Boekbespreking
N.C.R.V.-Kalender 1964
Wanneer wij de 12 schitterende kleurenfoto's van deze bekende kalender bekijken, dan komen we toch wel onder de indruk van de mogelijkheden, die de moderne techniek kent. Wat spreken deze foto's en welk een rijkdom van kleuren boeit ons hier! Maar vooral geven deze kleurrijke bladen een beeld van de schoonheid van ons land. Januari geeft een foto van de berijpte oevers van het Gein bij Abcoude, maart van de bloemenvelden bij Wassenaar; april brengt het voorjaar in beeld aan een wiel langs de Rijn bij Rhenen en zo gaat het voort.
De achterkanten geven verschillende stukken over planten en -verzorging schrijft A. J. Herwig; verder vinden wij allerlei recepten voor maaltijden; er wordt geschreven over Nederland als pakjes-land en nog het een en ander.
In vele gezinnen zal deze kalender stellig zijn dienst doen. De kalender is voor ƒ 2, 25 te verkrijgen bij de boekhandel en bij de plaatselijke propagandisten van de N.C.R.V.
Bt.
Prinses Beatrix Kalender 1964.
Gaarne vestig ik de aandacht op deze prachtig uitgevoerde kalender. Hij telt 12 bladen en bevat foto's van de leden van het Koninklijke Huis. Al deze foto's dateren van de laatste tijd en zijn uitstekend geslaagd.
De Beatrix Kalender komt sinds 1938 uit en zonder twijfel zal er ook dit jaar naar gevraagd worden. Een kalender om cadeau te doen. De prijs is ƒ2, 75.
Bt.
W. G. van de Hulst. Zeven Kerstvertellingen, 153 blz., geb. ƒ 6, 90, G. F. Callenbach N.V.. Nijkerk.
Nadat op de 31ste augustus van dit jaar de heer Van de Hulst werd weggenomen is door velen op de grote betekenis van deze begaafde kinderschrijver gewezen. Hij heeft mogen werken zolang het dag was. Het aantal boeken, dat van zijn hand is verschenen is nauwelijks te tellen en velen daarvan beleefden herdruk op herdruk.
Voor ons ligt een vierde druk van Kerst-vertellingen. Het is als wij deze verhalen lezen alsof wij de heer Van de Hulst nog horen spreken. Verscheidene stukken zijn overbekend, bijvoorbeeld dat over Brinkie, het bakkersknechtje. Deze verhalen zullen in vele opzichten ook de ouderen boeien.
Het is niet gemakkelijk om een goede vertelling te vinden voor het Kerstfeest met de kinderen of een goed verhaal ter voorlezing aan de kleintjes.
Deze Kerstvertellingen kunnen u ongetwijfeld helpen.
Bt.
Agnes S. Turnhull, De dag zal komen. 296 blz., geb. ƒ 11.90, A. W. Sijthoff, Leiden, '63.
De schrijfster van wie reeds meer dan één boek in Nederlandse vertaling uitkwam, verplaatst in dit werk de lezer naar het eind van de 18de eeuw, naar het Westen van Pensylvanië, waar pioniers aan de rand van het oerwoud vechten om een nieuw bestaan. Het ging hard tegen hard. Wij lezen van uitputtende expedities en zware veld tochten. Wat is er veel verwoest, eigendommen die met moeite waren verkregen; maar vooral mensenlevens waren nauwlijks in tel. Het ging soms erg ruw toe en dat komt soms in de gesprekken wel uit. Er zijn ook andere momenten; een ontroerend stuk is het gedeelte dat vertelt van de samenkomst, waarin de blinde oude prediker voorgaat, de man die in een benauwde tijd tot de gemeente zegt: „Zo zeker, als mijn eigen bange levensnacht nu spoedig gaat wijken voor de blijde morgenstond der eeuwigheid, zo zeker zal over u en uw kinderen en over dit gezegende land eenmaal de morgen aanbreken. Ja, de dag komt!" In het middelpunt van het boek staat de moeder, een fijne vrouw, die in haar dagboek soms diep in haar hart laat lezen, die als zij afscheid neemt tegen haar kinderen zegt: „Sla nooit je hielen tegen de prikkels als het leven hard voor je is. Twijfel er nooit aan, dat ook in donkere dingen een bedoeling Gods verborgen is". Ds. G. van Duinen zorgde voor een verantwoorde vertaling.
Goede ontspanningslectuur.
Bt.
Edith Mikeleitis, Het verborgen licht in het leven van Jacob Boehme, 276 blz. geb. ƒ 8, 90. Uitg. Servire, Den Haag, 1963.
Jacob Boehme, (1575-1624) was voor de één een duivel, voor zijn volgelingen en bewonderaars de wonderman uit Goerlitz, de prediker van een nieuwe tijd. Deze meester-schoenmaker heeft een eenzaam en teruggetrokken leven geleid; het is hem in zijn leven niet gemakkelijk gemaakt. Toen in 1612 zijn eerste geschrift bekend werd, dwong de raad der stad hem de belofte af, dat hij niet meer zoude schrijven. Maar hij heeft het niet kunnen nalaten te getuigen van het nieuwe licht in hem. Het is een wonderlijke gedachtenwereld, waarin wij door zijn geschriften worden ingeleid. „Zoals de uiterlijke mens de uiterlijke wereld ziet, zo ziet de wedergeboren mens de goddelijke wereld, waarin hij woont. De vreugderijke Geest Gods leidt dan dra het beeld der ziel in de goddelijke school der wijsheid binnen en daar leert zij meer dan in de scholen dezer wereld.''
Als men hem vroeg: Waarom schiep God de mens, dan luidde het antwoord: „Opdat God een evenbeeld uit zichzelf naar buiten brengen en in dit evenbeeld zichzelf bewust worden zou. Deze waarheid moet de mens indachtig zijn, wanneer hij door het doodsnoodlot van deze aarde zijn onsterfelijkheid leert kennen, want het rijk der nabuur is hem onderworpen, opdat hij de natuur een eeuwige zin in hun taal geve. Ieder mens verlangt van hem eijn onsterfelijkheid. Daarom moet in de mens de tegenstelling zijn, totdat hij in de tijdelijke dag de eeuwige dag en in zijn tijdelijke beeltenis zijn eeuwig beeld heeft gevonden".
Boehme wilde geen pantheïst zijn en toch vinden wij in bovenaangehaalde woorden op zijn minst een panteïstische inslag.
Zeer bekend is het woord van Boehme: Voor wie de tijd als de eeuwigheid is en de eeuwigheid als de tijd, die is bevrijd van alle strijd.
Van deze in vele dingen vreemde man vertelt dit boek, boeiend en levendig, in de vorm van een roman; de schrijfster verhaalt van Boehmes gezin, van zijn vrienden en zijn vijanden, van zijn ontmoetingen, van zijn levenseinde, als hij aan zijn zoon Thomas vroeg: Hoort gij die schone muziek niet? — Aan kritiek op Boehme kwam de schrijfster in haar diepe eerbied en bewondering voor deze singuliere man niet toe.
Bt.
Het land, dat ik u wijzen zal, door ds. J. v. d. Heuvel en ds. E. F. Vergunst. N.V. Drukkerij-Uitg. „De Banier". Utrecht 1963.
Dit boek is een goede aanwinst voor onze trouwe Bijibellezers met name voor degenen, die niet in de gelegenheid zijn een reis naar Palestina te maken. En die zijn er nog altijd zeer velen.
De predikanten schrijvers van dit werk hebben zeker ook het oog gehad op hen en daarom is dit boek een zeer te waarderen aanwinst om enige kennis te vergaderen van het land, waar de Heere Jezus Christus heeft gepredikt, gestreden en geleden en overwonnen tot heil van degenen die Hem van de Vader gegeven zijn.
Hartelijk aanbevolen.
S.
Gesprekken over het geloof, door dr. J. M. van Minnen.
De inleiding van dit boekje gaat uit van een paar vragen:
1. Is „geloof" iets wat je met behulp van een boekje leren kan?
2. Is het mogelijk kort en bondig samen te vatten wat de kern van het Christelijk geloof is?
Antwoord op deze eerste vraag: Neen. Het woord „geloof" betekent „vertrouwen" en
vertrouwen kan men niet leren. Zeker niet door een aantal uiteenzettingen en toelichtingen, zoals dit boekje bevat.
Wat is dan de zin van boekjes als deze? vraagt de schrijver. Antwoord: Men kan geloven niet leren, maar men kan ook zonder leren nauwelijks geloven.
Wellicht wil de schrijver hierin tekenen, dat het religieus geloof, want daarover gaat het, een gave Gods is. Doch dat sluit niet in, dat wij er niets aan hebben te doen, want daar staat geschreven; „Onderzoekt de schriften, want die zijn het, die van Mij getuigen". Daarin ligt ook een aanleiding om gesprekken over het geloof te houden. Maar dan zullen ze overeenkomstig het Woord moeten zijn; want het gaat om het Woord, om Gods Woord.
Daarom is het jammer, dat de schrijver een kerntekst construeert, die althans in die vorm in de Schrift niet wordt gevonden: „Hij zegt: „zó lief heeft God de wereld gehad, dat Hij zijn Zoon gegeven heeft, opdat de wereld door deze zoon behouden zou worden" en hij zet deze tekst tussen aanhalingstekens, alsof die zo uit de Schrift is aangehaald.
Dat is niet juist, want er staat niet, opdat de wereld door deze zoon behouden zou worden, maar er staat: opdat een iegelijk, die in Hem (d.i. in de Zoon) gelooft, niet verderve maar het eeuwige leven hebbe. (vgl. Joh. 3 : 16, zie ook vers 36 van dit hoofdstuk).
De schrijver wil de klemtoon op de wereld leggen, en schijnt de vernieuwing der wereld als het voornaamste doel van de verlossing te zien; hoe wel de Schrift getuigt, dat de weredd en haar begeerlijkheid voorbij gaat, maar wie de wil Gods doet, blijft in der eeuwigiheid. (1 Joh. 2.: 17). En Jacobus getuigt: „zo wie dan een vriend der wereld wil zijn, die wordt een vijand Gods gesteld. (4:4).
Daarom doet deze wijze van Schriftgebruik vreemd aan en geeft geen vertrouwen. En dat is te meer jammer, omdat wij de indruk hebben, dat deze doctor theologie het beter zou kunnen.
Zo is hij b.v. op de hoogte met het feit, dat de Schrift tweeërlei wedergeboorten kent. De wedergeboorte van een mens en de wedergeboorte van de gehele schepping, (zie blz. 62 v.) hoewel ook daar de (bijbelse betekenis door een a.h.w. wordt verzwakt, (zie blz. 63).
S.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 november 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's