De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XVII)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XVII)

H 4. De situatie waarin wij ons thans bevinden

7 minuten leestijd

Zeg niet: Wat is er, dat de vorige dagen beter geweest zijn dan deze? Want gij zoudt naar zulks niet uit wijsheid vragen. Prediker 7 : 10.

C. HET ATOOMTIJDPERK (vervolg)

Ik zou vervolgens nog de vinger willen leggen bij een drietal hoogst belangrijke ontwikkelingen, alle een uitvloeisel van onze tijd (atoomtijdperk). 

1. Marx' profetie met betrekking tot het afsterven van de staat gaat thans zo niet geheel dan toch wel gedeeltelijk in vervulling.

Wij zien het in ons eigen land: de Staat der Nederlanden stootte in de afgelopen jaren bij herhaling brokjes „nationale souvereiniteit" af naar het nog in wording zijnde naasthogere staatkundige niveau.

Ziehier een proces, ; dat allerwegen kan worden geobserveerd, ook in Afrika.

Het is deswege geenszins uitgesloten, dat mede als gevolg van dit proces de „koude oorlog" aan scherpte inboet. Reeds is er een begin van samenwerking tussen Oost en West (terrein van de medische wetenschap), de meteorologie enz.). Het in augustus j.l. tot stand gekomen kernstopverdrag moge politiek nog weinig te betekenen hebben — het optimisme der Angelsaksische woordvoerders deel ik in het algemeen niet —, een feit is toch, dat er aan idie gevaarlijke proefexplosies in de atmosfeer een einde schijnt te zijn gekomen, en dat is al heel wat! 

Hier zou nog kunnen worden gevraagd: Was onze Synode met haar geschrift wel aan het juiste adres, inzoverre dat geschrift mede aan het adres van de nationale overheid was bedoeld? Sedert 4 april 1949 is daar de N.A.V.O. . . . . .

Ik heb ook de indruk, dat het in ons land al te vaak schort aan deugdelijke voorlichting omtrent zaken als de N.A.V.O., de E.E.G., enz. Ten onrechte geloofden b.v. tal van landgenoten, dat in ons land de levensmiddelen wel goedkoper zouden worden, eenmaal bij de E.E.G....

2. Oorlog moet in het atoomtijdperk — als uiterste middel in de grote internationale politiek wel te verstaan — een onmogelijke zaak heten.

Locale conflicten zullen niet altijd kunnen worden vermeden, doch op wereldniveau acht ik thans een „bellum justum" ondenkbaar, en dat op grond o.a. van de argumentatie, die het synodaal rapport ons verschaft.

Nog om andere redenen overigens: Is 't wel zeker, dat een dichtbevolkt land als Nederland nog een "conventionele" oorlog overleeft? Men denke zich een stadsagglomeratie als Amsterdam of Rotterdam eens in, één etmaal zonder electra, gas en water! Aan evacuatie op grote schaal behoeft in een volgende oorlog niet meer te worden gedacht. Zelfs vraag ik mij af: Kan zich op ons grondgebied nog wel een divisie ontplooien? !

Zo is er meer wat ik mis in het rapport. Om maar eens iets te noemen:

1. Onze strijdkrachten zijn er niet om oorlog te maken", zoals het dan wel heet. Zij vormen met elkaar een „principieel-pacifistische organisatie" (Mevr. dr. W. H. Posthumus-Van der Goot in haar boek , Vrouwen vechten voor de vrede"). Zij zijn ook niet een noodzakelijk kwaad, als het zo dikwijls heet; zij staan in hoger dienst (Rom 13 : 4). Het was dank zij die strijdkrachten o.a., dat zich onze Synode heeft kunnen wenden tot kerk en volk. De inzet toch van de „koude oorlog" is ons aller persoonlijke en maatschappelijke vrijheid, de basis zowel als de vrucht èn van de vrede (democratie) èn van de gerechtigheid (rechsstaat). En dit alles heeft meer met het christendom te maken dan men veelal denkt!

2. Een ander punt, dat onze Synode verzuimd heeft onder de ogen te zien is, dat wij — of wij dat nu prettig vinden of niet — in een kernoorlog betrokken zouden kunnen worden, geheel bulten onze wil om (mèt onze schuld overigens!). Wat zouden wij dan moeten doen? Weglopen, gesteld al dat zulks mogelijk ware ? Eén ding moet mij in dit verband nog van het hart. Het is een verheugend feit, dat uit Duitsland vandaan — het land, waar de zenuwen het sterkst op de proef worden gesteld — tweemaal achtereen een kloek getuigenis is afgelegd: op de stellingen van de Commissie-Gollwitzer (1959) — één dier stellingen releveerde ik hiervoor § 2, resp. § 3) — volgden de z.g. Twaalf Artikelen (1963), en dat van de zijde der Evangelisch-Lutherse Kerk in Oost-Duitsland! Een geloofsgetuigenis optima forma, vrij van illusionistische tendenzen ... Ik kom daar, naar ik hoop, nog op terug.

3. Oorlogen waren tot dusver vaak een kathalisator in de geschiedenis: sommige ontwikkelingen werden erdoor vertraagd, andere versneld. Nimmer volgden 2 identieke oorlogen op elkaar. Het was in de weg van vallen en opstaan, dat wij ons gingen bezinnen op het vraagstuk van oorlog en vrede en dat de polemologie (conflictologie) opkwam. Was ons oude werelddeel altijd weer de brandhaard bij uitstek — het was in Europa, dat de beide wereldoorlogen ontketend werden en de kemphysica startte — het was in datzelfde Europa, dat de wereldvrede het felst begeerd werd en wordt, niet zonder vrucht: Nog in de 18e eeuw beoorloogden twee landheren uit de Achterhoek elkaar, nog in de 19e eeuw kregen Nederland en België het met elkaar aan de stok, thans broederlijk vereend in de Benelux...

Zou dit beeld (Europa, het vat der tegenstrijdigheden, naar het schijnt!) niet iets uitstaande hebben met het ferment van het Evangelie, dat oud is en toch jong blijft ?

Ik dacht van wel... Wat is toch de reden, dat onze cultuur zo resistent blijkt in de grote wereld ... ?

3. Er is in onze wereld en identiteit groeiende, t.w. de identit eit „wetenschappelijk vermogen = industrieel vermogen = militair vermogen".

Slechts de verst ontwikkelde mogendheden zijn nog in staat een groots militair avontuur te beginnen. Het wil me zelfs voorkomen, dat de Grote Twee (V.S. en S.U.) steeds verder uitlopen ...

Het gevaar, dat aanstonds ook de kleinere mogendheden kernwapenen zouden gaan gebruiken, wordt door dit gegeven enigszins gecompenseerd. Het is ook buiten kijf, dat die Grote Twee zich van hun verantwoordelijkheid dienaangaande (bewust zijn. Aan de „veiligheidspal" wordt over en weer voortdurend gedokterd (een millioenen verslindende zaak!).

Het blijft overigens een menselijke zaak, d.w.z. in geen enkel opzicht gaaf. Onze Synode verkijkt zich — zoals gezegd (§ 2) — teveel op de kernwapenen als zodanig.

De term „militair vermogen" omvat beduidend meer dan enkel het arsenaal van A- en H- bommen.

Een catastrofe zou ook langs geheel andere weg kimnen worden veroorzaakt, b.v. door verstoring van het evenwicht in de natuur. Wat al niet een ellende bracht het experiment van een Frans arts teweeg in de wereldl van de konijnen. Daar is het gevaar van een eventueel niet meer te breidelen gebruik van insecticiden, waarvoor Rachel Carson ons zo waarschuwt.

Ik denk ook aan de huwelijksmoraal in ons werelddeel. De feiten liegen er niet om: In Amsterdam kopen dagelijks gemiddeld ruim 10.000 mannen hun geluk bij een prostitué. In Frankrijk verdwijnen jaarlijks ca. 20.000 minderjarige meisjes. Van de kinderen, die er gedurende het afgelopen jaar in Londen werden geboren, was ieder 4e kind het kind van een ongehuwde moeder en/of een vreemde moeder. In West- Duitsland werden in het afgelopen jaar — naar voorzichtige schattingen willen — ca. 1 miljoen gevallen van abortus geregistreerd. Ja, geachte lezer(es), dit is uw en mijn wereld! Waar spoeden wij ons heen? Zouden wij onszelf langzamerhand niet eens grondig onderzoeken ... ?

Over enkele zaken zijn wij het allen eens.

Volstrekt ontoelaatbaar is een „firststrike-stategy", ongeacht de middelen, die daartoe zouden kunnen worden aangewend; ontoelaatbaar is dus ook een „roll-back"-politiek op militaire leest.

Volstrekt ongeoorloofd is ook het „ausradieren" van steden en dorpen, bij wijze van repressaillemaatregel of anderszins; de tactiek van de „verschroeide aarde behoort onder alle omstandigheden te worden veroordeeld.

Er dient voor te worden gewaakt, dat het militairisme zijn kop opsteekt. Ook dienen wij ons ervan bewust te blijven, dat er zoiets bestaat als „geestelijke fall-out" (prof. de Graaf). Het is mede aan onze legerpredikanten om erop toe te zien, dat zich geen gevaarlijke concentraties ophopen.

Een haatcampagne tegen welk volk dan ook is nimmer geoorloofd. De voorstellingswijze, als zou daar in het Nederlandse leger Russenhaat worden gekweekt — ik heb reden dit nog eens met nadruk te zeggen —, is in strijd met de feiten. Waarmede overigens niet gezegd wil zijn, dat onze voorlichting nu zo goed is ... !

Overigens zullen wij de consequenties van het feit, dat wij thans in het atoomtijdperk leven, hebben te aanvaarden.

(Wordt vervolgd).

 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's

SYNODALE GELUIDEN OMTRENT DE KERNBEWAPENING (XVII)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964

De Waarheidsvriend | 8 Pagina's