De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SCHOOLJEUGD EN TELEVISIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SCHOOLJEUGD EN TELEVISIE

5 minuten leestijd

III.

In het rapport van het C.B.S. Schooljeugd en televisie. Herfst 1957, deel 2. Invloed op schoolprestaties en belangstellingsrichting, uitgegeven bij W. de Haan N. V., Zeist, wordt melding gemaakt van een onderzoek naar de invloed van de televisie op de rapportcijfers e.d. Dit onderzoek werd ingesteld, omdat in de pers ernstige ongerustheid werd uitgesproken over de nadelige gevolgen, die de televisie op de schoolresultaten zou hebben. Uit gesprekken met deskundigen bleek, dat de meningen zeer verdeeld waren. Terwijl sommige leerkrachten de televisie als niet minder dan een ramp voor de voortgang van het onderwijsprogramma op hun school beschouwden, waren anderen van oordeel, dat men de schadelijke gevolgen van de televisie gevoeglijk kon verwaarlozen.

Het onderzoek vond plaats onder dezelfde leerlingen, waaromtrent in deel 1 een onderzoek was ingesteld. Ook de moeders werden, zoals reeds eerder vermeld, ondervraagd. Bovendien werd nog een leraren-enquête gehouden, waarbij ook aan de leraren, leraressen, onderwijzers en onderwijzeressen van alle geinterviewde klassen, voor zover zij de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, Nederlands en algemeen vormend onderwijs (nijverheidsscholen) doceerden, vragen werden gesteld. Belangstellenden, die willen weten hoe het alles precies in zijn werk ging en waarom alles werd uitgevoerd als het geschiedde dienen zich het rapport zelve aan te schaffen. De plaatsruimte en de leesbaarheid laten nu eenmaal niet toe om dit hier te vermelden.

Wij volstaan hier met het vermelden van de gevonden resultaten.

Ten aanzien van de invloed van de televisie op de schoolprestaties werd het volgende gevonden:

1. Weliswaar komen onder de leerlingen met televisie thuis meer zittenblijvers voor dan onder de leerlingen zonder televisie. Nadere analyse wijst echter uit dat naar alle waarschijnlijkheid de televisie niet als oorzaak van het doubleren kan worden aangemerkt.

2. Met behulp van een zgn. „ex-postfacto-experiment" kon vastgesteld worden, dat — althans in de herfst van 1957 — de televisie geen algemene nadelige invloed op de rapportcijfers van leerlingen uit gezinnen met televisie uitoefende. Noch een vergelijking tussen de cijfers van leerlingen met en zonder televisie thuis op hun Kerstrapport 1957, nóch ook een vergelijking van rapportcijfers vóór en na de komst van een televisietoestel thuis bij een groep leerlingen uit het tweede leerjaar, wees op noemenswaardige negatieve gevolgen van de televisie voor de schoolprestaties.

3. Noch in de tijd op door-de-weekse dagen aan het huiswerk besteed, noch in het tijdstip van naar bed gaan, bleek er veel verschil te bestaan tussen scholieren, die thuis wel en scholieren die thuis geen televisie hadden.

4. Hoe hoger het sociaal milieu, hoe meer moeders van gezinmen zonder televisie gekant zijn tegen de aanschaf van een televisietoestel, ook afgezien van financiële bezwaren. In 2 van de 3 gevallen noemden moeders, die geen televisie in huis zouden willen hebben, als voornaamste nadeel de gevolgen van de televisie voor de studie van de kinderen.

5. Ouders van leerlingen uit gezinnen met televisie bemoeien zich over het geheel genomen in dezelfde mate of zelfs iets meer met het huiswerk van hun kinderen, dan ouders van leerlingen uit gezinnen zonder televisie.

6. In het algemeen geldt voor jongens, dat hoe slechter hun rapportcijfers zijn, hoe meer men zich thuis met hun huiswerk bemoeit. Bij meisjes is een zodandig verband niet te constateren.

Ten aanzien van het verband tussen televisie en belangstellingsrichting werden de volgende resultaten geboekt:

1. Uit de beoordelingen door de leerlingen van diverse programmasooaten werd een indicatie van hun programmavoorkeur samengesteld. Deze indicatie geeft aan de mate, waarin men ontwikkelingsprogramma's verkiest boven ontspanningsprogramma's.

In het algemeen blijken jongens veel meer dan meisjes de voorkeur te geven aan informatieve boven recratïeve programma's.

Voor de jongens geldt, dat met de leeftijd de voorkeur voor informatieve in vergelijking met recreatieve programma's afneemt.

Hoe meer tijd een scholier gemiddeld per week aan de televisie besteedt, hoe minder hij informatieve programma's boven recreatieve verkiest.

De relatieve voorkeur voor ontwikkelingsprogramma's neemt wel toe met het niveau van het door de moeder genoten onderwijs, maar niet met het opleidingsniveau van de vader.

Hoe hoger het beroep van de hoofdkostwinner, hoe meer de mannelijke leerlingen informatieve boven recreatieve programma's verkiezen.

Er is een uitgesproken overeenstemming in programmavoorkeur tussen moeder en kind.

Leerlingen met televisie thuis hebben ietwat meer voorkeur voor ontstpanningsprogramma's dan leerlingen zonder televisie thuis.

Geen verband werd aangetroffen tussen programmavoorkeur en: schoolsoort, duur van het toestelbezit, gelegenheid om buitenlandse programma's te volgen.

2. Gegevens inzake de belangstelling der scholieren voor diverse onderwerpen vormen een aanwijzing, dat kinderen met televisie thuis in mindere mate dan hun collega's zonder televisie uit milieus komen, die stimulerend zijn voor een zekere intellectuele en artistieke gerichtheid in de vrij-tijdsbesteding.

Het is niet uitgesloten, dat voor die onderwerpen, die geregeld in televisieuitzendingen naar voren komen, de belangstellinig van de scholieren uit gezinnen met televisie enigszins is toegenomen.

3. Maximaal 1 op de 7 leerkrachten, die les geven in één der genoemde vakken aan de leerlingen van de hier besproken enquête, neemt min of meer geregeld kennis van de televisieprogramma's.

De meerderheid der leraren heeft geen uitgesproken positief of negatief standpunt over de televisie in het algemeen, noch ook over de waarde van de Nederlandse televisieprogramma's voor de algemene ontwikkeling van het sdhoolkind in het bijzonder.

Voorts blijkt, dat de overgrote  meerderheid van de leerkrachten zelden of nooit gebruikmaakt van de kans om de belangstelling van de leerlingen in een bepaalde richting te stuwen door aan te knopen bij de televisieprogramma's.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SCHOOLJEUGD EN TELEVISIE

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 december 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's