De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

JUBILEUM VAN DE TORADJA-KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JUBILEUM VAN DE TORADJA-KERK

9 minuten leestijd

Het jaar 1963 is voor de Toradja-kerk zowel als voor de Zending van de G.Z.B. van grote betekenis.

De Toradja-kerk herdacht, dat 50 jaren geleden het Evangelie van Gods genade voor het eerst onder het volk der Toradja's gepredikt werd en welke invloed dat Evangelie in die jaren heeft uitgeoefend, zowel in het persoonlijk leven van velen als ook in 't gehele volksleven. En voor de G.Z.B, had dit jaar grote betekenis, omdat gezien en gehoord mocht worden, dat deze 50-jarige arbeid niet vruchteloos is geweest en dat de offers die werden gebracht rijk gezegend werden.

De herdenking van dit 50-jarig werk in het Toradjaland gaf zowel aan de Toradja-kerk, die door dit werk ontstaan mocht, als aan de Zending, die dit werk verrichten mocht, reden tot grote dank aan God, Die de verkondiginig van het Evangelie in zo rijke mate heeft willen zegenen.

Er was alle reden voor de Toradjakerk om boven dit 50-jarig jubileum te zetten : „Die met tranen zaaien, zullen met gejuich maaien". Het zaaien van het Evangelie in dit mooie land, met z'n hoge bergen en stralende zon, is vaak gepaard gegaan met tranen. Toen 50 jaren geleden dit terrein in Zuid Midden Celebes aan de G. Z. B. werd toegewezen, kon het

een onbekend gebied genoemd worden.

Langs enkele haast onbegaanbare paden waren deze berglanden te bereiken. De bergvestingen, die men in deze bergstreken vindt, wijzen er op dat de geschiedenis van de toradja's een aaneenschakeling is geweest van oorlogen. In het begin van deze eeuw was die slavenhandel heus geen zeldzaamheid. Wat konden de ouderen onder hen nog met smaak vertellen van de veldslagen die geleverd waren en wat konden hun ogen fel worden, wanneer zij vertelden van mensen die gevangen genomen waren om aIs slaaf verkocht te worden. De onderlinge veten en de stamoorlogen maakten het leven vaak moeilijk. De onenigheden tussen de Toradjas en de Mohammedaanse kustbevolking weerhield hen met nog andere oorzaken om de islamitische godsdienst te aanvaarden.

Toen in 1906 het Nederlands Indisch gezag werd ingevoerd, hebben nog heel wat Toradjas zich daartegen verzet. O.a. Pong Tiku voor wie thans een gedenknaald in Rantepao staat opgericht. Sinds dit gezag werd doorgevoerd kwam de rust en de orde onder het volk. Men verloor voor een groot gedeelte de vrijheid, maar een zeer gewenste veiligheid kwam er voor in de plaats.

De eerste Zendeling van de G.Z.B.

kwam dus in een gebied en onder een volk, dat nog maar enkele jaren gepacificeerd was. Met groot enthousiasme is het echtpaar van de Loosdrecht-Sizoo de arbeid onder dit volk begonnen. Deze in 1913 begonnen arbeid zou op de duur blijken belangrijker te zijn voor dit volk dan de doorvoering van het Nederlandse gezag. Want dit laatste zou niet langer dan tot 1949 stand houden, terwij1 de begonnen arbeid der Zending, de loop van het Evangelie, krachten heeft ontketend die niet tegen te houden zijn. De zendingskrachten mochten dan al wegvallen, de kracht van het Evangelie en van Gods genade gingen door. Na een periode van nog geen vier jaren rusteloos werken viel deze eerste uitgezonden kracht door moordenaarshand.

Het werk van het Evangelie

kreeg door het heengaan van deze uitnemende kracht wel een hele klap, maar het ging door. Het breidde zich langzamerhand uit. Scholen werden gesticht; een Normaalcursus werd geopend ; een evangelistencursus ontstond. Het medische werk werd ter hand genomen. Op bescheiden schaal werd voor evangelisatie-lectuur gezorgd. Gedeelten van de Bijbel werden door dr. H. van der Veen in de Toaradja-taal vertaald. Overal kwamen kleine groepjes christenen.

Het leven van de eerste Christenen

was ook dikwijls moeilijk. Velen werden uit de dorpsgemeenschap waartoe zij behoorden verstoten. Dikwijls werd het de christenen verboden rijst te snijden op de sawahs van de heidenen. Tot de dood toe werden ze soms bestreden, want het gebeurde nogal eens dat een christen die gestorven was, niet begraven mocht worden in het heidense familiegraf. Maar ook dit verzet kon de loop van het Evangelie niet tegenhouden.

Met opzet werd het vroeger nog wel eens verdedigde principe, en door de heidense Toradjas graag gewilde idee, de christenen in een apart dorpsverband samen te brengen, niet doorgevoerd. Elke christen moest immers in eigen omgeving een getuige zijn. Dit bracht voor de christenen wel heel wat strijd mee, maar anderzijds gaf het een verbreiding van de kennis van het Evangelie. Dit bleek in de latere jaren ook heel duidelijk. De kennis van het Evangelie was veel uitgebreider dan het aantal christenen zou doen vermoeden.

De tranen en de moeiten

waren er echter niet alleen de eerste tijd. Deze zijn doorgegaan tot vandaag toe. Maar de kracht van het Evangelie is nog niet te stuiten. In 1946 bezocht ik een dorp waar drie dagen tevoren een Indonesisch predikant met nog negen andere christenen waren vermoord. Maar terwijl ik daar was, kwamen er ongeveer 200 mensen vragen om onderwezen te mogen worden in de Christelijke Godsdienst. Hoeveel slachtoffers zijn er gevallen in 1953 te Rongkong en Seko ? Dat loopt in de honderden. Hoeveel zijn er van alles beroofd, gevlucht dagen en nachten lang ! Wat een strijd is er geweest in 1958. En nu in april 1963 ? Er ging een a.s. predikant met nog 37 mensen op weg naar zijn gemeente, waar hij bevestigd zou worden. Drie dagen hebben ze gelopen en ze hebben er nog vier voor de boeg. Maar eer de vierde dag ten einde was waren ze allemaal vermoord. Wat een tranen zijn er geschreid en worden er nog geschreid bij het zaaien van het Evangelie. Velen zijn hier voor de keuze gesteld, mohammedaan worden en blijven leven of Christus belijden en de dood ingaan.

De grote overgangen naar het Christendom

zijn ook van de laatste jaren. Zeker, ook vóór de tweede wereldoorlog waren er wel jaren waarin er honderden werden gedoopt. Maar na 1950 is het aantal Christenen haast verdrievoudigd. Waren er in 1950 een 60.000 gedoopten, in '63 bedraagt dit aantal ruim 170.000. En tijdens het juibileum waren er nog ongeveer een 10.000 in dooponderricht.

Het was een blij weerzien

toen wij, na veel hartelijkheid en openheid ontvangen te hebben, zowel te Djakarta als te Makassar, in Rantepao in de nacht van 19 op 20 juli j.l. aankwamen. 't Was een lange, vermoeiende reis van Makassar naar Rantepao. De ontvangst deed ons echter alle vermoeidheid vergeten en na een half uurtje was het alsof we maar 'n poosje met verlof waren geweest. Wat was er veel te vragen en te vertellen. We zouden de eerste weken nog niet uitgepraat komen.

Na een korte nacht van weinig rust

begon de volgende morgen al vroeg het eerste samenzijn van het jubileum. Op 't plein rondom de kerk van Rantepao was het vol met mensen. De voorzitter van de Synode der Toradja-kerk begon de openingsdïenst met een prediking over: „Gode zij dank voor Zijn onuitsprekelijke genade". Wij waren niet bijeen — zo zeide hij — om te overdenken wat mensen gedaan en gepresteerd hebben, maar om God te danken voor Zijn genade. Dat het Evangelie, waarvan Jezus Christus zelf de inhoud is, hier gepredikt mocht worden is enkel en alleen Gods genade. Wel heeft Hij daar mensen en ook de G.Z.B, en de Toradjakerk voor willen gebruiken. Maar het is toch ook nog Zijn genade als Hij daarvoor mensen gebruiken wil. Het is ook enkel Gods genade dat Hij de prediking van dat Evangelie heeft willen gebruiken om vele mensenharten om te zetten, zodat men van heiden-Christen, van tegenwerker-medewerker, van vijand-vriend wordt. Dankbaarheid zal er in ons hart zijn, wanneer wij dat Evangelie van Jezus Christus hebben leren kennen als het verlossende Woord ook voor ons.

De eerste jubileumvergadering

werd voortgezet met een keurige uiteenzetting van de loop van het Evangelie door het Toradjaland, waarbij de zendingsmensen, die hier in de loop der jaren gewerkt hebben, niet werden vergeten. Dank werd hierbij gebracht aan alles wat de G.Z.B, voor het Toradjavolk en voor de Toradja-kerk had gedaan. Verschillende regeringspersonen brachten hun gelukwensen over aan de Toradja-kerk, de wens uitsprekende dat deze kerk nog tot een rijke zegen mag zijn voor heel het volk.

Enorm was het aantal mensen dat op deze dag bij elkander was. Het werd geschat op minstens 25 tot 30 duizend. Het was goed georganiseerd en alles verliep naar wens. Het was masaal en toch intiem. Bovendien werkte het weer ook erg mee. Het was mooi zonnig weer, maar toch ook weer niet te warm.

De zondagmorgen was bestemd voor kerkdiensten

in de open lucht. Geen gebouw en geen loods zou ook de schare van mensen kunnen bevatten. Een van de oudere Toradja-predikanten sprak naar aanleiding van „De Heere heeft grote dingen bij ons gedaan; dies zijn wij verblijd". Mij was gevraagd in het Indonesisch een preek te houden en deed dit over de tekst: „Dit is de dag, die de Heere gemaakt heeft; laat ons op dezelve ons verheugen en verblijd zijn".

In beide preken stond weer in het middelpunt wat God gedaan heeft. Deze massadiensten verliepen stijlvol, en de prediking was Christocentrisch.

Nog massaler was zo mogelijk de avonddienst in de priestertaal

waar enkele predikanten spraken en ook een ouderling. Deze ouderling sprak van de strijd die het hem gekost had het oude geloof los te laten en christen te worden. Ademloos stond de massa mensen te luisteren. Hoe machtig klonk aan het einde die Psalm uit die duizenden monden:

Door al Uw deugden aangespoord,

hebt Gij Uw Woord en trouw verheven.

Gij hebt mijn ziel op haar gebed

verhoord, gered, haar kracht gegeven.

Al 's aardrijks vorsten zullen, Heer,

Uw lof en eer alom doen horen,

wanneer de rede van Uw mond op 't wereldrond hun klinkt in d' oren.

Na de juibileumdagen werd ook nog vijf dagen lang de 9e Synode der Toradja-kerk gehouden. Veel zou ook daar over te schrijven zijn. Maar ik wil dit artikeltje besluiten met enkele verzoeken, die de Toradja-kerk mij gedaan heeft en deze over te brengen aan het Hoofdbestuur van de G.Z.B. Allereerst een paar theologen beschikbaar te willen stellen voor een Middelbare Theologische School tot opleiding van predikanten voor de Toradja-kerk.

In de tweede plaats een Studenten predikant voor Makassar.

Een of meer bevoegde krachten voor een middelbare school.

Behalve de voortzetting, zo mogelijk vermeerdering, van financiële steun voor allerlei doeleinden. En niet het minst heeft men aangedrongen op gebed voor hen, opdat de genade Gods bij de Toradja-kerk moge blijven. Deze verzoeken wil ik gaarne onder uw aandacht brengen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

JUBILEUM VAN DE TORADJA-KERK

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 oktober 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's