De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

VERHOOGD TOT EEN VORST EN ZALIGMAKER

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VERHOOGD TOT EEN VORST EN ZALIGMAKER

Meditatie

7 minuten leestijd

Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden. .Handelingen 5:31

Deze tekst voert ons de raadzaal vaai het Sanhedrin binnen. De apostelen staan voor die Hoge Raad terecht, omdat zij leerden in de Naam van Jezus. Bij een vorige zitting had het Sanhedrin dit ten strengste verboden, maar de apostelen konden niet nalaten te spreken over de dingen, die zij gehoord en gezien hadden.

De voorzitter van de Hoge Raad, de Hogepriester Kajafas, heeft hen in deze zitting de overtreding van het bevel duidelijk onder het oog gebracht en nu is Petrus bezig zijn verdediginigsrede te houden. Hij wijst erop, dat men Gode meer gehoorzamen moet dan de mensen. God heeft immers de gekruisigde Jezus opgewekt. Hij heeft het werk van het Sanihedrin vernietigd. De vloek heeft Hij omgezet in eer en glorie.

Dan gaat Petrus verder met onze tekst. „Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd —". De rechterhand Gods spreekt ons van Gods macht. En de rechterhand des Heeren heeft krachtige daden gedaan. Hij verstoorde het doen van het Sanhedrin. Het is mislukt.

Wat wilde de Hoge Raad Jezus vernederen! Men heeft Hem gebonden, geslagen, bespuwd, gehoond en aan het vloekhout genageld. Maar Gods hand verhoogde Hem. Eerst door de opstanding en vervolgens door de hemelvaart. Hij had de hemel verlaten om het menselijk onmogelijke werk te doen, het verzoenen van zondaren met God, maar toen Zijn werk gereed was werd Hij weer in de hemel opgenomen.

In Zijn verhoging is Hij de roem der Kerk. Door Zijn opstanding weet zij, dat Hij alles heeft volbracht en waarlijk de zonden heeft overwonnen en door Zijn hemelvaart is zij met Hem in de hemel gezet, want waar de Koning is moet ook de onderdaan verblijven. Wat de schande is van het Sanhedrin, de verhoging van Jezus, is haar eer.

God heeft Hem door Zijn rechterhand verhoogd! Hoe hoog? Neen, niet tot de eerste plaats onder het volk Isnaël, maar ver boven het volk. Hij heeft Hem verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker.

De beide woorden Vorst en Zaligmaker staan in de tekst absoluut. Jezus is de Vorst en Zaligmaker bij uitnemendheid. Als Vorst heeft Hij volstrekte heerschappij. Als Zaligmaker is Hij de Enige, die behoudt.

Ook vóór Zijn Verhoging was Hij Vorst en Zaligmaker. Maar toen stond Hij nog vóór het grote werk, dat de Vader Hem opdroeg. Hij zou het volbrengen. Nu staat Hij achter het grote werk. Hij heeft het volbracht. Bij Zijn verhoging, wil Petrus zeggen, trad duidelijk aan de dag, dat Hij Vorst en Zaligmaker is. God heeft Hem toen als zodanig geproclameerd. Die verhoging bewijst, dat God ondanks de tegenstand van de Joden Jezus kan doen zijn en ook doet zijn, wat Hij moet zijn.

En met welk doel heeft God Hem verhoogd? „Om Israël te geven bekering en vergeving der zonden". Dat Petrus dit zegt, moet het Sanhedrin wel opvallen. De Joden verwachtten en wensten een Vorst en Zaligmaker, die Israël zou opheffen uit zijn diep nationaal verval. Hij moest het vollk verlossen van de Romeinen, het weer een ereplaats geven onder de volkeren. En Petrus betoogt: Hij geeft bekering. En daarmee bedoelt hij, dat deze Vorst Koning is over een geestelijk rijk. Deze Vorst legt geen lasten op het volk, maar zegenende handen. Hij vraagt niet, maar geeft. Hij schenkt de beste schatten, die een mens ontvangen kan, namelijk bekering en vergeving.

Bekering! Jezus regeert tot zaligheid van Zijn volk. Het is God en Zijn gezalfde Koning van nature vijandig gezind. Het is een van God af gevallen volk, dat zich buigt onder de heerschappij van de vorst der duisternis en hem dient. Het heeft geen hart om de Heere te vrezen. Het wijkt af van Zijn wegen. Maar in de wedergeboorte door Zijn Geest geeft de Vorst en Zaligmaker, die Petrus aan het Sanhedrin voorstelt, het een ander hart. Er heeft dan een zinsverandering plaats. De innerlijke bekering tot God voltrekt zich, die zich gaat uiten in uiterlijke daden. Deze Vorst heeft van Zijn goddelijke Vader een volk gekregen, dat Hij door Zijn bloed heeft verlost en dat Hij door de Geest, die Hij vorworven heeft, brengt aan Zijn voeten.

Vergeving der zonden! Dat behoort wezenlijk bij de bekering. De bekering zou niet alle waarde hebben, wanneer ze niet gepaard ging met de vergeving der zonden. Dan zou Zijn volk vernieuwd zijn, maar niet behouden. En daar gaat het Hem als Vorst om. Hij wil ook Zaligmaker zijn. In zijn zonden wijkt Zijn volk af van Gods geboden. De oorsprong ervan ligt in het paradijs. En dat brengt het onder Gods rechtvaardig oordeel. Maar Hij heeft voor verzoening gezorgd. De straf droeg Hij en de vloek nam Hij weg. Nu mag Hij vergeving uitdelen.

Welk een meesterlijk redenaar toont Petrus zich te zijn. Hij zet de dingen op hun juiste plaats. De bekering laat hij aan de vergeving vooraf gaan. Israël kan de waarheid der vergeving dan pas geloven, de weldaad der vergeving eerst dan aangrijpen, wanneer de Heilige Geest hun eigengerechtig, zelfgenoegzaam hart verbrijzeld en herschapen heeft. En dat alles, bekering en vergeving, houdt verband met de verhoging van Christus. Eerst door Zijn verhoging geeft God deze weldaden aan Zijn volk. Was Hij niet opgestaan en ten hemel gevaren, dan was Zijn werk onvolmaakt gebleken en had het geen vrucht kunnen dragen.

Petrus ziet dit helder voor zich. De heilrijke daden Gods liggen sinds Pinksteren voor hem open. En de Heilige Geest zet ze in hun verband voor hem. Als Jezus toch niet was gestorven, opgestaan en ten hemel gevaren...! Het is wonderlijk. Hij houdt een verdedigingsrede voor de Joodse Raad. Maar zijn verdedigingsrede is volop bediening van het Woond. Hij staalt hier als dienaar van het Evangelie, die verharde zondaren wil uitdrijven naar Christus, die goddeloze lieden wil winnen voor Hem.

Hierin zien we goddelijke genade! De boosheid van Israël is groot. Naar Zijn beloften heeft God Zijn Zoon gezonden. Maar Israël heeft Hem gedood. En nu legt de Heilige Geest Petrus woorden van bekering en vergeving op de lippen vóór de vertegenwoordigers van het  volk. Dat zij dan nu horen!

Deze woorden geeft de Heilige Geest nog altijd door. En als het goed is horen we er ons hart in kloppen. Dan is die verworpen Jezus onze roem. Hij is voor ons verhoogd als een Vorst en Zaligmaker, in weerwil van wat wij Hem aandeden. God had gedachten van vrede over ons. En Christus bewees zich in ons leven als een Vorst en Zaligmaker. Hij bracht ons aan Zijn voeten, deed ons vragen om Vergeving 'en schonk ze ons.

Ja, dit mogen we weten, dat God Hem verhoogd heeft om ons bekering en vergeving van zonden te geven. Voor wie is het nu onmogelijk om zichzelf dat te geven? Wie is er verslagen over, dat hij zijn hart niet kan veranderen en zijn zonden niet kan wegdoen? Dat kan ook niemand dan Hij alleen. Daarvoor is Hij immers verhoogd! Mag Hij het nu bij u doen?

Maar daarom moet er ook ernst met Hem gemaakt worden. Wie Hem toch verwerpt! Het zou hem beter zijn, dat Christus nooit was verhoogd, maar machteloos in Zijn graf was gebleven. Van een dode Vorst en Zaligmaker hebben we geen last; wel van een levende.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

VERHOOGD TOT EEN VORST EN ZALIGMAKER

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's