De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XII)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XII)

4. De situatie waarin wij ons thans bevinden

13 minuten leestijd

 A. Algemeen

Zijt gij met uw verstand gekomen tot aan de breedte der aarde? Geef het te kennen indien gij dit alles weet.

Job 38 : 18

Nu is de kritische gezindheid van onze Synode met betrekking tot de statusquo op zich zelf niet misplaatst.

Integendeel, van de zijde van de kerk mag een eigen geluid worden verwacht. Hoe zou ooit de kerk op die status-quo vastgespijkerd kunnen zitten!

Dienaangaande verdient het rapport waardering.

Als onze Synode te kennen geeft, dat de situatie, waarin wij ons thans bevinden, in menig opzicht uniek moet heten (vergelijkingen met vroeger gaan niet of nauwelijks meer op: blz. 41 en 53), dan is dat m.i. volkomen waar.

Ik onderschrijf ook:

— „De dingen, die in de wereld gebeuren en dreigen te gebeuren, die ons verschrikken en angst aanjagen, kunnen een voorteken zijn en misschien ook meer dan een voorteken, een begin, van Gods toekomstig en uiteindelijk handelen. Dat zij ons tot troost. Maar voorteken of begin, het staat vast dat aangezien, hoe dan ook verstaan, het einde aller dingen nabij is gekomen, wij vermaand worden tot bezinning te komen en nuchter te worden ( 1 Petr. 4 : 7)" (blz. 13).

— „De dag des Heren is nu nabij" (blz. 67).

Die kritische gezindheid temidden van een wereld, die naar God niet vraagt (Rom. 3 : 11b), is zelfs zeer te prijzen.

Want al zou ik niet durven beweren wat van pacifistische zijde meer dan eens gesteld is geworden, als zou ook in ons land de voorlichting, die er geboden wondt, oplichting moeten heten — een oordeel, dat pertinent onjuist is, dacht ik — het is en blijft zaak, dat een christen die voorlichting toetst en zift, opdat hij niet in overtreding komt met het gebod: „Men moet God meer gehoorzaam zijn dan de mensen" (Hand. 5 : 29b).

Zo dienen wij allen op het volgende bedacht te wezen:

1. Aan alle officiële voorlichting — niet-technische voorlichting wel te verstaan — kleeft het gebrek, dat zij niet objectief is en ook niet kan zijn in een wereld, die aldoor zwanger gaat van nieuw kwaad. Dat blijkt ook wel uit de praktijk:

Is niet ieder voorlichtingsbulletin ten principale een acte van zelfrechtvaardiging? Een specimen daarvan is het zgn. niets-zeggende communiqué... Maar zelden dat wij meer aan de weet komen dan het „officium" wil, dat wij aan de weet zullen komen!

2. In het nieuws komt doorgaans datgene, wat exclusief moet heten: wat spreekt tot de verbeelding van de „massa" (welk een afschuwelijk modewoord!), wat de zinnen prikkelt, wat „(verkoopbaar" is. Bepalend is niet de eer van God maar de smaak van de mens. Daarvandaan ook het spel met de zonde in de wereld van film en boek. Met wat in ons midden nog gaaf is en rein — bewarende genade houdt nog menige enclave in stand (vgl. 2 Kron. 12 : 12 b) — schijnt de „commercie" (welk een afgod in onze „kapitalistische" - wereld!) niets te kunnen beginnen. ..

3. De moderne reclame, ja heel het gelaat van onze samenleving, suggereert een wereld, waarin alle vrouwen „knap" zijn en alle mannen op zijn minst „interessant". Een wereld ook, waarin iedereen jong en gelukkig schijnt te wezen, een illusoire wereld dus.. .

Wij dienen voorts bij de beoordeling van de toestanden in onze wereld rekening te houden met:

a) het feit, dat die wereld thans sneller verandert dan ooit; zij verandert a.h.w. onder onze ogen;

b) het feit, dat wij medeveranderen (tempora mutantur et nos mutamur in illis: de tijden veranderen, en wij met hen);

c) het feit, dat de waarheid omtrent ons aler werkelijkheid niet eenduidig is: eenzelfde prikkel roept diverse reacties op.

Dit laatste punt is van veel gewicht met het oog op de discussie die wij voeren.

Is het eigenlijk niet vanzelfsprekend, dat zegge een ethicus op het vraagstuk van de kernbewapening een andere kijk heeft dan een politicus of een militair, en dat ook de leeftijden een rol spelen?

Bevreemdt het de lezer, dat het rapport op tal van plaatsen ontvangen is als een soort invitatie aan het Kremlin (Ruppert), een P.S.P.-geschrift (een veel gehoorde mening in het Nederlandse leger!), een capitulatie-akkoord, enz., terwijl datzelfde rapport van andere zijde is geroemd als een moedig staaltje van schriftuurlijk belijden (prof. Berkhof e.a.)? Mij bevreemdt dit niet.

Tot op zekere hoogte acht ik dit verschijnsel normaal, d.w.z. een te verdisconteren gegeven. Is dit niet een logisch uitvloeisel van de verscheidenheid, die er onder de mensen is, ja ook onder de gelovigen? Aan het gezegde „elk vogeltje zingt zoals het gebekt ïs" heeft zo'n vogeltje geen boodschap, de mens echter wel!

Daarom ook acht ik 't zo betreurenswaaardig, dat onze Synode zich niet heeft kunnen vinden in de thesen van de Commissie-Gollwitzer uit 1959 (één deze thesen citeerde ik hiervoor onder § 2). Aan deze thesen toch ligt het complementaire beginsel ten grondslag, ons bekend uit de Schrift (Rom. 14 : 1-12)!

Er zou in de atoomdiscussie reeds veel gewonnen zijn, als er een consensus van gevoelen bestond met betrekking tot dit beginsel, als ook met betrekking tot de vraag: op basis van welke theologie behoort nu de discussie te worden voortgezet? Zolang hierover geen overeenstemming van gevoelen bestaat, kan de discussie m.i. beter worden stopgezet.

Het complementaire beginsel verdient ook in de grote wereld erkenninig. Het laat zich immers verstaan, dat de Russen en ook de Chinezen meer waardering voor het communisme hebben dan wij. Een individualisme, zoals wij dat kennen en dat ook allesbehalve christelijk moet heten, zo in de trant van „een ieder zorge voor zichzelf. God zorgt wel voor ons allemaal"., kent het Oosten niet.

Het behoeft dan ook geen betoog, hoe belangrijk het wel is, dat Oost en West elkander geregeld ontmoeten. Het is zeker niet zo, dat wij van het Oosten niets te leren zouden hebben! Maar wat boven gold, geldt ook hier: zo'n ontmoeting heeft slechts zin, als daar zijn:

a) een deugdelijke gespreksbasis en

b) een klimaat, dat daarmede in overeenstemming is, opdat zo'n ontmoeting niet uitloopt op een vertoning als die van het laatstgehouden jeugdfestival te Helsinki. . .

Het feit, dat God Zijn kinderen beschermt, kan m.i. nimmer een motief opIeveren zich roekeloos in het gevaar te begeven (Matth. 10 : 16).

Bij alle waardering, die ik heb voor de moeite, die onze Synode zich getroost heeft om ons voor ogen te stellen, hoe ernstig ons aller werkelijkheid op dit moment wel is, heb ik zoals hiervoor uiteengezet — kritiek.

Kritiek, die ik als volgt geformuleerd zou willen zien:

1. Onze Synode beoordeelt de situatie — haar situatie ook — op afstand.

2. Ik deel de verontrusting, die uit het rapport spreekt, maar zie niet in, dat nu met die kernbewapeningswedloop, enz. onze situatie zou zijn ge tekend. Geen macht ter wereld is in staat het baken van een christen (de dag van 's Heeren toekomst) weg te nemen. Vanwaar dan toch die „anticiperende haast" (prof. Van Niftrik)?

3. Onze Synode overschat het kennen en het kunnen van de mens.

4. Het rapport verraadt een gemis van aanhankelijkheid jegens de overheden, door wier hand het Gode belieft ons te regeren. Hoe beschamend voor ons is dan vaak niet het voorbeeld van de christenen achter het IJzeren Gordijnl

Een christen in Oost-Duitsland moge de communistische ideologie uit het diepst van zijn hart verfoeien, hij steunt het regiem- Uhlbricht (meer een zaak des gebeds dan van lippendienst, dacht ik). Ik weiger ook te geloven, dat hij zou zijn afgedwaald in de richting, die hier dr. Van Leeuwen gemeend heeft te mogen gaan.

5. Onze Synode heeft verzuimd te signaleren, wat de discussie in ons midden momenteel vertroebelt, zo niet onmogelijk maakt.

Dit laatste punt behoeft nadere toelichting.

Wij stonden reeds stil bij de kwaadaardigheid in leringen van het moderne pacifisme (§3). De plaats waar onze Synode dit aan de weet had kunnen komen is ... het Nederlandse leger! Het is met name de beroepsmilitair, die de „vredelievendheid" — schier dagelijks, mag ik wel zeggen — aan den lijve ervaart...

Doch er is meer, dat onbesproken is gebleven.

Nuchterheid is, zoals wij allen weten, een oerchristelijke deugd (1 Thess. 5 : 6 en 8; Tit. 2 : 2; 1 Petr. 1:13, 4 : 7 en 5:8); zij is geboden in een wereld, die van verdichtsel aan elkaar hangt. Hieronder volgt een bloemlezing.

1. Onjuist is de vaak gesuggereerde voorstelling van zaken, als zou er in onze wereld thans voor het eerst belangstelling zijn gerezen voor het welzijn van die naaste in het Midden-Oosten, Centraal-Afrika, enz. Hoeveel zendelingen brachten in het verleden niet het offer van hun leven om der wille van die verre naaste...?

2. Het is maar ten dele waar, dat de hongersnood op zovele plaatsen in die wereld te wijten zou zijn aan de schrielheid en de hebzucht van de v.m. koloniale mogendheden. Moet niet heel veel leed mede worden toegeschreven aan de deplorabele toestanden ter plaatse (corrupte politici, enz.)?

3. Het is geenszins in overeenstemming met de feiten, dat het kolonialisme slechts ellende zou hebben voortgebracht. En wat is toch de reden, dat het neo-kolonialisme van de Sovjetunie en Rood-China zo veel milder wordt beoordeeld?

4. Een misleidende agitatie deed ook in Nederland de voorstelling postvatten, als zou die apartheidspolitiek van premier Verwoerd in Zuid-Afrika slechts zijn ingegeven door intenties van het laagste allooi. Wij weten thans allen beter!

5. Het is maar een halve waarheid, dus geen waarheid (Douwes Dekker), dat oorlogen een gril zouden zijn van deze of gene despoot., Oorlogen zijn een gesel Gods (Ps. 46 : 9—10; 120: 7; e.a.). Geen mens die een vin verroeren kan buiten God om! Hoe nuttig het ook is, dat zich thans de wetenschap (polemologie, conflictologie) bezig houdt met het vraagstuk van oorlog en vrede, een christen dient te weten, dat God altijd het laatste woord heeft, en niet de mens. De Heer der Wereld, de Heer ook der Geschiedenis staat boven de situatie, dus ook boven de atoomdiscussie. Hier besluipt ons het gevaar (van grensoverschrijding: het gevaar dus, dat wij van ons geredeneer teveel en van ons geloof te weinig verwachten! De misvatting ook, dat de gaven der genaden zouden kunnen worden uitgestald ter adstructie van een of lander wetenschappelijk betoog..

6. Een mythe is ook, dat het hedendaagse communisme in deze of gene zin de traditie zou hebben geërfd van de eerste christengemeente. Het huidige communisme — pluriform als het overigens is — is een geesteskind van de Aufklarung, opgekweekt, enz. door Marx en Engels, in het zadel geholpen door Lenin, Stalin, Chroestsjef en Mao, maar de perversie van het chrisitendom dan een „christelijke ketterij" (K. Barth).

7. Het is een illusie te verwachten, dat in onze wereld ooit de gelijkheidsidee zou kunnen worden verwezenlijkt. Of wij het nu prettig vinden of niet: er is verscheidenheid onder de mensen. Een verscheidenheid, die verankerd ligt in de natuur (Gods schepping!). Het betaamt ons dan ook te verwerpen „de onbijbelse overschatting van het gelijkheidsbegrip, waardoor men de verscheidenheid in bekwaamheden en beperktheden niet organisatorisch laat gelden" (stelling 22b, toegevoegd aan het proef-schrift van dr. Okke Jager). Zou er nog van een samenleving kunnen worden gesproken, gesteld dat die verscheidenheid er niet was...?

Aan de ernst van de feiten torn ik niet: er is ontstellend veel leed in onze wereld.

Wat ik hier zeggen wil is enkel dit: Men late zich toch niet te veel op sleeptouw nemen door een élite, wie het meer te doen is om de verwezenlijking van een aards ideaal (een „leefbare" wereld of iets dergelijks) dan om de eer van God.

Kwalijke verschijnselen zijn verder nog:

1. Het gebrek aan hygiëne in de wereld van de politiek, ook in Nederland. Wee de politicus, die eens een fout begaat of zich vergist! Hij wordt zonder meer geveld, hetzij door toedoen van een sluipschutter onder zijn politieke tegenstanders, hetzij ook in het vuur der kanonnen van de publiciteilt (T.V., enz.) Hoe onmenselijk is langzamerhand dit bedrijf niet geworden! "

2. De verafgoding van het intellect aan elk van beide zijden van het IJzeren Gordijn („diploma-sectarisme", enz.) De gaven van het hart (sociale en ethische vaardigheden) staan ter beurze lager genoteerd dan ooit. Bestuurstalent ligt te grabbel langs de weg...

De tijd schijnt voorbij, dat die mannen van karakter het geweten vormden van de maatschappij (Luther). Ervoor in de plaats kwam, wat ik boven de stille terreur der karakterloosheid heb genoemd.

Twee illustraties:

1. Nauwelijks deed de Nederlandse Zuidafrikaanse Werkgemeenschap — erelid van deze stichting is o.a. dr. K. H. E. Gravemeyer — van zich spreken, of er verscheen in de „Nieuwe Rotterdamse Courant"(!) discriminerende commentaar onder de titel „Geen stichting". Wij zouden met de nieuwe stichting niet zijn gesticht. 

2. Stelde de Nederlandse Regering (wij!) de Papoea's een plebisciet in het vooruitzicht, de leider van een nationaal studentengezelschap meende zich in Indonesië de vrijheid te kunnen veroorloven, nut en noodzaak daarvan in twijfel te trekken, enz.

Zo daalt ook in ons land langzaam maar zeker het scherm, min of meer geruisloos.

Tot die beproefde middelen, waarvan zich die terreur bedient, behooort: ook de dialectiek,

a) die de waarheid tracht te verstikken in „genuanceerdheid" (veelheid van woorden);

b) die haar in staalt stelt alles te bewijzen of ... niets (kwestie van ompoling der in het geding zijnde argumenten);

c) die haar zo nodig de l ast van een keus bespaart en

d) die het „ergens" over heeft, maar nergens houvast biedt.

In discrediet zijn de oud-Hollandse deugden (een ronduit karakter, openhartigheid, enz.).

Hulpmiddelen om zich uit te drukken (technieken, schema's) behoefden onze voorouders niet. Zij zeiden wat hun hart ingaf te spreken.

Sluit het bovenstaande nu in, dat wij weglopen, fet die status-quo, c.q. vervallen tot wat wij de Morele Herbewapening aanwrijven?

Nee, helemaal niet, dacht ik.

In ons allen leeft de hang naar het verloren paradijs, die een Luther — staande voor de Rijksdag van Worms — deed uitroepen: „Ik weet, dat mijn leer onrust veroorzaakt". Die onrust jaagt ons allen voort. Zij is één der essentiële waarden van ons oude werelddeel!

Maar diezelfde Luther weigerde zich aan het hoofd te laten stellen van die opstandige boeren uit zijn dagen. Dit is ook de reden, dat in de D.D.R. niet Maarten Luther maar Thomas Müntzer (overl. 1525) geëerd wordt als „der wahre Vertreter der Volksreformation", zoals het thans in een Oostduits geschiedenisboek heet...

Luther handelde als eertijds een Paulus. Paulus, die toch wel wist wat strijd betekende (Col. 1: 29, 2 : 1; 2 Tim. 4 : 7; enz.), was geen revolutionair. Hij accepteerde de status-quo (het Romeinse gezag, de slavernij, enz.).

Onze Synode kon dit geduld niet opbrengen: „Wat men in de wereld reeds nu zeker moet weten van de christenen en van de kerk is, dat zij van oordeel zijn dat de kernwapenen ook in het uiterste geval niet gebruikt mogen worden en dat christenen het niet voor hun, aan het Woord en de beloften Gods gebonden geweten zullen kunnen verantwoorden aan zulk een oorlog met kernwapenen hun medewerking te geven. Dit moet nu reeds worden gezegd en dit moet nu reeds geweten worden" (blz. 44).

Ziehier ook in weinig woorden wat ik de strekking van haar rapport zou willen noemen.

Stof te over om erop terug te komen!

Correspondentie

Ds. H. B. te L. Ik heb gemeend uw brief te moeten beantwoorden, in dezelfde trant als waarin u mij schreef: a l'improviste, dus per brief. Ik blijf u erkentelijk voor uw kritiek: het gaat er tenslotte om, dat wij samen verder komen. Geen onzer heeft de pretentie dé oplossing te hebben gevonden, geen onzer ook heeft het recht het christen-zijn van de ander in discussie te brengen. Mijn artikelen zijn bedoeld als een persoonlijke bijdrage uit een wat afgelegen hoek, geijkt noch gelegaliseerd door wie dan ook. En ... ik kan het mis hebben in een gegeven geval. Het is aan de lezers ven dit weekblad, mij daarop attent te maken!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XII)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's