De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

HET HERVORMD KERNWAPENRAPPORT

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET HERVORMD KERNWAPENRAPPORT

6 minuten leestijd

„Hoe moeten wij nu verder komen met opheldering, voorlichting en correctie en hoe moeten wij nu verder met het probleem zelf ? " Deze vraag is naar het oordeel van ds. F. H. Landsman, secretaris voor algemene zaken van de Synode, het belangrijkste. (Zie „Trouw" dd. 26 juni 1963. Verslag Hervormde Synode, Driebergen).

„De Synode aanvaardde de suggestie van de praeses, om gehoord deze besprekingen, in een volgende Synode met concrete voorstellen te komen over de wijze, waarop nu verder moet worden gegaan.

Hiermede is de discussie over de reactie op het herderlijk schrijven over de kernwapens geëindigd". (Zie ter aangehaalde plaatse in „Trouw").

Ons oordeel omtrent 't synodale schrijven over de kernwapens kunnen we in verband met deze mededeling nog wel even opschorten, temeer, daar deze materie door een zo bevoegd auteur in ons blad werd behandeld.

In verband met de roering echter door dit schrijven ontstaan, en een zeker oecumenisch drijven, dat we in onze dagen waarnemen, is er gerede aanleiding om eens stil te staan bij de vraag, of daarmede al de eerste en hoogste levensbelangen worden gediend. Want dat is zonder enige twijfel de allereerste taak der Kerk: de hoogste, d.w.z. de eeuwige levensbelangen te dienen.

En nu komt het ons voor, dat de eeuwige belangen van de mens, zijn geestelijke welstand, van veel en veel meer gewicht zijn dan de tijdelijke en voorbijgaande zorgen des levens.

Het staat bovendien boven alle twijfel vast, dat de Christus de zorg voor de geestelijke belangen zonder beding op de voorgrond zet: „Zoek eerst het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid en al deze dingen zullen u toegeworpen worden". (Matth. 6 : 33).

Eerst het Koninkrijk Gods !

En wat de levensbehoeften aangaat: „Uw hemelse Vader weet, dat gij al deze dingen behoeft" (vs. 32). Doe nu niet als de heidenen, die zich om deze dingen bekommeren.

De heidenen weten niet van het Koninkrijk Gods, ze weten niet van de Christus en van de weldaden des Heeren in Hem geschonken. Zij maken zich druk in die dagelijkse zorgen, doch de Christen moet het gaan om het Koninkrijk Gods en zijn gerechtigheid. Dat is het eerste en het hoogste in tijd en eeuwigheid.

Wat maken wij ons ook vaak bezorgd om de aardse dingen. En nu wil de Heere God ons zeker niet leren de dingen maar te laten lopen, zorgeloos en zonder overleg. Hij wil zeker ook niet, dat wij doorbrengers zijn. Niet zorgeloos, maar wel zorgzaam.

Deze twee dingen hangen saam: het Koninkrijk Gods en de zorg van de hemelse Vader ook voor de dagelijkse nooddruft. Wij, zondige mensen, hebben zowel het één als het ander verbeurd. Zolang wij het Koninkrijk Gods niet zien en er geen deel aan hebben, omdat we er wellicht nog nooit ernstig mee bezig zijn geweest, weten we alleen van het aardse leven, en trachten we ons daarin te vinden.

In die situatie verstaan we heel weinig van dit leven. Als we de Heilige Schrift lezen of horen, weten we, dat deze ons inlicht over Adam en Eva in het paradijs, over de zondeval en het oordeel des doods, over de genade in Christus Jezus, over het Koninkrijk Gods, over een eeuwige toekomst dergenen, die in Christus Jezus zijn, enz. enz.

Het zegt ons alles iets, dat we zonder nader onderricht van God zelf door Zijn Geest niet leren kennen en eigenlijk ook niet begeren. Maar als de Heilige Geest vaardig wordt, gaan we deze dingen in eeuwigheidslicht zien.

Heel dit aardse leven is in de grond der zaak een goddelijke genadegift uit en terwille van Gods verkiezing van een volk, dat Hij in eeuwigheid voor Zijn aangezicht wil hebben om Hem te dienen in een bijzondere staat en in een bijzondere dienst tot Zijn lof.

Aangezien nu dat volk uit de mensheid is verkoren, maar met de mensheid in Adam is gevallen en als zodanig verloren, heeft God niet alleen in Christus een weg gebaand om door een zo waardig en volkomen offer Zijn volk te bevrijden en het meer dan overwinnaars te maken. Doch — om ze allen tot de verheerlijkte staat in en door Christus te brengen — moesten ze toch allen in dit aardse leven verschijnen.

Als de Heere God aan Adam en Eva het dodelijk oordeel van Zijn gerechtigheid had voltrokken, was het ganse menselijke geslacht in die twee overgegeven in de eeuwige dood.

En dat was nu juist, wat de Heere God wegens Zijn eeuwig voornemen der verkiezing niet heeft gewild. Dat eeuwig voornemen houdt dus in, dat alle uitverkorenen, die in het menselijk geslacht zijn begrepen, moeten geboren worden in dit aardse leven. En wij houden het er voor, dat ze tot in het laatste geslacht, als we het boek der Openbaringen goed verstaan —, zeker wel heel schaars, — maar toch nog voorkomen.

In ieder geval kunnen we verstaan, dat de ganse mensheid, ondanks het oordeel des doods, dat over haar ligt, dit aardse leven met zovele weldaden en gaven Gods nog ontvangt vanuit de eeuwige verkiezing van een vok, dat in die verloren massa mede verloren ligt.

Hoewel een iegelijk, die in dit leven geboren wordt, deelt in de dodelijke gevolgen van de val en de ongehoorzaamheid onzer eerste voorouders in het Paradijs, ontvangt hij nog dit aardse leven met alle gaven en weldaden vanuit het besluit Gods Zijn verkorenen in en door Christus tot nieuw leven te verwaardigen en te maken tot een volk van koninigen en priesters.

Alle mensen leven alzo dit aardse leven uit het voornemen Gods om de voorwerpen Zijner eeuwige verkiezing uit de gevallen mensheid tot ere en heerlijkheid te brengen in en door Christus.

Dit tijdelijke leven op aarde danken wij allen aan het voornemen Gods om de Zijnen op te wekken in nieuwigheid des levens.

Deze nauwe samenhang tussen dit aardse leven en de uitverkiezing mocht de Kerk toch wel bewegen zich in de eerste plaats bezig te houden met haar voornaamste roeping : de predikinig in de Naam van Christus van bekering en vergeving der zonden onder alle volkeren. (Lukas 24 : 47). Want de wereld gaat voorbij en haar begeerlijkheid (1 Job. 2 : 17), maar het Woord Gods blijft in der eeuwigheid. (1 Petr. 1 : 25 ; 1 Joh. 2 : 14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

HET HERVORMD KERNWAPENRAPPORT

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 december 1963

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's