De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

GELOOF EN BEVINDING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

GELOOF EN BEVINDING

5 minuten leestijd

En toen Hij ophield met spreken, zeide Ui] tot Simon: Steek af naar de diepte, en werp uw netten uit om te vangen. En Simon antwoordde en zeide tot Hem: Meester, wij hebben de gehele nacht over gearbeid en niets gevangen; doch op Uw woord zal ik het net uitwerpen. Lucas 5:4 en 5.

Er wordt in onze tijd meer dan eens geklaagd over verschraling van het geestelijke leven. Ligt dat aan God? O neen! De Heere wil niets liever dan zegenen. Daar is de Bijbel vol van. God geeft echter Zijn zegen langs één weg, namelijk de weg van het geloof, dat is zich volledig onderwerpen aan en vertrouwen op Zijn Woord.

Dit Woord gaat evenwel lijnrecht tegen ons natuurlijk hart en verstand in. Wij moeten bij God nu eenmaal meer vertrouwen hebben in Zijn Woord dan in onze overleggingen.

Daar hebt u het vreemde bevel van Jezus tot Petrus: „Steek af naar de diepte en werp uw netten uit om te vangen!"

De discipelen hebben de gehele nacht, op de meest gunstige tijd, hard geploeterd zonder ook maar iets te vangen. Tegen de morgen hebben zij het daarom maar opgegeven. Het beste is naar de oever te gaan om de netten schoon te maken en op te bergen.

En nu zo'n dwaas en onmogelijk bevel! Wij horen Petrus al zeggen: „Maar Meester, hoe kunt u dat nu zeggen? U hebt wel verstand van geestelijke zaken, maar van vissen niet, dat merk ik wel. Laten wij de moeite maar sparen, het haalt toch niets uit".

Zo redeneert het natuurlijk verstand. Maar het bedenken des vleses is vijandschap tegen God. Het laat niet toe, dat de Heere kan zegenen. Petrus gelooft Christus niet op Zijn Woord.

En daar zit het nu ook in ons leven dikwijls op vast. Alle klachten over gebrek aan geestelijke zegen komen daar vandaan.

Onze bedenkingen, onze moordende „ja-maars" binden de zegenende handen van Christus. Er staat ergens in het Evangelie: „Hij kon aldaar niet vele krachten doen vanwege hun ongeloof".

Het Woord des Heeren betuigt ons, dat God geen lust heeft in de ondergang van de zondaar, maar omgekeerd in zijn redding. Daarom klinkt het bevel: Steek nu af naar de diepte! Dat is: Zo gij Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil en troostrijk woord! Verhardt u niet, maar laat u leiden.

Uw boze hart zegt echter: Nu nog niet, want het is niet de geschikte tijd. Het is nu ochtend, maar straks aan de avond van mijn leven. En uw leven koerst nog steeds in de richting van de ondergang.

De Heere belooft, dat Hij de zondaar wil overstelpen met Zijn zegen. Maar gij zegt: Dat is niet voor mij. Ik ben te zondig. Eerst moet ik van die en die zonden verlost zijn, eerst moet ik minstens een halve heilige zijn, eerst de netten schoonmaken en dan ...

De Heere nodigt: Kom toch, o mens, zoals gij zijt! Maar gij zegt: Eerst moet mijn verdorvenheid nog veel scherper voor ogen staan, mijn gebed veel inniger zijn en mijn zondesmart nog veel schrijnender.

Ach ja, wij doen vaak precies als Petrus. Hij liet zijn visserservaring heersen over Jezus' woord. Eerst ervaring dan geloof. Maar dan wordt de grondwet van het Koninkrijk Gods met de voeten vertreden. Wij willen zegen, maar op grond van onze ervaring. Als wij maar eerst dit of dat zouden hebben meegemaakt, ja, dan zouden wij wel durven geloven. Maar de bevinding gaat nooit aan het geloof vooraf, doch volgt er op. Want bevinding is dit: bevinden, ondervinden, dat de Heere God al Zijn beloften stipt vervult. Dat de Heere, zoals Kohlbrugge het zo gaarne zegt, een eerlijk Man is, op Wiens woorden wij kunnen rekenen.

Dat is de echte Bijbelse bevinding. En deze bevinding is het gevolg van de overgave aan de Heere en Zijn Woord. Dat zien wij hier overduidelijk. Wanneer Petrus na een korte, maar felle innerlijke strijd zich aan het Woord van Christus gewonnen geeft, en op dit woord de netten uitwerpt, ontvangt hij een overvloedige zegen. Twee schuiten vol vissen! Wel betekent deze overgave de kruisiging van zijn visserservaring en het prijsgeven van zichzelf. Maar daarop volgt altijd het leven en de overvloed.

Petrus wordt gezegend op een naar menselijke berekeningen totaal ongeschikt ogenblik. Het moet ook een wonder blijven. Geen enkele vis is verdiend. Alles is een wonder van genade. Maar zo gaat het altijd. God geeft mild en overvloedig, wanneer wij onze bedenkingen opgeven en ons verlaten op Zijn Woord.

Laten wij er dan toch voor oppassen, dat ons leven niet verloopt in één langgerekt „vroom" geredeneer tegen het Woord des Heeren. Wij denken: Het zal eerst zus en het moet eerst zó. Maar de Heere zegt: Luistert toch naar Mijn Woord! Geeft u toch aan Mij over met uw armzaligheid en gebrek en al! Heus, gij kunt uzelf niet opschroeven tot een bepaalde graad van heiligheid, of tot meerder schuldbesef of ook tot rijker geestelijke ervaring. Ziet toch niet langer op uw ervaring, want dan durft gij nooit af te steken naar de diepte en dan wordt u ook niet gezegend.

Zo hebben wij dan precies zoals wij zijn ons voor Hem te buigen en te bidden: Heere, Gij belooft een rijke en milde zegen in Uw Woord, maar ga ik vanuit mij zelf rekenen, dan durf ik het nooit te aanvaarden. Geef mij echter meer vertrouwen in Uw beloften dan in mijn gebrekkige en gebroken ervaring. Het is een wonder, dat Gij zondaars wilt zegenen, maar omdat Gij Zelf het zegt, daarom kunnen wij er van op aan. O God, daar is geen andere vrijmoedigheid. Alles wijkt onder mijn voeten weg. Maar Uw eigen Zoon zegt: Steek af naar de diepte en op Zijn Woord zal ik de netten uitwerpen! Zijn bevel is belofte. En Zijn belofte een pleitgrond. Gedenk het Woord gesproken tot Uw knecht, waarop Gij mij verwachting hebt gegeven.

Dit is geloof en de bevinding volgt. Want wie zo doende is met het Woord Gods zal ook ondervinden: al 't geen Uw mond aan mij had toegezegd, gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

GELOOF EN BEVINDING

Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's