De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Nieuwe Testament

9 minuten leestijd

OPENBARINGEN 20 HET DUIZENDJARIG RIJK(53)

Ditmaal zouden wij ons wat nader bezig houden met de opvatting en uitleg van hen, die in Openbaring 20 een aanduiding vinden van dingen, welke nog in de toekomst, aan bet einde van deze geschiedenis, zullen plaats vinden.

Deze uitleggers van de Heilige Schrift verwachten dus nog een periode in de geschiedenis, waarin Christus koninklijke heerschappij op de aarde nog op een bijzondere wijze openbaar zal worden. Zijn gemeente zal daarin op een bijzondere wijze delen. Heel het leven en de orde der dingen zullen dan door die heerschappij bijzonder bepaald en beïnvloed worden.

Er zijn er onder deze uitleggers, die menen, dat Christus ook dan die heerschappij in de hemel zal uitoefenen en vandaaruit op de gang van zaken op de aarde zal inwerken, zó dat daar voor Zijn gemeente een tijd van bijzondere vrede zal aanbreken. Anderen menen, dat Christus dan eerst weer op aarde zal verschijnen en daar met Zijn gemeente Zijn bijzondere heerschappij zal uitoefenen. Meestal gaat hier mee samen de gedachte aan een opstanding in letterlijke zin van de martelaren en de gelovigen uit vroegere eeuwen. En de gedachte aan een grootse bekering en herstel van Israël.

Interessant is de uitleg en gedachten van een ,,voorzichtig" chiliast, dr. Bietenhard, uit Gümligen, bij Bern, te volgen. Deze theoloog schreef over het Duizendjarig Rijk een uitvoerige bijbelstheologische studie. Veel van zijn opvattingen vinden wij terug in Berkhof's: „Christus, de Zin der geschiedenis". Wij willen de hoofdgedachten van de studie van Bietenhard weergeven.

Bietenhard verwerpt de recapitulatietheorie. Volgens hem worden in dte opeenvolgende visioenen in de Openbaring dingen onthuld, welke in de wereldgeschiedenis worden vervuld in dezelfde volgorde, als waarin ze in die visioenen onder beelden worden voorgesteld. Er zit in de verschillende visioenen een chronologische volgorde, zelfs een climax.

Wat Johannes in Openbaring 20 aanschouwt, zal in de geschiedenis haar verwerkelijking vinden, volgend op datgene, wat hem in Openbaring 19 getoond is.

In dat hoofdstuk hebben wij te maken met de verschijning van Christus aan het einde der tijden. Christus verschijnt dan op de aarde, dat blijkt uit heel het verband. Op de aarde zijn tegen die tijd de vijandige machten tegen het Evangelie en de Kerk zeer sterk geworden. Het beest en de koningen der aarde en hun heirlegers trekken op ten strijde. Doch over hen wordt gericht geoefend. Het beest en de valse profeet, die stond in dienst van het beest, ontvangen met hun aanhangers hun rechtvaardige straf. De legermachten, die zij in het veld gebracht hadden, worden vernietigd. De aanstichters van de strijd tegen de voortgang van het Evangelie op aarde én degenen, die een belangrijke rol in die strijd hebben gespeeld, zijn degenen, over wie het oordeel, in Openbaring 19 beschreven, gaat. Hier gaat het nog niet om het gericht, dat over alle volkeren éénmaal gaan zal. Daarover gaat het in het vervolg van Openbaring 20.

Als dus geschieden zal, wat in Openbaring 19 beschreven staat, zullen de volkeren der wereld nog op aarde voortleven. Doch dan zal, en dat staat dus in Openbaring 20, de Satan gebonden worden. Satan, die ten laatste als aanstichter achter alle strijd tegen de voortgang van het Evangelie op aarde zat. Hij zal dan gebonden worden. Volgens Bietenhard is ook dit dus iets, dat nog aan het eind der tijden geschieden moet.

't Is dus niet een andere manier van zeggen voor het overwonnen worden van Satan door Christus, door Diens dood en opstanding. Neen, door Christus dood en opstanding is de Boze wel principieel overwonnen. Doch zijn gebonden worden is nog iets anders. Een gevolg, een nadere uitwerking van dat eerste in de geschiedenis van deze wereld nog! Wij moeten ook hier letten op een climax in de werken Gods in deze wereld. Eerst wordt de boze, de overste dezer wereld, principieel overwonnen door Christus' kruis en opstanding. Jezus ziet de Satan als een bliksem uit de hemel vallen.

Met Pinksteren zet op aarde de grote opmars van het Evangelie onder de volkeren in. Doch de boze heeft eveneens nog zijn gelegenheid om op aarde zijn werking  uit te oefenen. Die werking wordt als het ware beschaamd in het beest en de valse profeet uit de Openbaring. Echter, éénmaal, bij die verschijning van Christus, zal de Satan gebonden worden. Dat is een volgende phase in de uitwerking van zijn onttroning. Dan wordt hij van de aarde in de afgrond gestoten. Zijn invloed en werking onder de volkeren worden dan ten zeerste gestuit. Hij kan zich niet meer laten gelden. De volkeren der aarde zullen duidelijk door een andere heerschappij geleid èn beheerst worden, nl. die van Christus en de zijnen! Christus zal dan immers met de zijnen op een bijzondere wijze op de aarde Zijn koninklijke heerschappij uitoefenen Dat zal het „duizendjarig" vrederijk zijn. Dat nog niet de volmaakte heerlijkheid van Christus en de zijnen zal wezen. Dit duizendjarig rijk zail daarom nog weer een einde hebben.

Dan zal Satan nog voor één keer losgelaten worden. Nog één keer krijgt hij de gelegenheid zijn oude woede te koelen tegen het Evangelie en alles, wat daarmee in verband staat. Nog één keer tracht hij de volkeren tot zijn strijd te mobiliseren. Doch dat wordt gevolgd door de laatste phase in de uitwerking van zijn onttroning. Er wordt dan definitief met hem afgerekend. Hij, dien Jezus eerst als een bliksem uit de hemel zag vallen, en die daarna gebonden en in de afgrond geworpen werd, wordt dan geworpen in de poel van vuur en sulfer, waar hij met het beest en de valse profeet eeuwig gepijnigd wordt!

Met deze definitieve afrekening met de boze zal volgens Bietenhard dus samengaan het eindoordeel over alle volkeren en de algemene opstanding der doden. Dan zal ook déze geschiedenis der wereld afgesloten worden, en waar allen goddelozen en ongelovigen dan het eeuwige oordeel bereid is, zal allen gelovigen het volmaakte eeuwige koninkrijk ontsloten worden. In Openbaring 21 en 22 vinden wij een visionaire uitbeelding van die eeuwige heerlijkheid!

Bietenhard schenkt natuurlijk ook bijzondere aandacht aan wat staat in vers 4 en 5 van Openbaring 20. Volgens hem zijn degenen, die op de tronen zullen zitten anderen, dan de zielen dergenen, die onthoofd zijn om de getuigenis van Jezus en die het beest en het beeld van het beest niet hebben aangebeden. Het griekse woordje, dat midden in vers 4 staat en in de Statenvertaling met „en" wordt vertaald en dat soms een verklarende betekenis kan hebben, neemt hij dus niet in die betekenis. Maar hij vat het dus in letterlijke zin op.

De vraag rijst, wie worden dan bedoeld met degenen, die op de troon zullen zitten? Bietenhand noemt hier verschillende opvattingen, die in de loop der jaren naar voren zijn gebracht. Zelf doet hij hier geen uitspraak.

Echter, wel meent hij, dat in elk geval Israël hier niet buiten het gezichtsveld mag blijven. Ook hij neemt aan, dat er in de toekomst nog een bijzondere bekering en herstel van Israël zullen plaats vinden. Dat zal zijn, vlak voor de verschijning van Christus. Wanneer die bekering en dat herstel zullen geschieden, zal dus ook de oprichting van het duizendjarig rijk zeer nabij zijn. En Israël zal daarin een bijzondere plaats hebben.

Bietenhard wijst hier vooral op het feit, dat er verband zou bestaan tussen de profetieën van Ezechiël en wat Johannes in de Openbaring wordt getoond. Hij gaat daarbij uit van de opvatting dat, wat wij vinden in de profetieën, niet alleen maar vervuld werd vóór en door de komst van Christus in het vlees, doch  ook nog vervuld zal worden aan het eind der geschiedenis. Ezechiël 28—35 spreken van het gericht, dat over de wereldmachten gaan zal. Dit thema keert terug in Openbaring 18-19. Ezechiël 38-39 handelen over het optreden van en het oordeel over Gog en Magog. Dit vinden wij terug in Openbaring 20 vers 7 v.v. Tussen beide gedeelten in Ezechiël staan hoofdstuk 36, de verlosing van Israël, en hoofdstuk 37, het wonder in de vallei van de dorre doodsbeenderen. Mogen wij in het wonder ook niet lezen een voorzegging van het herstel van Israël?

Tussen Openbaring 19 en Openbaring 20 vers 7 v.v., staat Openbaring 20 vers 1—6, het visioen van het duizendjarig rijk. Bietenhard vraagt: staat dan achter datgene, wat ons daarin beschreven wordt, niet de bijzondere plaats, welke Israël nog éénmaal zal innemen? Staat dit niet als een geheimenis achter datgene, wat in Openbaring 20 vers 4 ons wordt meegedeeld?

Natuurlijk gaat Bietenhard ook uitvoerig in op wat verder staat in de verzen 4 en 5. Van belang is, dat hij de woorden en „zij leefden" neemt in de zin van en „zij werden levend". Daarbij beroept hij zich op wat er eigenlijk in het oorspronkelijke staat. En dan vat hij dït weer levend worden in letterlijke zin op. Dus hij denkt hier ook aan een lichamelijke opstanding. Hij wijst hierbij vooral op wat staat in Rom. 14 vers 9. Daar worden dezelfde woorden, opstaan en weer levend worden, gebruikt voor de lichamelijke opstanding van Christus. Wel, zo zegt ook hij, wordt op andeare plaatsen dezelfde zegswijze gebruikt ter aanduiding van een opstanding in geestelijke zin, vooral in de brieven van Paulus (Rom. 6 vers 4 v.v.; Ef. 5 vers 14; Colss. 3 vers 1). Maar nooit wordt die opstanding de eerste opstanding genoemd! Bietenhard exegetiseert Openbaring 20 dus ook zo, dat hij meent, dat het de bedoeling van dit hoofdstuk zou zijn, ons te leren dat aan het eind der geschiedenis Christus dus op aarde zal verschijnen om daar op een bijzondere wijze Zijn koninklijke heerschappij uit te oefenen. Israël zal daarin op een bijzondere wijze delen. Doch tevens zullen dan de martelaren en andere gelovigen opstaan. Déze opstanding zal dus aan de opstanding der ongelovigen voorafgaan. En die alzo opgestane gelovigen zullen mee deelgenoot zijn in de heerlijkheid van het duizendjarig rijk!

Een volgend maal nog enkele dingen van deze „chiliastische" uitleg van Openbaring 20.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's