de door de laatste groep geboekte tijdwinst op. Deze tijdwinst werd veroorzaakt door het aanwenden van audio-visuele hulpmiddelen, die blijkens deze proef bijdroegen tot:
1. snellere verwerking van de stof door de middelmatige en minder begaafde leerlingen. Juist de prestaties van deze categorie bepalen het tempo van de hele klas
2. beter verwerking van de stof door de minider begaafde leerlingen. Niet voor de zeer intelligente maar juist voor de in iedere klas aanwezige „Zorgenkinderen" blijkt een visuele voorstelling van zaken een zeer welkome verduidelijkende invloed te hebben.
3. vergroting van de belangstelling. De mogelijkheid om in de behandeling van de leerstof de nodige variatie te brengen, blijkt voor de belangstelling stimulerend te werken. Die belangstelling resulteert weer in een grotere mate van begrip, althans voor wat betreft de categorie middelmatigen en minder begaafden. Tot de auditieve hulpmiddelen behoren de grammofoon en de bandrecorder.
Deze kunnen dienst doen bij het onderwijs in de moderne talen, door teksten door een vreemdeling zuiver uitgesproken ten gehore te brengen, aanvankelijk met tekstboekje, later zonder. De leerling kan trachten dit zo goed mogelijk na te spreken. Op dit principe berust het leren van vreemde talen volgens de zgn. natuurmethode, waarmede zoveel geadverteerd wordt. Met de bandrecorder is het mogelijk op te nemen, wat de leerling in de vreemde taal leest. Daarna kan dit opnieuw afgedraaid worden en de docent kan de fouten in de uitspraak aanwijzen. Ook kan men zich op deze wijze oefenen in de voordrachtkunst. Het gerucht gaat, dat sommige sprekers, zichzelf horende via de bandrecorder vol schrik moesten constateren hoe saai zij spraken. Ook bij de geschiedenisles wordt dit benut door deze te illustreren met redevoeringen van de groten der aarde uit de jongste geschiedenis. Ook bij de aardrijkskunde kan dit hulpmiddel gebruikt worden door de muziek van primitieve volken weer te geven of wel de tam-tam der inboorlingen van Afrika. Konden vroeger alleen de bezoekers dier verre landen dit boren, thans is dit bijna voor ieder belangstellende weggelegd.
In sommige gemeenten wordt de bandrecorder thans ook gebruikt om de preek des zondags op te nemen en deze' in de week bij zieken en ouden van dagen wederom ten gehore te brengen. Ook voor blinden wordt dit gebruik van dit toestel wel toegepast.
Wat de visuele hulpmiddelen betreft noemen we eerst het model of de maquette. Dit is een ruimtelijke voorstelling, die duidelijk tot de leerlingen spreekt. Vooral bij het onderwijs in de aardrijkskunde kunnen deze een rol spelen. Ook in de wiskunde kunnen ze in enkele gevallen nuttig werk doen. Algemeen bekend en al zeer oud zijn de wandplaten, wie heeft ze op school niet gezien? En dan de landkaarten!
Het schoolbord is zeer oud. Tegenwoordig zijn er ook enige moderne versies van in de vorm van het flanelbordje waarop papierstroken gemakkelijk blijven hangen, terwijl ze na gebruik er weer gemakkelijk afgehaald kunnen worden.
Een meer modern middel is de beeldprojectie, dat thans in scholen veel wordt toegepast, ofschoon het principe al vele eeuwen bekend is.
Onder beeldprojectie wordt verstaan het projecteren van een beeld op een scherm door middel van licht. De eerste beelprojector „camera obscura" genoemd werd in 1437 door de Italiaanse geleerde en bouwmeester Leon Battista Albeiti gebruikt en door Leonardo da Vinci (1450—1519) voor het eerst uitvoerig beschreven.
Met behulp van deze projectie-inrichting werden door Alberti o.a. schilderijen, die buiten de camera obscura op zekere afstand vóór de kleine opening in het daglicht opgesteld waren, op een witte achtergrond in de donkere kamer geprojecteerd. Hetzelfde geschiedt thans in een fototoestel, met dien verstande, dat het licht hierbij door een lens naar binnen valt, en inplaats van op een witte wand, op de lichtgevoelige plaat.
De later ontwikkelde „toverlantaarn" zoals velen onzer deze, zij het in een minder primittieve vorm, hebben leren kennen, werd omstreeks 1500 beschreven en toegepast door de jezuiet Atha nasius Kircher. Via deze toverlantaarn werd het beeld, bestaande uit een tekeninig op een glasplaat, van binnen naar buiten geprojecteerd met het licht van een olielamp op een scherm.
Dat men in de hierna volgende eeuwen niet spreken kon van een snelle technische ontwikkeling, bewijst het feit, dat laatstgenoemde projectieprincipe na 450 jaar nog steeds hetzelfde is, al werd de olielamp door een elektrische gloeilamp vervangen.
Met deze toestellen worden dia's geprojeteerd. Een dia is een zeer kleine afbeelding in zwart wit of in kleur, die door het toestel zo vergroot wordt, dat een groter aantal personen deze tegelijkertijd op het scherm kan zien.
Een filmstrook is niet anders dan een verzameling plaatjes aan elkaar vast verbonden, die dan om de beurt vertoond kunnen worden. In de regel heeft zo'n verzameling plaatjes dan op één onderwerp betrekking. Deze toestellen heten dan ook diascopen of filmstrookprojectoren.
Voorts bestaan nog episcopen, die het mogelijk maken plaatjes uit een boek of op een stuk papier te projecteren op een scherm, zodat een groter aantal deze tegelijk kan waarnemen. Met sommige episcopen kan men ook nog dia's vertonen, dan dragen ze de naam van epidiascopen. Hoe deze toestellen precies werken gaat buiten het bestek van dit artikel, maar wie hiervoor belangstelling heeft moet een schoolboek over natuurkunde raadplegen. In het hoofdstuk, dat over het licht handelt, zal men over deze onderwerpen wel een en ander kunnen vinden.
Het is wel een wonderlijke zaak, dat er in ons lieve vaderland nog enige brave lieden rondlopen, die menen principiële bezwaren tegen deze projectoren te kunnen hebben. Wanneer het verantwoord is in een - schoolklas een plaatje aan de jeugd te laten zien, waarom zou men dit niet mogen vereenvoudigen door dit even op een scherm te projecteren, zodat allen tegelijk dit kunnen zien? Deze brave lieden schijnen niet in de gaten te hebben, dat zij door hun wat dwaze houding de principes, die zij zeggen voor te staan, tot een aanfluiting maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's