De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VIII)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VIII)

6 minuten leestijd

Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen indien gij dit alles weet.Job 38 : 18

§ 4. De situatie waarin wij ons thans bevinden

A. Algemeen

Wie onzer is in staat te verklaren wat er in onze wereld al zo gaane is?

Met een summiere beschrijving van de status-quo zou reeds een scheepslading informatie zijn gemoeid, zo niet meer, gesteld al dat wij bij machte waren het aanbod te verwerken.

Wij worden dagelijks bedolven onder een schelf van nieuws en wat gisteren nog actueel was heet vandaag reeds achterhaald... Hoe zouden wij dat ooit bijhouden?

Het is niet alleen de overstelpende hoeveelheid impressies — hoe weinig hoorden wij vroeger van een continent als Afirika? —, die ons confuus maakt, ook de tijdsfactor speelt een rol. Ons ontbreekt eenvoudigweg de tijd om zich door al dat materiaal heen te werken. Tijdsruimte om de feiten op afstand te kunnen beoordelen is er doorgaans in het geheel niet.

Hoe komt nu iemand, die zich tot taak gesteld heeft het gebeuren in onze wereld te analiseren, uit deze impasse? Tot het zelf bewerken van vorenbedoeld materiaal komt bijna niemand meer, tenzij hij zich houdt aan een klein en afgebakend terrein. Wat er dus op neer komt, dat wij ons oor te luisteren leggen bij wat de specialisten ons te zeggen hebben.

Zijn wij hiermede uit de moeilijkheden?

Geenszins. Stonden wij eerst voor de vraag: „Hoe evalueren wij het nieuws, dat op ons afkomt? ", thans is die vraag: „Wiens stem is het meest gezaghebbend, gegeven de verdeeldheid der meningen onder die specialisten? " Is het één al moeilijk, het ander is dat niet minder!

Hoe wij het ook wenden of keren, het resultaat van onze analyse zal altijd beneden de maat blijven: pover in de zin van gebrekkig, pover ook in de zin van niet up-to-date. De mens is en blijft van gisteren...

Nu loopt een ieder, die zich waagt aan zo'n situatieschets, het risico van het verwijt, dat zijn „schilderij" de werkelijkheid geweld aan doet, onvolledig is en eenzijdig, onvoldoende genuanceerd, een tweekleurenprodukt, enz.

Dit nu zullen wij op voorhand als een onontwijkbaar feit hebben te accepteren. Anders gezegd: ons wereldbeeld is te gecompliceerd dan dat één mens, hoe bekwaam overigens ook, in staat moet worden geacht dat beeld a-la-minute adequaat te verwoorden.

Dit is ook één van de redenen, dat het vraagstuk van de kernbewapening — dit vraagstuk kan en mag m.i. nimmer uit zijn voegen worden gelicht (zie onder § 2 hiervoor) — zo ingewikkeld is, als ook door onze Synode opgemerkt (blz. 5 en 16)! Daar komt zo nog 't een en ander bij.

Bepaalde thema's (onderwerpen als het communisme, de kernbewapening, het rassenvraagstuk, enz.) schijnen van zekere zijde te worden beschouwd als een cultuurreservaat, slechts te betreden op vertoon van een bewijs van voldoende „objectiviteit". . .

Hij, die het opneemt „tegen" het communisme, „voor" de kernbewapening, „voor" Zuid-Afiika, enz. wordt uit dat reservaat geweerd, als zijnde een indringer.. .

Ziehier wat ik met een variant op een gezegde van prof. Bomhoff de stille terreur der z.g. karakterloosheid zou willen noemen.

Is waarheidslievendheid het prerogatief ener zich opschroevende élite? De ervaring leert ons wel anders!

Ik heb hier speciaal het oog op die overgevoelige intellectuelen, die altijd aan de kant zullen blijven staan en nooit eens kiezen'. Die intellectuelen, die Shakespeare op het oog had toen hij zei: „Consciousness makes cowards of us all". Onze Synode stond uiteraard ook voor de vraag: Hoe geven wij die situatie het best weer?

Zij ondervond daarbij dezelfde moeilijkheden als ieder ander, die zich daaraan waagt. Want een waagstuk blijft het!

Dat er een ander resultaat uit de bus is gekomen dan door mij e.a. gehoopt, behoeft niet te bevreemden. Zulks levert, op zichzelf beschouwd, ook geen grond op voor kritiek.

Wat evenwel opvalt is, dat onze Synode zich naar alle kanten heeft trachten te dekken tegen het risico, hiervoor genoemd. Daarvandaan ook die constructies „enerzijds..., anderzijds..."

Het is telkenmale van hetzelfde laken een pak: enerzijds roemt onze Synode het beginsel, dat haar lief is, anderzijds treedt zij datzelfde beginsel met voeten en dat niet zozeer met een beroep op de Schrift als wel met een beroep op de situatie (het perspectief van een alles verzengende kernoorlog).

Illustraties:

1. Onze Synode geniet de reputatie van „a catholic taste" (ruimheid van opvattingen). Deze keer evenwel zuiverde zij bepaalde opvattingen uit (blz. 24/25). Wat staat ons hier verder nog te wachten? Doet zij aanstonds het privaat bezit van (sociale) produktiemiddelen in de ban, in het voetspoor van de P.S.P.? Ik acht het bedenkelijk, dat haar het vraagstuk van de kernbewapening zwaarder op de maag ligt dan het optreden van prof. Smits...

2. Onze Synode staat gewoonlijk in het voorste gelid van de oecumene. Deze keer evenwel maakte zij zich los, tot verbijstering van de omstanders: „Lezing en herlezing van het Hervormde stuk heeft echter bij mij de vraag doen rijzen; Kan dit eigenlijk nog in onze dagen, dat één kerk aan haar eigen leden en aan de staatkundige gemeenschap zó vérgaande eisen meent te moeten stellen (eenzijdige ontwapening, géén medewerkinig in de militaire dienst waar het kernwapens betreft) zonder andere kerken ook maar te raadplegen? Gaat dat eigenlijk wel aan, als men aanneemt, dat aan andere kerken óók het Woord Gods is toevertrouwd? " (prof. Ridderbos).

3. Onze Synode geeft telkenmale voor, zo geporteerd te zijn voor „het vergeten ambt" (prof. Kraemer). Deze keer echter negeerde zij dit beginsel. Wat is toch de reden, (dat zij figuren als mr. Beernink en prof. Patijn voor het hoofd stootte?

4. Onze Synode blijkt nog steeds weet te hebben van het reformatorische gegeven „overheid -- dienaresse Gods" (blz. 7 en 32). Deze keer evenwel handelde zij daar in het geheel niet naar. Op grond waarvan meende zij de hoge overheid met haar geschrift te mogen overrompelen?

5. Onze Synode baseert haar uitspraken mede op „artikel X", naar het telkens weer heet. Deze keer evenwel is die correspondentie ver zoek; dit betreft o.a. de gemeenschap met het belijden der vaderen op het stuk van het overheidsambt. (zie onder § 1 hiervoor).

6. Onze Synode huldigt het solidariteitsbeginsel ((blz. 64/65!); de z.g. volkskerkgedachte is daarvan een uitvloeisel. Deze keer evenwel blijkt daarvan hoegenaamd niets: de politici en de miltairen staan thans buiten in de regen. ..: „In de praktijk heb ik er niets aan" (prof. Patijn).

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (VIII)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 augustus 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's