De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kroniek

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kroniek

9 minuten leestijd

Weer aan de arbeid — Ingegaan in de rust — Een 50-jarig jubileum — Nieuwe dingen — Aanvullende rectificatie.

Wanneer september goed en wel in het land is, zijn de vakanties voor de meesten verleden tijd. Er mag dan nog deze en gene zijn, die er een paar weken tussenuit gaat, omdat 't niet eerder kon, doch over de hele linie is men aan het werk of prepareert zich om het straks volop aan te vatten. Voor vele huismoeders, zal de dag, waarop de scholen weer opengingen wel met bijzondere blijdschap zijn begroet. Het valt ook niet mee, om, terwijl het schier dag aan dag regende, de kinderen in een goede stemming te houden: en in het gezinsleven de vaste regels te bewaren, voorzoveel men niet gezamenlijk met vakantie kon.

Waar het werk nog niet in volle gang is, worden er toch aanstalten gemaakt. De derde maandag in september begint in de meeste onzer universiteiten de nieuwe cursus. Die derde maandag toch, is er de overdracht van het rectoraat en daarmede is officiieel de vakantie ge-eindigd. Maar het duurt gewoonlijk nog wel tot oktober — begin oktober — dat de colleges aanvangen. Hier zou een parallel te trekken zijn met het parlement, dat de derde dinsdag in september — Prinsjesdag, die dit jaar onder een stralende zon werd gevierd — wordt geopend en zijn nieuwe zitting aanvangt.

De eigenlijke werkzaamheden beginnen, zo rondom begin oktober.

Zo wordt allerwege deze maand het werk — het meer geestelijke dan — hervat of die vereiste voorbereiding getroffen om straks op volle toeren te werken. Dan zal het verenigingsleven volop in gang zijn. Het geldt onze jeugdverenigingen, onze mannen- en vrouwenverenigingen en — om die vooral niet te vergeten — de catechisaties. Daarmede ben ik aangeland in ons kerkelijk leven. Want het onderricht aan onze jongeren, is een essentieel stuk van het kerkewerk. Een moeilijk en verantwoordelijk werk voor predikanten, kerkeradenen ook de gezinnen, vooral in deze tijd, waarin de kerk — en haar werk — de wind niet mee heeft. Dat is jammer, doch niet het ergste. Als wij de wind des Geestes maar meehebben. Wat is het daarom nodig, dat ook hier het oude kerklied als gebed gekend en beoefend wordt: „Kom, Schepper, Geest!" „Strandvonder" attendeerde in zijn jongste „Drijfhout" (Herv. Weekblad d.d. 7-9-'63 - op een artikel van prof. dr. G. C. Berkouwer in „Geref. Weekblad" '(uitgave Kok) dd. 14-6-'63, waarin deze onder het opschrift: „Radicale woorden voor het gebed" o.m. schreef over het „zonder ophouden bidden", zulks naar aanleidinig Van wat Z 45 van de H.G. daarover zegt. Berkouwer onderstreepte vooral het stuk: „dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken". Berkouwer onderstreepte in dit nr. — in een volgend handelde hij treffend over „met hartelijke zuchten" — het „alleen" en „zonder ophouden" en ging op dit „radicale" en „krasse" indringend in. „Strandvonder" nam het hele stuk over. Ik kan hem, helaas daarin niet volgen; die kroniek zou te lang worden. Maar ik ben het eens met hem, ais hij in het slot zegt: „Volhardend bidden is en blijft het geheim. Het is ook volgens Gods wil. Wij zullen moeten beginnen met ons eigen tuintje te zuiveren van stenen".

Onze agenda is op vele dagen overvol. Iedere predikant weet er wel van mee te praten voorzoveel hij in het volle werk staat. De stile tijden, de tijden, waarin wij onze en anderer nood voor onze grote Voorbidder kunnen neerleggen, tijden van afzondering, zetten wij niet in ons „agendaboekje". Dat behoeft: ook niet. Als wij er maar mee rekenen, at ze er moeten zijn. De Heere wil soms op die gebeden wonderlijk uitkomst en moed tot de arbeid geven, die wel eens zwaar valt, maar toch Zijn werk is. Dat geldt van alle „goddelijk beroep", doch niet het minst voor het „kerkewerk" in al zijn vertakkingen.

Maandag 9 september jl, in de tijd, dat iedereen weer aan het werk toog of zich op het werk bezon en voorbereidde, is een eens zo harde werker, dr. Jan Schouten, ingegaan in de rust, die er overblijft voor het volk van God. „Ik ben gereed", zo zei hij op zijn ziekbed, dat zijn sterfbed werd, tot een zijner vrienden. Schouten heeft wel een zeer bij­zondere carrière gehad. Hij was, wat men noemt „self-made". Met dankbaarheid memoreerde hij vaak, dat hij gevormd was op de J.V.; vandaar dat hij immer weer de J.V. zo warm aan de jongeren aanbeval. De politiek had van jongsaf zijn liefde en hij heeft die altijd bedreven om, zoals hij het zag bij het licht van de Heilige Schrift en de reformatorische belijdenis, het Koninkrijk Gods te dienen.

Geschoold in de lijn, zoals dr. A. Kuyper sr. die trok in zijn geschriften, kreeg hij allengs een leidende positie in de ARP en ging meer en meer de debatten in de Kamer beheersen. Hij werd leider zijner fractie, na Colijn leider van de partij. H. Algra vergeleek hem in „Ned. Gedachten" bij een eik, die naar mate hij omhoog groeide, de wortelen dieper indrong in de voedende bodem. Schouten was een gewetensvol parlementariër, die zelden bij de zittingen absent was. Hij had een „natuurlijke" welsprekendheid, waardoor hij vriend en tegenstander boeide, gepaard aan trouw aan de beginselen, die hem lief waren. Hem gold: „het is het hart, dat welsprekend maakt". Ook zijn tegenstanders hebben dit getuigd'. Bij zijn graf is dat niet gezegd, want zijn begrafenis was in alle stilte, omdat — op zijn uitdrukkelijk verzoek —, het bericht van zijn overlijden — een maand nadat hij 80 jaar was geworden —, eerst op de begrafenisdag bekend werd. Voor de microfoon van de N.C.R.V. is hij met treffende woorden herdacht door mr. Roosjen, dr. Drees, dr. Tilanus en prof. Romme. Een man van grote betekenis ging heen. Een der laatsten van een generatie, die hoort bij de „oude garde".

„Bene meritus", plaatste de N.R.Crt. boven haar artikel ter nagedachtenis van dr. Jan Schouten. Inderdaad een man van grote verdiensten ging heen.

Op 6 en 7 september jl. heeft de Vereniging van Vrijzinnig Hervormden in de Ned. Herv. Kerk, haar 50-jarig .jubileum gevierd. De stoot tot haar oprichting kwam uit Friesland. Wijlen dr. Niemeyer, herv. pred. van Bolsward, was haar promotor en een tijdlang haar voorzitter. Zijn bedoeling was, de vrijzinnigen van hervormden huize, tot die tijd verspreid in andere organisaties, samen te brengen in één verband, om zo gezamenlijk de strijd te voeren voor hun plaats en beginsel in de Herv. Kerk. Dat heeft zij gedaan, met alle haar ten dienste staande middelen. Deze „Vereniging" en de Geref. Bond zijn onlangs door ds. Groenenberg, in één adem genoemd, omdat zij beiden partij- en richtingsorganisaties wilden zijn. Een formele overeenkomst bij groot principieel verschil!

Ter receptie vertegenwoordigde de Praeses van de Generale Synode de Herv. Kerk. Ds. v. d. Hooff zeide daar — volgens verslag in de N.R.Crt. dd. 7-9-'63 o.m., „dat orthodoxen en vrijzinnigen een gezamenlijke geschiedenis hebben en deed een beroep op de laatsten om deze gezamenlijke geschiedenis volledig te aanvaarden, zowel in het geheel van de Hervormde Kerk als ook in het grote geheel van de oecumene".

Namens de Vrijzinnig Hervormde Vrouwenorganisatie werd een bedrag van ƒ 600, — aangeboden voor het publicatiefonds. Een comité uit de leden bood een „jubileum-bedrag" aan dat tot op dat moment gestegen was tot ƒ 19.200, —. Feestredenaars in de herdenkingssamenkomst waren prof. dr. Bleeker en de voorzitter prof. mr. D. Mulder, die o.m. het ontnemen van de emeritaatsrechten aan prof. Smits noemde „een onrechtmatigheid, hoewel niet van onwettigheid, waarin de vrijzinnigen toch wel niet anders dan een verkapte leertucht konden blijven zien".

De Synode der Geref. Kerken, sinds 27 augustus jl. in Groningen bijeen: heeft, gelijk „Trouw" van 12 sept. jl. het betitelde: „Open deur voor Groningse geestelijkheid" gehouden. Dat houdt dit in, dat ze in een gerenommeerd Gronings etablissement, vertegenwoordigers van alle kerkelijke gemeenschappen heeft uitgenodigd en ontvangen. Dat was op woensdag 11 september jl. Het woord voerden dr. Kunst, praeses der Synode en ds. Krop, voorzitter van de Raad van samenwerkende Kerken in stad en provincie. Dr. Kunst zei, dat „de Synode hiermede niet bedoelde een „oecum. experiment". De ontvangst wilde hij zien om het verlengde van de schriftuurlijke oecumenische roeping der kerk, waarop de gereformeerden zich bezinnen."

Deze ontvangst was een novum in de geschiedenis der geref. kerken. Iets nieuws dus, evenals het feit, dat maandag 16 september jl. de leden der geref. kerken hun Synode op het T.V.-scherm „midden in het werk" hebben kunnen zien, aldus het aankondigend bericht in „Trouw" dd. 11 sept. jl. De gereformeerden durven het nieuwe wel aan. Dat bleek ook uit meerdere besprekingen, waarop ik nu niet inga. Onlangs las ik in een Synodeverslag, dat weinig leden van de gelegenheid de Synode te bezoeken — de zittingen zijn openbaar — gebruik maken. Misschien bedoelt deze T.V.-uitzending de Synode bij de kerk te brengen. Of het meerdere belangstelling in het synodewerk zal uitwerken? Paus Paulus heeft afgekondigd dat ook „bepaalde leken" de zittingen (hernieuwde) van het Concilie, die men 29 september hoopt aan te vangen, kunnen bijwonen en zelfs adviezen kunnen geven aan de „concilievaders". Een breken dus met de „dichte-deur-politiek". De uitdrukking is van prof. v. Itterzon, die ze gebruikte ten opzichte van onze Synode, wier zittingen steeds met „gesloten deuren" zijn. Ik hoop altijd nog op de „openbaarheid", ook bij ons. Maar, men ziet bij de geref. kerken, dat de „openbaarheid" op zich zelf het niet doet. Er moet echt geestelijk meeleven zijn met wat de kerken in deze en in alle tijden beroert, om biddend het welzijn van Gods Kerk te zoeken.

En nu ten slotte een aanvullende rectificatie. Uit de rectificaitie in de Kroniek van 29 augustus jl. is afgeleid dat met „een predikant (herv.)" — aldus naar uit „Trouw" overnam — gedoeld zou zijn op de plaatselijke hervormde predikant van Rijnsaterswoude als zou deze met „een pastoor" voor een carillon gecollecteerd hebben. Brieven, die ik door bemiddeling van onze Bondsvoorzitter en Bondssecretaris ontving, — ze waren van de plaatselijke predikant van Rijnsaterswoude en „een lezer" — laten mij weten, dat niet hij (de pastor loei) de bedoelde predikant was. Ik geef dit onderstreept door, daar ik alles wil doen om hem van verdenking of blaam te zuiveren. Ik hoop, dat hiermede de briefschrijvers gecontenteerd zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Kroniek

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 september 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's