Boekbespreking
G. Eichholz, LANDSCHAPPEN VAN DE BIJBEL, 152 blz., geb. ƒ 36.—. H. Veenman & Zonen, Wageningen, 1963.
Prof. Eichholz van de Kirchliche Hochschule te Wuppertal, maakte een reis van drie maanden naar de landen van de Bijbel. Zo ontstond dit prachtige platenboek, waarin meer dan honderd kleurenfoto's — verscheidene daarvan beslaan een gehele bladzijde — tonen, hoe deze landen in werkelijkheid er uitzien. Het werk wil de horizon meten, waarbinnen de geschiedenis van Israël zich afspeelt. De schrijver bereisde niet alleen het heilige land, maar hij ging ook via Palmyra naar de Euphraat; hij bezocht ook Egypte, dat zulk een machtige geschiedenis heeft.
De lezer wordt meegenomen, door de smalle straatjes van Jeruzalem ; hij ziet de vlakte van Jizreël, waar zovele veldslagen zijn geleverd; hij wordt herinnerd aan het huidige Nabloes, een latere herbouw van het oude Sichem, dat een 2, 5 km ten oosten van Nabloes moet worden gezocht. Een kleine groep Samaritanen herinnert aan de Bijbelse tijd. Nog vieren zij hun Paasfeest op de Gerizim en wij denken aan de geschiedenis van de ontmoeting met Jezus met de Samaritaanse vrouw.
In het boek vinden wij uitnemende foto's van bomen en planten, b.v. van de papyrusplant en de distel, van de weinige cederen van de Libanon; wij krijgen een beeld van het landschap bij de Jabbok, bij Pella. Verscheidene afbeeldingen brengen de lezer naar Qumran, dat sinds 1947 zulk een grote betekenis heeft gekregen door de opzienbarende vondsten. Het laatste stuk brengt beelden uit Egypte; het begint bij Alexandrië en eindigt met een afbeelding van de trappenpiramide van Dsjoser bij Sakkara. De schrijver geeft een doorlopende verklaring van de platen; deze beschrijving is boeiend, populair van aard, niet zozeer geeft de auteur reisnotities, maar veelmeer wordt onmiddellijk de afbeelding op de Bijbel betrokken. Wij lezen van de geschiedenis van het volk, van de gewoonten en gebruiken. Daarbij wordt vrij dikwijls een gedeelte van de Schrift aangehaald.
Het is een prachtwerk, wat inhoud betreft en ook ten aanzien van de uitvoering. Dr. H. A. Brongers vertaalde de tekst van dit oorspronkelijk in het Duits verschenen werk.
Bt.
Ds. G. van Duinen, En zij begonnen feest te vieren..., 172 blz., geb. ƒ 8, 50, uitgave T. Wever, Franeker.
Al mag dan iedere zondag een feestdag zijn, ja, de zondag, zoals Athanasius hem noemde, de eerstgeborene der feesten zijn, toch draagt de Woordverkondiging niet iedere zondag het feestgewaad. — Zo vangt het voorwoord van deze bundel meditaties, die tot ondertitel heeft Woordverkondiging in Feestgewaad, aan.
De meditaties hebben betrekking op de grote feesten — op de nieuwjaarsdag — hier vindt de lezer een overdenking over Ex. 4:4: Grijp ze bij de staart — en op de oudejaarsdag met een korte preek over Marc. 14:26: het laatste lied. Verder bevat dit werk preken voor bijzondere dagen: als bidstond voor gewas en arbeid, voorbereiding en nabetrachting op het H. Avondmaal; voor de Jeugdzondag een ernstig woord naar aanleiding van 2 Sam. 18:33 over Ouders en kinderen.
Het is zeer de moeite waard deze stukken te lezen. De auteur beschikt over een goede pen en een uitnemend uitbeeldingsvermogen; hij kent de mens van vandaag èn zijn Bijbel.
Van enige boeken van ds. van Duinen verscheen reeds een derde druk en ook dit werk zal wel een bestseller worden.
Bt.
Ds. J. C. van Dongen, De lichamelijk gehandicapte mens. Ontmoeting en dienst, 120 blz., ing. ƒ 4, 90, Boekencentrum N.V., 's-Gravenhage, 1963.
Hebt u zich wel eens ingedacht, dat ongeveer 2,5% van onze bevolking gehandicapt is? Aangenomen wordt, dat ongeveer 40.000 minderjarigen, 165.000 volwassenen en 73.000 ouderen lichamelijk gehandicapt zijn. Deze cijfers alleen al tekenen de zaak die hier aan de orde komt als één van grote urgentie. Nodig is voor ambtsdragers en gemeente in het algemeen een juiste voorlichting.
Deze uitgave is tot stand gekomen door een studieopdracht van de Federatie van Diaconieën aan ds. van Dongen, die met ernst en toewijding zich van zijn taak heeft gekweten.
Men heeft wel gesproken van de gehandicapten als de grootste minderheidsgroep; zij kent geen nationaliteit, geen ras, geen godsdienst, geen kleur.
De schrijver beperkt zich in dit boek niet tot een overzicht wat er voor de gehandicapten mens gedaan wordt, maar hij zoekt de leefwereld van deze mens te verkennen om deze in relatie te zetten met de maatschappelijke en kerkelijke verantwoordelijkheid.
In het eerste deel lezen wij over de lichamelijke, psychische en sociale aspecten van de lichamelijke handicap, die zich moet handhaven in een samenleving, waarin het aspect van het lichamelijke een grote rol speelt in het streven naar een steeds hogere prestatie. De houding van de maatschappij ten opzichte van gehandicapten moet bepaald zijn door zakelijkheid, aanvaarding, empathie (in-leving) en coöperatie.
Het tweede deel vraagt naar het diaconaat en de lichamelijk gehandicapten. Hoe verschijnt de kerk op het terrein van de verantwoordelijkheid en zorg voor deze mensen? De houding van barmhartigheid is niet die van meewarigheid maar de radicalisering van het menselijke tot in het offer toe. Daarbij wijst de schrijver er op, dat de gehandicapten zelf meer in de plannen en initiatieven moet worden betrokken. Uitvoerig gaat de schrijver in op de vraag welke mogelijkheden er op het ogenblik zijn, op medisch terrein, in de arbeidssector, in het onderwijs. In de totaliteit van het revalidatieproces zal er voor gezorgd moeten worden, dat de sociale werkplaats dient om de levensvreugde van de gehandicapten te bevorderen door aan zijn toekomst te bouwen. Hier komt ook het woningvraagstuk aan de orde. Het wonen is voor gehandicapten een zaak van nog veel groter belang dan voor anderen. Een voor gehandicapten verantwoorde huisvestingssituatie is alleen denk baar bij een grote mate van bereidheid van de samenleving hen met allerlei diensten o.a. op het terrein van het vervoer ter zijde te staan. Het diaconaat moet nadrukkelijk verantwoordelijkheid nemen voor en met gehandicapten en moet dit ook organisatorisch tot uitdrukking brengen.
Het is een zeer belangrijke zaak, die hier aan de gemeente in het algemeen en aan de diaconie in het bijzonder op het hart gebonden wordt en wij zijn ds. van Dongen dankbaar voor deze veelzijdige studie.
Bt.
F. Bakker, Gebedsgestalten, Uitgave „De Banier", Utrecht 1963, geb. 96 blz., ƒ 4, 75.
Ds. Bakker heeft zijn bijbellezingen over het gebed gebundeld. Hier worden de verscheidene gestalten van het gebed behandeld. Wie zal ooit het gebed en het gebedsleven uitputtend behandelen? Niemand. Maar ds. Bakker heeft er naar gestreefd de veelzijdigheid in de intimiteit van het gebedsleven zoveel mogelijk te benaderen.
Telkens opnieuw kiest hij een tekst, die over het gebed handelt en legt die uit. Daarin zocht hij de lering, de vermaning, de vertroosting. Hij plaatst het midden in het geestelijk leven van vandaag.
Het is een heerlijk boekje, dat wij u van harte aanbevelen. Laten de ouders dit werk hun kinderen cadeau doen. Het is o.a. een prachtig belijdenisgeschenk.
B.
De Zaligsprekingen, Walter Lüthi, Wever, Franeker, geb. 104 blz., ƒ 5, 90.
De arbeid van Walther Lüthi mag onder onze lezers bekend verondersteld worden. Deze man heeft het charisma van een indringende schriftuitleg met een bijzonder aansprekende vorm.
In zijn woord vooraf wijst hij op de ontoereikendheid van de taal om deze woorden te vertolken. Deze woorden zetten het KoninkrijK Gods in beweging en zijn de geboorteweeën van dit Koninkrijk.
De verklaring van de zaligsprekingen is alles omvattend: de gehele mens, heden en toekomst, aarde en hemel.
Gaarne willen wij u op deze uitgave opmerkzaam maken. Hier is een man bezig u de schatten uit het Woord Gods te tonen.
Hartelijk aanbevolen.
B
Ds. L. Vroegindeweij, Het zevende gebod, uitgave Weekblad „Om Sions Wil", Haastrecht, Ingen. 39 blz. ƒ 1, 50.
Ds. L. Vroegindeweij heeft drie preken gehouden over zondag 41 van de Heid. Catechismus en deze preken in een artikelenreeks in bovengenoemd blad gepubliceerd.
De redactie heeft deze artikelen gebundeld en afzonderlijk uitgegeven.
In de eerste preek komt het huwelijk van één man en één vrouw als inzetting Gods aan de orde. In de tweede preek de toeleiding tot het huwelijk en in de derde het leven in het huwelijk.
Ds. Vroegindeweij behandelt dit gebod op een actuele wijze. Dat wil zeggen het gehele leven wordt gesteld onder de eisende en belovende God. Dit gehele leven, zoals het in 1964 met alle dingen, die op ons af komen, in verband staat.
Wij bevelen de lezing aan jong en oud van harte aan.
Bijzonder dankbaar ben ik voor veel opmerkingen in deze preken, vooral voor het verband tussen het huwelijksleven en het ontvangen van kinderen.
B.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 9 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's