Kroniek
„Zo is het".
Al eerder had de televisierubriek van de VARA, waarin toestanden en personen op de korrel worden genomen aanstoot verwekt. Een magistraat werd naar het oordeel van sommigen, die het program hadden gehoord en gezien, op onwaardige wijze becritiseerd. De minister overwoog maatregelen. De laatste keer echter stak — zoals dat pleegt te heten — een storm van verontwaardiging op. De samenstellers van het program hadden het voornemen om de verslaafdheid aan de televisie, die de grens van afgoderij inderdaad ver overschrijdt aan de kaak te stellen. Vele ouders schaffen zich televisie aan om, want daar komt het wel op neer, in bepaald opzicht hun doopbelofte na te leven. Met televisie houd je je kinderen van de straat. De ervaring leert echter dat de kinderen meer de straat opsjouwen dan ooit te voren, want er is thuis niets te beleven. Vader en moeder zitten onafgebroken door het kijkglaasje te turen op al de koninkrijken der wereld en hunne „heerlijkheden" en ze dulden geen gesprek. Of echter de televisie het geëigende middel is om nog wel per cabaret de „kijk-de-ogen-uit-je-hoofdafgoderij" te gispen is een dubieuse vraag. Men wil vandaag met kolder volkspaedagogisch optreden. Wat humor kan deemoedigend zijn voor heel wat gewichtigheid, ook vrome. Maar men wil vandaag al maar lachen en overal de luchtige kant van bekijken. Dat is geen ongeschikte definitie van het televisievermaak. Het komt door de lucht, dus men bekijkt de luchtige kant van de dingen. Dit kan op den duur ook gezagsondermijnend zijn. In kerkblaadjes en zelfs op de preekstoel offeren we aan deze zucht. Er was een periode in de cultuurgeschiedenis dat men ieder ogenblik wel kon wenen. De uitlopers van die periode zijn nog merkbaar. Maar thans kan en wil men overal om lachen. Wee die nu lacht, zegt het evangelie. Uw lachen zal in wenen overgaan. Neen, toen men van „Zo is het toevallig ook nog een keer", de televisieverslaving te lijf ging, had het er veel van of de vos passie ging preken. Door Beëlzebul wilde men de duivel uitwerpen. Door Beëlzebul temeer omdat men bijbelteksten en — hoewel dat principieel geen verschil maakt — zeer centrale woorden zoals Johannes 1 en het onze Vader op profaniserende wijze bezigde.
De Vare kreeg bussen vol brieven en de kranten konden de stroom van ingezondenstukken nauwelijks aan. De reacties waren ontelbaar evenals de haren van het hoofd, maar men kon wel een scheiding in 't midden aanbrengen, zodat er een helft was van bedroefde en verontruste reacties die begrip kon verkrijgen, maar ook een helft zodanig van kwaliteit, dat men het karakter van de uitzending nabij kwam. Het zou wel aanbeveling verdienen om een onderzoek in te stellen naar de herkomst juist van deze laatste reacties. Vaak zegt men in dergelijke gevallen: daar wil ik verder geen woorden meer aan besteden, maar het zou wel eens kunnen dat de toon en de trant van deze reacties juist verried de televisieslaaf, die zijn geestelijke bagage uit het kijkkast je haalt. Wel een bewijs dat het hier toch wel om een groot gevaar gaat. Het bezwaar is wel van een dergelijke poging, dat de mensen zich nog vermaken ook als een bepaalde onhebbelijkheid aan de schandpaal wordt gehangen. Zo is er immers ook een soort ontdekkende prediking, die vele mensen gaarne beluisteren, omdat ze het wel aardig vinden dat ze zo doorzien worden en omdat ze het spiegeltje nog wel flatterend vinden. De prediking mist namelijk de verplichtende spits tot waarachtige bekering. Van een prediker, een paedagoog, een psycholoog kan men zeggen: Hij heeft je zo lekker door. Maar dat zal men nooit zeggen van de schriftgetrouwe prediking van wet en evangelie, van geloof en bekering tot God.
Ook de kerken hebben zich in dit debat gemengd. Ja het waren allemaal reacties van „zo is het" en ieder wist hoe het nu precies was. Als men dan kennis neemt van talloze uiteenlopende visies ontdekt men dat er vaak wel waarheidsmomenten te ontdekken vallen, maar het angstige is dat ieder zijn deelwaarheid uitroept tot absolute tirannieke waarheid, zodat hij hoogmoedig heenwandelt over de hoofden van de menigte, die te hoop liep om hun verontwaardiging, hun verontwaardiging over de verontwaardiging en zo maar voort) tot uitdrukking te brengen. Stellig is er reden om te belijden dat de kerken en de kerkmensen zozeer in gebreke blijven. Gaf de gemeente maar inderdaad een diepe indruk en een hoge indruk van heiligheid ook van de heiligheid van Gods Woord, men zou zich misschien niet zo licht aan de woorden Gods vergrijpen.
Dat zal ook wel waar zijn. Maar het wordt me wel eens te bar met dat altijd schuldcomplex van de gemeente. Voor Gods genadetroon kan men nooit te veel schuld belijden. Men blijft altijd onder de maat. Maar of men het naar buiten niet kan overdrijven? De allerheiligste heeft nimmer meer dan een klein beginsel van volmaakte gehoorzaamheid. Dit verhindert echter niet het burgerlijk hanteren van de wet Gods. Bovendien is ook nog de vraag of de vijandschap en spotternij niet groter zou zijn, wanneer meer wezenlijke en waarachtige heiligheid openbaar kwam in het leven van de christenheid. Natuurlijk wekt men door dit geschrijf de indruk dat men anderen berispt om de stelligheid van hun schrijven, waardoor ze te kennen geven: zo is het, terwijl men zelf evenmin vrijuit gaat. Oordeelt een rechtvaardig oordeel, zegt het evangelie. Dat is geen gemakkelijke zaak. Dat gaat ook niet, wanneer we niet vragen om verstand met goddelijk licht bestraald. In ons oordeel moeten we liefde aan de dag leggen. Liefde tot God en tot Zijn Woord en Wet. Misschien is dat wel het minst tot uitdrukking gekomen. Liefde tot de naaste, die we als andersdenkende niet mogen krenken. In dat vlak mogen we het niet uitsluitend trekken. Liefde tot onszelve. Maar dat is wat anders dan vleselijke zondige eigenliefde. We moeten onszelf liefhebben als schepsel naar Gods beeld gemaakt, waarop de Heere recht heeft en waarop de doop een teken heeft gedrukt. „Ik stort, bedrukt, gehele tranenbeken, omdat men U gehoorzaamheid ontzegt en zich niet schaamt Uw wetten te verbreken". Tranenbeken. Ik vrees dat er niet veel tranen gestort zijn over de hele zaak en het verloop.
Paus-pelgrim.
Er is heel wat geschreven over de spectaculaire reis van paus Paulus naar het heilige land. Het concilie is daardoor wat op de achtergrond geraakt. Men heeft naar de motieven gegist. Een oecumenische tocht? Toenadering tot de oosterse kerk? Er zijn contacten geweest. Men wil elkaar zoeken bij de bron, alhoewel het oer-christendom zeker niet zonder meer op de oorspronkelijke bodem te vinden is. Was het misschien ook een verhulde boetepelgrimage, omdat de indruk van het stuk over Pius XII, die tijdens de oorlog als plaatsbekleder van Christus toch te lijdelijk was bij de moorddadige poging om het gehele joodse volk te vernietigen? Immers het was een bezoek ook aan de joodse staat. We houden ook na deze reis toch wel degelijk onze overwegende bezwaren tegen de leer van de twee zwaarden.
Vijf eeuwen.
Ons land herdacht het feit dat — met de nodige korreltjes zout van historici — we toch kunnen spreken van vijfhonderd jaar Staten-Generaal.
Een functie van de vertegenwoordiging van 't volk, al was het aanvankelijk een vertegenwoordiging, stellig niet van het volk in al zijn uitgebreidheid, was het tegengaan van al te absolute aanspraken van de vorst. Naderhand zijn er wel andere instanties die te zeer zich breed maken. Ambtenarij, bureaucratie, specialisme enzovoort. Het is toch wel een voorname zaak dat er een plaats is, waar het volk zichzelf tegen zichzelf in bescherming kan nemen. En daarom moet een parlement ook een plaats zijn, waar men zichzelf terug vindt. Moge echter boven alle reglementen, wetten en constituties het Woord Gods heerschappij hebben allerwegen en ook daar. Tot de Wet en tot de getuigenis. Dan is er dageraad voor land en volk, wereld en groten der aarde.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's