Contio
Op woensdag 8, en donderdag 9 januari werd de contio van predikanten, behorende tot de Gereformeerde Bond, gehouden in het conferentieoord Woudschoten bij Zeist.
De voorzitter was prof. dr. J. Severijn. Na het zingen van Psalm 25:7 en gebed worden de overleden predikanten Alers, Steenbeek, v. Dorp, Bartlema, Kuilman en Oskam herdacht.
De schriftlezing was Matth. 7 : 13—23.
Het inleidend woord van de voorzitter getuigde van diepe ernst ten aanzien van het kerkelijk en ambtelijk leven. De koers gaat hoe langer hoe meer naar links. In het oecumenisch christendom zijn tendenzen, die op een eenheid van organisatie aansturen, die een functie ten voordeel (verbreiding van het evangelie over de gehele aarde) kan hebben, als ook ten oordeel, omdat de vervalsing van de organisatie in de eindtijd de ware getuigen op straat zet. God zorgt voor de uitverkorenen en weet deze te vergaderen.
In dit verband gaf hij een krachtig getuigenis over het gezag van de Heilige Schrift. Theologie kan aangepast worden, alleen de Heilige Geest onderricht persoonlijk. Studeren is van groot belang, bidden op de studeerkamer nog belangrijker. Daar gebeuren wonderen en gaat het licht op over het Woord.
Dit is het geheim van het wondere ambt, dat ouderen en jongeren voor ogen dienen te houden. De veranderingen na de laatste wereldoorlog passeerden de revue, de zuigkracht van allerhande stromingen werden onderkend. Wanneer wij niet van God geleerd zijn, gaan wij mee. De vorming van de predikanten geschiedt niet alleen op de Universiteit, maar gaat ook door in de gemeente. Godvrezende ouderlingen kunnen van grote betekenis zijn voor de predikant. Het geestelijk leven is werkelijkheid. Tot die werkelijkheid dienen de predikanten door te dringen!
Van hieruit worden de dwalingen doorlicht. Bijvoorbeeld: allen zijn in Christus verkoren. Sommigen weten dit, anderen weten dit nog niet. Dit geeft een ontstellende armoede in de prediking. Sommigen willen de preken wat opfleuren. De schuldbelijdenis en de genadeverkondiging dienen met de preek verweven te zijn. Wat zonde is, moet van God uit, uit Zijn Woord, door Zijn Geest worden ontdekt. Ook het Nieuwe Testament spreekt van een enge poort en van weinigen, die deze vinden. Daarover wordt weinig gesproken (ds. Pop in Woord en Dienst). Er is een verschuiving aan de gang. De Schriftcritlek heeft tot gevolg, dat de belijdenis niet meer wordt verstaan. Schriftgezag is geen formele, meer een goddelijke zaak. De woorden der Schrift zijn levende stemmen uit de hemel. Daar kan het verstand van de mens niet bij komen, 't Woord heeft verscheiden uitwerkingen en vruchten. Niet alle mensen zijn direct even ver. Dat vraagt veel omgang met God, kennis der Schriften en liefde.
Een krachtige aansporing vast te houden aan dingen, die onder ons volkomen zekerheid hebben, besloot deze indrukwekkende inleiding.
In de middagvergadering refereerde prof. dr. S. van der Linden over: Levenshouding en levensstijl. Onder levenshouding verstond de inleider de grondhouding van het geloof van de totale mens. Onder levensstijl de openbaring van deze levenshouding naar buiten. Het is de oude vraag: leer en leven, dogmatiek en ethiek, enzovoort. Deze vraagstelling werd vooral doorlicht vanuit Voetius met zijn praxis pietatis. Deze vroomheid moest een tegenwicht vormen tegen het scholastieke apparaat. Hij wilde de eer van God over het gehele leven. Deze positieve lijn werd later omgebogen naar de wereldontvluchting. Gods goede schepping kwam niet tot zijn recht. Voetius wilde tussen spiritualisme en libertinisme gaan.
Ook Calvijn zette zich af èn tegen de Dopersen in tegen de libertijnen. Enerzijds was Calvijn zeer breed, in het gehele leven staande voor de eer van God, anderzijds mediteerde hij over het eeuwige leven en achtte hij het einde zeer nabij.
Dit leidt tot de vraag: Leidt het God willen dienen in de Schepping van het geloof af? De bijbels profetische levensstijl veronderstelt vorm, variatie, kleur, enz. Dit is een gave open levensstijl. Zo was Voetius niet. Vaak wordt het vreemdelingschap van de zonde en van de wereld verward. Moeten wij In Gods wereld vreemd zijn? Wat God heiligt, zullen wij niet onrein achten.
Eeuwigheidsleven is niet uit de wereld weglopen, maar deze heiligen. In verband daarmede waarschuwde inleider voor vrome vormeloosheid en tweespalt. Gods genade verenigt levenshouding en levensstijl. Dan is er de christelijke vrijheid, die beproeft welke de Wil Gods is. Daaruit volgt de oproep het publieke leven niet te schuwen. De preek moet het gehele leven van maandag tot en met zaterdag omspannen. De ware christelijke vrijheid zoekt In elke tijd eigen vormen. God laat Zijn schepping niet in de steek. De gangen der eeuwen zijn van Hem! Het dualisme der Grieken Is dodelijk in eigen leven. Aristoteles en Plato hebben veel kwaad gedaan. Geen enkele traditie heeft de Heilige Schrift uitgeput.
Op de inleiding volgde een levende bespreking. Buitengewoon boeiend behandelde prof. dr. S. van der Linden de gestelde vragen.
's Avonds was dr. H. Bout aan 't woord over: Enige vragen over de zin van het Oude Testament.
Hij ging uit van de eenheid van O. T. en N. T.
Deze eenheid is door de schriftcritiek verbroken. Het zelfgetuigenis van de Schrift is anders. Immers de Heilige Schrift kan niet ontbonden worden. De Schrift is de zelfopenbaring van God. Gods daden onthullen de gedachten van God. Dat geeft de heilshistorie.
Hoe zijn wij erop betrokken? Wat is er gebeurd? Hoe moeten wij dit transponeren? Immers alle gebeurtenissen hebben theologische afmetingen.
Wij hebben nodig: het historisch verstaan van de zin van de tekst. Verder lezen wij het O.T. als christenen. Dat geeft de nauwe betrokkenheid van het O.T. en N.T. Verder: de opening van ons verstand, zodat er een ontmoeting is met het scheppende Woord Gods. Ook hebben wij erop te letten, dat de historie doelgericht is. Grote gebeurtenissen werpen hun schaduwen vooruit. De gedachten van Bultmann worden afgewezen. Die van W. Vischer critisch besproken. Het Oude Testament wordt in en door de dood van Christus geopend. Jezus transformeert het O. T. in het N. T. De N. T.-schrijvers stellen een hogere melodie. Wij lezen het O. T. niet als de Joden, ledere gebeurtenis heeft een relatie met de komst van Christus. De exegese dient afgestemd te zijn op het geheel van de Heilige Schrift. Dat betekent afwijzing van allegorese.
Behalve de voortgang van het O.T. in het N. T. is er ook het wegvallen wat verouderd is. Dat komt niet altijd tot zijn recht in de prediking.
Waar ligt de grens van het verouderde en het blijvende? Dat moeten wij aan de Heilige Schrift vragen. Wat wil de Schrift? Daarbij werden allerlei moeilijke zaken besproken.
Uitvoerig gaf dr. Bout de huidige stand van zaken in de O. T.-wetenschap inzake de typologie, vervulling, voltooiing enz. weer.
In de daarop volgende bespreking kwamen vragen over de allegorese, typologie, grens van het voorbijgegane en het blijvende in het O. T., de meerwaarde van het N. T., verhouding van geschiedenis en openbaring, de pentateuch-critiek enz. enz. aan de orde.
Uitvoerig beantwoordde dr. Bout alle vragen. De dagsluiting werd door ds. Enkelaar gehouden.
Het was een zeer verrijkende dag geweest.
Volgende week een kort verslag over 9 januari.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's