De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

7 minuten leestijd

P. Bamm, De eerste sporen van het Christendom, 224 blz., ing. ƒ 1.75. Em. Querido's Uitgeverij N.V., Amsterdam, 1963.

Het boek voert de lezer eerst naar de kusten van de Aegeïsche Zee en daarna naar het land van de Eufraat en de Nijl en naar Palestina. We bevinden ons dus op Bijbelse bodem, als de schrijver ons naar Athene brengt, waar Paulus zich verdedigde op de Areopagus en naar Thessalonika, naar de monnikenrepubliek op de berg Athos. In verband met Istanboel, de stad die in de loop der eeuwen een zevental namen heeft gehad, vertelt de schrijver van Constantijn de Grote en vooral van Justianus, de grote staatsman tijdens wiens regering de beroemde Hagia Sophia gebouwd werd, de kerk, die later vele eeuwen als moskee heeft dienst gedaan en thans een museum is. De schrijver bezoekt de ruïnes van Efeze, eens één van de wereldsteden der oudheid. „De stad verstoof als zand voor de wind en pas in onze tijd brachten de oudheidkundigen haar ruïnes weer te voorschijn". Hij bezocht de ruïnes van Palmyra en (betrad de plaatsen, waar de kruisvaarders hun - voet hebben gezet. Hij zag de cederen van Libanon en Damascus, waar delen van de oude stadsmuur zijn bewaard gebleven. Ook Saulus van Tarsen is door die poort gegaan. „Ik geloof, dat geen mens die poort van Damascus door kan gaan zonder tot diep in zijn hart te worden ontroerd".

De reis voerde naar Babylon, aan welke stad de profetie van Jesaja in vervulling is gegaan : het sieraad der koninkrijken, de hovaardij van de Chaldeeën zullen als Sodom en Gomorra worden omgekeerd.

Tenslotte vertelt de auteur van Jeruzalem en van zijn tocht naar de Sinaï met het Katharinaklooster. Hij beklom daar ook de meer dan 2500 meter hoge Dsjebel Moesa. Ik heb veel aanschouwd, zegt hij, maar ik ken niets, dat zo eenzaam, zo verheven, zo groots is, als deze blik van de top van de Horeb op de wereld beneden. Met instemming las ik dit boek, het vermoeit niet de schrijver op zijn reis te volgen. Hij weet uitnemend te schrijven.

Een enkele maal noteerde ik een vergissing: de papyrus Nash, waarop de woorden uit Deuteronomium 6:4 voorkomen, dateert, zegt de schrijver, uit het tweede millennium voor Christus ; dat moet zijn de tweede eeuw voor Christus. Deze Salamander-pocket geeft veel voor weinig geld, maar eigenlijk is een kaartje onmisbaar.

Bt.

A. en H. Algra, Dispereert niet, vierde deel 412 blz., geb. ƒ 13, 50. Uitg. T. Wever, Franeker.

Het valt niet te ontkennen, dat de afstand met Indonesië groot is geworden. Dat is wel te begrijpen na alles wat geschied is, maar daarom nog niet juist. Indonesië blijft met vele banden aan ons land verbonden of men dat wil of niet. Dat wordt wel heel erg duidelijk als men dit vierde deel van de grote vaderlandse geschiedenis, waarin twintig eeuwen historie van de Nederlanden beschreven worden, doorleest.

De schrijver, A. Algra, vangt aan bij Jan Huygen van Linschoten en de invloed van ds. Plancius van Amsterdam, wiens kaarten de zeelieden tot gidsen dienden en die onderwijs gaf in sterrenschieten en wat verder de stuurman kon dienen. Dikwijls de oude bronnen aanhalend, vertelt hij van de ontdekkingstochten b.v. die van Willem Barendsz. Uitvoerig tekent hij het leven van Jan Pietersz. Coen, staatsman, stedebouwer, kerkstichter en handelaar. „Het aldereerste ende voornaemste doel, daernaer wy alle (gelijck als naar het principaelste) behooren te schieten: te weten, de religie ende den dienst Gods". Van hem zijn ook de bekende woorden even voor de stichting van Batavia, in 1618 geschreven: „Dispereert niet ontsiet uwe vijanden niet daar can in Indien wat groots verricht worden..."

Heel wat bladzijden spreken van de verdwijnende glorie: weelde en corruptie hebben veel kwaad gedaan. De schrijver geeft er meer dan één staaltje van hoe het kerkgaan een kijkspel werd. De Verenigde Oostindische Compagnie ging na twee eeuwen te hebben bestaan roemloos onder. Het was een tijd van verval, waarvan de Engelsen enorm hebben geprofiteerd.

In het laatste deel volgt het tijdvak van 1816 tot heden: exploitatie en ereschuld; ook hier is niet alles mooi wat wl) lezen; een boek als dit verootmoedigt. Heel wat miljoenen kwamen ons land binnen, waarop wij geen recht hadden; geld, waaraan het bloed van de inheemsen kleefde. Eerst in de 20ste eeuw is officieel erkend, dat ons volk een zedelijke roeping had tegenover Indië. Dat neemt niet weg, dat het goed doet een opmerking te lezen van een Engelse geleerde en oud bestuursambtenaar: „Nooit heeft wellicht enige regering zo van ganser harte en met zulk een ijver en grondig begrip de taak aangevat om de welvaart van haar onderdanen op te bouwen als die van de Nederlands-Indië in het begin van deze eeuw". De schrijver zoekt een beeld te geven van wat er veranderd is in Indië en tot stand kwam op economisch en materieel gebied, op het gebied van de medische verzorging en het onderwijs. Aan de zending wijdt de auteur een apart hoofdstuk.

De slotconclusie van de schrijver is, dat de laatste 40 jaren koloniaal beheer verreweg de beste zijn geweeste van de 3,5 eeuw waarin Nederland of Nederlanders bemoeiing hadden met de tegenwoordige Indonesische gebieden.

Het boek is met vele foto's verlucht en maakt ook verder een zeer verzorgde indruk.

Het werk is door een christelijke levensovertuiging gedragen, er zit lijn en vaart in het werk; het kan dan ook van harte worden aanbevolen.

Bt.

Z. Vilnay, Israël, 496 blz., geb. ƒ 17.50, A. J. G. Strengholt's Uitgeversmij N.V., Amsterdam, 1963.

Dit boek geeft wat het belooft: gedocumenteerde informatie over het huidige Israël. Het eerste deel bevat een algemeen overzicht: verdeling en streken, klimaat en neerslag, natuurlijke rijkdommen — olie, in de buurt van het oude Askelon en de mineralen van de Dode Zee. Het geeft cijfers over de bevolking: meer dan 2 miljoen in 1959 tegen 1, 6 miljoen in 1953, behandeld de Askenaziem, de nederzettingen, de oorsprong van de inwoners, de politieke partijen, het leger en de politie. Daarna volgen de routes te beginnen met: naar Jeruzalem, waar ook iets van de geschiedenis van de heilige stad wordt verteld. We lezen veel over de nieuwe tijd, maar ook veel over vroeger. Het wordt ons duidelijk hoe het volk, dat uit de ballingschap terug kwam en komt toch niet in een vreemd land kwam. Het is het eigen land, Israël vond hier zijn verleden.

Vele monumenten herinneren aan de heroïsche worsteling van dit volk om een eigen home te verwerven en van de grote offers, die men gebracht heeft. Ook het oude Jeruzalem, dat — in handen van Jordanië — alleen met bijzondere vergunning kan worden bezocht, wordt beschreven.

Het boek is geïllustreerd met meer dan 600 getekende illustraties, waarvan een groot deel iets van het verleden laat zien. Ook hier blijkt wel hoe Israël eigenlijk één groot museum is.

Een zeer overzichtelijke toeristenkaart is los bijgevoegd.

Mij trof een anachronisme in het stuk over Beet-Sjemesj (p. 157): In één van de slagen tussen de Israëliërs en de Filistijnen.

Voor wie Israël bezocht heeft moet het een genot zijn met dit boek in de hand de reis nog eens te maken; voor wie naar Israël willen reizen is het een onmisbare, moderne gids en voor ieder ander, die van het oude Palestina weet en van het heden kennis wil nemen is het bijzonder instructief.

Bt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's