Wij hebben Zijn ster gezien
In onze taal horen we de grote werken Gods, zeiden de feestgangers op de Pinksterdag in Jeruzalem. Eigenllijk was dit ook al het geval in de volheid des tijds. Op een gegeven moment immers vervoegden zich in de hoofdstad bij Herodes mannen ver uit het Oosten. Met hun vraag brachten ze sensatie in de hele stad. Waar is de geboren Koning der Joden ? Immers het stond in de sterren geschreven en zij, maigiërs, konden die geheimzinnige taal lezen.
We willen ons niet verdiepen in die vraag of sterren behalve hun loopbaan ook de heilshistorie beschrijven. Ongetwijfeild zijn er vele zaken, vele verbanden voor ons verborgen. Saamhang is er ongetwijfeld tussen hemel en aarde. Toen de Zoon van God smadelijk stierf , aan het kruis, verborg zich de zon. Als het ware om deze verschrikkelijke gebeurtenis niet te aanschouwen. Duisternis was op aarde als toen door het Woord alles geschapen werd. De hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel het werk Zijner handen. Stellig moeten we voomamelijk Gods werken in scheppinig, onderhouding en regering opmerken en waarderen. Maar soms kan de natuur van het genadewerk niet volkomen zwijgen. Overigens waarschuwt de Heere uitdrukkelijk meermalen voor sterrenwichelarij. Die kant moeten we met op. Hoeven dat ook niet. Gods Wet verspreidt volmaakter glans. Het gaat bij waarzeggerij en dergelijke bijgelovigheden ook om de verborgen wil Gods uit te vorsen. Maar niettemin was er bij de Almachtige geen verhinderinig om in de taal, die deze heidenen verstonden, de geboorte van Zijn lieve Zoon te proclameren.
Zullen in de dag der dagen hemel en aarde tegen ons getuigen ? Want de sterren konden zich niet bedwingen. Ze klapten uit de hemel. Althans één ster straalde van vreugde. Wij spreken wel eens van de onbezielde natuur. Laten we ons niet te veel verheffen. Want die onbezielde natuur brengt er mogelijk meer van terecht dan ik en u. Moesten heidenen in ons leven op een niet mis te verstane wijze zien de heerlijkheid van Christus ? Het kerstfeest is het feest van de geboorte, het feest van het Evangelie, het feest van de evangelisatie.
Men krijgt wel eens de indruk, dat het evanigelisatiewerk, met veel verwachting begonnen, zijn vaart verliest. Mogelijkheden zijn beproefd, middelen aangegrepen. Maar het lijkt een ploegen op rotsen. Aan het zaaien komt men niet eens toe. Dit hoeft niet te betekenen, hoe verleidelijk ook, dat men moede en mat het werk opgeeft. Het gaat immers niet uitsluitend om de vrucht. Het is allereerst noodzakelijk dat de arbeid plaats vindt. Immers het Woord zegt, dat we zullen aanhouden, tijdelijk en ontijdelijk. Van het gebed lezen we dat het immer moet geschieden zonder te vertragen. Dat klemt evenzeer voor de evanigelieverkondiging. Wanneer de dag der zaligheid zijn morgenrood uitspreidde, dan mogen we na zo goede boodschap niet stilzwijgen. De stenen zouden roepen, wanneer we geen getuigenis gaven.
Vanzelfsprekend kunnen we stellen, dat de gemeente moet worden toegerust tot haar roeping. De prediker mag de hoorders niet in het ongewisse laten van wat haar taak is. Een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden, zegt de apostel in de brief aan de Romeinen. Hier haalt de geliefde broeder Paulus een woord aan dat Petrus in zijn Pinksterprediking in het middelpunt heeft gesteld. Hoe zullen ze aanroepen in Welken ze niet geloofd hebben ? Hoe zullen ze in Hem geloven van Welken ze niet gehoord hebben ? Hoe zullen zij horen zonder die hun predikt ? Hoe zulen. zij prediken indien zij niet gezonden worden ? Het tiende hoofdstuk van de brief aan de Romeinen, waar we al deze vragen vinden, leert ons tevens dat het geluid over de gehele aarde is uitgegaan, maar dat het niet wordt verstaan. De begrijpelijke klacht weerklonk: Heere, wie heeft onze prediking geloofd ? We moeten er dus wel op rekenen dat de zegen kan uitblijven.
Een goede evangelieprediking is echter allereerst vereist. Men spreekt wel eens van een eenzijdige prediking, waarbij alleen maar het eigen zieleheil aan de orde komt. In dat geval echter wordt er verzuim gepleegd om de gemeente op de roeping te wijzen de schat uit te delen. Toch geloof ik dat een zuivere prediking, waarin Christus al in de kribbe ligt, zonder meer toerust. Naar onze smaak hameren velen gedurig op de christenplicht zonder dat in de prediking de Zon der gerechtigheid opgaat. Men wil zoveel tegelijk op het hart binden, terwijl één ding goed genoegzaam is : Waar rijken met goederen vervuld huiswaarts keren, heeft uitdeling der menigerlei genade plaats. Ik las eens de uitspraak, dat parelen valllen waar koningen treden. Wanneer we door waarachtig geloof gemaakt worden tot koningen en priesters des Allerhoogste, zullen we gewis parelen verliezen.
Natuurlijk is het nodig dat we ons bezighouden met evangelisatie. Dat er kringen en commissies bestaan is loffelijk. Maar daar moeten we ons niet aan vertillen. Als we de roos raken, hebben we alle kringen daaromheen getroffen. Het moet er om te doen zijn dat Christus door het geloof in onze harten moge wonen. Dan vermijden we het gevaar dat we ons bekommeren en verontrusten over vele christelijke activiteiten en bezorgdheden. Met Christus schenkt God alle dingen. Een oog om de noden te zien, een hart vol liefde tot de naaste, een mond om te spreken en voeten geschoeid met de bereidheid van het Evangelie.
De herders hoorden niet alleen de grote blijdschap, maar ze vonden wat ze hoorden. Niemand droeg het hen met zoveel woorden op, maar ze moesten alls vanzelf alom bekend maken wat ze gehoord en gezien hadden. De hoogbejaarde profetes beleed haar Christus. Toen sprak ze van Hem tot allen die de verlossing in Jeruzalem verwachtten. De Wijzen zouden stellig tot Herodes gegaan zijn, wanneer hij uit ware begeerte gevraagd had. De eerste discipelen brachten vriend of broeder tot Jezus. De Samaritaanse vrouw leidde haar stadgenoten tot Jezus : Ze riep niet alleen haar man. Ze ging tot die lieden en zeide : Komt, ziet een mens, die gezegd heeft alles wat ik gedaan heb, is deze niet de Christus ? De Samaritanen kenden die vrouw langer dan vandaag, maar ze zagen toch wat anders aan haar. Ze was veranderd. Ze zagen de ster. Toen gingen ze uit om Hem zelf te ontmoeten. Waarlijk tot Christus komen is zichzelf met alles wat we gedaan hebben — en dat is niet veel goeds — neerleggen aan Zijn voeten om met Hem in het hart huiswaarts te keren. Die tot Hem komt, zal Hij niet uitwerpen. Wel worden de duivel en de zonde uit het hart geworpen, al blijven ze dan hangen in het vlees, om daar te wroeten.
Dieven worden het best door dieven gevangen. Zondaren, die tot Jezus kwamen, vangen zielen. Ze brengen anderen tot Jezus. Wanneer die anderen uit de duisternis in het Licht van de Zon der gerechtigheid treden, verbleken de stenen. Dan voegen we de zegslieden toe : Wij geloven niet meer om uws zeggens wil, want wij zelve hebben Hem gehoord en weten dat Deze waarlijk is de Christus, de Zaligmaker der wereld.
Christusprediking, evangelieverkondiging is de allereerste en allerbeste toerusting tot evangelisatie. Dit ene moeten we doen en het andere niet nalaten. Prediking van zulk een Christus, die ons zegt alles wat we gedaan hebben. Ontdekkende prediking. Ontwapenende prediking schenkt de volle wapenrusting des geloofs. Het schoeisel niet te vergeten. Bereidheid van het Evangelie des vredes.
Vrede op aarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1963
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1963
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's