DE BROEDERSCHAP VAN TAIZÉ
Het franse gewest Bourgondië is ons het best bekend als het stamland van de hertogen Philips de Goede en Karel de Stoute. Het is echter ook voor de kerkgeschiedenis een belangrijk gebied, in het bijzonder als de bakermat van twee middeleeuwse kloosterbewegingen. De eerste, die in de tiende eeuw van de abdij van Cluny uitging, streefde met succes een hervorming na van de in deze tijd zeer in verval geraakte kloosters in Frankrijk en Italië. De tweede was die van de Cisterciënzermonniken, die ook in ons land vestigingen hadden. De bekendste Cisterciënzer is Bernhard van Clairvaux (1091-1153) geworden, door Calvijn verschillende malen met instemming geciteerd.
Het is misschien niet geheel toevallig dat in deze streek, op nog geen tien kilometer afstand van het stadje Cluny, de protestantse orde van Taizé zich heeft gevestigd. Echter is Roger Schutz, de stichter en huidige prior van de broederschap, afkomstig uit Zwitserland. Als student aan de theologische Faculteit van Lausanne begon hij in 1939 met enkele vrienden retraites en discussiegroepen te organiseren. Gedurende de oorlog kochten hij en zijn vrienden een huis in het dorpje Taizé, ongeveer 75 kilometer ten Zuid-Westen van Dijon, Zij verlieten het neutrale Zwitserland en vestigden zich in Frankrijk, om mensen in nood, speciaal vluchtelingen, te kunnen helpen. Na de oorlog besloten Schutz en de zijnen om aan hun samenwonen een vastere vorm te geven. Hun doel was te leven en te werken in dienst van het Koninkrijk Gods, en zij meenden zich het best aan deze dienst te kunnen geven door voor de duur van hun leven de drie klassieke kloostergeloften af te leggen: gemeenschap van goederen, aanvaarding van het gezag van de prior en coelibaat, de ongehuwde staat. In 1949 deden de eerste zeven broeders deze geloften. Op het ogenblik is de gemeenschap gegroeid tot meer dan vijftig leden, afkomstig uit verschillende kerken en uit verschillende landen. Onder hen bevinden zich ongeveer tien Nederlanders.
Wanneer men uit de richting van Macon en Cluny komt, moet men eerst een steile klim maken voor men de eerste huizen van Taizé bereikt, want het dorpje ligt op de uitloper van een heuvelrug. Onmiddellijk valt dan het grote landhuis op, dat het hoofdgebouw van de broederschap is. Hier bevinden zich de kamers van de broeders - zoals de leden van de gemeenschap worden genoemd - en hier is ook de grote zaal, waar de gasten worden ontvangen, wanneer de prior hen wil toespreken. Even verderop staat een oud kerkje, in de romaanse stijl, waarin tot voor kort de broederschap haar kerkdiensten hield. Ongeveer een jaar geleden is echter aan de andere zijde van het dorp een grote betonnen kerk gereed gekomen die vooral nodig was om de grote toeloop van belangstellenden op te vangen.
De broederschap van Taizé maakt namelijk geen deel uit van een gewone protestantse gemeente, die in deze nominaal roomse, in werkelijkheid echter geheel onkerkelijke streek, trouwens ook niet bestaat, maar heeft haar eigen eredienst, met een geheel eigen vorm. Elke dag komen de broeders driemaal, 's morgens, 's middags en 's avonds, in de kerk bijeen. Terwijl zij gewoonlijk gekleed zijn in „burger", dragen zij in de kerk een witte koormantel, die te vergelijken is met een monnikspij.
De dienst begint met het reciteren van een aantal Bijbelverzen, gekozen volgens de tijd van het kerkelijk jaar. Dan zingt men gezamenlijk enkele onberijmde psalmen. Op deze psalmzang volgt de Schriftlezing, eerst uit het Oude-, dan uit het Nieuwe Testament, gevolgd door een zwijgende overdenking of door een korte meditatie bij monde van een van de broeders. Na het zingen van een berijmde psalm of een gezang, knielen de broeders neer voor de gebeden. Hierin wordt een grote plaats ingeruimd aan de voorbede. Een van de broeders gaat voor in gebed, de anderen antwoorden telkens volgens een vaste formule. Tenslotte bidden allen hardop het Onze Vader. Met de zegenbede wordt de dienst besloten.
Vooral 's zomers zijn er in Taizé vele gasten aanwezig. Onder deze gasten bevinden zich niet alleen vele vooraanstaande persoonlijkheden ook uit het nederlandse protestantisme, maar ook rooms-katholieken, zowel geestelijken als leken. Zij kunnen de diensten meemaken en ook, wanneer zij de orde van dienst voor zich hebben of kennen, actief eraan deelnemen. Bij het Avondmaal, dat minstens eenmaal per week wordt gevierd, worden brood en wijn ook aan hen uitgereikt. Het enige wat hen van de broeders onderscheidt is, dat zij niet de witte koormantel dragen en dat de broeders zich bevinden in het voorste gedeelte van de kerk, door een muurtje gescheiden van de overige ruimte.
Het is niet zó, dat de broeders deze gasten, die van heinde en ver komen en onder wie zich natuurlijk ook gewone nieuwsgierigen bevinden, beschouwen als lastige verstoorders van hun rust. Integendeel, zij ontvangen hen zo gastvrij als dat hun maar mogelijk is. Verschillende leegstaande huizen in het dorp zijn door hen opgekocht en veranderd in verblijfplaatsen voor de bezoekers, terwijl deze gezamenlijk de maaltijden gebruiken in twee speciaal daarvoor ingerichte ruimten, waarboven een grote keuken ligt. Een van de leden van de gemeenschap, broeder Jean-Paul, heeft tot taak de vreemdelingen te ontvangen, hen te begeleiden, en hen nader te vertellen over het doel van Taizé. Deze broeder Jean-Paul is, ondanks zijn Frans-klinkende naam, een Nederlander.
De broederschap ziet als haar voornaamste opdracht het bevorderen van de eenheid tussen de verschillende kerken, niet alleen de protestantse, maar ook de rooms- en de grieks-katholieke. Daarom is men verheugd, wanneer uit al deze kerken bezoekers komen naar de Verzoeningskerk, zoals de nieuwe kerk heet. Maar men tracht ook op andere wijze dit doel te bereiken. Van Taizé uit wordt een levendig contact onderhouden met de verschillende kerken. Men nodigt vertegenwoordigers uit voor conferenties, die in het hoofdgebouw worden belegd, organiseert theologische en sociologische studies, enz. Reizen over de gehele wereld worden door de broeders gemaakt om zich op de hoogte te stellen van de plaatselijke toestanden en om de idealen van de broederschap uit te dragen. Ook op het II e Vaticaanse concilie te Rome zijn twee vertegenwoordigers van Taizé aanwezig, die daar eenzelfde plaats hebben als de waarnemers van de verschillende protestantse- en oosterse kerken. In de onmiddellijke nabijheid van de Verzoeningskerk werd op Tweede Paasdag '63 door vertegenwoordigers van de patriarchen van Constantinopel en Moskou de eerste steen gelegd voor een klooster van de oosters-orthodoxe kerk, dat zal dienen als een geestelijk centrum voor haar priesters in West-Europa.
Naast dit voorleven van en werken voor de eenheid der kerken is de tweede taak die Taizé op zich heeft genomen het tonen van de liefde van Christus aan de wereld. Niet alle broeders wonen in Taizé zelf. Verschillende teams zijn uitgezondennaar Parijs, Marseille, Algiers en andere plaatsen, om daar de heersende ellende te bestrijden. Anderen werken als predikant in een gemeente (in Frankrijk is een groot tekort aan predikanten). Ook in Taizé heeft ieder trouwens zijn eigen taak. Er is een coöperatieve melkfabriek, die door een van de broeders wordt geleid, een boerderij, een pottenbakkerij ; een van de broeders is arts, een ander glazenier, terwijl er ook zijn die zich wijden aan theologische studie, zoals de prior, Roger Schutz, en M. Thurian. De gemeenschap publiceert ook een eigen theologisch tijdschrift „Verbum Caro".
De broederschap heeft ook nog een „derde orde" om zich heen verzameld.
Deze kring wordt gevormd door de geestverwanten, die werken voor de idealen van Taizé, maar blijven waar zij zijn, en ook niet de drie geloften afleggen. Terwijl de orde van Taizé slechts mannelijke leden heeft, horen tot deze derde orde mannen en vrouwen. De vrouwen vinden hun centrum echter in de vrouwengemeenschap van Grandchamp, die dezelfde regel heeft aangenomen als de orde van Taizé en nauw met deze samenwerkt.
Uit het bovenstaande kan licht de gevolgtrekking worden gemaakt dat Taizé romaniserend is. De witte pijen die tijdens de diensten worden gedragen, het altaar voorin de kerk, de drie kloostergeloften, de intensieve contacten met het Vaticaan, de sympathie die paus Johannes XXIII voor de orde koesterde, doen onze gedachten gemakkelijk in deze richting gaan. Echter niet geheel terecht. De rooms-katholieke kerk wordt in haar huidige vorm door Taizé afgewezen. Men voelt zich meer verwant met de oosters-orthodoxe kerk. Met haar heeft de broederschap dan ook verschillende trekken gemeen. Allereerst de grote plaats die in de eredienst ingeruimd is voor de lofprijzing en de aanbidding. De preek is gereduceerd tot een korte stichtelijke overdenking, die in het geheel van de dienst slechts een bescheiden plaats inneemt. Zelfs kan ze vervangen worden door een zwijgende meditatie ! Van de centrale plaats die de prediking heeft in de protestantse eredienst, is hier niets overgebleven.
Men vindt hier ook iets van de spiritualiteit van de orthodoxe kerk. Op de grote christelijke feesten, vooral op het Paasfeest, heeft men een zeer rijke liturgie ; men leeft intens mee met de gang van het kerkelijk jaar. De Openbaring is ook in Taizé het goddelijk mysterie, waarin men in het gebed moet trachten door te dringen.
De visie op de verhouding tussen de kerken is dan ook anders dan die van een orthodoxe protestant. In Taizé wordt de Reformatie niet gezien als een beslissend keerpunt in de geschiedenis van de Kerk.. Men streeft de eenheid na door uit te gaan van de waarheidsmomenten die in de verschillende kerken worden gevonden. Als datgene wat verbindt, wordt beschouwd het gemeenschappelijk bezit van de Christenheid : de Bijbel en de traditie van de Oude Kerk. De laatste wordt echter minder critisch gezien dan de Hervorming deed.
Deze visie op de oecumene blijkt ook uit de gekozen organisatievorm, die min of meer gelijk is aan die van de middeleeuwse orden, hoewel de Hervormers deze vorm toch scherp hebben bestreden, niet alleen in zijn uitwassen, maar ook principieel. Er bestaan voor hen immers geen gradaties in de gemeente, en al is de een geroepen tot ander werk en een andere staat dan de ander, daarom hoeft dit nog niet te worden vastgelegd in geloften, die binden voor het leven. Men mag zijn roeping niet in eigen hand nemen, want dan schept men zich een nieuwe wet.
De reacties op Taizé zijn natuurlijk verdeeld. De Hervormde Kerk van Frankrijk had vooral aanvankelijk ernstige bezwaren. Vele vooraanstaande protestanten vinden in Taizé echter een geestelijk tehuis. Vanuit Rome worden de activiteiten van de broederschap met welwillende belangstelling gadegeslagen. Met de oosters-orthodoxe kerken bestaat een goede verstandhouding, zoals blijkt uit de bovengenoemde eerste-steenlegging.
Er zijn er ook die zeggen, zoals die Fransman uit Macon : „C'est Ia dernière nouveauté", het is het laatste nieuwtje. Niet helemaal terecht, want Taizé staat niet geïsoleerd : er zijn meer van dergelijke gemeenschappen binnen de protestantse kerken en hun werk ondervindt van vele zijden sympathie. Men mag ook niet vergeten het vele goeds dat de broeders doen en de ernst waarmee zij zich geven voor hun ideaal. Maar iets zit er toch wel in !
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's