DE APOSTOLISCHE ORDE
Edoch, op welke grond heeft men de apostolische orde verlaten?
„Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook ulieden". (Joh. 17 : 18). De apostelen zijn door Christus gezonden, gelijk Hij door de Vader. Daarin is een zekere blijvende delegatie van Christus op de apostelen gelegd. In ieder geval staan ze door dit woord in de zending van Christus en niet zonder Zijn onmiddellijke en voortdurende leiding. „En ziet. Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen". (Matth. 28 : 20). Dat geeft een geheel bijzondere plaats en betekenis aan het apostelambt en de kerk heeft dat begrepen, want dat ambt is na de dood der apostelen niet voortgezet. De apostelen staan in de historie der kerk niet op één lijn met de wisselende generaties van predikanten, evangelisten, ouderlingen en opzieners. Ook de Heilige Schrift stelt ze apart. Wanneer men b.v. let op de plaats der apostelen in het boek der Openbaringen, zal men moeten komen tot een aparte en blijvende positie der apostelen in het Godsgebouw. (Openb. 21 : 14).
Willen we een en ander naar eis van Gods Woord in acht nemen, dan zal die blijvende plaats en betekenis in de leiding van Gods kerk tot haar recht moeten komen.
De Christelijke Kerk staat op het fundament der apostelen en profeten, waarvan Christus is de uiterste hoeksteen. (Ef. 2 : 20). De apostelen hebben de door Christus vergaderde gemeente van toen geleid, naar de mens gesproken de fundamenten der wereldkerk gelegd en de gemeenten geleerd, hoe zij zich zouden gedragen, of met de woorden der Schrift: hoe men in het huis Gods, de gemeente van de levende God, moet verkeren. (1 Tim. 3 : 15). Met name de pastorale brieven verdienen in dit opzicht genoemd te worden.
Eenvoudig is de orde, die zij hebben bevolen: Vooreerst kent het Nieuwe Testament geen landskerken, geen KL- Aziatische kerk, geen Macedonische, geen Italiaanse of ook maar Palestijnse kerk. De plaatselijke kerk heeft de bediening van het Woord, de Sacramenten, de opzieners (ouderlingen) en diakenen. Alles is present. Geen overkoepelend eenheidsinstituut, geen zweem van hoogkerkelijkheid, geen ander hoogste gezag dan dat van de Christus en Zijn Woord.
En toch was die kerk over de gehele wereld, zover men die toen kende, verspreid en vormde één grote gemeenschap in Christus Jezus.
Ook hebben de apostelen een voorbeeld gegeven van de onderhouding dier gemeenschap en van de enigheid des geloofs. Getuige het convent van Jeruzalem. (Hand. 15). Paulus deelde de besluiten van 't convent (dogmata) aan alle gemeenten mede, om die te onderhouden. (Matth. 16:4).
De apostelen hielden de gemeenten bij het Woord en aan de ordeningen, die van de apostelen en de ouderlingen waren goed gevonden om te onderhouden.
Elders wordt gesproken van „afgezanten" der gemeente. (2 Cor. 8 : 23). Hier wordt ook het Griekse woord "apostel" genoemd. Dit heeft dus een andere zin dan het ambt der twaalf apostelen. Het heeft echter wel een officieel karakter en duidt op een post van vertrouwen. Een sprekend voorbeeld daarvan is het gezantschap, door de gemeente van Antiochië uitgezonden naar het convent te Jeruzalem over de vragen omtrent de onderhouding der besnijdenis: Paulus, Barnabas en nog enkelen. (Hand. 15 : 1, 2). Op haar beurt zond de gemeente te Jeruzalem Judas en Silas als afgezanten naar Antiochië teneinde de beslissing van het convent aan de gemeente aldaar mede te delen. (Hand. 15 : 27). Dit geschiedde in de vergadering der gemeente, die door de afgezanten werd toegesproken. (Hand. 15 : 32).
Het is zeer te betreuren, dat de kerken deze apostolische orde hebben verlaten. En dat niet alleen, omdat zij organen en instituten heeft ingevoerd, welke de door Christus geschonken centrale leiding der apostelen door hun woord en voorbeeld in feite opzij schuiven, maar omdat we het ervoor houden dat de apostolische orde de door Christus gewilde is. Het argument, dat de ontwikkeling der tijden niet zou toelaten de door ons bepleite weg te volgen, kunnen we niet aanvaarden op grond van het geheel bijzonder en geheel eigen karakter der kerk.
De Kerk des Heeren is een geestelijke gemeenschap met een geheel enige taak: die gemeenschap door oefening van het geloof te sterken, door het getuigen van dat geloof uit te breiden, en door de prediking van het geloof naar buiten, ook elders discipelen te maken. Men kan geen enkele reden aanvoeren, waarom de kerk niet door alle eeuwen heen op dezelfde wijze zou kunnen leven als ten tijde van de apostelen. We zijn dan ook van oordeel, dat de onderwijzing der apostelen ook ten opzichte van de kerkelijke orde en saamleving, door de eeuwen heen tot bestek behoort te dienen, zodat de kerk op aarde zich schikt onder de leiding der apostelen. ledere andere orde is schadelijk voor haar, zo voor de vervulling harer roeping als voor haar geestelijk leven.
De officiële erkenning als Staatskerk door Constantijn de Grote is b.v. waarlijk niet tot bevordering van haar eigen geestelijk leven en van haar zuiverhouding geweest. Materieel mag het een groot voordeel zijn geweest, maar een Keizer-pontifex-maximus naar heidens voorbeeld, was als zodanig reeds een wangedrocht, dat met het wezen der kerk in strijd en met de eerbied voor haar Hoofd aan de rechterhand des Vaders moeilijk in overeenstemming kon zijn.
Aan de keizer de opperste macht in de kerk van Christus op aarde. Dit kon niet anders ten gevolge hebben dan dat de kerk werd verwikkeld in de politieke verhoudingen en aangelegenheden in binnen- en buitenland.
Weliswaar, wordt de kerk ook krachtens haar roeping als getuige van Christus in conflict gebracht met de politieke machten, doch dat betreft een geheel ander aspect van de zaak. Zij verscheen in een wereld van politieke machten, die hun kracht en voorspoed verwachtten van de heidense afgoden, naar wier gunst zij dongen door offeranden en ceremoniën. Wie weigert daaraan mee te doen, wordt staatsgevaarlijk geacht en moet uit de weg worden geruimd. Vandaar de vervolgingen der christenen.
Met het verdrag van Milaan (313), kwam de christelijke religie feitelijk in de plaats van de heidense en werd staatsreligie. De kerk werd een macht en een dwangmiddel in de hand des keizers en boette het geheel zelfstandige geestelijke karakter, dat haar eigen is, in.
Zonder op de geschiedenis in te gaan kan worden opgemerkt, dat het staatkundig overwicht over de kerk, zich na enige woelige eeuwen in een tegengestelde machtsverhouding gewijzigd heeft: de kerk heerst over de staten van het Westen. De paus is pontifex maximus geworden. Van haar oorspronkelijke apostolische orde is onder het pausdom uit de aard der zaak niet veel meer overgebleven. Dit vindt inderdaad zijn voornaamste oorzaak in de politieke verwikkelingen, waarop wij de aandacht hebben gevestigd. Ook de reformatie heeft geleden onder de bezwaren van de kerkelijk-politieke constellatie der middeleeuwen. In Engeland ontstaat een gereformeerde Staatskerk, in Duitsland vormen zich landskerken. De Lutherse confessie wordt door de Rijksdag in Augsburg goedgekeurd. Zelfs de Calvinistische reformatie, die aansluiting zocht bij de Schriftuurlijke gegevens tot bepaling van haar kerkorde, is aan die moeilijkheden niet ontkomen. Calvijn predikte de vrije kerk in de vrij? staat en zocht dat ook in practijk te brengen. Haar kerkorde richt zich naar de apostolische aanwijzingen en wil een Schriftuurlijke presbyteriale kerkregering : de zelfstandige plaatselijke kerken, geregeerd door de de ouderlingen. Hij wilde aanvankelijk zelfs geen classes, doch reeds spoedig ontstond een gemeenschappelijk overleg in kleinere en grotere vergaderingen der kerken, d.w.z. afgevaardigden van kerkeraden en classes. Ten onzent heeft deze kerkorde, zich gehandhaafd tot 1795, doch niet zonder moeilijkheden en inmenging van de politieke colleges te ondervinden. De zeven geünieerde Provinciën waren tot op zekere hoogte zelfstandige gewesten, geregeerd door de gewestelijke staten, het geheel werd geregeerd door de Staten-Generaal. Hoewel de kerken in Nederland aanvankelijk geheel zelfstandig haar generale synoden hielden (het streven was om de drie jaar), gingen Hoogmogenden zich daarmede allengs bemoeien ; eerst streefden ze naar approbatie van de besluiten der kerken en de synode van Dordrecht (1618-19) kon zonder hun goedkeuring zelfs niet worden gehouden en synoden zouden in het vervolg ook niet zonder die toestemning gehouden worden. In de afzonderlijke provincies was de provinciale synode de hoogste kerkelijke vergadering.
Ook hier te lande moest de Dordtse Kerkorde wijken voor een Eenheidsinstituut, dat niet zonder politieke belangstelling in 1816 tot stand kwam, aangezien de overheid ook mede door dat instituut de politieke eenheid van het nieuw gestichte koninkrijk meende te kunnen bevorderen.
In 1951 nam de „Nederlandse Hervormde Kerk" haar nieuwe kerkorde aan, waardoor ze zich vrijmaakte van het staatsgewrocht van 1816. Het presbyteriaal karakter, dat men haar weleens heeft toegeschreven, is - voorzover er nog een schijn van te vinden was — door de veelheid van raden en commissiën en bovendien nog door de veelheid van ordinantiën en bepalingen tot niets gereduceerd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's