DE HEERE MAAKT HET LICHT
Meditatie
DE HEERE IS GOD, DIE ONS LICHT GEGEVEN HEEFT _ Ps. 118 : 27
Het kerkelijk jaar begint met de eerste Adventszondag. De Adventstijd bepaalt ons bij de komst van Christus, door Wien en in Wien de Heere licht gegeven heeft. Daar horen we in onze tekst ook van. Het was een donkere tijd voor Israël geweest. Maar de Heere heeft de donkere nacht van lijden en onderdrukking verdreven en het blijde licht der verlossing geschonken. Daar mag het verloste volk nu blij van zingen: „De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft". In 't oorspronkelijke staat het woordje „is" er niet bij. Er staat eigenlijk: God, de Heere, Die heeft ons licht gegeven. Hun God is het, Die hun uitkomst gegeven heeft en hun God is de Heere, de trouwe God des Verbonds. Hij doet het niet om hunnentwil, maar om Zijns groten Naams wil. Hij denkt aan Zijn verbond en beloften; Hij denkt aan de Messias, Die Hij beloofd heeft. Om Hem heeft Hij Zijn volk verlost en in liefde aan hen gedacht. En wat Zijn liefde wil bewerken, ontzegt Hem Zijn vermogen niet, want niet alleen, dat hun God de Heere is, de getrouwe en barmhartige God des Verbonds, de Heere is ook God, de almachtige voor Wien niets te wonderlijk is. De nacht mocht donker zijn en de nood groot, de Heere is God die uitkomst gaf in de allergrootste nood. De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft. Is dit niet een kostelijk geloofsgetuigenis en wordt hierin niet beleden, dat alle verlossing en heil van de Heere komt en komen moet?
Wat een donkere macht is er over de mens en over de wereld gedaald, nadat de mens gezondigd heeft. De mens heeft zich in de dood gestort en zou met al zijn nakomelingen in een eeuwige nacht moeten verzinken. Maar: de Heere is God, Die licht gegeven heeft in die donkere nacht. Het is niet van de mens uitgegaan, maar de Heere was met eeuwige ontferming bewogen over gevallen zondaren naar Zijn vreeverbond. Hij heeft de Verlosser beloofd, die satan de kop vermorzelen zou. Om de beloofde Verlosser heeft de Heere telkens licht gegeven in donkere nacht. Door menige donkere nacht is Israël heengegaan en in bange nood leefde de klacht: Zouden Gods beloftenissen voor altijd hun vervulling missen? 't Scheen dikwijls een onmogelijke zaak. Maar wat bij de mensen onmogelijk was, was mogelijk bij God en Israël mocht ervaren en getuigen: „De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft".
En is dat licht der verlossi g niet heerlijk opgegaan in de Kerstnacht? Was het toen vooral niet een donkere nacht? De vreemden zaten op de troon in Israël en het huis van David scheen voorgoed tenonder, maar ... de Heere deed een rijsje voortkomen uit de afgehouwen tronk van Isaï. De Heere, Hij heeft gedacht aan Zijn genade, Zijn trouw aan Israël nooit gekrenkt, en wat bij de mensen onmogelijk was, dat heeft God tot stand gebracht. De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft!
Duisternis was er op aarde en niemand zou uit zichzelf tot het licht kunnen komen. In eeuwige duisternis zouden we moeten verzinken, maar toen is de Zon der gerechtigheid opgegaan: Een licht zo groot, zo schoon, gedaald van 's hemels troon, straalt volk hij volk in d'ogen. Wat geen oog heeft gezien, geen oor gehoord en in 's mensen hart nooit zou zijn opgeklommen, dat heeft God bereid degenen, die Hem vrezen. De Heere is God, Die het licht gaf en het Wonder tot stand bracht. De maagd is zwanger geworden en heeft een Zoon gebaard en Zijn naam Immanuël geheten. Daar ligt Hij in de kribbe. „Ik ben het Licht der wereld; die Mij volgt zal in de duisternis niet dwalen, maar het licht des levens hebben".
Maar van nature zien wij het licht niet. Een kind in een kribbe! Wij hebben onze duisternis liever dan het licht. Wij zien onze duisternis voor licht aan. Maar ook in deze duisternis kan dat Licht licht verschaffen. In dat licht worden wij eerst recht onze duisternis gewaar; onze duisternis van onwetendheid en ongeloof, van onwil en onmacht en het wordt al erger. Het wordt al donkerder en benauwder, hoe meer wij onszelf gaan kennen voor een heilig en rechtvaardig God. Dat kan ook niet anders. Dat moet ook, opdat wij in de onmogelijkheid aan onze kant gaan verstaan, wat het zeggen wil: De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft. Toen het niet meer kon, toen het een afgesneden zaak was, toen wij in een eeuwige nacht moesten verzinken, toen kwam Hij in de Heere Jezus Christus en redde ons uit alle nood. In Christus ontvingen wij gerechtigheid en leven, vrede en vreugde, vrolijkheid en licht. In dat Licht ziin wij het licht. In de donkerste nacht van tegenspoed en kruis, van beproeving en teleurstelling is Hij ons ten licht. En in dat Licht mogen wij zelfs in de bangste beproeving en in het smartelijkste lijden Gods aangezicht als een vriendelijk aangezicht zien, en Gods vriend'lijk aangezicht Geeft vrolijkheid en licht voor al oprechte harten. Ten troost verspreid in smarten.
Zo kunnen we getroost verder over dezedonkere aarde. Het geeft niet, al worden de krachten minder en tellen de jaren op. In dit licht heeft de dood veel van zijn verschrikking verloren, want de prikkel is eruit. Hoe donker ooit Gods weg moog wezen. Hij ziet in gunst op die Hem vrezen en niet alleen na het lijden, maar ook soms midden in het lijden mogen zij getuigen: De Heere is God, Die ons licht gegeven heeft.
Gegeven heeft. Het blijft een gave. Wij kunnen het niet zelf licht maken. Maar als wij aan het eind zijn, dan komt Hij als een verrassend God en als Hij komt, dan brengt Hij alles mee. Dan maakt Hij het licht en dan gaat het zingen in onze ziel: De Heer is mijn licht en mijn heil, wie zou ik vrezen. De Heer is mijn levenskracht, voor wie zou ik vervaard zijn! Ja, dan mogen we het geloven, wat Hij beloofd heeft: Uw zon zal niet meer ondergaan en uw maan zal haar licht niet meer intrekken, want de Heere zal u tot een eeuwig licht wezen.
(Oudewater)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1963
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's