Boekbespreking
4 0 Jaar Evangeliste, door mej. K. Hendriks. Prijs ƒ 1, 50. Pocketuitg. Kok Kampen.
Mej. K. Hendriks is de schrijfster van dit boekje, waarin zij vertelt over het leven als evangeliste van haar nu 75 jaar oude zuster mej. L. A. Hendriks.
Als jong meisje, dat goed kon leren, doorliep ze 3 klassen van de H.B.S. Daarna ging ze voor onderwijzeres studeren, en gaf met veel liefde onderricht aan enkele Christelijke scholen. Ze was en bleef in die tijd een verlegen meisje en jonge vrouw.
Tijdens een ziekte, die langer dan een jaar duurde is ze in een bange geloofsworsteling tot de overtuiging gekomen, dat ze tot de wereld moest gaan zeggen: bekeert u.
De verlegen jonge vrouw werd een brengster van het evangelie. Overal waar ze mensen bijeen wist — bij stations, veerponten, hoeken van straten, op vergaderingen, waar ze niet was genodigd, daar bracht ze haar roep om bekering met woord en geschrift. Vele soldaten in Kampen, maar evengoed in Den Haag, zowel als elders in het land heeft ze ieder naar zijn aard toegesproken.
Dit boekje vertelt op eenvoudige wijze van vele episoden uit haar werk. Wie het leest krijgt diepe bewondering voor deze dappere, slagvaardige vrouw, die tallozen tot het geloof bracht, of terugbracht.
Hartelijk aanbevolen aan jong en oud.
C. S. S.
H. A. Visser, Papendrecht, dorp aan de rivier, 160 blz., geb. ƒ 6, 90, Uitg. J. N. Voorhoeve, Den Haag.
Papendrecht is één van de plaatsen, waar de laatste 25 jaar zeer veel is veranderd; het agrarische karakter verdwijnt meer en meer, het landelijke aanzien neemt af en de dorpssfeer maakt plaats voor een meer stedelijke samenleving. Papendrecht is aan een nieuw hoofdstuk van zijn geschiedenis begonnen. Dat verbaast ons niet als wij horen, dat deze plaats in de jaren 1946—1962 wat het aantal inwoners betreft met ruim 91 pct toenam, waarvan nog geen eindpunt te zien is. Met deze ontwikkeling verdwijnen oude tradities en anderzijds is het heden nooit van het verleden los te maken.
De schrijver hoopt dat dit werk over Papendrecht de nieuwe inwoners van deze plaats een beeld zal geven van het verleden en heden tot meerder begrip van allerlei verhoudingen en bestaande toestanden; wie altijd hier gewoond hebben, zullen kennis kunnen nemen van allerlei waarvan zij niet of nauwelijks meer wisten.
Ook Papendrecht heeft behoord tot de plaatsen, die voortdurend door het water zijn bedreigd. De ramp van 1953, toen de ringdijk rond de Alblasserwaard is doorgebroken, was de 33e doorbraak sinds de omdijking van de Waard.
Uitvoerig vertelt de schrijver van de uiterlijke lotgevallen in vroegere en latere tijd en ook in den brede over het godsdienstige en kerkelijke leven. Dertig foto's, waaronder één van de eerste steenlegging voor de restauratie van de Herv. Kerk in 1929 illustreren het goed uitgevoerde boek, waaraan een tweetal oude kaarten los zijn toegevoegd.
Misschien is de verschijning van dit werk voor anderen een prikkel om van de plaats hunner inwoning een soortgelijk werk samen te stellen.
Utrecht, 16 juli 1963.
Bt.
Ch. Milner, Hoor, de stem van mijn beminde, 112 blz., ƒ 2, 95, Servire, Den Haag, '63
In dit werkje zijn 50 Hebreeuwse liederen — niet in hebreeuwse letters — met de daarbij behorende melodie opgenomen. Zij zijn gebaseerd op teksten uit het Oude Testament, welke teksten in het Nederlands zijn afgedrukt. In het voorwoord zegt de schrijfster en zangeres o.a. Het Joodse volk is een volk, dat onverwoestbaar is door zijn geloof in God en het vertrouwen in Zijn leiding. Het is het volk van de Bijbel, dat ook in deze tijd nog in wonderen gelooft, een door God getekend volk. Met zijn miljoenen doden leeft het voort, bouwt een nieuwe toekomst voor zijn kinderen en gaat de weg naar de verlossing, waarvan Jesaja spreekt in h. 2 : 2 w. .
Geen wonder, dat het volk zingt: Hoe goed zijn Uwe tenten, o Jakob, een lied dat wij hier lezen. Verscheidene liederen zijn aan het boek Hooglied ontleend; vandaar, dat dit boek in zijn geheel is afgedrukt.
Een boekje, dat ik met genoegen gelezen heb.
Bt.
Dr. J. van Ham, De taal der religie, 208 blz., ƒ 3, 95, Servire, Den Haag, 1963.
„Ons geslacht kent geen verwondering meer. Ruimtevaart, robots, de verlenging van onze levensduur, het zijn prestaties van het menselijk vernuft, die het volgend jaar of over tien jaar verder geperfectioneerd zullen worden zonder dat we met de ogen knipperen. Naast een technisch supervermogen ligt moreel onvermogen: aan de ene kant is er geen plaats voor God, die in 't verborgene woont en van wie zegen moet worden afgebeden, aan de andere zijde is er een ijzeren gordijn van wantrouwen en vrees. Deze gedachte, waarin de religieuze armoede van onze tijd wordt getekend, schrijft dr. Van Ham neer in de inleiding van dit werk, waarin religieuze teksten zijn bijeengebracht uit de oude tijd en van primitieve volken uit de moderne tijd. Wat het eerste betreft: stukken uit Egypte, een hymne uit de dagen van Ichnaton, een stuk uit het Dodenboek; uit Babel, Assyrië; hymne aan Sin, de maangod; stukken uit de Zend-Avesta. Van de primitieve godsdiensten uit deze dagen vinden wij hier verzameld liederen o.a. uit Peru en Tahiti, uit Hawaï en Nias, over de natuur en de schepping, over liefde en huwelijik over ziekte en dood: een doden klacht van een vrouw over haar man, een klacht van een moeder bij haar zieke kind. Het zijn o.a. beden om bewaring; de magie speelt een grote rol in het leven van de primitieve volken, nu en vroeger. Er zijn aangrijpende liederen bij b.v. dat van de Pygmeën uit Centraal Afrika: Waar ge ook gaat, is God. — In menig stuk treft ons de uitzichtloosheid van het leven van de heiden. We denken aan het woord uit de Handelingen (14 : 17): Hij heeft zich niet onbetuigd gelaten.
De schrijver bedoelt geen beschrijving te geven van de primitieve godsdiensten; dan zou ik nog wel eens bezwaar moeten maken. Het moet wel erg moeilijk zijn een keuze te maken uit zo ontzaggelijk veel materiaal, b.v. van Egypte of Babylonië. Hier en daar zou een nieuwere vertaling wel te verkiezen zijn, ik denk b.v. aan de stukken uit Zimmern; tegenwoordig lezen we de naam van Ninib als Ninurta.
Cicero had gelijk toen hij zelde, dat er nooit een volk zo wild en zo barbaars was, dat het geen goden kende.
Bt.
C. Hibbert, Arnhem, 17-26 september 1944, 264 blz., geb. ƒ 10, 90. A. W. Sijthof, Leiden 1963.
Niet alleen onze lezers in Arnhem en omgeving, in Ede en in Driel, maar ook vele anderen zullen belangstelling hebben voor dit nieuwe boek over de slag om Arnhem in 1944. Het blijkt, dat men nog steeds niet is uitgepraat over dit dramatische gebeuren tegen het eind van de tweede wereldoorlog. Na de werken van de bevelhebber van de eerste Airborne divisie Gen. Urquhart en dat van Sosbowski, de aanvoerder van de Poolse parachutisten, hebben wij nu een boek waar een man aan het woord is, die zelf niet bij de operatie is betrokken geweest, maar die als historicus de dingen op een afstand beziet. Er zijn heel wat jaren verlopen sinds dit alles over ons heenging en op een afstand kan men beter dan van dichtbij de gehele zaak overzien.
Het boek vangt aan met het tekenen van de achtergronden van het plan om de sprong te maken over de grote rivieren. Achteraf oordelen is altijd gemakkelijk; achteraf uitmaken waar de speler op het schaakbord een fout maakte moet niet zo moeilijk zijn. Maar dit oordelen achteraf blijkt in het geval van de slag om Arnhem heus niet eenvoudig te zijn. Er is veel gewaagd; achteraf kan men wel zeggen: er is veel te veel gewaagd. Churchill zeide na de mislukking van de operatie: Grote risico's werden genomen met de slag om Arnhem, maar ze waren gerechtvaardigd door de belangrijke prijs die zo dicht bij ons lag. Als deze operatie wel geslaagd was, dan was het westen van ons land bewaard gebleven voor de verschrikkingen van de zware hongerwinter; nu kwam de bevrijding voor velen te laat. Het heeft niet zo moeten en mogen zijn en wij eindigen in de regering Gods, die doet naar Zijn welbehagen. In dit boek igaat het om de menselijke factor. Na de oorlog hebben duitse generaals erkend, dat het slagen van deze aanval Duitsland voor de grootste moeilijkheden zou hebben geplaatst en het einde van de oorlog zou hebben verhaast.
De ouderen herinneren zich die septemberdagen. Het begon zo goed. Maar al heel spoedig kwamen sombere berichten door; we keken naar de lucht die maar niet breken wilde. Het bleef haast aldoor: regen en mist. Uit dit boek vernemen we, dat het niet alleen weersomstandigheden waren, waardoor het verkeerd ging, maar de radioverbindingen waren slecht en door het gebrek aan contact liep er veel mis. Bovendien is niet alles op alles gezet om de operatie te doen slagen. Van den beginne was er meningsverschil tussen Eisenhower en Montgomery. Daarbij komt nog — en de schrijver erkent dit volmondig — dat de Duitsers snel en hevig reageerden. Toch mag niet van een gehele mislukking worden gesproken; waardevolle bruggen, o.a. die van Nijmegen vielen in handen van de Geallieerden.
Tussen dit voorspel en de nabeschouwing liggen de zware dagen. De beschrijving geeft een beeld van een verbeten en taai volgehouden worsteling. De aanval was wel voor de Duitsers een volkomen verrassing, maar al heel spoedig moesten de Geallieerden spreken van een bijzonder wanordelijke toestand, van zeer gehavende onderdelen, van de vele doden en de nog grotere aantallen gewonden, voor wie nauwelijks een plaats kon worden gevonden. In één van de rapporten van de Engelsen staat: nimmer is vuriger naar de duisternis verlangd. Na negen dagen kwam het einde van een operatie, die reeds na vier dagen praktisch als verloren moest worden beschouwd. Van de bijna 9000 man, die geland waren, keerden er nog geen tweeduizend terug. In dit boek zijn heel wat aanhalingen uit dagboeken opgenomen, brokstukken van gesprekken. Met eerbied lezen we van staaltjes van persoonlijke moed; maar daarnaast verheelt de schrijver niet hoe het moreel een grens had, dat het de laatste dagen in sommige groepen gewoon niet meer ging.
Een Nederlandse historicus, drs. van Iddekinge bewerkte dit boek, dat een unieke episode uit de tweede wereldoorlog, waarbij wij allen zo nauw betrokken waren voor ons laat herleven. Ik stel mij voor, dat velen van dit werk, dat met 18 bladzijden foto's is verlucht, zullen willen kennis nemen. Wij vergeten te veel en te snel.
Bt.
Postille 1962—1963, 240 blz., Boekencentrum N.V., Den Haag, 1962
De werkgroep Kerk en Prediking geeft in een woord vooraf drie motieven op voor het opnieuw verschijnen van een Postille, onder de redactie van de Werkgroep: leiding bij de tekstkeuze om eenzijdige en persoonlijke voorkeur te doorbreken; daarnaast wil de postille richtlijnen bieden voor een grondige exegetische en theologische bestudering van tekst en contekst en tenslotte wil men aanwijzingen geven voor een praktische toepassing.
De opzet is dezelfde gebleven als vorige jaren; alleen is door een andere opmaak veel ruimte gewonnen en daarmede is ook de leesbaarheid toegenomen. Ook nu werken predikanten van verschillende schakering aan deze bundel mede; het ene stuk zal beter te verteren zijn dan het andere. Het is ook een boek, dat bestemd is voor predikanten, en dat in de ruimste zin van het woord. Ook dit jaar verzorgde prof. Berkelbach van der Sprenkel een aantal schetsen over de Heidelbergse Catechismus (Zond. 32—38).
Niet genoeg kan, ook in de schetsen, worden aangedrongen op de praktijk der godzaligheid en op het benutten van de schatten der Kerk uit het verleden.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 augustus 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's