Kroniek
Ad interim.
Het is niet zo gemakkelijk ineens in te vallen nu de bekwame verzorger van deze rubriek momenteel niet in staat is om zijn gewaardeerde medewerking te verlenen aan het tot stand komen van dit nummer van de Waarheidsvriend. Graag wil ik juist te dezer plaatse de welgemeende wens uiten dat de auteur 's Heeren nabijheid ervaren mag en de onuitputtelijke inhoud van de enige troost. Waar de Heere aanwezig is, moet er zoveel het veld ruimen. Gode zij dank.
John F. Kennedy.
Ik heb gemerkt dat er in deze kroniek nog geen aandacht was voor de tragische dood van de nog jonge en energieke president van de Verenigde Staten. Over schier de gehele wereld was de ontsteltenis en het meeleven groot. Hoewel de wereldbevolking steeds massaler wordt, komt er ten gevolge van de vervolmaking van de moderne communicatiemiddelen er een grote mate van eenheid. De hele wereldbevolking kon getuige zijn van de begrafenis van de president. In de Openbaring lezen we meer dan eens: en allen die op de aarde wonen zullen...
We zien toch wel dat alles zich ontwikkelt naar een situatie, waarin het apocalyptische geenszins meer tot het rijk van de onmogelijkheden behoort. Deernis was er met de jonge vrouw, die haar dodelijk getroffen man heeft opgevangen in haar armen, die zo bruusk uit de — ook letterlijk — felle lichten van de publiciteit moest terugtreden in de schemer, waar de lichten maar af en toe flitsen. Hoe broos is alle geluk. Wat mevrouw Kennedy overkwam wedervaart duizenden. Als we slechts denken aan vele gezinnen, die door verkeersongevallen in rouw worden gedompeld. De smart van de presidentsfamilie is alleen exemplarisch en accentueert het leed dat duizenden dragen moeten. Hoe ongelukkig, wanneer ons deel is alleen in dit leven. Dan zijn we ras en vaak schielijk aan het eind. Het is hoe omvangrijk en weelderig ook voor het oog, dat weldra breekt een schraal deel, dat bovendien bekommernis en ontrusting oproept. Het ware te wensen, dat velen de gevoelige les ter harte namen om niet op de ongestadigheid te bouwen van de welvaartsstaat. Maria koos het goede deel dat niet van haar zou worden weggenomen. Maar het is een onmogelijke opgaaf dat de hedendaagse mens aan het verstand te brengen. Hij heeft geen antenne voor dit belang. Ik hoop nog nader in te gaan op deze kwestie onder het volgende hoofdje.
In alle stilte had plaats de ter aarde bestelling van Kennedy's moordenaar, die op zijn beurt ook door een dodelijke kogel werd getroffen. Pas stond in het weekblad „Woord en Dienst" een artikel over de kerkelijke begrafenis van onkerkelijken. De auteur zag er niet veel heil in voor de predikant om een toespraak te houden in een milieu, waar men zijn leven lang zich niet aan de kerk had laten gelegen liggen. De vlag kan de lading niet dekken en er zijn betere gelegenheden om evangelisatie te drijven. Ik las dat bij de begrafenis van de ongelukkige Oswald een predikant enkele sobere woorden gesproken heeft. Er valt niet veel te zeggen wel te zwijgen voor het aangezicht van God, die rechtvaardig oordeelt. Natuurlijk Oswald was er een, maar hij was ook onzer een. Ieder mens heeft vergelding te vrezen, maar wij vormen ook elkaar wederkerig en in de ander staan we schuldig voor 's Heeren aangezicht. Het is zo gemakkelijk om van een liefdeloze en harde maatschappij te spreken, maar wij allen samen vormen die maatschappij. De schokkende gebeurtenis van Dallas roept vele vragen op. Wat zal de invloed zijn van het wrede schot op de gang van de wereldpolitiek? Wat dreef de moordenaar? Maar op de bodem van al deze vragen ligt — zoals Da Costa zo terecht zeide — der wereld zondeschuld. Zij hebben allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Als we om niet gerechtvaardigd worden uit genade door de verlossing die in Christus Jezus is mogen we delen in de zalige gemeenschap der heiligen. Allen en een iegelijk, allen samen in onderlinge wederkerigheid en ieder afzonderlijk heeft deel aan Christus en Diens weldaden en verdiensten. Maar er is ook een gemeenschap der goddelozen. De beurs reageerde op de dood van Kennedy. Maar hebben we onze aandelen op der wereld zondeschuld ook nagekeken? 't Zijn allemaal van die vrome en holle zinnen vaak. Wij zijn niet beter. Het is genade als we voor zo'n haatuitbarsting bewaard blijven. Tot alle kwaad — dus ook dat van Oswald — zijn wij van nature geneigd. O zeker, maar we voelen ons braafjes als we ons catechimusantwoord citeren.
Maar het is een benauwd uur, wanneer we die onvastheid en onveiligheid levendig bewust zijn, waarvan de catechismus, onze catechismus zegt: zo zwak dat we niet een ogenblik kunnen bestaan en dan komt er nog de omstandigheid bij dat de drie geallieerde doodvijanden, duivel, wereld en eigen verdorven vlees zonder wapenstilstand, zonder moratorium ons aanvechten. Wat een verschrikkelijke onthulling dat ik die Oswald ben en wat een onbegrijpelijke goedheid dat ik die Oswald niet geworden ben, dat er niet uitkwam wat er in zit. Na de bete voer de satan in hem, staat er van Judas. Hoe ontzettend wanneer satan in ons gevaren is. We worden gedreven door duistere machten en krachten. Hoe betamelijk is het gebed: Verlos ons van de Boze.
President van de Verenigde Staten.
Dat mogen we hier met recht zeggen. Want in het meervoud Staten ligt een groot deel van de oorzaak van deze moord verklaard. De eenheid die we nastreven op terrein van de mondiale politiek is een eenheid van tegendelen. Daarom worden we telkens opgeschrokken in de droom van de eenheid. Eenmaal komt de stad, waarin alle fonteinen Gods klateren en ook de bron van de ware eenheid, zodat de ganse menigte is één van hart en ziel. Zoeken we de toekomende stad!
John A. T. Robinson
De bisschop van Woolwich, John A. T. Robinson, schreef een boek onder de titel: Honest to God, dat veel stof deed opwaaien. In allerlei periodieken kunnen we er kennis van nemen. Het boek kwam inmiddels uit het engels vertaald onder de titel: „Eerlijk voor God", op de markt. Naar mijn gevoelen had dit boek, dat of beelden of de hemel bestormt beter kunnen heten : Eerlijk over God. Want de bisschop zegt ronduit hoe hij over God denkt. Het is niet mogelijk binnen dit kader het hele boek aan de bespreking te onderwerpen. We willen het alleen maar even voorstellen aan de lezers.
De schrijver meent dat het evangelie de moderne mens niet meer aanspreekt en hij zoekt de oorzaak daarin dat de mens mondig geworden is — er is meer sprake van mondige dan van zondige wereld — en evenmin als de praatjes van ooievaar en sinterklaas nog langer geloof kan hechten aan die verhalen over „die goede oude man boven de sterren". Onze Godsbeschouwingen deugen niet, die moeten worden aangepast en op de hoogte van tijd en ontwikkeling worden gebracht. Het is een revolutionair geschrift dat afrekent met tal van dietbare begrippen. Heilige huisjes vallen bij tientallen. Ik kan niet zeggen dat de auteur medogenloos afrekent. Het smart hem wel zo te moeten optreden en hij is zich bewust dat de opvattingen, die hij afwijst nog wel degelijk ook bij hem zelf aanwezig zijn. Voorheen hadden we van doen met een God boven ons. Een God boven ons in de hemel. Het moderne wereldbeeld vaagde deze gedachte weg. Thans denken we toch nog aan een God buiten ons. God als Instantie als autoriteit buiten ons. Zoals echter voor Christus geen plaats was in de herberg is er voor God geen ruimte in het oneindig heelal. Misschien verklaart Robinson wel het duidelijkst de titel van zijn boek, wanneer hij uiteraard met instemming de woorden aanhaalt van de duitser Bonhoeffer: „Voor Zijn aangezicht en met God, leven wij zonder Hem. God laat zich uit de wereld verdringen .. en juist zo, alleen op die wijze blijft Hij ons nabij en helpt Hij ons". Robinson wil God zoeken niet boven en niet buiten ons, maar in de diepte, diep in ons. Hier is wel niet de dichter Kloos aan het woord: Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten maar wel zou men kunnen belijden: In het diepst van mijn gedachten is god. God is in de ontmoeting van ik en gij. In het gij van de naaste ontmoet ik het Gij van God. Niet het tweede gebod is voor Robinson aan het eerste en grote gelijk. Hij heeft het eerste en grote gebod laten opgaan in het tweede en dat alleen houdt hij over: We moeten de naaste — die ten diepste god is — liefhebben. Het gebod heeft maar betrekkelijke waarde. De liefde, die soms tegen het nadrukkelijk gebod ingaat, beslist over goed en kwaad. Omdat we weldra de geboorte van Christus herdenken is het misschien wel van belang om te horen wat Robinson daarvan zegt. Hij wil alle ballast overboord, maar werpt met het badwater het kindje weg.
De vleeswording des Woords kan bij hem geen genade vinden. Hij aanvaardt het niet dat Christus van buitenaf kwam, dat Hij gezonden werd door de Vader. Allemaal mythe, die het de moderne mens verhindert om in te gaan in het Koninkrijk. Hij noemt de vleeswording des Woords een verkleedpartij. God ondernam een soort ruimtevaart naar deze aarde. Christus was de verklede God, een soort kerstman. God werd omkleed, zoals we een lekkernij met chocolade overtrekken of zoals we een voorwerp verzilveren. God is een bezoeker van buiten, die het aardig vindt in alle opzichten net als de inboorlingen te leven. Dat Christus zich heeft ontledigd, zich heeft vernietigd en de gestaltenis van een dienstknecht heeft aangenomen, is niet het beslissende wonder. Neen, Jezus heeft zich geheel van zichzelf ontdaan, hij heeft afgezien van alle begeerten en verlangens, zichzelf tot in het lijden en de dood opgeofferd, zichzelf tot niets gereduceerd in zelfovergave aan anderen in liefde. Robinson leert derhalve niet de vleeswording des Woords, maar dat het vlees door zich van het vleselijke, het al te vleselijke te ontdoen, god werd. Uiteindelijk bieden zijn gedachtengangen weinig meer dan een afgodisch humanisme. Belangrijk is, ons rekenschap te geven van wat er in een boek staat. Maar ook is van grote urgentie na te gaan wat er niet staat. Nauwelijks wordt gesproken van zonde. Zonde is hoogstens onze oppervlakkigheid dat we gescheiden zijn van de grond van ons bestaan in god. Robinsons eerlijkheid doet het geloof geen behoudenis aan. We kunnen erin komen dat het supranaturalisme zoals schrijver met zovelen het gangbaar christendom afdoet, met zijn opvattingen van God tegenover ons en van Christus die tot ons komt, de moderne mens apocrief voorkomt, maar heeft die moderne mens zichzelf zoals hij praat en gaat, zoals hij denkt en doet middenin de wereld en de natuur wel eens onwezenlijk en vreemd gevonden? We zijn er nu eenmaal en we zijn zo, maar anders ? Een zekere eerlijkheid kunnen we het boekje niet ontzeggen, maar het eerlijk zijn voor God moet op de laatste bladzijde nog helemaal beginnen.
Dominee Van Dorp.
Een kroniek is bont als het gebeuren van de tijd. Er is al door bevoegden over geschreven dat dominee Van Dorp uit ons midden werd weggenomen. We zouden niet het woord uit het voorgaande namelijk eerlijk willen gebruiken, maar het bijvoeglijk naamwoord oprecht. Wie zo uit de verte dominee Van Dorp observeerde, krijgt wel de indruk dat in hem leefde het gebed, al was het niet woordelijk : Laat d' oprechtheid meer en meer, met de vroomheid mij behoên. Anderen kunnen echter heel wat meer naar voren brengen dan ik. Maar dit overlijden mag gememoreerd in de kroniek van dit blad en een reden bovendien is het besef dat zich opdringt, dat er een wereld, weliswaar een kleine wereld is verdwenen. Ik bedoel de gereformeerde bondswereld, ongetwijfeld ook in zijn betrokkenheid op de omringende, zoals we in de enkele tientallen jaren en met name in die vooroorlogse periode gekend hebben. De typische representanten, de leidslieden, de dragers van deze beginselen ontvallen ons de een na de ander. De jongeren hebben die wereld niet gekend. De ouderen zien haar nog wel, maar beschikken toch niet over parate woorden om ze op te roepen. Daar is onderzoek, studie en liefde voor nodig. Maar ook spoed. Een wereldje evengoed middenin het boze, die in alle gebrek eerlijk wilde zijn voor God en dan ook eerlijk over God.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1963
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 december 1963
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's