HET HEILIGDOM VAN DE HEILIGE SCHRIFT
Feest in het Heiligdom.
In de oude koningstijd en in de Joodse gemeente na de Babylonische ballingschap stonden de psalmen in hoge eer. Ze werden gezongen in de tempel, in de synagoge. De ploeger zong ze achter de ploeg, de maaier achter zijn zeis. En als de wijngaardenier zijn kromme snoeimes in de wilde ranken zette, neuriede hij een psalm van David. In de tempel moesten de Levieten elke morgen en ook 's avonds gereed staan om de Heere dank- en lofliederen te zingen. Zij hadden trompetten en cimbalen om muziek te maken en instrumenten voor de liederen ter ere Gods. Vooral bij de grote feesten weerklonk de muziek en het Psalmgezang. Hoe diep was dan de vreugde der feesthoudende menigte en hoe groot haar geestdrift. David had reeds vierduizend Levieten tot zangers en toonkunstenaars opgeleid en aangesteld. Men zong niet op stemmen, het gezang was eenstemmig. De voorzanger zong voor, het tempelkoor antwoordde. Men klapte in de handen, op de maat. Alle gij volken, klapt in de handen (Ps. 47 : 2). En om de maat goed te doen uitkomen, sloeg men koperen bekkens tegen elkaar: dat zijn de klinkende cimbalen. Uitbundige vreugde wekte op „het schel metaal van de klinkende cimbaal". Harp en citer begeleidden het psalmgezang. Ook blaasinstrumenten. Ook nu wordt de bazuin nog steeds gebruikt in de synagogedienst. Op de 1e Tisri, „de dag des geklanks", werd er op de sjofar, de bazuin geblazen. In Israël diende de bazuin om „te wapen" te roepen. Maar in Israël werd op de eerste dag van de zevende maand, Tisri, een „gedachtenis des geklanks", een heilige samenroeping gevierd. Het was een „dag des geklanks" die bij de nieuwe maan gevierd werd. Terwijl op de vijftiende dag van dezelfde maand Tisri (als het dus volle maan was) Loofhuttenfeest werd gevierd. Dan zingt de dichter: Blaast die bazuin op de nieuwe maan, op volle maan, voor onze feestdag (Ps. 81: 4). Een machtig orkest van allerlei soorten van muziekinstrumenten klinkt door in de laatste psalm. Tempelkoor en het koor voor de troon van God in de hemel, beide worden opgeroepen om God te loven. En als dan die beide koren God verheerlijken, wordt de hele aarde opgeëist om God te prijzen, alles wat adem heeft. Diep in het zieleleven van Gods Kerk onder het Oude Verbond zien wij, in de Psalmen. Zij die ze zongen bij de altaren, schouwden in het hart van God. Grote verwondering en blijdsdhap vervuilden de harten van die Hem kenden, als hun God. En zij zongen, als zij de tempel betraden: één dag hier, is beter dan duizend-elders.
In het binnenste voorhof was iedere dag een feestdag. Daar brandden voortdurend de altaren. Daar verrichtten elke dag Levieten en priesters hun werk. De pelgrim in de binnenste voorhof jubelt tot de levende God (Ps. 84). Om de heilige plaats te kunnen betreden en de gemeenschap met God te genieten, komt het aan op de innerlijke reinheid. Alleen wie rein is van hart en dit ook uiterlijk bewijst door belijdenis en heilige werken, mag instemmen in het loflied, waarmede God in deze woonplaats Zijner heerlijkheid wordt geprezen. Onder het zingen van: Gaat tot Zijn poorten in met lof, met lofzang in Zijn heilig Hof, ging de pelgrim naar binnen en boog zich neder voor God. De hoogtepunten in het feest in het heiligdom waren de gebeden en de psalmen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 oktober 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's