De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

UIT DE PERS

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

UIT DE PERS

8 minuten leestijd

Het komt nog al eens voor dat de Confessionele Vereniging te kampen heeft met het verwijt dat er zo weinig van haar uitgaat, terwijl in het verlengde daarvan natuurlijk ligt de klacht van de Confessionele Vereniging zelf, dat zij telkens niet eens meegeteld wordt.

In hoeverre deze dingen de C.V. tot bezinning naar binnen nopen, kunnen we niet nagaan; naar buiten weren ze zich in ieder geval dapper tegen dergelijke aanvallen.

In het Hervormd Weekblad van 15 augustus is ds. Groenewoud daarmee bezig. Hij treedt daar in het geweer tegen ds. Groenenberg, visitator-generaal. Ds. Groenewoud pareert de slag van ds. Groenenberg, zodat de stoot hem niet raakt maar langs hem afglijdt. Zo in de geest van: Dat meent u niet echt, ds. Groenenberg; het was natuurlijik maar een grapje! Vandaar ook het opschrift boven het artikel van ds. Groenewoud: Humor uit de kerk.

Ds. Groenenberg verzorgt in Herv. Utrecht een kroniek onder de titel: Zin en onzin uit de kerk, en in deze kroniek schreef hij het volgende:

De enige richtingsorganisaties op Hervormdkerkelijk terrein zijn eigenlijk: de Vereniging van Vrijzzinnig Hervormden in Nederland en de Gereformeerde Bond tot verbreiding van de Warheid in de Ned, Herv. kerk. Daar tussenin is eigeniijk niets. Ja, er is een Confessioniele Vereniging. Daar gaat weinig van uit, vooral omdat men daar eigenlijk geen richting wil zijn. Hoedemaker's leuze: „Heel de kerk en heel het volk" zal haar telkens weer beletten zich als richting te gaan gedragen en haar onrustig maken wanneer dat gebeurt. Velen houden daarom een organitsatie voor verkeerd of doen er aan mee met een kwaad geweten. Juist omdat ze confessioneel zijn.

Tot zover ds. Groenenberg. Dat was voor ds. Groenewoud aanleiding om dit als volgt te verduidelijken:

U voelt natuurlijk direct, waar het grappige in zit; in die twee kostelijke zinnetjes, die zo vlak achter elkaar staan: „Daar tussenin is eigenlijk niets. Ja, er is een Confessionele Vereniging". Heel fijntjes wordt ons hier, zo met een nauwelijks merkbaar glimlachje, en een lichte twinkeling naar de goede verstaander in de ogen, de spiegel der zelfontdekking voorgehouden. Daar sta je nu confessionelen. Je wilt geen richtingsorganasatie, in de zin van partij, zijn. Maar zodra men dit ernstig meent en je dan ook niet als zodanig noemt, dus zegt: er is niets anders dan vrijzinnig en bond, kom je in het geweer en zegt: Wij zijn er ook nog.

Om in de sportieve stijl te blijven die bij de humor past, zeggen we: Dat is één-nul voor ds. Groenenberg.

Natuurlijk beperkt ds. Groenenberg zich strikt tot het georganiseerd optreden als partij. En wanneer hij even verder schrijft: „Daar (nl. van de Confessionele Vereniging) gaat weinig van uit", dan bedoelt hij stellig niets anders dan dat er van ons geen actie tot versterking van onze partij en macht in de kerk uitgaat.

Want hij zal Groen van Prinsterer wel bijvallen in het antwoord dat deze eens gaf op de bewering dat er van hem zo weinig kracht uitging: „Alsof hij die alleen zaait niets doet".

Ik houd me ervan verzekerd dat ds. Groenenberg er in beginsel reeds van overtuigd Is, dat er door middel van ons blad toch wel iets van ons uitgaat in de kerk; en dat dit ook het geval is met onze jaarlijkse conferenties en de lezingen en besprekingen die daar worden gehouden. Bovendien zou het me niet verbazen, als de kerkvisitator ds. Groenenberg bij zijn besprekingen met kerkeraden af en toe eens iets bespeurde van invloed, van meningsvorming, van inzichten en beslissingen, die onmiskenbaar voortkwamen uit de arbeid van de Confessionele Vereniginig, zowel de organisatie als het orgaan en met name ook de vragenbus tot bron hadden. Ik behoef alleen maar te herinneren aan wat in ons blad geschreven is inzake de procedure Smi ts; en ik ben er zeker van, dat de kerkvisitator ds. Groenenberg bij verschillende moeilijke kwesties vol kerkordelijke vragen en voetangels met dankbaarheid de invloed van goede én betrouwbare kerkrechtelijke adviezen uit dezelfde bron heeft ontmoet.

In al deze gevallen was wel degelijk invloed van de Confessionele Vereniging. En we zouden veel meer kunnen noemen, die ds. Groenenberg uiteraard niet bekend kunnen zijn.

Dat er geen invloed op het kerkelijk leven van de Confessionele Vereniging uitgaat, is niet vol te houden. Maar dat heeft ds. Groenenberg vast en zeker ook niet willen beweren. Hij heeft natuurlijk alleen maar willen zeggen, dat wij niet als partij een invloedrijke macht vormen in de kerk, die toch door met de vuist op tafel te slaan voor zichzelf belangrijke posities weet te veroveren. En we kunnen hem daarvoor alleen maar dankbaar zijn. Want inderdaad, bij al onze arbeid, zowel door de voorlichting in ons blad, met name ook door de adviezen die in de Vragenbus, of geheel buiten het blad om, persoonlijk worden gegeven aan kerkeraden, enz. willen we nimmer en nergens onze macht versterken, of partij-invloed uitoefenen. Het gaat ons daarbij steeds en uitsluitend om het belang van de kerk, om het echt-kerk zijn.

Dit heeft ds. Groenenberg blijkbaar goed begrepen, wellicht bij zijn arbeid in de kerk ook wel ontdekt. En daarom zijn we hem dankbaar, dat hij dit op zijn humoristische manier maar eens heeft gezegd.

Het leek me goed, deze eigenlijke bedoeling van ds. Groenenberg even in het licht te stellen, omdat de oppervlakkige lezer in z'n woorden anders eens iets ontstellends zou kunnen opmerken. Ds. Groenenberg zegt namelijk: „Er gaat van de Confessionele Vereniging weinig uit, omdat men daar eigenlijk geen richting wil zijn". Wie dit letterlijk zou opvatten zou er uit kunnen afleiden, dat wie invloed in de kerk wil uitoefenen, volgens d. Groenenberg, als partij moet optreden. Anders ben je kerkelijik niets, ook al is, wat je wilt, niets anders dan wat Schrift en Belijdenis voorschrijven. Van een dergelijke zware aandacht tegen de kerk, en van een dergelijke uitnodiging om ons als partij te laten gelden mogen we ds. Groenenberg niet verdenken. Deze ongewilde verschrijving is echter, hoezeer onbedoeld, toch niet zonder humor.

We weten natuurlijk niet hoe ds. Groenenberg er over denkt, maar wij willen alvast met nadruk onze bijval betuigen met het snedig antwoord van Groen van Prinsterer. Hij die zaait doet wel degelijk heel wat. Maar dat sluit niet uit, dat er van dat zaad dan ook eens wat op moet komen. Dat was toch bij Groen stellig wel het geval. Maar is dat met de Conifessionele Vereniging ook het geval? Sterk wordt de nadruk gelegd op de voorlichting van het Weekblad en met name op de bijdrageor van prof. Van Itterzon daarin. Maar in die tussentijd wordt ik Den Haag, het bolwerk van de confessionelen, de vrijzinnigheid in de kerk gehaald. Inderdaad is in 't Weekbl. veel geschreven over het geval Smits, maar intussen staat deze nu op gezette tijden in Den Haag te preken, zij het dan via de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden die men met blijdschap binnengehaald had.

En ik heb me wel eens laten vertellen dat de gang van zaken in de stad Groningen wat het inhalen van de vrijzinnigen betreft, niet veel anders is geweest. Op die mianier zouden er natuurlijk nog vele andere dingen genoemd kunnen worden die ook ds. Groenenberg, die we echt niet voor onnozel aanzien, deze opmerkingen in de pen gegeven hebben.

Evenmin geloof ik dat je in de herv. kerk enorme veroveringen kunt maken als je maar een partij gaat vormen en met je vuist op de tafel gaat zitten slaan. Hoewel deze laatste bezigheid in de kerk soms wel eens nuttig en nodig is. Zo had ik verwacht dat in Den Haag heel wat meer predikanten zo'n vuistslag hadden doen horen door hun naam te zetten onder het protest dat van de predikanten uitgegaan is naar de kerkeraad.

Ik heb het idee dat ds. Groenenberg niet zo erg ver er naast is als hij schrijft: Er gaat van de Confessionele Vereniging weinig uit, omdat men daar eigenlijk geen richting wil zijn. Opmerkelijk is het dat ds. Groenewoud het woord „richting", modaliteit dus, verandert in „partij"; en hij bedoelt dit woord dan in de ongunstige betekenis. Even tevoren heeft hij immers de partij getekend als de grootheid, die macht in de kerk gaat vormen door met de vuist op de tafel te slaan.

Overigens betwijfel ik of ds. Groenenberg er gelijk in heeft dat Hoedemaker's leuze hen belet zich als richting te gaan gedragen, want degenen die het dichtst bij Hoedemaker staan wat inzicht en overtuiging betreft, laten ook in woord en daad het duidelijkst uitkomen dat ze metterdaad tot de confessionele richting behoren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

UIT DE PERS

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's