Boekbespreking
Thijs Booy, Het is stil op het Loo, 212 blz., geb. ƒ 12, 90, Uitgave W. ten Have N.V., Amsterdam, 1963.
Overpeinzingen in memoriam Koningin Wilhelmina, zo typeert de schrijver zijn werk. Hij heeft door jaren lange omgang met de Koningin haar leren kennen en hoogschatten. In een voorwoord, zegt hij: „Ik hoop dat ik er in geslaagd ben de mens Wilhelmina van Oranje, die eerst een halve eeuw in de schaduw leefde van de Koningin der Nederlanden en daarna ver van het podium van de tijd als een legende te midden van ons was, dichter bij de lezers te brengen".
Koningin Wilhelmina is één van de groten geweest van deze eeuw. Haar is veel gegeven, daarom was ook haar leven vol van enorme verantwoordelijkheden, van grote zorgen, van spanningen, waarvan wij moeten zeggen: „Hoe heeft zij dit alles kunnen verwerken".
Met grote liefde en eerlijkheid tekent de schrijver de Koningin in het bijzonder de levensavond. Zij is een voorbeeld van trouwe plichtsbetrachting: zij heeft, zoals de schrijver zegt, zwaar aan de kroon getild. Zij was zeer punctueel en eerlijk, erkende op haar tijd ongelijk. Haar liefde voor de zaak des Heren is ook in de tijd van haar regering vele malen gebleken. Eén van de voorbeelden noemt de schrijver: Toen een keer iemand voor goeveneur-generaal van Nederlands-Indië werd voorgedragen, die de Zending een kwaad hart toedroeg, weigerde zij de handtekening; die zou pas gezet worden na een erewoord aan haar, dat de onderkoning in zijn machtige positie de Zending geen strobreed in de weg zou leggen. Ook na haar aibddoatie heeft zij veel zegen verspreid. Tot het laatste toe heeft zij meegeleefd met wat er in de wereld en vooral in ons land geschiedde, in het bijzonder op geestelijk: terrein, waarbij haar liefde voor de oecumene sterk aan de dag trad. Maar zij nam distantie van het wereldlijke gebeuren, wetende, dat de eeuwigheid nabij was. Koningin Wilhelmina heeft voor 1962 haar verjaardagscorrespondentie voor eigen rekening genomen; zij rekende er op, dat dit haar laatste verjaardag was geweest. De schrijver zegt: zij had de houding van de oude Simeon; zij was reisvaardig. Zij hoopte vurig, dat haar uitvaart velen tot bezinning zou brengen, tot bezinning op de Opgestane Christus en zijn naar ons uitgestoken hand.
Wij moeten de schrijver zeer dankbaar zijn voor deze tekening van Koningin Wilhelmina. Hij gaf ook de lezer een aantal woorden van de Koningin mee b.v.: Kennis is belangrijk, maar karakter nog belangrijker.
Ik hoop, dat dit in elk opzicht verzorgde werk in veler handen komt. De eerste druk van 15.000 exemplaren was in een maand tijds uitverkocht; het boek verdient door iedere Nederlander, oud en jong, te worden gelezen en de schrijver heeft recht op de dank van ons allen.
J. A. T. Robinson, Eerlijk voor God, 160 blz., ing. ƒ 1, 95, Uitgave W. ten Have N.V., Amsterdam, 1983.
Het boek van Robinson, waarvan sinds maart 1963 in Engeland meer dan 350.000 exemplaren werden verkocht is nu ook in het Nederlands verkrijgbaar. Het verscheen in de goedkope Carillon-reeks met de ondertitel: God is anders.
De schrijver, Anglicaans bisschop van Woolwich wil een nieuwe formulering geven van de traditionele orthodoxie in moderne bewoordingen. Hij acht het een vereiste op radicaler manier het geloof in nieuwe vormen te gieten, waarbij de meest fundamentele categorieën van onze theologie — God het bovennatuurlijke en de religie — in de smeltkroes moeten. Al wat de schrijver doen kan is, zegt hij, proberen eerlijk te zijn, — eerlijk voor God en in mijn denken over God — en dan consequent zijn waar ik ook moge uitkomen. Het spreken over God „daarbuiten" of God „ver weg" hangt samen met een wereldbeeld, dat tot het verleden behoort.
De auteur haakt in op de opvattingen van Tillich, van Bultmann en van Bonhoeffer, die sprak van een niet-religieus verstaan van God. God is het transcendente in het midden van ons leven. De vraag wordt ook gesteld welke plaats eredienst en gebed in een niet-religieuze wereld hebben. Deze opvattingen betekenen mede een revolutie in de ethiek. Alles wat helpen kan om de kerkgrenzen open te houden naar de wereld als de kerk-van-de-natie moet worden versterkt en verbreid: alles, dat haar introvert zou kunnen maken als een religieuze organisatie moet worden gewantrouwd en betreurd. De kerk mag niet zijn een ommuurde tuin.
Het is te begrijpen, dat van alle kanten gevraagd is hoe is het mogelijk dat een ambtsdrager van de kerk deze dingen zegt. Robinson zelf meent, dat hij volstrekt orthodox is. Een probleem ligt hier wel zegt de vertaler in een inleidend woord.
Bt.
Open Kaart, blz. 673—832, van Wending, december 1963, ing. ƒ 3, 90, Boekencentrmn N.V., Den Haag.
Het boek van Robinson heeft een stroom van artikelen los gemaakt, zelfs zo, dat er in Engeland, een boek verscheen, waarin een aantel reacties zijn opgenomen: The Honest To God Debate. Wending kwam met een degelijk nummer uit, waarin op een waardige, eerlijke manier ingegaan wordt op de ideeën, die door Robinson op de publieke markt zijn gebracht. Men speelt open kaart en doet Robinson geen onrecht. Prof. Smits is geheel voor, anderen maken theologisch veel reserves, maar zeggen: Robinson zegt het dan toch maar en legt zijn vinger bij de wondeplekken. Prof. Hoekendijk wijst onder de titel „Kleine Robinsonnade" op de hysterische heksenjacht, die hier en daar is ontketend, maar vooral op het moeizame debat, dat Robinson op gang heeft gebracht. Meer dan één schrijver wijst er op, dat Robinsons Bonhoeffer niet de echte is. Dr. H. M. Kuitert schrijft over God is anders een behoorlijk scherp artikel, hij spreekt ergens van verbijsterend. Interpreteert Robinson het Bijbelse wereldlbeeld wel juist? vraagt ir. Plomp. Hij schrijft op een wijze, die om een vervolg vraagt. Prof. Jonker heeft een aantal kritische opmerkingen; hij acht de theologische conceptie van Robinson methodisch aanvechtbaar vanuit de openbaring gezien en pastoraal onverantwoord vanuit het levensbesef van de moderne mens gezien.
In totaal werkten 19 deskundigen aan dit speciale nummer van Wending mede. Wie het boek van Robinson leest, moet stellig dit nummer van Wending, daarna bestuderen.
ALLE VOLKEN, 176 blz., geb. ƒ 8, 90, Uitgegeven in opdracht van de Gereformeerde Zendingsbond in de Ned. Herv. Kerk door de uitgeverij Van. Keulen N.V. Den Haag.
In een voorwoord geeft de zendingsdirector rekenschap van de verschijning van dit boek, dat tot ondertitel heeft: Op weg met het Woord in Toradjaland en Kenya. Het boek is een vervolg op de gedenkboeken, die in 1926 en in 1938 verschenen zijn; het wil iets vertellen van de geschiedenis van de G.Z.B, onder de Toradja's van de laatste twintig jaar, een zeer bewogen periode, die ook in het werk van onze Zending grote veranderingen heeft gebracht.
Het boek bevat een twintigtal bijdragen van de hand van zendingsmensen, die aan het zendingsfront of aan het thuisfront stonden of staan. Ds. D. J. van Dijk schrijft over: Van zendingswerk tot Toradjakerk, waarin hij er op wijst hoe het Zendingswerk steigerwerk is. Het moet een dag van bijzondere vreugde zijn geweest voor ds. van Dijk toen in 1947 de eerste Synode van de Toradjakerk gehouden werd.
In Roera en Golgotha laat ds. Pol zien welk een strijd er nodig is zich los te maken van de heidense gebruiken en feesten; wij lezen hier van het boegi-feest, een plechtigheid, die dient om eer te bewijzen aan de boze geest, die ziekte over mens en beest brengt.
Ds. P. van Wakeren vertelt van het werk in Makassar en geeft een interessant overzicht over de zending sinds 1521.
Een bijdrage van de in 1954 ontslapen predikant-zendeling ds. van der Kooij daterende uit 1951 geeft een inzicht in de problemen van de jonge Kerk. Ook hier is een jeugdvraagstuk.
Dr. van der Veen geeft een verslag van zijn werk: twintig jaar bijbelvertalen. Hij geeft een drietal psalmen in de zuid-Toradjataal; zijn Toradjabijbel is gedrukt en verschenen en wordt in Indonesië verkocht en gebruikt.
Van de hand van de jong ontslapen ds. Balke is een schets opgenomen over Lukas 12:49. Hij heeft slechts korte tijd in het werk mogen staan. Mevr. W. Balke-Hilbrands vertelt van deze jaren, sober en overgegeven, vertrouwende, dat het werk niet ijdel was in den Here.
Ook het onderwijs wordt in den brede gememoreerd met zijn grote betekenis voor het werk van de Zending.
Dr. J. J. J. Goslinga schrijft over zijn levenswerk en mej. van Riessen over haar medisch aandeel.
Tenslotte schrijft de heer In 't Veld een overzichtelijke schets over de weg van het Evangelie door Kenya.
De Zendingsbond heeft er goed aan gedaan dit werk te publiceren; het is goed uitgegeven met veel foto's, waarvan verscheidene in kleuren. Ik hoop, dat het spoedig uitverkocht zal zijn.
Ook onze jonge mensen moeten dit boek lezen; het spreekt van offers in de dienst des Heren gebracht en van een bewustzijn van verantwoordelijkheid voor anderen.
Bt.
W. Augustiny, Ga heen en verkondig, 228 blz. ƒ 17, 50, Gebr. Zomer & Keunings Uitgeversmaatschappij N.V., Wageningen.
Dit boek oorspronkelijk in het Duits uitgegeven, beschrijft twintig eeuwen christelijke zending; het wil de hele Kerkgeschiedenis bezien onder het aspect van de Zending.
De schrijver heeft een keuze moeten doen en er zich toe beperkt over enige zendelingen te schrijven, die typerend zijn voor een bepaalde periode. Ds. H. A. Wiersinga, die de vertaling verzorgde, heeft enige stukken ingelast o.a. over Willibrord en over Nommensen , de apostel der Batakkers.
Het werk vangt aan met de nieuwtestamentische tijd: Petrus en Paulus, daarna volgen hoofdstukken over de Thomas-christenen, over Ulfilas en zijn bijbelvertaling voor de Goten, over Xaverius , over Ziegenbalg, de man van de Tranquebar-zending, de eerste zendeling die in de geest der reformatie werkte, over Zinzendorf en de Broedergemeente. Hij tekent het leven en werken van de grondlegger der moderne zending, Carey, wiens zinsspreuk was: verwacht grote dingen van God, onderneem grote dingen voor God; hij reeds legde de nadruk op de noodzakelijkheid een nieuw volksleven op te bouwen vanuit de boodschap van Christus. Uitvoerig wordt stil gestaan bij Taylor, de zendeling van China en bij Livingstone, de grote ontdekkingsreiziger en zendeling, de vriend der negers.
Het laatste hoofdstuk heeft tot titel de Jonge Kerken. Het vertelt van de ontwikkeling van de Zending dn deze eeuw nu men werkt onder geheel nieuwe omstandigheden; de heilboden gaan thans uit niet anders dan de apostelen, zonder enige andere ruggesteun, dan hun geestelijke roeping.
Dit werk kan niet nalaten diepe indruk op de lezer te maken; wat zijn er in het leven van deze mensen veel teleurstellingen geweest het werk brak hen soms bij de handen af en alles was hun soms tegen. Deze avonturiers voor God, zoals men de zendelingen wel eens genoemd heeft, hebben veel offers gebracht, zij zelf en hun gezinnen, maar zij bleven voortgaan wetende, dat Gods werk niet mislukken zal. Ik denk aan een woord van Taylor: het zaad moet overwinteren, maar de oogst komt toch of aan wat Francke ergens zegt: één lood geloof is hoger te schatten, dan een ganse zee wetenschap.
Het boek is verlucht met 32 bladzijden foto's en tussen de tekst zijn vele tekeningen opgenomen. Het is een zeer verzorgd boek, dat de liefde voor de Zending prikkelt en dat ook voor zendingsavonden zeer goede diensten kan bewijzen. — Van de drukfouten noem ik alleen het sterfjaar van Hoornbeek, dat was 1666.
Bt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 januari 1964
De Waarheidsvriend | 8 Pagina's