De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het Nieuwe Testament

OPENBARINGEN 20 HET DUIZENDJARIG RIJK

7 minuten leestijd

(54)

Ditmaal zouden wij nog ingaan op enkele dingen, van betekenis bij de uitleg van Bietenhard van Openbaring 20. Bietenhard wijst er ook op, dat, als dit hoofdstuk inderdaad zó uitgelegd moet worden, dat het ons spreekt van een toekomstig vrederijk, dit gegeven ogenschijnlijk wel een vrij afzonderlijke plaats in het geheel van de Openbaring Gods inneemt. Hij stelt de vraag : is dit inderdaad het geval? Een andere vraag stelt hij hierbij : moeten wij aannemen, dat wat hier aan Johannes getoond wordt, hem als iets geheel nieuws geopenbaard wordt, of heeft het aanknopingspunten in vorige gegevens uit de Openbaring Gods in Oud en Nieuw Testament?

't Is duidelijk, dat Bietenhand inderdaad aanknopingspunten ziet. Allereerst in de profetieën van Ezechiël, in de hoofdstukken die handelen over de ondergang der wereldmachten, over de verlossing en het herstel van Israël en over Gog en Magog. Vervolgens wijst Bietenhand op merkwaardige gedachtengangen in de Joodse literatuur, uit dezelfde tijd, als waarin ook de Openbaring van Johannes geschreven werd. B.v. déze, dat er aan het einde der tijden eerst een periode zal aanbreken, welke meestal „de dagen van de Messias" genoemd wordt, waarin de Messias een bijzondere heerschappij op aarde zal uitoefenen en er een maximum van vrede en welvaart zal zijn, voorzover die mogelijk zijn op een aarde, waar dan toch ook nog de zonde en de dood zullen wezen. Deze periode, deze Messiaanse tijd, is dus nog niet het eeuwige, volmaakte Koninkrijk. Dit komt pas daarna. Er is dus éérst het verloop van de geschiedenis der bedeling, waarin wij leven, dan komt het Messiaanse rijk, daarna het eeuwige Koninkrijk. Allerlei profetieën uit het Oude Testament worden zó uitgelegd, dat ze slaan op die Messiaanse tijd.

Ook vinden wij in deze literatuur de gedachte aan een bijzondere opstanding van bepaalde doden. Evenzo dat de oudsten uit Israël een bijzondere plaats zullen bekleden bij de uitoefening van de regering van de Messias. En dat heidense volkeren zich zullen roeren tegen het eind van die Messiaanse tijd.

Ook over de duur van deze Messiaanse tijd vinden wij hier verschillende opmerkingen. Er worden andere getallen genoemd dan 1000 jaren, b.v. 400 jaren. Doch het getal 1000 speelt een bijzondere rol. God schiep de wereld in zes dagen, Hij rustte op de zevende dag, de sabbath. Zo zal de wereldgeschiedenis in verschillende perioden verlopen. De eerste zal corresponderen met de zes werkdagen bij de schepping, de volgende met de sabbath bij de scheppinig. En die periode zal het duizendjarig vrede; sabbaths-rijk zijn!

Opmerkelijk hierbij vooral is, dat in deze literatuur bij dit punt gezinspeeld wordt op wat staat in Psalm 90. Iets, wat wij eveneens vinden in oud-christelijke geschriften, waarin het duizendjarig rijk ter sprake komt.

In psalm 90 wordt gebeden, of de Heere Zijn volk verblijden wil naar de dagen, dat zij verdrukt zijn geworden en naar de jaren, dat zij onheil gezien hebben. Hier speelt dus de gedachte een rol, dat het duizendjarig rijk een soort tegenwicht zal zijn tegenover alle verdrukkingen, waaraan in de loop der eeuwen Gods volk blootgesteld is geweest. Er wordt dus een tijd van verademing voor Gods volk verwacht nog binnen het raam van déze bedeling. Niet alleen in het eeuwige Koninkrijk, in de nieuwe hemel en op de nieuwe aarde zal Gods triumpheren op heerlijke wijze openbaar worden. Dit zal ook reeds op bijzondere wijze geschieden binnen de grenzen van déze bedeling. God zal er voor zorgen, dat in deze bedeling naast zoveel, dat doet vragen : „waar blijkt nu Zijn triumpherende macht? " - ook de tekenen van die macht niet zullen ontbreken. En een heel bijzonder teken zal zijn het duizendjarig rijk !

Bietenhard legt Openbaring 20 dus zó uit, dat dit hoofdstulk ons óok wil leren, dat er bij de verschijning van Christus en het aanbreken van het duizendjarig rijk een afzonderlijke opstanding van martelaren en andere gelovigen, een éérste opstanding, zal plaats vinden.

Hij meent hier vooral een aanknopingspunt te vinden in wat Paulus schrijft in 1 Corinthe 15 vs. 23 v. v. Daar heeft de apostel het dus over de opstanding van Christus en van de Zijnen. En daar schrijft deze dan, dat ieder in zijn orde levend gemaakt zal worden. Eerst Christus, de Eerstling, dan die van Christus zijn in Zijn toekomst. Daarna zal het einde zijn, wanneer Hij het Koninkrijk aan God en aan de Vader zal hebben overgegeven. Bietenhard ziet met meerdere uitleggers van het Nieuwe Testament in dit gedeelte een aanduiding van verschillende feiten, welke in de tijd in een bepaalde volgorde na elkaar zullen geschieden. Éérst dus de opstanding van Christus, daarna, na verloop van een bepaalde tijd, en dat is dus de tijd van de ontwikkeling der geschiedenis tot aan de verschijning van Christus, - de gelovigen. Daarna, dat is dus, wanneer er weer een bepaalde tijd zal verlopen zijn, de tijd tussen die verschijning van Christus en het eindoordeel, het duizendjarig rijk, - zal het einde zijn en de overgave van het Koninkrijk aan de Vader.

Echter, het is hierbij wel de vraag of dit de bedoeling van Paulus' woorden is geweest. Wel staan wij hier wellicht voor een stuk getuigenis aangaande het verloop van de geschiedenis en van de dingen, waarvan wij de volle betekenis nog moeilijk doorzien. In elk geval ziet Bietenhard in 1 Corinthe 15 een aanknopingspunt voor wat Openbaring 20 ons zou onthullen.

Wat overigens die éérste opstanding betreft, dat dus bij de verschijning van Christus en het aanbreken van het duizendjarig rijk eerst alleen de gelovigen zullen opstaan, - Bietenhard verklaart dit als een uitvloeisel van het feit, dat de gemeente Gods, door wat haar gegeven is, principieel onderscheiden is van de wereld. De gemeente des Heeren staat, gedurende deze geschiedenis, midden in de wereld, zij deelt in dezelfde lotgevallen als zij, de stormen, waardoor de wereld gaat, gaan ook over haar heen. Toch is zij naar haar wezen gans landers. Zij deelt in de zaligmakende werkingen van de Heilige Geest en in de geestelijke opstanding. Zo draagt zij reeds de krachten van het eeuwige Koninkrijk in zich.

En daarom zal ook bij de voleinding der eeuwen de gang van zaken voor haar van bijzondere aard zijn. De wereld, voorzover die in het boze ligt en door de boze beheerst wordt, zal dan haar oordeel niet ontgaan. De wereld, gezien als schepping Gods, zal dan delen gaan in de heerlijkheid van het Koninkrijk Gods. Doch dit laatste, deze volkomen vemieuwing van de wereld als schepping Gods, zal niet gelijk vallen met het door de gemeente verkrijgen van de heerlijkheid, welke God nog voor haar heeft weggelegd.

Éérst zal de gemeente nog rijker worden aangegrepen door de krachten van het eeuwige Koninkrijk. Naar ziel en lichaam zal ze daardor worden aangegrepen. Daarom zullen de gestorven gelovigen bij Christus' verschijning eerst opstaan. Deze wereld zal dan eerst nog blijven bestaan tot aan het grote eindgericht. Pas dan volgt voor haar de vernieuwing. Maar de gemeente des Heeren, die in deze bedeling reeds deel heeft aan de krachten van het eeuwige Koninkrijk in de zaligmakende werkingen van de Heilige Geest en in de geestelijke opstanding, zal dan, in het duizendjarig rijk nog in veel rijker mate daaraan deel hebben door de lichamelijke opstanding. In dit alles zal de heerlikheid van het eeuwige Koninkrijk reeds doorbreken in dit wereldbestel, terwijl de macht van de zonde en van de dood nog wachten op hun uiteindelijke vernietiging.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

Uit het Nieuwe Testament

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 november 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's