De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

OPMERKINGEN OVER DE NIEUWE PSALMBERIJMING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

OPMERKINGEN OVER DE NIEUWE PSALMBERIJMING

P. HOGERVORST

6 minuten leestijd

Psaim 81

Vers 1. „Stem en tegenstem springen op voor Hem die ons heil bewerkte".

Deze regels (4—6) zijn opvulsels. Intussen is weggelaten: „Heft een zang aan, laat de tamboerijn horen". Opspringende stemmen zijn wel wat vreemd.

Vers 2. „Laat de harpen slaan". Kunnen harpen slaan?

„Een hernieuwd verbond volgens oude wetten" Deze regels (5, 6) zijn vreemde opvulsels. De „feestdag" (vs. 4) is weggelaten. Jammer!

Vers 3. „Dit is ingezet als een eeuwig teken". Van de tekst: „Want dit is voor Israël een inzetting, een verordening van Jakobs God" is weinig overgebleven. Evenals in vs. 1 is ook hier de naam Jakob vermeden. Waarom?

Vers 4. „God heeft ons gezegd nooit gehoorde dingen". Aangenomen dat de exegese van de tekst: „Ik hoor een taal die ik niet kende" zó moet zijn, dat dit inleiding is tot het spreken van God in het volgende vers, dan zou men verwachten, dat nu de berijming van dit vers 7 volgt. Inplaats daarvan volgen vier regels opvulsel. Dit is veel te erg.

Vers 5. „Onder lasten zwaar (lelijk) waart gij haast bezweken. Groot was het gevaar. Ik vergat u niet". Moet dit een berijming zijn van: „Ik heb zijn schouder van de last ontheven, zijn handen werden vrij van de draagkorf"" (vs. 7)? Men kan dat geen berijmen meer noemen.  In het doodsgebied gaf Ik taal en teken." Wat betekent eigenlijk: „doodsgebied"? „Taal en teken" wordt in het Nederlands steeds in negatieve zin gebruikt: hij gaf taal noch teken.

Vers 6. Antwoord gaf Ik u, antwoord uit het onweer". Tekst (vs. 8): „In de benauwdheid riept gij en Ik redde u, Ik antwoordde u in de verborgenheid van de donder". De kanttekening bij de St. Vert, wijst hier op de wolkkolom, waaruit de Here de Egyptenaars verschrikte met donder. Ook op Ps. 77 : 18 en 19. Niets daarvan in deze berijming!

„Toen zo goed als nu heb Ik u beproefd". Van de tekst: „Ik toetste u bij de wateren van Meriba" is Meriba weggelaten. Dat is jammer, want de berijmer had zich dan kunnen richten op wat daar gebeurde. Allicht was dan de slappe stoplap: „Waar ge Mij bedroeft, roep Ik u tot omkeer" achterwege gebleven. Dit vers is beneden de maat.

Vers 7. Zoals op vele plaatsen in de nieuwe berijming is de taal ook hier zoveel vlakker dan de emotioneel geladen bijbeltekst. Men vergelijke het aangrijpende woord van God: „O Israël, of gij naar Mij hoordet!" met het kalme: „Hoor Mij, Israël!"

„Laat geen vreemde god laat geen vreemd gebod ooit u onderwerpen".

De tekst die „nederbuigen" heeft is veel duidelijker. Van een vreemd gebod staat niets in de tekst, wel spreekt hij tweemaal van een vreemde god. Daarop valt dus alle nadruk. De oude ber. (vs. 10) is hier beter.

Vers 8. Ik ben Hij Die is" een poging tot omschrijving van Jahwe, die echter mislukt is. Men kan de naam HERE hier niet missen; het is een citaat uit de aanhef van de Decaloog. Het gaat er juist om, dat Gods naam, Jahwe is.

„God wil ik u wezen" is theologisch volkomen fout; Ik ben uw God, is de bedoeling. Omdat Jahwe de God van het volk is, leidde Hij hen uit Egypte en zal Hij hun mond vullen, wanneer zij hem openen.

„Hebt gij nog te vrezen" is een stoplap en in het verband van de psalm onzin.

Vers 9. Dit is een berijming van de tekst van VS. 11 c: „doe uw mond wijd open en Ik zal hem vullen". Wanneer men hiermede zes regels wil vullen is er metterdaad heel wat vulsel nodig.

Vers 10. „Maar mijn eigen volk was Mij niet ter wille" is een veel te slappe weergave van het hebreeuws: „mijn volk wilde Mij niet, moest niets van Mij hebben".

„Hoogmoed was hun tolk". Wat betekent dat? In de tekst is van hoogmoed en trots geen sprake, wel van „verstoktheid".

„Om hun trots te stillen". Is dat een parallel van de uitdrukking: de honger stillen? Er staat alweer niets van in de tekst.

Vers 11 „Ga niet van Mij heen". Ook hier is het emotionele van de Godsspraak uit de tekst verdwenen: „Och, dat mijn volk naar Mij hoorde, dat Israël in mijn wegen wandelde!

„Sluit u hecht aaneen" doet het misschien goed in een propagandaredevoering van een politieke partij of vakvereniging, maar hoort in Psalm 81 niet thuis. Wat in dit vers volgt is fantasie.

Vers 12. Dit vers en de twee volgende zijn erg vrij berijmd. De irrealis uit het Hebreeuws is vervangen door futurum; ten onrechte.

„En het ruw geweld zal verering veinzen". Een vreemde, abstracte constructie: ruw geweld dat veinst. In de tekst staat concreet: „Zij, die de Here haten zouden Hem veinzend hulde brengen" Vers 13. „Macht en tegenstand, haters van de Here, slaat zijn sterke hand". Weer een vreemde abstracte voorstelling: macht en tegenstand schijnen haters van de Here te zijn. De tweede helft van het vers is vrije dichting, die geen steun vindt in de tekst.

Vers 14. De regels 1—4 zijn vinding van de berijmer; er staat geen letter van in de tekst. Het „trotse" keert weer terug zonder enige noodzaak. De weer bloeiende woestijn is wel een bijbels beeld, maar in Psalm 81 komt het niet voor.

Conclusie: De nieuwe berijming van Psalm 81 is een sprekend voorbeeld van de vrijheden, die de berijmers zich met de bijbeltekst hebben veroorloofd.

Voorstel tot restauratie der oude berijming van Psalm 81

1) Jubelt voor den Heer, Hij is onze sterkte. Zingt zijn Naam ter eer! Juicht voor Jakobs God, Die ons heug'lijk lot door zijn kracht bewerkte.

2) Laat de trommels slaan, harp en citer horen. Doet bij nieuwe maan, blij bazuingeschal melden overal: 't feestuur is geboren.

3) Want dit is 't gebod. Jozefs zaad gegeven; wet van Jakobs God; toen zijn sterke hand heel Egypteland voor zijn wraak deed beven.

4) Welk een taal sprak Hij, die wij nimmer hoorden: thans maak Ik u vrij; Ik neem weg het juk, maak u vrij van druk en van slaafse koorden.

5) Toen g' in angst den Heer aanriept om ontferming, hielp ik keer op keer. Donder klonk alom, uit de vuurkolom gaf Ik u bescherming.

6) Maar te Meriba toetst' Ik uw vertrouwen, ging uw gangen na: of g' op Mij alleen, door de diepte heen, op mijn woord zoudt bouwen.

7) Hoort Mij, Israël, wacht u voor uw zielen. Hoort toch mijn bevel: eert geen uitlands god, wilt mijn Naam ten spot, voor geen vreemde knielen.

8) 'k Ben de Heer uw God, die uw volk bevrijdde van het slavenlot; en u door mijn hand uit Egypteland vrij en veilig leidde.

9) Open wijd uw mond, ruim zal Ik u geven. Pleit op mijn verbond! Maar dit volk verliet mijn vermaan, wou niet naar mijn wetten leven.

10) 'k Liet hen daarom gaan 't pad dat zij verkoren in him dwaze waan. Och, dat Israël toch naar mijn bevel en mijn raad wou horen.

11) Dan zou Ik mijn macht aan hun vijand tonen; breken zijne kracht, en de tegenstand met mijn sterke hand voor altijd betonen.

12) Haters van den Heer zouden Hem dan geven,  schoon geveinsd, de eer. Nochtans zou de straf, die zijn hand hun gaf, altoos zijn gebleven.

13) Welig graan deed Hij voor zijn volk dan groeien, ja. Ik zou daarbij honing als bewijs van mijn gunst, tot spijs uit de rots doen vloeien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

OPMERKINGEN OVER DE NIEUWE PSALMBERIJMING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's