MAAR NEEN. . . DAAR IS VERGEVING
Meditatie
Zo Gij, Heere, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving.Ps. 130: 3, 4a.
Ps. 130 is een lied, dat door de Kerk der eeuwen niet zonder diepe ontroering is gezongen. Luther noemde deze psalm één van de meest paulinische. En toen Utrecht tot de Hervorminig overging, zong de gemeente in de Domkerk ook deze verzen.
Als optochtslied gezongen door de Israëlieten ter gelegenheid van hun reizen naar Jeruzalem, geeft deze psalm uiting aan hun gevoelens van schuld, maar niet minder aan hun verlangen naar vergeving, hun door de offers in Jeruzalems tempel gepredikt.
De nood, van waaruit hier gezongen wordt, is dus een diepere. Het noodgeschrei stamt uit een benauwd hart, dat weet heeft gekregen van God, de Rechtvaardige en heilige Rechter, die geen enkele zonde door de vingers kan zien. Als Hij alleen al de ongerechtigheden gadeslaat, kan de zondaar voor Hem niet bestaan. We zwijgen dan nog maar over de vraag, hoe het die mens moet vergaan, in wiens leven de Heere de zonden gaat bezoeken. Zo ligt het in Ps. 130. Maar zo ligt het niet alleen in de ziel van een man, die een lied als Ps. 130 gemaakt heeft, heel persoonhjk dus: Je zou ook op een andere manier christen kunnen zijn, zonder er zo over te denken. Neen, neen. Zo ligt het voor God. Wie in waarheid met God te maken krijgt, roept uit: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben.
Hoewel het er nu met een ieder zo voorstaat, dat hij eenmaal voor de heilige God gesteld moet worden, is het toch nog wat anders nu, in de tijd, daarmee ernstig rekening te houden. Dat is het ontdekkend werk Go ds in de ziel van een zondaar, zo noodzakelijk tot behoud. Daarom schreeuwt de dichter van Ps. 130 het uit. En als Gods Geest ons komt bekendmaken met de gruwelijkheid van ons bestaan, kunnen ook wij niet langer onze zonden, in de doofpot doen of bedekken met hetgeen niet verzoenen kan. Dan blijft het niet bij wat algemene ge wetensovertuigingen. Iedereen gevoelt wel eens zijn tekorten. Dan houden we ernstig rekening met de mogelijkheid, dat wij verloren gaan. Als Christus onze Borg niet wordt, zijn we eeuwig buiten het leven. Dan is het geen vanzelfsheid meer, dat wij naar de hemel gaan, maar het wordt het grootste wonder, dat er bestaat. Lezer, hebt gij uzelf wel eens zo leren kennen?
De dichter gaat echter door en zingt: Maar bij U is de vergeving. Om genade te ontvangen moet ge terecht bij diezelfde God, Die u krachtens Zijn recht vanwege uw zonden eeuwig verstoten moest. Alleen Hij, Die gij beledigd hebt, kan u vergeving schenken.
Eigenlijk staat er: Bij U is dé vergeving. Met het lidwoord dus. Dat wil zeggen: God staat erom bekend, dat Hij vergeeft. Daar weten al Gods vromen van mee te praten. Hij is de God der vergevingen.
En de Heere kan zo heten, omdat Hij Zich deze Naam gemaakt heeft in Zijn Zoon, Jezus Christus. De dichter van Ps. 130 wist van deze Zaligmaker slechts uit de offerdienst van de tempel, verklaard door het profetisch Woord. De gemeente van het nieuwe verbond heeft van grotere dingen gehoord. Jezus, de Zondeloze liet Zich slachten aan het vloekhout, opdat zelfs het wederhorig kroost, ellendige en verkeerde zondaren, eeuwig bij God zouden kunnen wonen. De schuld van Gods volk heeft Hij uit Gods boek weggedaan. Hij stond voor God in de plaats van een zondaar. Welk een ontzaglijk diepe vernedering!
Dat is een troostrijke prediking, ook al is het vaak heel moeilijk die grote zaak zich toe te eigenen. De heilige zanger zegt niet: Bij U is de vergeving voor mij. Een ding weet hij: God vergeeft. Daarom bewandelt hij ook slechts deze weg: hij gaat tot God. Als gij, lezer, aangevochten wordt over de vraag, of God ook uw zonden vergeven wil, laat dan niet na veel tot die God der vergevingen te bidden. In deze weg zal de gave der schuldvergiffenis ook uw persoonlijk, bewust doorleefd geheim worden. Bij Hem is veel verlossing. Dan zetten wij ons veel op onze wachtpost en zagen uit naar God! Door die liefdevolle en genaderijke God, Die het stempel van Zijn vergeving in onze ziel afdrukt, gaan we Hem oprecht vriezen. Want nooit heeft de Heere Zijn volk nauwer aan Zich verbonden en meer aan Zich verplicht dan door het Zijn genade bewust in het hart te geven. Zo gunnen wij dat leven zelfs onze grootste vijand.
En nu is 't één van beiden: God slaat uw ongerechtigheden gade, houdt ze in gedachtenis, zoals er eigenlijk staat, of Hij vergeeft. Het eerste betekent uw dood, het tweede uw leven. Hoe staat het dan met u? Hebt ge deze zaak ooit in het gebed voor God neergelegd? Er is haast bij. Het kan geen uitstel lijden. Wil na het lezen van deze regels uw knieën buigen en bidden: Heere, als ik mij vergis, maak het mij dan bekend. Ontdek mij aan mijn zonden. Maar geef mij ook uw grote liefde te smaken, opdat ik ook van harte mee kan zingen:
Maar neen, daar is vergeving.
Altijd bij U geweest.
Dies wordt Gij, Heer',
met beving Recht kinderlijk gevreesd.
(Sliedrecht)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's