Meditatie
Vertrouwende dit, dat Hij die in u een goed werk begonnen is, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus. Fil. 1:6.
„Almachtige God, bij het begin van dit jaar roepen wij Uw naam aan, opdat wij met moed de reis voortzetten en de goede strijd mogen strijden. Wij durven niet tot U te komen met onze goede voornemens en plechtige beloften voor het komende jaar, maar wij komen tot U met uw voornemen en met uw belofte: Zie, Ik maak alle dingen nieuw!"
Zo begint het gebed voor de nieuwjaarsmorgen uit het Dienstboek der kerk in ontwerp. Dit gebed moet ons uit het hart gegrepen zijn, want zo langzamerhand zijn wij, hoop ik, er wel achter gekomen wat onze beloften en voornemens waard zijn. Wij zijn zo dikwijls van plan geweest dit of dat te doen en wij zouden het vast en zeker tot een goed einde brengen. Maar wat is er van terecht gekomen? Wel aan iets beginnen, doch niet voltooien, — dat geldt dikwijls van het werk dat wij mensen ondernemen.
Wij beginnen dan met enthousiasme, wij blaken van ijver, maar na deze veelbelovende aanpak komt er meestal een inzinking. Bezwaren en moeilijkheden, waarop we niet gerekend hadden, bekoelen ons enthousiasme en doen onze ijver verslappen. Wij gaan de moeiten uit de weg in plaats van die moedig te overwinnen. Zo gebeurt het menigmaal, dat een taak die wel eerst flink aangepakt, tenslotte toch niet wordt voltooid. Onze plannen en voornemens werden één grote mislukking.
Gelukkig als we dan geleerd hebben, niet meer uit te gaan van en te bouwen op onze goede voornemens en beloften, doch veel meer te steunen op de belofte en het voornemen van God. Onze voornemens en ons werk stellen ons en anderen zo vaak teleur. Maar zo gaat het gelukkig niet met het goede werk, dat de Heere God in het leven der zijnen doet. Zeker, wij vrezen meer dan eens, dat ook dit werk tot een mislukking is gedoemde Ieder, die door de genade van God op de weg des levens is gebracht, weet van deze vrees. Deze weg is immers lang niet gemakkelijk. De gevaren en de verzoekingen zijn vele en onze kracht is maar heel gering. Vreest gij, veranderlijk mens, die nu wel oprecht den Heere zoekt, niet dat ook gij Hem eenmaal als een Demas of misschien zelfs als een Judas zult verraden? Zal de kracht van uw geloof niet vóór de tijd zijn gebroken, de prikkel van uw hoop niet te vroeg zijn afgestompt en zal het vuur van uw liefde niet al te spoedig zijn gedoofd?
Ja, ook wij vrezen menigmaal dat wij het einde van de pelgrimstocht niet zullen bereiken. Maar, o wonder van Gods trouw, de Heere Iaat niet varen het werk zijner handen. Het goede werk, dat Hij in ons begonnen is, zal Hij ook voltooien. Hij bewaart ons bij het heil en Hij draagt er zorg voor, dat wij kunnen volharden tot het einde. Zo trouw is de eeuwige God en dat voor mensen, die Hem zoveel moeite bezorgen en die Hem zo vaak verdriet doen met hun afzwerven van Hem. Verdiend is 't zeker, wanneer de Heere zijn hand van ons zou aftrekken. Maar Hij is getrouw en waarachtig. Zijn eer is er mee gemoeid, dat de zijnen niet halverwege blijven steken, maar eenmaal voor Hem in de eeuwige heerlijkheid zullen verschijnen.
God houdt zijn werk in stand en brengt het tot voltooiing. Dit vertrouwde Paulus ten aanzien van wat de Heere in het leven van de gelovigen te Filippi was begonnen. En dit vertrouwen mag ook in ons hart zijn. Is dit goede werk der genade eenmaal in ons begonnen, dan wordt het ondanks al onze tegenkanting en weerspanningheid voortgezet, al menen wij meer dan eens dat het op een groot fiasco uitloopt. Want in weerwil van alles wat het werk Gods probeert afbreuk te doen, de Heere gaat voort. De christen zal door zijn genade zijn heerlijke bestemming bereiken. Op de dag van Jezus Christus zal er komen een nieuwe aarde, bewoond door een geheel vernieuwde mensheid. Want de aarde zal vol zijn van de kennis des Heeren, gelijk de wateren de bodem der zee bedekken.
Laat dan hier het begin nog maar heel klein zijn: een verontrust geweten, een zuchten tot God, een uitgestameld gebed, een kreet om genade, maar de voltooiing zal heerlijk zijn. Als de Heere begint te werken, rust Hij niet, eer Hij zijn doel met de mens heeft bereikt. Het boze hart wordt geheel gereinigd en geheiligd, de kinderen Gods zullen eenmaal gelijkvormig zijn aan het beeld van Christus.
Op de laatste dag van zijn aardse leven sprak Jezus: Het is volbracht! Op de dag van zijn wederkomst klinkt er weer: Het is volbracht! Dan is Gods werk volbracht in al de zijnen. Door dat eerste „het is volbracht" is het tweede verworven. Daarom gaan wij bemoedigd verder: wij willen ned'rig Gode leven, U volgen waar Gij ons geleidt, ons U geheel ten offer geven met nooit volbrachte dankbaarheid.
En wij bidden: Getrouwe Leidsman, sla ons gade. Voleinder, laat door uwe kracht het heerlijk werk van Gods genade in ons ook eenmaal zijn volbracht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's