DE ANTITHESE
De verkiezing Gods ten eeuwigen leven trekt een scheur door de wereld en zelfs door de godsdienstige vergadering. Zij stelt de grote antithesie, welke niet te ontkennen valt en op alle levensterrein doorwerkt.
De afkeer van de leer der praedestinatie, zelfs op kerkelijk erf, heeft als vanzelfsprekend gevolg, dat men de antithese tracht te verdoezelen, zoals men de praedesitinatie poogt te verzachten door pelagiaanse en remonstrantse beschouwingen: God handelt naar vooruitgezien geloof; God heeft de mogelijkheid voor allen gegeven, maar nu hangt het verder van de mens af, zodat de beslissing van Gods hand in de hand van de mens wordt gelegd.
Karl Barth heeft een geheel eigen kijk op de verkiezing. Hij spreekt van de verkiezende God, of het verkiezend handelen Gods. Dat verkiezend handelen is volgens hem altijd tevens een verwerpend handelen. Verwerping is onvermijdelijk aan verkiezen gebonden. Zij is een „onvermijdelijk" begeleidend gebeuren van de verkiezende handeling Gods.
Zonder nadere uitleg is het niet duidelijk, hoe Gods verkiezen tevens verwerpen moet zijn. Doch Barth verbindt daaraan een soort verklaring van het kwaad in de wereld (en van de zonde) en — hoewel hij kritiek oefent op Leibnitz — herinnert zijn betoog toch aan de theodice van dien wijsgeer.
Het is niet nodig de uiterst ingewikkelde beschouwingen van Barth over „het nietige" uiteen te zetten om het onaannemelijke, wijl volkomen met de Heilige Schrift strijdige van zijn verkiezingsleer in te zien. Uiterst sceptisdh tegenover de filosofie van Heidegger, aan welke de beschouwingen van „het nietige" van Barth, zoal niet verwant, toch mede ontleend zijn, kunnen we ons aan de indruk niet onttrekken, dat dit ingewikkeld „nietige"-systeem in 'n gezonde theologie helemaal niet thuis hoort, tot weinig nut is en dat daarop voor Barth van toepassing is, wat Fritz Heinemann van Heidegger's denken zegt: (het heeft het doel een labyrinth te bouwen, waarin Heidegger wonen en heersen kan, omdat hij aleen de draad van Ariadne in de hand heeft, die hem in staat stelt de uitgang weer te vinden. (Existenz.-philosopihle lebendig oder tot? Urbanbücher Stuttgart 1954, Mz. 85). Het zij genoeg op te merken, dat het gevaarvolle „nietige" in Bartih's beschouwing (en daarmede ook de verwerping) wordt te niet gedaan, zodat deze eindigen in de leer ener universele verkiezing: Alle mensen verkoren, maar zij weten het niet allen. Er zijn er, die het weten en er zijn er, die het (nog) niet weten.
Zij die de universele verkiezing van Barth overnemen, zijn licht geneigd het Christelijk geloof, zoals de Schrift dit tekent, en de waarde, welke zij aan het geloof toekent, te ondergraven.
Geloof heeft eigenlijk geen functie meer in de visie van Barth en de prediking wordt gemaakt tot een eenvoudige mededeling van de algemene verkiezing aan degenen, die het nog niet weten, „mededeling van een nieuwe stand van zaken, een nieuwe ruimte van factititeit, een nieuwe staat van verzoend zijn van allen. Het karakter van de boodschap — in appèl en vermaan, in belofte en eis — was in deze mededelings-structuur niet meer te herkennen". (Dr. G. C. Berkouwer Dogmatische Studiën, De verkiezing Gods, blz. 279).
Het leven is er uit, zoals geheel de verkiezingsleer hier op een ander plan staat als de onderwijzing van het profetische Woord. Een verkiezing, die universeel is en allen verkiest, is ook geen verkiezing meer, maar destinatie, beschikking. Dat is trouwens, als verkiezing ooit verkiezing is geweest in deze leer, ook reeds gevolg van de opheffing der verwerping. Is er dan hij God wel ooit verwerping geweest? Heeft Hij ze dan niet van voor de grondlegging der wereld allen in Christus verkoren? En gaat de verwerping, voor zover Barth daarvan spreekt, dus in feite niet langs ons zondaren heen?
We vallen van de éne vraag in de andere, want als de verwerping in feite langs ons zondaren heengaat, wat moeten we dan van de zonde denken, die volgens de Schrift, dat kan toch niemand ontkennen, de toorn Gods heeft opgewekt en oorzaak onzer verwerping, de verwerping van het ganse menselijke geslacht is?
In de gedachtengang van K. Barth liggen de dingen heel anders. In ander verband hebben we daarover reeds een enkele opmerking geplaatst. Bij Barth wordt het goddelijk verkiezend handelen zo voorgesteld, dat de verwerping de keerzijde der verkiezing is, — en men zou wel kunnen zeggen in de verkiezing ligt besloten, althans daarmede onmiddellijk samenhangt.
Doch in de Heilige Schrift zijn de eeuwige verkiezing en de verwerping vanwege de zonde, twee zeer verschillende zaken. De verwerping is een oordeel Gods over de dadelijke zonde in de wereld, die verkiezing is een bestel Gods van vóór de grondlegging der wereld, dat uit de mensheid kiest overeenkomstig het goddelijk voornemen, ook als zij is gevallen.
De verwerping is geen probleem der uitverkiezing, zoals bij Barth, maar ligt Schriftuurlijk zelfs buiten de uitverkiezing als oordeel over de overtreding van Gods gebod, dat de mens als mens is gezet. Dit wordt voor een ieder duidelijk, die heeft opgemerkt, dat God kiest uit een verloren en veroordeeld geslacht — en aan de uitverkorenen de zonde om Christus' wil niet toerekent.
De verzoening, welke God in en door Christus heeft teweeggebracht, gaat ter wille van de uitverkiezing en ten behoeve van de uitverkorenen uit als een voorbereiding van de nieuwigheid des levens. Voor zover dit vruchten meebrengt, die zegenend werken op het aarde leven der mensen in het algemeen, kan gesproken worden van „gemene gratie", maar dit is wat anders dan ten eeuwigen leven in Christus verkoren te zijn.
Daarom zij men beducht voor de predikers ener algemene verzoening die de mens voorhouden : het werk der verzoening is geschied, het is voor allen volbracht, zegt het voort.
Wat kan daardoor nu anders worden bevorderd dan lichtvaardige zorgeloosheid ten aanzien van de dingen, die des Geestes Gods zijn en ontvolking van de kerk, gebrek aan belangstelling, geringschatting van de Heilige Schrift, het kerkelijk dogma en niet minder van de belijdenis? De mensen, die zich laten meeslepen in deze leer, hebben aan één dogma genoeg: „allen uitverkoren"?
Het doet ons genoegen, dat prof. Berkouwer in zijn dogmatische studiën, De verkiezing Gods 1955, althans een tikje radicaler is dan in zijn een jaar vroeger verschenen „De triumf der genade in de theologie van Karl Barth". Wij vrezen zeer dat de snelle overgang van velen in de Gereformeerde kerken naar de Hervormde midden-orthodoxie voor een niet gering aandeel aan Berkouwer's theologische studiën moet worden toegeschreven.
In „de verkiezing Gods" geeft hij gelukkig als zijn mening te kennen, dat hier het evangelie zelf in het geding is, al wordt dat in de zachtste bewoordingen geformuleerd: „Allereerst is de subjectivering (beslissing bij de mens, S.) een duidelijke aantasting van de vrijheid der verkiezing. Maar vervolgens voert de objectivering (allen uitverkoren door Gods beslissinig, S.) ons eveneens tot onaanvaardbare consequenties. Hier komt het tot een verwerping- of verkiezingsobjectiviteit (oud en nieuw universalisme), waarin het kerugma (boodschap, verkondiging) plotseling van karakter en structuur verandert. De boodschap verandert in een „mededeling van een nieuwe stand van zaken, een nieuwe ruimte van facticiteit, een nieuwe stand van verzoend-zijn van allen. Het karakter van de boodschap — in appèl en vermaan, in belofte en eis — was in deze mededelings-structuur niet meer te herkennen." (t.a.p. blz. 279) Het is erg zoetsappig uitgedrukt, aangezien deze verkiezingsleer een dode mededeling voor een levend evangelie in de plaats schuift. Het leven is er uit, het evangelie als kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft.
Wat blijft er van het geloof over? En dat, terwijl de Schrift telkens en telkens op de toeëigening der beloften Gods door 't geloof wijst. Een iegeilijk, die gelooft ; (Rom. 1 : 16; 10 : 4; 1 Joh. 5 : 1) allen die geloven. (Rom. 3 : 22; 4 : 11; 2 Thes. 1 : 10) Een Vader voor allen, die geloven. (Rom. 4 : 14) En vele duidelijk prekende plaatsen meer; zodat er geen twijfel aan is. We spreken niet gaarne van voorwaarden, maar het geloof is toch eigenlijk wel voorwaarde om het Evangelie te kunnen verstaan en toe te eigenen — alleen aan die voorwaarde beantwoordt niet de minste verdienste van onze kant — het is Gods gave. De Heere Zelf werkt Zijn verkiezing in de Zijnen uit. Het ligt alles in Zijn hand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 oktober 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's